Scheefbloemwitje

  • Wit koolwitje rust op groen blad

Beschrijving van het scheefbloemwitje

Leefgebied

Mondiaal verspreidingsgebied

Het scheefbloemwitje komt oorspronkelijk voor in Zuid-Europa, Noord-Afrika en delen van West-Azië. Het verspreidingsgebied strekte zich van oudsher uit rond de Middellandse Zee, de Balkan, Turkije tot aan Marokko en Algerije. De laatste decennia breidt de soort zich snel uit naar het noorden en noordwesten van Europa.

Europees verspreidingsgebied

Binnen Europa lag de historische grens voornamelijk ten zuiden van de Alpen. Sinds het begin van de 21e eeuw heeft het scheefbloemwitje zich sterk noordwaarts verplaatst via Midden-Europa. Tegenwoordig komt de vlinder voor in landen als Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, België en Nederland, en soms zelfs het zuiden van Engeland.

Verspreidingsgebied in Nederland en België

In België werd de soort voor het eerst rond 2013 gespot en inmiddels is ze in vrijwel het hele land te vinden. In Nederland werd de vlinder in 2015 voor het eerst waargenomen, waarna ze zich razendsnel over alle provincies heeft verspreid.

Habitat en biotoop

Oorspronkelijk leeft het scheefbloemwitje in zonnige, droge en rotsachtige omgevingen zoals berghellingen, steengroeven en dorre bosranden. Door de uitbreiding naar het noorden heeft ze zich aangepast aan door mensen ingerichte gebieden. Ze komt nu veel voor in dorpen en steden, tuinen, parken, kerkhoven en langs spoorlijnen waar de juiste waardplanten groeien.

Herkenning

Vlinder

Het scheefbloemwitje is een kleine tot middelgrote witte vlinder met een spanwijdte van ongeveer 36 tot 44 millimeter en een voorvleugellengte van circa 20 tot 23 millimeter. De bovenkant van de vleugels is wit met donkere punten aan de toppen van de voorvleugels, waarbij de vlek aan de rand vaak concaaf of recht is afgesneden en doorloopt langs de zijrand. Op de voorvleugel bevindt zich bij het vrouwtje meestal een duidelijke, wat vierkante zwarte vlek, terwijl het mannetje een minder opvallende vlek heeft. De onderkant van de achtervleugel is lichtgeel tot grijsgeel bestoven zonder opvallende donkere aders.

Rups

De rups van het scheefbloemwitje is groen en heeft een fijne, korte beharing met kleine zwarte stipjes. Over de rug loopt een dunne, gele lengtestreep en aan de zijkanten bevinden zich onderbroken gele vlekken rond de ademhalingsopeningen. Wanneer de rups volgroeid is, bereikt ze een lengte van ongeveer 25 tot 30 millimeter, waardoor ze veel lijkt op de rups van het klein koolwitje.

Pop

De pop is een gordelpop die met een spindraad aan een stengel, muur of tak is bevestigd. De kleur varieert van lichtgroen tot grijsbruin of geelachtig, vaak afhankelijk van de ondergrond waarop ze zich verpopt. De pop heeft kenmerkende spitse uitsteeksels aan de voorkant en zijkanten.

Voedsel

De volwassen vlinders voeden zich met nectar uit verschillende bloemen. Ze bezoeken onder meer vlinderstruik, lavendel, koninginnenkruid, ijzerhard, akkerdistel en diverse tuinbloemen om energie op te doen.

Waardplanten

De rupsen leven op planten uit de kruisbloemenfamilie. De belangrijkste waardplant is scheefbloem, zoals rotswerende scheefbloem en tuinvariëteiten daarvan. Daarnaast zetten de vrouwtjes hun eitjes af op andere soorten zoals zandraket, look-zonder-look en gele hofbloem.

Weetjes over het scheefbloemwitje

  • Het scheefbloemwitje geldt als een van de snelste klimaatopschuivers onder de Europese vlinders, want het heeft zijn verspreidingsgebied in enkele tientallen jaren tijd honderden kilometers naar het noorden uitgebreid.
  • De snelle opmars in steden en dorpen wordt flink gestimuleerd door de steeds populairder wordende rotstuinen en tuinbeplanting, waarin veel scheefbloem wordt gebruikt.
  • De soort lijkt heel sterk op het veel alledaagsere klein koolwitje, waardoor ze in Midden- en Noord-Europa waarschijnlijk al jaren onopgemerkt aanwezig was voordat biologen de vestiging officieel vaststelden.
  • Vlinders van de zomergeneratie hebben vaak veel donkerder en grotere zwarte vlekken op de vleugels dan de exemplaren die in het voorjaar uitkomen.
  • De vrouwtjes leggen hun eitjes bij voorkeur op de bladeren van de waardplant die het meest in de volle zon staan, omdat de rupsen zich bij warmte sneller kunnen ontwikkelen.
  • Onder gunstige omstandigheden kan de vlinder tot wel vijf generaties in één enkel jaar voortbrengen, waardoor de aantallen in de late zomer enorm snel kunnen toenemen.

Gedrag

Gedrag van de vlinder

De volwassen vlinders zijn overdag erg actief, vooral als de zon schijnt en de temperatuur hoog genoeg is. Mannetjes vliegen zoekend rond over waardplanten en bloemrijke plekken om vrouwtjes op te sporen. Tijdens de balts en de zoektocht naar voedsel fladderen ze rusteloos tussen bloemen en planten. Bij warm weer drinken ze soms ook vocht en mineralen uit vochtige bodems of op warm gesteente. Als het bewolkt of koud wordt, of wanneer de nacht invalt, rusten ze met dichtgeklapte vleugels tussen de vegetatie.

Gedrag van de rups

De rupsen leven meestal solitair en brengen het grootste deel van hun tijd door op de bladeren en stengels van waardplanten. Na het uitkomen eet de jonge rups vaak eerst de eigen eierschaal op voordat ze aan de plantenbladeren begint te knabbelen. Ze verschuilen zich aan de onderkant van bladeren of tussen de dichtvertakte stengels om op te gaan in de omgeving en zich te beschermen tegen roofdieren en felle zonneschijn. Wanneer ze volgroeid zijn, verlaten ze de waardplant om een geschikte, beschutte plek te zoeken waar ze zich kunnen verpoppen.

Mobiliteit

Het scheefbloemwitje heeft een opmerkelijk hoge mobiliteit en staat bekend als een hele sterke en actieve vlieger. Hoewel het geen klassieke trekvlinder is die jaarlijks duizenden kilometers heen en weer reist, kan ze door haar grote drang tot verspreiding gemakkelijk nieuwe gebieden koloniseren. Ze benutten warme luchtstromen en stedelijke corridors om in korte tijd tientallen kilometers af te leggen.

Vliegtijd

De vliegtijd loopt in Midden- en West-Europa van het vroege voorjaar tot diep in het najaar, meestal vanaf april tot en met oktober. Afhankelijk van de weersomstandigheden en de temperatuur brengen ze in deze periode drie tot soms wel vijf opeenvolgende generaties voort, waardoor de vlinders gedurende het hele zomerhalfjaar continu te zien zijn.

Levenscyclus

De levenscyclus van het scheefbloemwitje bestaat uit vier opeenvolgende stadia: ei, rups, pop en adult.

Eitjes

Het vrouwtje legt in haar leven vaak zo’n honderd tot enkele honderden eitjes, die ze een voor een afzet op de bladeren van de waardplant. Na ongeveer vier tot acht dagen komt het kegelvormige, gele eitje uit.

Rups

De rups groeit snel en ondergaat gedurende een periode van twee tot drie weken vier vervellingen om in totaal vijf rupsenstadia te doorlopen.

Pop

Als de rups volledig is volgroeid, verpopt ze zich tot een hoekige gordelpop, wat in de zomermaanden ongeveer een tot twee weken duurt. De laatste generatie van het jaar overwintert als pop, waardoor dit stadium in de winter meerdere maanden duurt.

Vlinder

Uit de pop komt ten slotte de volwassen vlinder, die een levensduur van gemiddeld twee tot drie weken heeft. Tijdens dit korte volwassen leven richt de vlinder zich volledig op het zoeken naar voedsel, het paren en het leggen van eitjes voor de volgende generatie.

Bedreiging

Wereldwijde bedreiging

Mondiaal is het scheefbloemwitje absoluut niet bedreigd. Door de opwarming van het klimaat en de ruime beschikbaarheid van waardplanten in tuinen en parken breidt het verspreidingsgebied zich wereldwijd en Europees juist sterk uit.

Bedreiging in Nederland

In Nederland is de vlinder eveneens niet bedreigd. Sinds haar vestiging in 2015 heeft de soort zich razendsnel verspreid over het hele land. Ze staat niet op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde dagvlinders, omdat de populatie gezond is en jaarlijks blijft toenemen.

Bescherming in Nederland

Voor het scheefbloemwitje gelden in Nederland geen specifieke beschermingsmaatregelen of bijzondere leefgebiedsbescherming. Wel valt ze, zoals alle in het wild levende insecten, onder de algemene zorgplicht van de Omgevingswet. Omdat de soort zich uitstekend thuis voelt in dorpen en steden, helpt het aanplanten van scheefbloem en diverse nectardragende planten in tuinen bij het instandhouden van de lokale populaties.

Bronnen

Pieris mannii

Taxonomie

RijkAnimalia
StamArthropoda (geleedpotigen)
KlasseInsecta (insecten)
OrdeLepidoptera (vlinders)
FamiliePieridae (witjes)
GeslachtPieris

Kenmerken

Voorvleugellengte20-23 mm
Spanwijdte36-44 mm
Waardplantenscheefbloem, zandraket, look-zonder-look en gele hofblam
Vliegperiodeapril-oktober
Grootte rups25-30 mm

Voortplanting

Aantal eitjesHonderden
Eifase4-8 dagen
Rupsfase2-3 weken
Popfase1-2 weken tot meerdere maanden

Voorkomen in Nederland

VoorkomenInheems, standvlinder
ZeldzaamheidVrij algemeen
BeschermingOmgevingswet
Verspreidingskaart van scheefbloemwitje in Nederland
Verspreidingskaart scheefbloemwitje
NDFF Verspreidingsatlas Dagvlinders

Verspreiding

NederlandVrijwel het gehele land
WereldEuropa, Noord-Afrika en delen van West-Azië
BiotoopvoorkeurWarm, zonnig en droog, zoals tuinen, parken, steengroeven en rotsachtige omgevingen


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven