• Close-up van een bij op een blad.

Beschrijving van de bosbijvlieg

Leefgebied

De bosbijvlieg heeft een omvangrijk verspreidingsgebied dat zich uitstrekt over het Palearctisch gebied. Het strekt zich uit over een groot deel van Europa tot aan de Stille Oceaankust, inclusief het eiland Sachalin. Er zijn ook populaties van deze soort waargenomen in het noorden van India, waardoor het mondiale bereik verder reikt dan alleen Europa en een groot deel van Azië omvat.

Europa

In Europa is deze soort wijdverspreid en komt hij in bijna alle landen voor, van het noorden van Fennoscandinavië tot aan het Middellandse Zeegebied en Noord-Afrika. Het Europese verspreidingsgebied strekt zich ononderbroken uit van Ierland in het westen tot in Rusland in het oosten.

Over het algemeen komt hij het meest voor in de vochtige Atlantische regio’s van West-Europa, maar hij is ook te vinden in de centrale en zuidelijke berggebieden, waar hij vooral in de hooglanden voorkomt.

Nederland

Het is een algemene zweefvliegsoort in Nederland en België. De soort is overal in Nederland te vinden, al wordt hij minder waargenomen in Zeeland dan in de rest van het land.

Habitat en biotoop

De bosbijvlieg geeft de voorkeur aan vochtige gebieden met veel bomen en struiken, omdat dit essentieel is voor de ontwikkeling van de larven.

De volwassen vliegen worden vaak aangetroffen in goed begroeide gebieden nabij struiken of bomen, zoals randen van loofbossen en gematigde naaldbossen, taiga’s en parklandschappen met afwisselende bosschages en open, bloemrijke plekken. Hij mijdt erg droge gebieden.

Voor hun voortplanting zijn ze afhankelijk van waterrijke gebieden, omdat de larven in het water leven. Ze groeien op in moerassen, vennen, vochtige weilanden, oevers van poelen en beken, en andere natte plekken. Vooral locaties met veel rottend organisch materiaal, zoals vloeibare mest, verterende planten en organisch afval, zijn ideaal voor hun ontwikkeling.

Door de combinatie van bosschages of struiken met vochtige plekken, wordt de bosbijvlieg vaak waargenomen in het overgangsgebied tussen bos en open, waterrijke natuur.

Herkenning

De volwassen bosbijvlieg is een middelgrote zweefvlieg die lijkt op een honingbij, maar met een relatief korter en breder achterlijf vergeleken met sommige andere bijvliegen. De lichaamslengte varieert van 11 tot 14 millimeter, terwijl de vleugellengte meestal tussen de 8,5 en 11,5 millimeter ligt.

Het gezicht van de vlieg is licht bestoven en opvallend vanwege een brede, glanzend zwarte middenstreep. Een belangrijk kenmerk is de aanwezigheid van een donkere vlek of een ‘rookbandje’ over het midden van de vleugel, welke bij het vrouwtje vaak sterker is ontwikkeld. Op het achterlijf zitten geelachtige vlekken en de kleur van het tweede rugsegment is dof. Daarnaast is bij mannetjes de derde poot bleek aan de basis van het dijbeen, terwijl bij vrouwtjes de basale helft van het dijbeen bleek is.

Larve

De larve is een waterbewonend insect. Het lichaam is wormachtig, zacht en langwerpig, met horizontale plooien en rijen flexibele haren die de segmentatie accentueren.

Het meest opvallende kenmerk is de lange, gespecialiseerde adembuis, de zogenaamde sifon, die zich aan het achterste uiteinde van het lichaam bevindt en als een snorkel dient om lucht van het wateroppervlak op te nemen. Hoewel de lengte van het eigenlijke larvenlichaam rond de 20 millimeter bedraagt, is deze adembuis uitschuifbaar en kan die zelfs meerdere malen de lengte van het lichaam bereiken, tot wel 150 millimeter.

Pop

De pop lijkt op een kortere en bredere versie van de larve, met een meestal ronde vorm die naar achteren smaller wordt. In tegenstelling tot de larve heeft de pop twee paar hoornachtige uitsteeksels op de thorax. De karakteristieke adembuis, of sifon, van de larve blijft tijdens dit stadium zichtbaar, maar is meestal in een gekromde positie over de rug van de pop vergrendeld.

Voedsel

De volwassen insecten voeden zich voornamelijk met nectar en stuifmeel van diverse bloeiende planten. Deze zweefvliegen zijn dan ook belangrijke bestuivers. Ze hebben een voorkeur voor bloemen met een open structuur, waarvan de nectar en het stuifmeel gemakkelijk bereikbaar zijn. Ze bezoeken een breed scala aan bloemen, waaronder soorten met gele samengestelde bloemen en in het bijzonder witte schermbloemigen.

Naast nectar en stuifmeel voeden de volwassen dieren zich ook met andere suikerrijke vloeistoffen, zoals honingdauw en plantensecreties.

Larve

De larven leven van rottend organisch materiaal in waterige of halfaquatische omgevingen. Ze eten vloeibare brij, rottende vegetatie, mest en organisch afval. Eigenlijk voeden ze zich door bacteriën en andere micro-organismen uit dit rottende materiaal te filteren. Ze gedijen dan ook goed in stilstaand en zuurstofarm water, zoals de randen van poelen en beken, slootjes, moerassen en plekken met veel organische verontreiniging.

De lange, uitschuifbare adembuis aan hun achterzijde stelt hen in staat om te ademen aan het wateroppervlak, terwijl ze ondergedompeld blijven om te eten in het zuurstofarme, voedselrijke slib.

Weetjes over de bosbijvlieg

  • De volwassen bosbijvlieg is een goed voorbeeld van mimicry, waarbij een ongevaarlijke soort de uiterlijke kenmerken van een gevaarlijke soort nabootst om roofdieren af te schrikken. In dit geval imiteert de vlieg het uiterlijk van een honingbij.
  • Onderzoek wijst uit dat de overeenkomst met de honingbij niet alleen bij het uiterlijk stopt; de vlieg bootst ook gedrag na. De tijd die het dier op bloemen doorbrengt en de vluchttijd tussen bloemen lijken meer op het gedrag van een honingbij dan op dat van andere vliegen.
  • De larve van de bosbijvlieg staat bekend als een rattenstaartlarve, dankzij haar lange, uitschuifbare adembuis aan de achterkant. Deze buis werkt als een snorkel, waardoor de larve kan ademen terwijl ze zich voedt met rottend organisch materiaal in zuurstofarm of zelfs sterk vervuild water.

Gedrag

Het volwassen insect gedraagt zich typisch als een zweefvlieg, met een sterke nadruk op voedsel zoeken. Je vindt deze dieren vaak in de buurt van water, langs beekoevers en poelranden, waar ze tussen de vegetatie vliegen en op bladeren of bloemen rusten.

Zoals bij veel zweefvliegsoorten brengt het mannetje veel tijd door met ‘hoveren’ (op één plek in de lucht hangen) op een paar meter boven de grond, of zittend op bloemen, wat wordt beschouwd als een vorm van patrouilleergedrag om vrouwtjes te zoeken. Vrouwtjes bevinden zich meestal in de vochtige bosranden, omdat dit de plekken zijn waar ze hun eitjes leggen.

Larve

Het gedrag van de larve hangt nauw samen met haar aquatische leefomgeving en voedselpatroon. Als detrivoor is de larve voortdurend ondergedompeld in haar voedingsbron en continu bezig met het filteren van micro-organismen en rottend organisch materiaal om te eten.

De larven zijn in staat om in zeer zuurstofarme omstandigheden te overleven dankzij hun lange, telescopische adembuis, waarmee ze zuurstof van het wateroppervlak kunnen opnemen.

Naarmate de larve volwassen wordt en de maximale larvale grootte is bereikt, stopt het dier met eten en begint het aan een ‘wandelfase’. Tijdens deze fase kruipt de larve uit het water, vaak naar een donkere, droge omgeving zoals vochtig of droog substraat in de buurt van de kweekplaats, om daar te verpoppen.

Mobiliteit

Het zijn mobiele insecten die lange afstanden kunnen afleggen op zoek naar voedsel en geschikte voortplantingsplaatsen. Ze kunnen redelijk grote afstanden vliegen om bloemen te vinden die aantrekkelijk zijn, en zijn in staat om uit te zwermen naar nieuwe gebieden als de omstandigheden dit vereisen.

De larven hebben een zeer beperkte mobiliteit: ze hebben geen poten en bewegen zich traag in de voedingsbrij totdat ze de wandelfase ingaan om een verpoppingsplaats te zoeken, waarbij ze zich actief uit het water begeven.

Vliegtijd

De bosbijvlieg is gedurende een groot deel van het jaar als volwassen insect actief. Over het algemeen vliegt hij van mei tot september, maar in meer zuidelijke en milde klimaten kan de vliegtijd al in april beginnen en tot oktober of zelfs november duren. De piek van de activiteit, wanneer de zweefvlieg het meest wordt waargenomen, ligt meestal in de zomermaanden.

Voortplanting

De levenscyclus van de bosbijvlieg doorloopt vier duidelijke fases: het ei, de larve, de pop en het imago, wat bekendstaat als een volledige gedaanteverwisseling.

Eitjes

Het vrouwtje zet na de paring haar eitjes af. Zij zoekt hiervoor vochtige, rottende omgevingen, zoals de randen van poelen, sloten en beekjes met organisch materiaal, omdat de larven in zo’n omgeving moeten leven. Hoewel een precies getal voor de bosbijvlieg ontbreekt, leggen verwante soorten vaak ergens tussen de 100 en 200 eitjes gedurende hun leven.

Larve

Uit het ei komt de larve tevoorschijn. Deze leeft in het vervuilde, zuurstofarme water en de modderlagen, waar ze zich voedt met bacteriën en rottend organisch materiaal. Tijdens haar groei maakt de larve een aantal vervellingen door, waarbij drie larvale stadia (instars) worden onderscheiden. De duur van de larvenfase is variabel en afhankelijk van de temperatuur en het voedselaanbod, maar strekt zich meestal uit over enkele weken tot, in ongunstige omstandigheden, mogelijk wel een jaar. De larve gebruikt deze periode om voldoende voedingsstoffen te verzamelen voor de daaropvolgende transformatie.

Pop

Wanneer de larve volgroeid is, kruipt ze uit het water naar een drogere plek om te verpoppen, vaak in de grond of onder bladeren. In deze popfase vindt de radicale gedaanteverwisseling plaats. De pop is immobiel, en na ongeveer acht tot tien dagen, afhankelijk van de temperatuur, barst de pop open en kruipt de volwassen bosbijvlieg eruit.

Imago

Het volwassen insect, het imago, richt zich vervolgens op het vliegen, foerageren en paren. De bosbijvlieg kan meerdere generaties per jaar voortbrengen. De levensduur van de larve is dus, afhankelijk van de omstandigheden en het overwinteringsstadium, doorgaans langer dan de levensduur van de volwassen vlieg, die enkele weken tot enkele maanden leeft.

Predatie

De overleving van de bosbijvlieg is gebaseerd op het ontwijken van roofdieren in zowel het volwassen als het larvale stadium.

Hij beschermt zich door mimicry toe te passen. De geelbruine markeringen schrikken roofdieren, met name vogels, af die eerdere slechte ervaringen met stekende insecten hebben gehad.

De larven vermijden predatie door in een zeer specifieke leefomgeving te leven. Ze leven in zeer vervuild en zuurstofarm water en rottend organisch materiaal, omstandigheden die de meeste aquatische roofdieren niet kunnen tolereren. Door in deze extreme milieus te leven, hebben ze weinig concurrentie en worden ze door de meeste predatoren vermeden. Dit onconventionele leefgebied biedt de larven een natuurlijke bescherming.

Bedreiging

Internationaal gezien is de bosbijvlieg momenteel niet geclassificeerd als een ernstig bedreigde soort. De algemene status voor deze zweefvlieg wordt binnen de Rode Lijst-categorieën als Least Concern (Niet Bedreigd) beschouwd, wat betekent dat de soort uitgebreid voorkomt en niet direct een hoog risico op uitsterven loopt.

Hoewel de totale aantallen van veel bestuivers, waaronder zweefvliegen, onder druk staan door intensieve landbouw, pesticidengebruik en habitatverlies, heeft de bosbijvlieg vanwege haar aanpassingsvermogen aan diverse leefomgevingen in Europa nog een gunstige status.

Nederland

In tegenstelling tot de algemene Europese status is de situatie in Nederland anders. De bosbijvlieg staat in Nederland geclassificeerd op de Nederlandse Rode Lijst van Zweefvliegen, die een signaalfunctie heeft voor soorten die in het land achteruitgaan of bedreigd worden. De soort is aangemerkt in de categorie ‘Gevoelig’, wat duidt op een kwetsbare populatie die nog niet acuut bedreigd is, maar wel nauwlettende aandacht en beheer nodig heeft om verdere achteruitgang te voorkomen.

De kwetsbaarheid van de bosbijvlieg in Nederland is gerelateerd aan de achteruitgang van de kwaliteit van haar larvale leefgebieden, zoals schoon water en rottend organisch materiaal in de juiste vochtigheidsgraad, en aan de algemene bedreigingen voor bestuivende insecten.

Bescherming

De bescherming van de bosbijvlieg in Nederland is beleidsmatig van aard, aangezien de soort de status ‘Gevoelig’ heeft op de Nederlandse Rode Lijst van Zweefvliegen (oktober 2024).

De Rode Lijst verplicht de overheid, met name de provincies onder de Omgevingswet, om maatregelen te nemen ter bescherming van deze kwetsbare soort. De bescherming richt zich op het herstel van het leefgebied van zowel de volwassen vlieg als de larven. Dit betekent het tegengaan van bedreigingen zoals intensieve landbouw, vervuiling en stikstofdepositie, en het behouden van de vochtige plekken en rottend organisch materiaal waar de larven van afhankelijk zijn. De inspanningen voor de bosbijvlieg vallen onder de bredere Nationale Bijenstrategie ter bescherming van alle bestuivers.

Bronnen

Eristalis horticola

Taxonomie

RijkAnimalia
StamArthropoda (geleedpotigen)
KlasseInsecta (insecten)
OrdeDiptera (vliegen en muggen)
FamilieSyrphidae (zweefvliegen)
GeslachtEristalis
Synoniemen
Kenmerken
Grootte11-14 mm
Vleugellengte8,5-11,5 mm
Spanwijdte
VoedingNectar en stuifmeel
VliegperiodeApril tot oktober
Voortplanting
PaartijdApril tot oktober
Aantal eitjes100-200 eitjes
Grootte eitjes1-1,5 mm
Duur ei-stadiumEnkele dagen
Grootte larve15-20 mm
Duur larvenstadiumTwee tot drie weken
Aantal vervellingen3 vervellingen
Grootte pop10-12 mm
Duur popfase8-10 dagen

Voorkomen in Nederland

StatusOorspronkelijk
ZeldzaamheidAlgemeen
Rode LijstGevoelig
BeschermingGeen
Verspreiding
NederlandHele land
EuropaWijdverspreid
WereldPalearctisch gebied
BiotoopvoorkeurGoed begroeide, vochtige gebieden
Verspreiding van Eristalis horticola in Nederland
Verspreidingskaart bosbijvlieg


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven