Phegeavlinder

  • phegeavlinder
  • Zwarte phegeavlinder met oranje strepen op groen blad
  • Phegeavlinder op blad in de natuur.

Beschrijving van de phegeavlinder

Leefgebied

Mondiaal

De phegeavlinder komt vooral voor in Zuid-Europa, met verspreiding tot in Noord-Duitsland en oostwaarts tot Anatolië en de Kaukasus. Er zijn ook populaties in delen van Nederland. Buiten Europa is de soort tegenwoordig ook in India waargenomen, wat wijst op een bredere verspreiding dan voorheen werd aangenomen. Deze vlinder geeft de voorkeur aan warme, droge gebieden met open struikvegetatie, bosranden en zonnige hellingen.

Nederland

In Nederland komt de phegeavlinder vooral voor in het noorden van Limburg, het aangrenzende deel van Noord-Brabant en rond Bergen op Zoom. Binnen deze gebieden zijn er enkele vliegplaatsen waar de soort lokaal talrijk kan zijn. Buiten deze kerngebieden worden af en toe zwervers waargenomen, soms op aanzienlijke afstand van de bekende populaties.

Habitat en biotoop

Deze vlinder leeft voornamelijk in open bossen, rotsachtige hellingen en struikrijke graslanden. Deze gebieden hebben vaak een xerothermisch karakter, maar behouden toch een zekere luchtvochtigheid, wat gunstig is voor de ontwikkeling van de soort.

Hij komt het meest voor op plekken waar graslanden en struikvegetatie afwisselen met bosranden, waardoor een gevarieerde structuur ontstaat die zowel voedsel als beschutting biedt. Dit type biotoop is essentieel voor de rupsen, die zich voeden met mossen, korstmossen en zachte plantendelen, en voor de volwassen vlinders die nectar verzamelen van bloemen.

Herkenning

Vlinder

De volwassen phegeavlinder heeft blauwzwarte of groenachtig zwarte vleugels met een metaalachtige glans en witte stippen, waarvan het aantal en de grootte kunnen variëren. Meestal zijn er zes witte stippen op de voorvleugels en twee tot drie op de achtervleugels. Het lichaam is lang en slank, met een gele vlek op het tweede segment van het achterlijf en een opvallende gele ring op het zesde segment. De antennes zijn zwart en draadvormig, met witte uiteinden.

Rups

De rups is grijszwart en bedekt met dikke, donkerbruine, pluizige haren die uit kleine verheven wratten groeien. De kop is roodachtig bruin en de rups kan tot vijf centimeter lang worden. Ze overwintert in een zijden nest en is meestal in mei volgroeid.

Pop

De pop bevindt zich in een zijden cocon op de grond. Tijdens de verpopping blijft de cocon gesloten, en de vlinder komt tevoorschijn in het late voorjaar of begin van de zomer, afhankelijk van de locatie.

Voedsel

De volwassen vlinder voedt zich voornamelijk met nectar van verschillende bloemen die voorkomen in open bossen, struikrijke graslanden en zonnige hellingen. Deze nectarbron is essentieel voor hun energievoorziening tijdens de korte vliegperiode in de zomermaanden. De vlinders worden vaak aangetroffen op bloeiende kruiden zoals dovenetel, walstro en paardenbloem, die in hun xerothermische leefomgeving overvloedig aanwezig zijn.

Waardplanten

De rupsen zijn polyfaag en voeden zich met een breed scala aan kruidachtige planten. Ze worden vaak aangetroffen op soorten zoals paardenbloem, walstro, smalle weegbree, zuring, dovenetel, veldbeemdgras en sla. Daarnaast eten ze ook mossen, korstmossen, algen en verouderde plantendelen. Deze diversiteit aan waardplanten stelt de soort in staat om zich te handhaven in diverse xerothermische habitats met een gevarieerde vegetatiestructuur.

Weetjes over de phegeavlinder

  • Deze vlinder mimicryt de giftige Zygaena ephialtes vlinder, waardoor vogels hem vermijden, omdat ze denken dat hij oneetbaar is.
  • Mannelijke exemplaren hebben dikkere antennes dan vrouwtjes en zijn meestal iets kleiner.
  • De vleugels hebben een metaalachtige glans die afhankelijk van het licht blauwzwart of groenachtig zwart lijkt.

Gedrag

Vlinder

De volwassen phegeavlinder is een uitgesproken dagactieve vlinder die vooral actief is tijdens warme, zonnige uren. Hij vliegt traag en zwevend van bloem naar bloem, waarbij hij vaak langere tijd blijft hangen om nectar te verzamelen. Zijn vlucht is niet gericht op grote afstanden, maar eerder op lokale bewegingen binnen zijn leefgebied. Tijdens de piek van zijn vliegperiode kan hij in grote aantallen voorkomen, vooral in open graslanden en bosranden.

Rups

De rups is vooral actief in de lente en is dan vaak te vinden op rotsachtige hellingen en struikrijke graslanden. Ze beweegt zich relatief snel over de grond op zoek naar een geschikte plek om te verpoppen. Overdag is ze meestal verborgen tussen vegetatie, maar bij het naderen van de verpopping kruipt ze opvallend rond. De rups overwintert in een zijden nest en is in mei volgroeid, waarna ze zich verpopt in een cocon op de grond.

Mobiliteit

De phegeavlinder staat bekend om zijn beperkte mobiliteit. Hoewel de vlinder actief is tijdens zonnige dagen en zich lokaal verplaatst binnen zijn leefgebied, legt hij zelden grote afstanden af. In Midden-Limburg is vastgesteld dat sommige exemplaren onverwacht ver van hun oorspronkelijke populatie zijn aangetroffen, wat uitzonderlijk is voor deze soort.

Over het algemeen blijft de vlinder dicht bij geschikte xerothermische habitats, zoals open bossen en graslanden, en verspreidt hij zich slechts langzaam naar nieuwe gebieden. Deze beperkte mobiliteit maakt lokale populaties kwetsbaar voor habitatverlies en versnippering van leefgebied.

Vliegtijd

Deze vlinder vliegt doorgaans van eind mei tot en met augustus, afhankelijk van de locatie en weersomstandigheden. Deze periode valt samen met warme, zonnige dagen waarop de vlinder het actiefst is. Omdat de soort slechts één generatie per jaar heeft, is de vliegtijd relatief kort en geconcentreerd. Volwassen exemplaren worden vooral waargenomen in open graslanden, bosranden en zonnige hellingen, waar ze nectar verzamelen en zich voortplanten.

Levenscyclus

De levenscyclus van de phegeavlinder bestaat uit vier duidelijke fasen: volwassen vlinder, ei, rups en pop.

Vlinder

De volwassen vlinder vliegt van eind mei tot augustus. Hij leeft slechts ongeveer een week, waarin hij nectar verzamelt en zich voortplant.

Eitjes

Meestal worden in juli nieuwe eitjes op diverse kruidachtige planten gelegd.

De eitjes zijn klein en ovaal, en komen na enkele dagen tot een week uit, afhankelijk van de temperatuur.

Rups

De rupsen verschijnen in augustus en zijn grijszwart met dikke, donkerbruine haren en een roodbruine kop. Ze voeden zich met mossen, korstmossen, algen en zachte plantendelen. Deze fase duurt tot het voorjaar, want de rups overwintert in een zijden nest en is pas in mei volgroeid.

Pop

In mei verpopt de rups zich in een cocon op de grond. De popfase duurt ongeveer twee tot drie weken, waarna de volwassen vlinder tevoorschijn komt.

Bedreiging

Deze vlinder wordt in delen van Europa als sterk bedreigd beschouwd, vooral ten noorden van de Alpen, waar lokale populaties verdwijnen door verlies van leefgebied en menselijke verstoring. In de zuidelijke Alpen is de soort nog op veel plekken algemeen, maar ook daar neemt de druk toe door verstedelijking en intensieve landbouw.

Hoewel de vlinder wereldwijd niet als ernstig bedreigd wordt geclassificeerd, is zijn verspreiding zeer lokaal en gevoelig voor veranderingen in het landschap. De soort is afhankelijk van xerothermische habitats, die steeds zeldzamer worden door klimaatverandering en ruimtelijke ontwikkeling.

Bescherming

Hoewel er geen internationale beschermingsstatus is zoals die van CITES of de IUCN, krijgt de soort in verschillende landen aandacht binnen lokale natuurbeschermingsprogramma’s.

In Frankrijk staat de phegeavlinder op de nationale rode lijst als een soort die in aanmerking komt voor bescherming, maar niet als ernstig bedreigd wordt gezien.

In Nederland is de vlinder vrij algemeen in bepaalde regio’s en wordt hij niet als bedreigd geclassificeerd op de Rode Lijst. Toch is hij gevoelig voor habitatverlies en wordt zijn verspreiding nauwlettend gevolgd.

In Vlaanderen is de soort zeldzaam en staat hij op de Rode Lijst als “momenteel niet in gevaar”.

Bronnen

Amata phegea

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieErebidae (spinneruilen)
GeslachtAmata
Synoniemen

Kenmerken

Voorvleugellengte18-22 mm
Spanwijdte35-40 mm
WaardplantenKruidachtige planten
VliegperiodeEind mei tot augustus
Grootte rups5 cm

Voortplanting

Aantal eitjes104-122, 61 per legsel
Uitkomen eitjes6 dagen
RupsstadiumLate zomer tot in mei
Popfase2-3 weken

Voorkomen in Nederland

StatusOorspronkelijk
ZeldzaamheidVrij algemeen
Bescherming
Verspreidingskaart phegeavlinder
Verspreidingskaart phegeavlinder

Verspreiding

NederlandZuidoosten
WereldEuropa, India
BiotoopvoorkeurBloemrijke graslanden, bosranden, open plekken in droge dennenbossen en oude steengroeven.

Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven