Kroosvlindertje
De mobiliteit van het kroosvlindertje is, in vergelijking met andere insecten, beperkt. In de larvale fase hechten ze zich onder water vast aan waterplanten en als volwassen insect vliegen ze maar over korte afstanden.
De mobiliteit van het kroosvlindertje is, in vergelijking met andere insecten, beperkt. In de larvale fase hechten ze zich onder water vast aan waterplanten en als volwassen insect vliegen ze maar over korte afstanden.
Het landkaartje is een vlinder die wereldwijd voorkomt, met een sterke aanwezigheid in Nederland. Hij heeft seizoensdimorfie, waarbij de lentevorm oranje en de zomervorm zwart is. De rups voedt zich vooral met grote brandnetel. Deze soort geniet bescherming in diverse natuurgebieden en wordt niet als bedreigd beschouwd.
Het lantaarntje heeft een lengte van 27-35 mm en een spanwijdte van 35-40 millimeter. De buik van beide geslachten is aan de bovenkant zwart, waarbij het achtste buiksegment opvalt door zijn helderblauwe kleur.
De habitat van de metaalvlinder bestaat uit matig vochtige zandgrond, natte weilanden en droge heidegebieden, waar verschillende zuringsoorten groeien, zoals veldzuring en schapenzuring. Deze vlinder is vaak te vinden op bloemen zoals jakobskruiskruid, klaver, slangenkruid en distels, waarop hij bij bewolkt weer rust.
De moerassprinkhaan wordt 16 tot 35 mm lang. Meestal is de kleur olijfgroen tot donkerbruin. Vrouwtjes hebben soms een paarse, gevlekte kleur. De voorvleugels hebben aan de onderkant een gele streep en de onderkanten van de achterpoten zijn oranjerood.
De muntvlinder (Pyrausta aurata) is een dagactieve vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae). Deze opvallende soort komt in grote delen van ons land voor en vaak is de soort zeer algemeen aanwezig. Doordat de verschillende waardplanten vaak langs sloten, velden, in tuinen en perken talrijk aanwezig zijn heeft de soort zich sterk kunnen uitbreiden.
De muurrouwzwever is een opvallende zwarte vlieg met donkere vlekken op de vleugels. Ze zonnen graag op warme muren en stenen. De larven leven als parasieten in de nesten van solitaire bijen. Dit nuttige insect komt in heel Nederland voor en is niet bedreigd, mede door de zachtere zomers.
In Nederland komt de noordse witsnuitlibel vooral voor in de oostelijke helft van het land. De soort komt ook voor in de duinen en sommige laagveengebieden. De habitat bestaat uit zure en voedselarme vennen.
De oranje kruidenmot is een kleine vlinder met een roestkleurig uiterlijk. De soort is een krachtige migrant, wijdverspreid in Afrika, Azië en Europa, en wordt internationaal niet als bedreigd beschouwd. De rupsen zijn polyfaag en voeden zich met een breed scala aan kruidachtige planten. De vlinder staat bekend om zijn sterke trekgedrag.
De oranje luzernevlinder is een opvallende vlinder met een levendige uitstraling. De vleugels hebben een spanwijdte van 40 tot 50 mm en zijn helder geel met een zwarte rand. Bij mannetjes is die zwarte rand scherp en contrastrijk, terwijl vrouwtjes vaak een lichtere, meer gevlekte rand hebben.
Het oranje zandoogje is een vlindersoort die voorkomt in Europa, Noord-Afrika en West-Azië. Hij leeft in bloemrijke graslanden en bosranden, met een voorkeur voor warme klimaten. In Nederland komt hij vooral voor in het noorden en zuiden, maar is hij in het midden zeldzaam. De soort wordt lokaal als kwetsbaar beschouwd.
De paardenbijter is 56-64 mm lang met een spanwijdte van ongeveer 85 mm. Het is de kleinste soort uit de familie van de glazenmakers. Het achterlijf is donker met een mozaïek van lichtgekleurde vlekken.
De paardenbloemspanner is een kleine, nachtactieve vlinder uit de familie van de spanners. Hij komt voor in Europa, ook in Nederland, en is herkenbaar aan zijn grijsbruine kleur met fijne golflijnen. De rups leeft op lage planten zoals paardenbloem. Hij vliegt van mei tot september in meerdere generaties.
De phegeavlinder, voorkomend in Zuid-Europa tot delen van Nederland en India, heeft een voorkeur voor warme, droge biotopen. De vlinder is herkenbaar aan zijn glanzende vleugels met witte stippen. Zijn levenscyclus omvat vier fasen, en de soort wordt bedreigd door habitatverlies. Lokale bescherming is essentieel voor instandhouding.
De pyjamaschildwants is een rood-zwart gestreept insect dat leeft van schermbloemige planten. Hij is actief van april tot oktober, legt tot dertig eitjes en ontwikkelt zich via vijf nimfenstadia. In Nederland is hij algemeen, niet beschermd en komt hij voor in zonnige graslanden en bloemrijke bermen.
De rode weekschildkever, ook wel rood soldaatje, kleine rode weekschild of rode weekschild genoemd (Rhagonycha fulva), is een kever uit de familie van de soldaatjes (Cantharidae). Hij heeft net als alle soldaatjes zachte dekschilden en een langwerpig lichaam, sprieterige poten en lange, duidelijk gesegmenteerde antennes.
Deze kleine zandbij herken je aan de roodbruine haren op de borst en een opvallend oranjerood plukje op het achterlijf. Ze graven zelfstandig nesten in de grond op zonnige plekjes. In het vroege voorjaar bezoeken ze veel bloeiende bloemen en struiken. Deze algemene bijensoort is onmisbaar voor de natuur.
De roodkopvuurkever (Pyrochroa serraticornis) is een kever uit de familie vuurkevers (Pyrochroidae). In het westen van Nederland komen ze vrij algemeen voor, maar in het oosten van Nederland zijn ze minder algemeen.
De roodwangbromvlieg (Calliphora vicina) is een vliegensoort uit de familie Calliphoridae. Roodwangbromvliegen komen bijna wereldwijd voor en zijn vooral bekend uit de meer gematigde tot subtropische delen van de wereld, zoals Europa, Noord-Amerika, het zuidelijke deel van Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Oceanië.
Deze grote hommel leeft in de bergen van Europa en Azië. Ze valt op door haar zwarte lijf met een rode achterkant. In Nederland komt ze niet voor, omdat er geen bergen zijn. Ze bijt vaak gaatjes in bloemen om bij de nectar te kunnen. De koningin leeft een jaar.
De schaduwspikkelspanner is algemeen verspreid in Nederland en leeft in bossen, tuinen en parken. Hij vliegt van mei tot oktober en legt tientallen tot honderden eitjes. De rups overwintert en verpopt zich in de strooisellaag. De soort is niet bedreigd en valt onder algemene natuurbescherming, zonder specifieke maatregelen.
Het scheefbloemwitje is een kleine witte dagvlinder die snel haar leefgebied heeft uitgebreid. De rupsen leven vooral op scheefbloem in zonnige tuinen en parken. De vlinders vliegen van het voorjaar tot het najaar in meerdere generaties. Ze komen inmiddels algemeen voor in heel Nederland en zijn absoluut niet bedreigd.
De sleutelbloemvlinder blijft meestal dicht bij zijn leefgebied, omdat hij zich niet ver verspreidt. Mannetjes zijn territoriaal en verdedigen kleine, warme en beschutte plekken, waar ze vaak luchtgevechten aangaan met andere mannetjes. Vrouwtjes zwerven rond en kunnen afstanden tot 250 meter afleggen.
De pyjamazweefvlieg, snorzweefvlieg, dubbelbandzweefvlieg of cocacolazweefvlieg (Episyrphus balteatus) is een insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae). Hij leeft zowel in allerlei open gebieden als in bossen, maar de grootste aantallen worden doorgaans in open bloemrijke biotopen gezien.