• Prachtige starling in groene omgeving.
  • Een vogel staat op groen gras.
  • Zwarte vogel zoekt voedsel in het gras.
  • Vogel wandelt door weelderig groen gras.

Beschrijving van de spreeuw

Leefgebied

De spreeuw heeft van nature een groot verspreidingsgebied in de Palearctische regio. Dit omvat gematigde delen van Europa en Azië tot aan het westen van Mongolië.

Naast zijn oorspronkelijke leefgebied is hij ook in andere werelddelen geïntroduceerd, waar hij zich heeft ontwikkeld tot een invasieve soort. Zo zijn er nu grote, gevestigde populaties in Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland. Daardoor komt hij nu in vrijwel alle werelddelen voor, met uitzondering van de Neotropische regio.

Europa

Binnen Europa komt hij wijdverspreid voor. Het oorspronkelijke broedgebied beslaat bijna heel Europa, met uitzondering van het uiterste noordwesten en zuidoosten. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en Frankrijk is het een algemene broedvogel.

Nederland en België

De spreeuw is in zowel Nederland als België een algemene en wijdverspreide vogelsoort. De soort is in beide landen een broedvogel en is vrijwel overal te vinden waar geschikte leefomstandigheden zijn.

Biotoop en habitat

Het is een vogelsoort die zich wereldwijd goed kan aanpassen aan verschillende omgevingen. De vogel leeft voornamelijk in laaglandgebieden en komt zelden voor in bergachtige streken. Hij komt in een breed scala aan habitats voor, waaronder open bosland, landbouwgronden en stedelijke gebieden. De aanwezigheid van open ruimtes om voedsel te vinden, zoals graslanden en akkers, is cruciaal voor de soort, evenals geschikte plekken om te rusten en te overnachten, zoals bomen of gebouwen.

Buiten het broedseizoen laat de spreeuw zijn uitzonderlijke aanpassingsvermogen zien. Hij komt voor in uiteenlopende leefgebieden, variërend van vochtige moerassen tot drukke stadscentra.

Herkenning

De spreeuw is een zangvogel met een compact lichaam, een relatief korte staart en puntige, driehoekige vleugels. Een volwassen exemplaar heeft een lichaamslengte van 19 tot 22 centimeter en een vleugelspanwijdte van 37 tot 42 centimeter. Het gewicht van de vogel ligt meestal tussen de 60 en 90 gram.

Het verenkleed is opvallend en verandert met de seizoenen. In de lente en zomer heeft de vogel een glanzend, bijna zwart verenpak met een opvallende paarse en groene metallic glans. De veren zijn dan nauwelijks gespikkeld. In de winter verschijnt er op elke veer een lichte, witte stip, waardoor de vogel een bespikkelde indruk maakt.

De snavel is in het broedseizoen felgeel met een blauwe aanzet van de snavel bij mannetjes en een roze aanzet bij vrouwtjes. Buiten de broedperiode wordt de snavel donkerder, bijna zwart.

Jonge vogels hebben een minder opvallend, grijsbruin verenkleed met een lichtere keel.

Geluid

De soort staat bekend om zijn gevarieerde en complexe zang. Het is een luidruchtige vogel die een breed scala aan geluiden produceert. De zang is een aaneenschakeling van krakende, rollende en klikkende geluiden, afgewisseld met fluitende en sissende tonen.

Een opvallend kenmerk is het vermogen om geluiden uit de omgeving te imiteren. Hij kan de zang van andere vogels, waaronder de merel en de vink, perfect nabootsen. Ook geluiden zoals autoalarmen, sirenes of zelfs ringtonen van mobiele telefoons kunnen worden geïntegreerd in de zang. Deze imitatie dient zowel om territoria te verdedigen als om partners aan te trekken.

Hij maakt daarnaast verschillende roepgeluiden die specifieke functies hebben, zoals contactroepen om de groep bij elkaar te houden en alarmroepen bij gevaar.

Ondersoorten

Naast de nominaatvorm Sturnus vulgaris vulgaris, die in grote delen van Europa voorkomt, zijn er diverse andere ondersoorten die zich onderscheiden door hun geografische leefgebied en subtiele verschillen in uiterlijk. Deze variaties zijn vaak te zien in de tinten en de mate van bestippeling van het verenkleed. Hieronder volgt een overzicht met extra informatie over enkele van de benoemde ondersoorten.

  • Sturnus vulgaris vulgaris: Deze ondersoort is de meest wijdverspreide en komt voor in heel Europa en in delen van West-Azië. Het is de nominaatvorm waarop de algemene beschrijving van de soort gebaseerd is.
  • Sturnus vulgaris poltaratskyi: Deze ondersoort broedt ten oosten van de Oeral en leeft tot aan het Baikalmeer in Siberië, Kazachstan en het westen van Mongolië.
  • Sturnus vulgaris caucasicus: de Kaukasische spreeuw komt voor in de noordelijke Kaukasus, de Wolgadelta en rond de Kaspische Zee tot in het zuiden van Iran.
  • Sturnus vulgaris humii: Deze ondersoort is te vinden in de westelijke Himalaya, met name in de regio’s Kasjmir en Garhwal.
  • Sturnus vulgaris purpurascens: Dit is een ondersoort uit het westen van de Kaukasus, die voorkomt in de gebieden van Transkaukasië, Georgië en Armenië.
  • Sturnus vulgaris nobilior: De leefomgeving van deze ondersoort beslaat Afghanistan, Transkaspia en Khorasan.
  • Sturnus vulgaris porphyronotus: Deze spreeuw komt voor in de zuidelijke Dzungaria-regio en het Tien Shan-gebergte tot aan het Pamirgebergte en de stad Samarkand.
  • Sturnus vulgaris granti: Deze ondersoort is endemisch voor de Azoren, een archipel in de Atlantische Oceaan.
  • Sturnus vulgaris zetlandicus: de Shetlandspreeuw, zoals deze ondersoort wordt genoemd, leeft uitsluitend op de Shetlandeilanden ten noordoosten van het Schotse vasteland en is opvallend donkerder van kleur dan de nominaatvorm.

Voedsel

De spreeuw is een alleseter, waarbij zijn dieet sterk varieert per seizoen. Tijdens het broedseizoen, dat van de lente tot de zomer loopt, eet hij voornamelijk dierlijk voedsel, waaronder insecten zoals krekels, kevers en mieren, maar ook spinnen, wormen en slakken. Hij zoekt deze prooien op de grond en gebruikt zijn snavel om in de bodem te prikken.

Naarmate het jaar vordert, verschuift het dieet naar plantaardig voedsel. In de herfst en winter eet hij graag vruchten en zaden. Hij eet onder meer bessen van de vlierbes en meidoorn, en zoekt ook fruit in tuinen, zoals kersen en druiven. Op akkers en in landbouwgebieden eet hij ook graan.

De vogel is een meester in het vinden van voedsel. Met een gesloten snavel prikt hij in een zachte ondergrond, opent de snavel om een opening te maken en pakt daarna de prooi.

Weetjes over de spreeuw

  • De spreeuw heeft een uitstekend vermogen om geluiden na te bootsen. Hij kan niet alleen het gezang van andere vogels imiteren, maar ook menselijke spraak, mechanische geluiden en ringtones. Dit maakt hem een van de meest getalenteerde imitators in de vogelwereld.
  • Ze staan bekend om hun spectaculaire zwermen, ook wel ‘murmuraties’ genoemd. Deze zwermen bestaan soms uit honderdduizenden vogels die samen vliegen en een verbluffend patroon vormen. Men denkt dat dit gedrag dient om roofdieren te verwarren en om informatie uit te wisselen over de beste plekken om te rusten en te eten.
  • In de Verenigde Staten wordt de spreeuw beschouwd als een invasieve soort. Rond 1890 werden ongeveer 100 exemplaren losgelaten in Central Park in New York als onderdeel van een plan om alle vogels die in de werken van Shakespeare voorkomen in Noord-Amerika te introduceren. Sindsdien heeft de populatie zich explosief vermenigvuldigd, wat heeft geleid tot aanzienlijke problemen voor de inheemse vogelsoorten.
  • Ze hebben een unieke manier om te foerageren. Ze prikken hun snavel in de grond en openen deze vervolgens om een opening te creëren. Dit helpt hen om insecten en larven te vinden die anders onbereikbaar zouden zijn.

Gedrag

Deze vogels staan bekend om hun aanpassingsvermogen en sociale gedrag. Buiten het broedseizoen leven ze in grote groepen en vormen ze vaak enorme zwermen. Dit gedrag dient waarschijnlijk ter bescherming tegen roofdieren en helpt ook bij het vinden van voedsel en geschikte slaapplaatsen.

Ze communiceren door een breed scala aan geluiden, van fluiten en klikken tot nabootsingen van andere vogels en zelfs geluiden uit de omgeving. Ze bootsen opmerkelijk nauwkeurig de roep van andere vogelsoorten na en integreren deze in hun eigen gezang. Het zijn ook actieve foerageerders die hun spitse snavel gebruiken om in de grond te prikken op zoek naar insectenlarven.

Vogeltrek

Spreeuwen zijn trekvogels, maar dit hangt sterk af van het leefgebied. Populaties die in koudere, noordelijke en oostelijke gebieden broeden, zijn trekkers die de winter in warmere streken doorbrengen. Ze trekken naar het zuiden en westen van Europa en zelfs naar het noorden van Afrika. In tegenstelling hiermee zijn het in gematigde delen van Europa, zoals in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland, vaak standvogels die het hele jaar op dezelfde plek blijven.

De vogels die wél trekken, leggen lange afstanden af en vormen tijdens hun reis vaak grote zwermen. Deze groepen trekken overdag en navigeren met behulp van de zon en het aardmagnetisch veld. In de herfst groeien de lokale populaties door de komst van trekvogels uit noordelijke streken, wat resulteert in grotere, gemengde groepen.

Voortplanting

De voortplanting begint vroeg in het jaar met de paartijd, die zich kenmerkt door de balts van het mannetje. Dit vindt meestal rond maart en april plaats. Het mannetje zingt uitbundig vanuit een opvallende positie, zoals een dak, boom of schoorsteen. Zijn zang is een mix van fluitende, krakende en imiterende geluiden. Tijdens de balts beweegt hij zijn vleugels ritmisch en zwaait hij met zijn kop om zijn verenkleed te tonen.

Als een vrouwtje geïnteresseerd is, kiest het paar een nestplaats, die vaak al door het mannetje is uitgezocht. Ze bouwen hun nesten meestal in holtes, zoals boomgaten, muren van gebouwen of speciaal geplaatste nestkasten. Het nest bestaat voornamelijk uit gras, bladeren, mos en takjes, en wordt door zowel het mannetje als het vrouwtje gebouwd.

Het broedseizoen begint kort na de nestbouw. Het vrouwtje legt doorgaans vier tot zes eieren, die een lichtblauwe tot groenblauwe kleur hebben en geen vlekken vertonen. Beide ouders broeden de eieren uit, hoewel het vrouwtje hier het grootste deel van de tijd aan besteedt. De broedtijd duurt 11 tot 13 dagen. Na het uitkomen van de eieren worden de jonge vogels, die nog blind en kaal zijn, door beide ouders gevoed. De jongen blijven 20 tot 22 dagen in het nest voordat ze uitvliegen. Na het uitvliegen worden ze nog enige tijd door de ouders verzorgd.

Een spreeuw kan gemiddeld 2 tot 3 jaar oud worden, hoewel de levensduur sterk kan variëren afhankelijk van de leefomstandigheden.

Predatie

Deze soort heeft verschillende natuurlijke vijanden, met name roofvogels. Volwassen spreeuwen worden vaak bejaagd door snelle roofvogels zoals de slechtvalk, sperwer en havik. Langzamere roofvogels, zoals de buizerd, richten zich vooral op onervaren jonge vogels die net uitvliegen. In de nacht kunnen uilen, waaronder de bosuil en de kerkuil, een bedreiging vormen voor groepen vogels die rusten op een gemeenschappelijke slaapplaats.

Naast roofvogels vormen ook verschillende zoogdieren een gevaar, vooral voor de nesten. Kleine marterachtigen, wasberen en eekhoorns kunnen nesten binnendringen om eieren en jongen te stelen. Huis- en verwilderde katten kunnen ook onoplettende spreeuwen vangen.

Om zich te beschermen tegen roofdieren, met name vliegende roofdieren, vormen ze in de lucht dichte zwermen die bekendstaan als “murmuraties”. Dit gezamenlijke vlieggedrag maakt het voor een roofvogel moeilijker om één individuele vogel te isoleren en te pakken. Deze massale formatie is dan ook een effectieve verdedigingsstrategie. Ze zijn tevens in staat om subtiele signalen van roofdieren te herkennen, zoals oogbewegingen en de richting van de blik van een menselijk “roofdier”, en passen hun gedrag hierop aan.

Bedreiging

Deze soort wordt wereldwijd niet als bedreigd beschouwd. Hij heeft een zeer groot verspreidingsgebied en een enorme populatie die naar schatting honderden miljoenen individuen telt. De IUCN classificeert de vogel als “niet bedreigd” op de Rode Lijst van bedreigde soorten. Hoewel de totale wereldwijde populatie stabiel lijkt, zijn er in bepaalde regio’s van Europa en Noord-Amerika wel populatiedalingen waargenomen. Over het algemeen blijft het echter een van de meest algemene vogelsoorten ter wereld.

Nederland

In Nederland is het een algemene broedvogel, maar de status is de afgelopen decennia verslechterd. De broedpopulatie in Nederland is sinds de jaren 80 aanzienlijk afgenomen. Deze daling wordt toegeschreven aan verschillende factoren, waaronder een afname van insecten, de belangrijkste voedselbron, en een verminderde overleving van jonge vogels. Ondanks deze afname blijft het in Nederland een algemene vogel die in veel soorten omgevingen voorkomt, van stedelijke gebieden tot landbouwgronden. De soort staat dan ook niet op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten.

Bescherming

Wat betreft de bescherming in Nederland: de vogel is wettelijk beschermd onder de Wet natuurbescherming. Deze wet verbiedt het doden, vangen, verstoren en opzettelijk verontrusten van de vogels. Ook is het verboden om hun nesten, rustplaatsen en eieren te beschadigen, te verwijderen of te vernielen.

Ondanks deze wettelijke bescherming is er in Nederland geen sprake van een actief beschermingsprogramma specifiek voor de spreeuw, omdat de soort niet als bedreigd wordt beschouwd. De neerwaartse trend in de populatie wordt nauwlettend gevolgd door organisaties als Sovon Vogelonderzoek Nederland. Het behoud van het leefgebied en de voedselbronnen wordt gezien als de belangrijkste manier om de populatie te ondersteunen.

Bronnen

Sturnus vulgaris

Taxonomie

RijkAnimalia (Dieren)
StamChordata (Chordadieren)
KlasseAves (Vogels)
OrdePasseriformes (zangvogels)
FamilieSturnidae (spreeuwen)
GeslachtSturnus

Kenmerken

Grootte19-22 cm
Gewicht60-90 gram
Vleugelspanwijdte37-42 cm
Groep/solitairGroepen
Voedinginsecten, spinnen, wormen, bessen, zaden en fruit

Voortplanting

BroedintervalJaarlijks
BroedperiodeVoorjaar
Aantal legsels2-3 legsels per jaar
Plaats nestIn holtes, zoals boomgaten of nestkasten
Aantal eieren4-6 eieren
Grootte eieren3 x 2 cm
Broedduur11-13 dagen
Uitvliegen20-22 dagen
GeslachtsrijpNa één jaar
Levensduur2-3 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparen400.000-700.000 (2018-2020)
Aantal overwinteraars1.000.000-3.000.000 (2012/13-2014/15)
Doortrekkers1.000.000 (2007/08–2011/12)
BeschermingWet natuurbescherming
Rode lijst IUCNNiet bedreigd
Nederlandse Rode LijstNiet vermeld
Kaart van spreeuw broedvogeldichtheid in Nederland
SOVON Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen wereldwijd

Wereldkaart met kleurcodering van verschillende gebieden.
Auteur: Alexander Kürthy
Licentie: CC BY-SA 3.0
Legenda:
  __ Broedgebied
  __ Permanent leefgebied  __ Niet-broedgebied
  __ Geïntroduceerd
  __ Geïntroduceerd, broedgebied


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven