Beschrijving van de zwarte mees
Leefgebied van de zwarte mees
De zwarte mees broedt in de boreale, gematigde en soms mediterrane zones, en ook in de bergachtige streken van het Palearctisch gebied. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van de westkust van Europa en Noord-Afrika tot aan de Stille Oceaan, inclusief Japan.
Aan de zuidgrens van het Aziatische gebergte komen veel geïsoleerde populaties voor in bossen in de bergen.
Europa
De zwarte mees komt in het grootste deel van Europa voor, behalve op IJsland en in Lapland. De noordgrens van het verspreidingsgebied ligt op ongeveer 65 graden noorderbreedte. De grootste aantallen zijn te vinden in Spanje en Duitsland. In Engeland en Ierland komt een aparte ondersoort voor die meer groenbruiner is op de bovenste delen.
De populatie in Europa bestaat uit 12 tot 29 miljoen broedparen. Op korte termijn kunnen er aanzienlijke schommelingen in de populatie optreden, bijvoorbeeld als mezen migreren wanneer de populatiedichtheid hoog is, als de beschikbaarheid van zaad in de winter verandert of als gevolg van klimaatfactoren.
Nederland en België
In Nederland komen zwarte mezen vooral voor op de zandgronden.
Ondersoorten
De zwarte mees telt 24 ondersoorten.
Biotoop en habitat
Zwarte mezen komen veel voor in naaldbossen en minder vaak in tuinen dan de koolmees en de pimpelmees. In gemengde bossen zoeken ze de naaldbomen op. In Zuid-Europa komen zwarte mezen echter ook voor in loofbossen.
Herkenning
De zwarte mees is 10-11,5 cm lang en weegt 8 tot 10 gram. Hij heeft een vrij grote zwarte kop en witte wangen en een dikker achterhoofd dan de koolmees, met een rechthoekige witte vlek die doorloopt tot midden op de kruin. De wangen zijn wit of witachtig en de kin is zwart.
De onderste delen zijn grauw bruinwit zonder zwarte middenstreep. De mantel is blauwgrijs met twee witte strepen op de vleugels. Er is geen wit in de buitenste staartpennen, zoals bij de koolmees.
Geluid
De zang klinkt als een op- en neergaand “tsjie-tju-tsjie-tju-tsjie-tju“. De roep is een iets langgerekt “tjieee“, en soms af en toe korter “sie” of “si-si-si“. Zowel de zang als de roep is redelijk specifiek, maar door variatie bij de koolmees soms moeilijk te herkennen.
Weetjes over de zwarte mees
- Zwarte mezen zijn constant in beweging, fladderend van tak naar tak, vaak hoog in de bomen.
- De zwarte mees bezoekt ook voedertafels, met name voor zonnebloempitten, noten en zaden.
- Deze zangvogel zingt van begin februari t/m eind juni.
Voedsel
Het voedsel bestaat ’s zomers voornamelijk uit insecten, zoals kevers, schietmotten, gaasvliegen, rupsen, juffers, krekels, mieren, spinnen enzovoort. ’s Winters eet de zwarte mees ook zaden van onder meer de lariks en de fijnspar.
Gedrag
Zwarte mezen zijn constant in beweging, fladderend van tak naar tak, vaak hoog in de bomen. Hij gebruikt zijn lange tenen om zich stevig vast te grijpen aan naalden en kegels.
Tijdens het broedseizoen verdedigen ze hun territorium fel. Een broedpaartje in een dicht naaldbos kan een territorium hebben van 1,5 tot 5 hectare.
Buiten het broedseizoen kunnen ze in kleine groepjes gezien worden, maar over het algemeen zijn ze minder sociaal dan bijvoorbeeld koolmezen.
In de winter sluiten ze zich vaak aan bij gemengde groepen mezen om samen voedsel te zoeken. Ze gebruiken hun contactroep om bij elkaar in de buurt te blijven wanneer ze in kleine groepen foerageren.
Vogeltrek
De zwarte mees is over het algemeen een standvogel. In sommige najaarsperiodes komen er echter invasies voor (zoals in 1989 en 2015), waarbij zelfs vogels vanuit Rusland ons land kunnen passeren. Dit gebeurt wanneer er een goed broedseizoen is geweest en er weinig voedsel beschikbaar is. De najaarstrek vindt plaats in september en oktober, met een piek halverwege oktober.
Op plekken met stuwing door de zee of grote open wateren kunnen duizenden zwarte mezen per dag passeren. Slechts een klein deel van de invasievogels lijkt te blijven overwinteren. De zwarte mees trekt bij uitstek overdag, vaak in grote groepen, van bosschage naar bosschage.
Voortplanting
Het broedseizoen van de zwarte mees loopt van eind april tot eind juni. De zang van het mannetje is vaak al vanaf begin februari te horen, waarmee hij zijn territorium afbakent en vrouwtjes probeert te lokken.
De zwarte mees is een holenbroeder. Hij nestelt in allerlei soorten holen, zoals natuurlijke boomholtes, nestkasten, rotsspleten, muizengangen in de grond, vaak tussen boomwortels of onder stenen.
Het nest wordt voornamelijk door het vrouwtje gebouwd. Het nestmateriaal bestaat uit mos en spinrag, met een zachte bekleding van pluis en haren. Opvallend is dat de zwarte mees vaak maar één soort mos gebruikt voor de nestbouw.
Het vrouwtje legt vanaf begin april tot eind mei één tot twee broedsels, die meestal uit 7 tot 10 roodgestippelde, witte eieren bestaan. De eieren worden alleen door het vrouwtje in 13 tot 15 dagen uitgebroed.
Nadat de eieren zijn uitgekomen, worden de jongen gedurende 18 tot 20 dagen door beide ouders gevoerd met insecten en spinnen. Na het uitvliegen worden de jongen ook nog enige tijd door de ouders begeleid en gevoerd voordat ze zelfstandig worden.
Predatie
Enkele van de belangrijkste predatoren van de zwarte mees zijn roofvogels, uilen, marters, slangen, katten en eekhoorns.
Bedreiging
Sinds 2017 staat de zwarte mees in de categorie ‘Gevoelig’ op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. De afname in Nederland houdt waarschijnlijk deels verband met het verminderde areaal naaldhout door de omvorming naar natuurlijker bos (met meer loofhout) of heide.
Maar waarschijnlijk zijn er meer oorzaken, aangezien er ook een afname is in de resterende naaldbossen. Bij koolmezen en zwarte mezen is recent ontdekt dat kalkgebrek in verzuurde (naald)bossen de oorzaak is van dunne eischalen en misgroeide jongen.
Bescherming
De zwarte mees is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn zwarte mezen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de zwarte mees wordt in Nederland geregeld door de Omgevingswet.
Bronnen
- Zwarte mees. (2024, 8 juli). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 17:20, mei 4, 2025 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Zwarte_mees&oldid=67789416.
- Seite „Tannenmeise“. In: Wikipedia – Die freie Enzyklopädie. Bearbeitungsstand: 23. August 2023, 07:16 UTC. URL: https://de.wikipedia.org/w/index.php?title=Tannenmeise&oldid=236665922 (Abgerufen: 4. Mai 2025, 17:21 UTC)
- Wikipedia contributors. (2025, January 21). Coal tit. In Wikipedia, The Free Encyclopedia. Retrieved 17:21, May 4, 2025, from https://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Coal_tit&oldid=1270803388
- Zwarte mees | Vogelbescherming geraadpleegd 4 mei 2025
- Zwarte mees Periparus ater | Nederlands Soortenregister geraadpleegd 4 mei 2025
Periparus ater | |
|---|---|
Taxonomie | |
| Rijk | Animalia (Dieren) |
| Stam | Chordata (Chordadieren) |
| Klasse | Aves (Vogels) |
| Orde | Passeriformes (zangvogels) |
| Familie | Paridae (Echte mezen) |
| Geslacht | Periparus |
Kenmerken | |
| Grootte | 10-11,5 cm |
| Gewicht | 8-10 gram |
| Vleugelspanwijdte | 17-21 cm |
| Groep/solitair | Solitair |
| Voeding | Insecten, zaden |
Voortplanting | |
| Broedinterval | Jaarlijks |
| Aantal eieren | 7-10 eieren |
| Plaats nest | Holenvbroeder |
| Grootte eieren | 1,5 x 1,2 cm |
| Broedperiode | Eind april tot eind juni |
| Broedduur | 13-15 dagen |
| Aantal legsels | 1-2 |
| Uitvliegen | 18-20 dagen |
| Geslachtsrijp | 1 jaar |
| Levensduur | 5-7 jaar |
Voorkomen in Nederland | |
| Aantal broedparen | 14.000-18.000 (in 2018-2020) |
| Aantal overwinteraars | 45.000-65.000 (in 2013-2015) |
| Doortrekkers | 50.000-200.000 (in 2008-2012) |
| Bescherming | |
| Rode lijst IUCN | |
| Nederlandse Rode Lijst | |
| SOVON Vogelonderzoek Nederland | |
Voorkomen wereldwijd | |
![]() | |
| Author: SanoAK; License: CC BY-SA 3.0 | |
| Legenda: __ Permanent leefgebied __ Niet-broedgebied | |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







