Gele luzernevlinder

  • Gele vlinder op paarse bolvormige bloem

Beschrijving van de gele luzernevlinder

Leefgebied

Mondiaal

Het mondiale verspreidingsgebied van de gele luzernevlinder strekt zich uit over grote delen van het Palearctisch gebied. Deze soort komt voor vanaf Midden- en Zuid-Europa via de gematigde zones van Azië tot aan Centraal-Azië en het zuiden van Siberië. In het noorden wordt het verspreidingsgebied begrensd door het koudere klimaat, terwijl ze in het zuiden voorkomen tot in de regio rond de Middellandse Zee en delen van het Nabije Oosten.

Europa

De gele luzernevlinder komt in Europa wijdverspreid voor, vooral in Midden- en Zuid-Europa. In de zuidelijke en centraal-zuidelijke regio van het continent is het een standvlinder, maar in warme zomers trekt ze noordwaarts. Zo is de soort ook te vinden in West- en Midden-Europa en soms zelfs in delen van Zuid-Scandinavië en de Britse Eilanden. In de koudere noordelijke streken kan ze zich in de winter meestal niet blijvend vestigen.

Nederland

In Nederland en België is de gele luzernevlinder een zeldzame tot regelmatige trekvlinder. Ze wordt voornamelijk in de zuidelijke en oostelijke provincies waargenomen, waar het klimaat warmer en droger is. Het aantal vlinders varieert sterk per jaar, afhankelijk van de temperatuur en het verloop van de trek vanuit Midden- en Zuid-Europa. Bij gunstige weersomstandigheden in de zomer en het najaar planten ze zich hier lokaal voort op geschikte velden.

Habitat en biotoop

Mondiaal gezien leeft de gele luzernevlinder in open, zonnige en droge tot vrij droge landschappen. Ze voelt zich het beste thuis op bloemrijke graslanden, klaver- en luzernevelden, dijken, spoorwegtaluds en braakliggende gronden. Dichte bossen en erg natte gebieden mijdt ze liever, omdat ze veel zonlicht en warmte nodig heeft om actief te kunnen vliegen.

Herkenning

Vlinder

De gele luzernevlinder is een middelgrote vlinder met een spanwijdte van ongeveer 40 tot 50 millimeter en een voorvleugellengte van rond de 20 tot 25 millimeter. De mannetjes hebben heldergele tot zwavelgele vleugels met een brede zwarte rand langs de vleugelranden. De vrouwtjes zijn vaak veel bleker van kleur, soms bijna witgeel. Op de achtervleugel bevindt zich aan de onderzijde een opvallende, oranje tot roodachtige vlek met een zilverkleurig centrum.

Rups

De rups van de gele luzernevlinder wordt ongeveer 30 tot 35 millimeter lang. Ze heeft een grasgroene kleur met een fijne, donkere spikkeling over het hele lichaam. Langs de zijkant van het lichaam loopt een duidelijke witgele tot rozeachtige streep. Door deze schutkleur valt de rups nauwelijks op wanneer ze zich tussen de groene bladeren van de waardplant beweegt.

Pop

De pop is groen tot geelgroen van kleur en heeft een slank, toegespitst uiterlijk. Aan de zijkanten bevindt zich vaak een lichte, gele lijn die overeenkomt met het patroon van de rups. De pop hangt met een gordel van zijde vast aan een plantenstengel dicht bij de grond en valt door de camouflerende tinten niet op voor roofdieren.

Voedsel

De volwassen vlinder leeft van nectar uit allerlei bloeiende planten. Ze bezoekt graag soorten die veel nectar bevatten, zoals luzerne, rode en witte klaver, paardenbloemen, distels en knoopkruid. Door van bloem naar bloem te vliegen, vult ze haar energie aan om te kunnen paren en eitjes te leggen.

Waardplanten

De rupsen van de gele luzernevlinder leven uitsluitend op planten uit de vlinderbloemenfamilie. De belangrijkste waardplanten zijn luzerne, rode klaver, witte klaver, rolklaver en bont kronenkruid. Ze eten van de frisse bladeren van deze stikstofrijke planten om zich snel te kunnen ontwikkelen.

Weetjes over de gele luzernevlinder

  • De gele luzernevlinder is een echte trekvlinder die elk voorjaar vanuit Zuid-Europa en het Middellandse Zeegebied naar het noorden vliegt om zich voort te planten.
  • Het is ontzettend moeilijk om de gele luzernevlinder op het oog te onderscheiden van de zuidelijke luzernevlinder (Colias alfacariensis), omdat beide soorten er vrijwel hetzelfde uitzien.
  • De vrouwtjes van deze soort komen voor in twee verschillende kleurvormen, namelijk een gele vorm en een veel blekere, bijna witte vorm.
  • De rupsen van de gele luzernevlinder reageren sterk op het weer en kunnen bij lage temperaturen hun groei vertragen om te overwinteren als kleine rups.
  • Tijdens warme zomers kunnen er wel twee tot drie opeenvolgende generaties van deze vlinder ontstaan.

Gedrag

Vlinder

De gele luzernevlinder is een zeer actieve en snelle vlieger die vooral bij zonnig en warm weer te zien is. Ze vliegt dicht boven de vegetatie op zoek naar geschikte bloemen om nectar uit te drinken of zoekt naar geschikte waardplanten om eitjes op af te zetten. Bij rust klapt ze de vleugels altijd strak boven de rug samen, waardoor de geel-witte onderzijde zichtbaar is en ze zich goed camoufleert tussen de bladeren. Het mannetje patrouilleert regelmatig over open terreinen om zoekend naar maagdelijke vrouwtjes te speuren.

Rups

De rups van de gele luzernevlinder leidt een erg onopvallend leven op de bladeren van de waardplant. Ze beweegt zich langzaam voort en brengt het grootste deel van de tijd etend of rustend door op de stengels en bladeren van de plant. Door haar groene schutkleur valt ze nauwelijks op voor vogels en andere roofdieren. Wanneer de temperaturen in het najaar dalen, stopt de rups met eten en zoekt ze een beschutte plek dicht bij de grond om in rusttoestand te overwinteren.

Mobiliteit

De mobiliteit van de gele luzernevlinder is bijzonder groot, doordat het een echte trekvlinder is. Ze kan grote afstanden afleggen door gebruik te maken van de wind en stijgende warme luchtstromen. Hierdoor trekt ze elk voorjaar vanuit Midden- en Zuid-Europa en het Middellandse Zeegebied naar Midden- en Noord-Europa. Deze grote vliegcapaciteit stelt de soort in staat om snel nieuwe, geschikte leefgebieden te koloniseren als het weer gunstig is.

Vliegtijd

De vliegtijd van de gele luzernevlinder loopt in Noordwest-Europa hoofdzakelijk van mei tot oktober. Meestal zijn er twee tot drie opeenvolgende generaties te zien gedurende deze periode. De eerste kleine golf arriveert in mei en juni vanuit het zuiden, waarna een grotere lokale generatie volgt in juli en augustus. Bij een warm najaar kan er in september en oktober nog een derde generatie rondvliegen voordat de kou invalt.

Levenscyclus

Eitjes

De levenscyclus van de gele luzernevlinder begint wanneer het vrouwtje per keer zo’n honderd tot enkele honderden eitjes afzonderlijk afzet op de bovenzijde van de bladeren van waardplanten. Uit het kleine, langwerpige eitje komt na ongeveer een week een kleine rups tevoorschijn.

Rups

De rups groeit snel en ondergaat vier vervellingen, wat betekent dat ze in totaal vijf rupsenstadia doorloopt. In de zomer duurt het rupsenstadium ongeveer drie tot vier weken, tenzij de rupsen als klein exemplaar moeten overwinteren.

Pop

Daarna verpopt de rups zich tot een gordelpop op een plantenstengel, een stadium dat in de zomer circa een tot twee weken in beslag neemt.

Vlinder

De volwassen vlinder leeft vervolgens ongeveer twee tot drie weken, waarin ze zich voornamelijk bezighoudt met het drinken van nectar, het vinden van een partner en het voortbrengen van nageslacht.

Bedreiging

Op wereldschaal en in Europa geldt de gele luzernevlinder niet als een bedreigde soort. De soort is niet opgenomen op de wereldwijde IUCN Red List, maar staat op de Europese Rode Lijst van dagvlinders te boek als ‘niet bedreigd’ (Least Concern). Doordat ze een erg groot verspreidingsgebied heeft, gebruikmaakt van algemene planten en zich makkelijk verplaatst, is de Europese populatie over het algemeen stabiel.

Bedreiging in Nederland

In Nederland staat de gele luzernevlinder op de officiële Rode Lijst geclassificeerd als Bedreigd. Omdat het een trekvlinder is die zich hier door de koude winters niet permanent in vaste populaties kan handhaven, schommelt het aantal waarnemingen van jaar tot jaar heel sterk. Door het verdwijnen van geschikte, bloemrijke klaver- en luzernevelden is de soort in Nederland sterk achteruitgegaan.

Bescherming in Nederland

In Nederland heeft de gele luzernevlinder als Rode Lijst-soort een kwetsbare positie, maar valt ze onder de algemene bescherming van de Omgevingswet. Er zijn geen specifieke reservaten voor deze soort ingericht. Ze heeft baat bij natuurvriendelijk landbouwbeheer, zoals het inzaaien van bloemrijke akkerranden en het behoud van onbespoten klaver- en luzernevelden waar ze tijdens haar trek voldoende voedsel en voortplantingsgelegenheid kan vinden.

Bronnen

Colias hyale

Taxonomie

RijkAnimalia (dieren)
StamArthropoda (geleedpotigen)
KlasseInsecta (insecten)
OrdeLepidoptera (vlinders)
FamiliePieridae (witjes)
GeslachtColias

Kenmerken

Voorvleugellengte20-25 mm
Spanwijdte40-50 mm
WaardplantenStikstofrijke vlinderbloemigen, zoals luzerne, rode klaver, witte klaver, rolklaver en bont kronenkruid
Vliegperiodemei tot oktober, verdeeld over twee tot drie opeenvolgende generaties
Grootte rups30-35 mm

Voortplanting

Aantal eitjesenkele honderden
Eifase1 week
Rupsfase3 tot 4 weken, tenzij ze als kleine rups overwinteren
Popfase1-2 weken

Voorkomen in Nederland

Voorkomeninheems
Zeldzaamheidzeldzaam tot regelmatig als trekvlinder
Rode lijstbedreigd
Beschermingomgevingswet
Verspreidingskaart van gele luzernevlinder in Nederland
Verspreidingskaart gele luzernevlinder
NDFF Verspreidingsatlas Dagvlinders

Verspreiding

Nederlandvoornamelijk in de zuidelijke en oostelijke provincies
WereldMidden- en Zuid-Europa tot in Midden-Azië en Zuid-Siberië
BiotoopvoorkeurOpen, zonnige, droge en bloemrijke graslanden en klavervelden


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven