Kleine bonte specht

  • Een specht klimt op een boom.
  • Vogel klimmt op een boomstam in de natuur.

Beschrijving van de kleine bonte specht

Leefgebied

De kleine bonte specht komt voor in een breed gebied dat zich uitstrekt over de Palearctische regio. De soort leeft van Noord-Afrika en Iran tot aan Mantsjoerije, Zuid- en West-Europa, en verder oostwaarts tot in Siberië, Sachalin en Kamtsjatka.

Europa

In Europa is deze specht wijdverspreid en komt hij in bijna alle landen voor, met uitzondering van Ierland en IJsland. De dichtheid van de populaties varieert sterk per regio. De populaties in Oost-Europa zijn over het algemeen groter dan die in het westen.

Nederland en België

In Nederland en België is het een inheemse broedvogel. De soort is vrij algemeen, maar niet talrijk. Hij komt verspreid voor in het hele land, met een voorkeur voor gebieden met een hoge dichtheid aan geschikte bomen. In België is hij eveneens aanwezig, vooral in de Ardennen en andere bosrijke streken.

Ondersoorten

Er zijn meerdere ondersoorten die verspreid zijn over verschillende regio’s van Eurazië. Voorbeelden zijn:

  • Dryobates minor minor in Scandinavië en het westen van Rusland,
  • Dryobates minor comminutus in Engeland en Wales,
  • Dryobates minor colchicus in de Kaukasus,
  • Dryobates minor amurensis in het oosten van Siberië en Noord-China.

Elke ondersoort is aangepast aan lokale omstandigheden en verschilt licht in uiterlijk en gedrag. In totaal zijn er dertien erkende ondersoorten.

Biotoop en habitat

De kleine bonte specht is een specialist van loofbossen en gemengde bossen. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met een hoog aandeel dood of rottend hout, omdat hij hier zijn voedsel vindt in de vorm van insectenlarven.

Deze vogelsoort zoekt vaak hoog in de boomtoppen naar voedsel, in tegenstelling tot andere spechten die meer op stammen te vinden zijn. Daarnaast is hij te vinden in parken, boomgaarden en langs waterlopen, zolang er voldoende oude bomen met dood hout aanwezig zijn. De aanwezigheid van dichte takken in de boomkruinen is essentieel voor zijn foerageergedrag.

Herkenning

De kleine bonte specht is de kleinste spechtensoort van Europa en is slechts iets groter dan een mus. De vogel heeft een lengte van 14 tot 16,5 centimeter, een vleugelspanwijdte van 24 tot 29 centimeter en een gewicht dat varieert tussen de 17 en 28 gram. Het verenkleed is opvallend zwart en wit.

De bovenzijde is grotendeels zwart met witte dwarsstrepen over de vleugels en rug, wat een geblokt patroon vormt. De onderzijde is gebroken wit met smalle donkere strepen op de flanken. In tegenstelling tot de grote bonte specht heeft hij geen rode vlek op de onderbuik.

Het mannetje heeft een helderrode kruin, terwijl het vrouwtje een witte kruin met een lichtbruine tint heeft. De snavel is kort en wigvormig, en de poten en de snavel zijn donkergrijs van kleur.

Geluid

Deze vogel heeft geen melodieuze zang zoals veel zangvogels, maar communiceert vooral via roffelen en korte roepen. Zijn roffel is snel, ritmisch en duurt tot wel drie seconden. In tegenstelling tot de grote bonte specht, waarvan de roffel vaak in toonhoogte daalt, blijft die van de kleine bonte specht op een constante toonhoogte. Het geluid is subtieler en zachter, maar kan toch op flinke afstand worden gehoord.

Zowel het mannetje als het vrouwtje roffelt, meestal op dode takken, om het territorium af te bakenen en om de paarband te versterken. Tijdens de broedtijd gebruikt het mannetje de roffel ook om een partner aan te trekken. Naast roffelen laat de soort ook een roep horen die klinkt als een herhaald ‘kie-kie-kie’, vooral in het vroege voorjaar.

Weetjes over de kleine bonte specht

  • In tegenstelling tot veel andere spechten, die vaak één nest per jaar hebben, kan de kleine bonte specht tot twee broedsels per jaar grootbrengen.
  • Een van de meest kenmerkende eigenschappen is zijn snelle, zachte roffel, die doet denken aan het geluid van een naaimachine. Dit geluid is heel anders dan de luide roffels van de grote bonte specht.
  • De soort is nauw verwant aan de drieteenspecht en de witrugspecht, die ook tot de familie van de spechten behoren.
  • De soort is gevoelig voor veranderingen in bosbeheer. Wanneer dood hout wordt verwijderd of oude bomen worden gekapt, verdwijnt vaak ook zijn leefgebied. Daarom wordt hij in sommige regio’s als kwetsbaar beschouwd

Voedsel

Deze spechtensoort voedt zich voornamelijk met insecten en andere kleine ongewervelden. Hij gebruikt zijn scherpe snavel om in rottend hout te hakken om daar naar keverlarven te zoeken. Daarnaast eet hij bladluizen en andere insecten die zich op boomstammen en takken bevinden. Hij is gespecialiseerd in het vinden van voedsel in oude bomen, vooral in loofbomen zoals berk, els en populier.

In de lente en zomer bestaat zijn dieet grotendeels uit insecten, terwijl hij in de winter ook wel zaden en andere plantaardige resten eet, hoewel dat een kleiner deel van zijn voedsel vormt. Zijn voorkeur voor insecten maakt hem afhankelijk van bossen met veel dood hout en een gezonde insectenpopulatie.

Gedrag

De kleine bonte specht is een actieve en behendige vogel die zich vooral ophoudt in het bovenste deel van boomkronen. Hij zoekt zijn voedsel door zich snel en wendbaar tussen dunne takken te bewegen, vaak ondersteboven hangend om insecten onder bladeren of schors te vinden. Zijn gedrag is opvallend anders dan dat van grotere spechten, die meestal op dikkere stammen foerageren.

Tijdens de broedtijd is hij territoriaal en laat hij zich vaker horen en zien. Het mannetje trommelt op droge takken om zijn territorium af te bakenen en een partner aan te trekken. Beide geslachten nemen deel aan het bouwen van de nestholte, maar het mannetje is meestal actiever in het uithakken van de opening en het bewaken van het nest. De soort is monogaam en de ouders delen de zorg voor de jongen.

Buiten het broedseizoen leeft de kleine bonte specht meestal solitair, al kunnen er incidenteel kleine groepjes worden waargenomen in voedselrijke gebieden. Hij is over het algemeen schuw en moeilijk te observeren, wat hem tot een van de minder opvallende spechten maakt.

Vogeltrek

De kleine bonte specht is overwegend een standvogel, wat betekent dat hij het hele jaar door in zijn broedgebied blijft. De meeste individuen trekken niet over grote afstanden. Echter, in de noordelijke delen van het verspreidingsgebied en in tijden van voedseltekort kunnen ze wel korte afstanden afleggen om voedsel te vinden, wat ze nomadisch maakt. Dit betekent dat de vogel geen georganiseerde, seizoensgebonden trekbeweging kent, maar eerder lokale verplaatsingen maakt in reactie op de beschikbaarheid van voedsel. Dit gedrag is geen echte migratie, maar eerder een lokale verspreiding.

Voortplanting

De paartijd van de kleine bonte specht begint in het voorjaar. De balts bestaat uit kenmerkende roffels, die door zowel het mannetje als het vrouwtje worden geproduceerd om partners aan te trekken. De mannetjes voeren ook specifieke vliegbewegingen uit en achtervolgen het vrouwtje van boom naar boom.

Na de paarvorming begint het stel met het uithakken van een nestholte. Dit doen ze vaak in een rottende boomstam, een oude tak of een paal. Het nest bevindt zich meestal op een hoogte van twee tot zes meter boven de grond en heeft een smalle ingang.

Het vrouwtje legt tussen de vier en zes witte, glanzende eieren. Deze worden afwisselend door het mannetje en het vrouwtje uitgebroed, wat 11 tot 12 dagen duurt. Na het uitkomen voeren beide ouders de jongen. De jongen blijven 18 tot 21 dagen in het nest en zijn na het uitvliegen nog enkele weken afhankelijk van hun ouders.

De kleine bonte specht heeft meestal één broedsel per jaar, maar in gunstige omstandigheden kan een tweede broedsel voorkomen.

Levensduur

Over de precieze levensduur in het wild is weinig bekend. De maximale geregistreerde leeftijd is ongeveer negen jaar, maar de gemiddelde levensduur in het wild is waarschijnlijk korter.

Predatie

De kleine bonte specht wordt blootgesteld aan verschillende vormen van predatie, vooral tijdens het broedseizoen. De eieren en nestelingen zijn kwetsbaar voor roofdieren zoals marters, eekhoorns en sommige soorten kraaien. Deze roofdieren kunnen de nestholte binnendringen en de inhoud ervan opeten.

Omdat hij zijn nest in relatief zachte houtsoorten maakt zoals berk en populier, zijn de holtes soms minder diep of stevig dan die van grotere spechten, wat het risico op predatie vergroot. Ook spechten zoals de grote bonte specht kunnen in zeldzame gevallen als nestconcurrent optreden en de holte overnemen of beschadigen.

Volwassen vogels worden minder vaak bedreigd, maar kunnen in uitzonderlijke gevallen ten prooi vallen aan roofvogels zoals de sperwer, vooral wanneer ze zich in open terrein of aan de rand van bossen bevinden. De kleine bonte specht is echter een behendige en schuwe vogel die zich meestal hoog in het bladerdek ophoudt, wat hem minder zichtbaar maakt voor roofdieren.

Habitatverlies door menselijk ingrijpen vormt echter een grotere bedreiging. Het verwijderen van dood hout en oude bomen vermindert niet alleen de broedhabitat, maar verhoogt ook de kans dat spechten moeten nestelen op minder veilige plekken.

Bedreiging

De soort wordt wereldwijd niet als bedreigd beschouwd. Deze spechtensoort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en de totale wereldpopulatie wordt als stabiel ingeschat. Hierdoor staat de vogel op de Rode Lijst van de IUCN geclassificeerd als “niet bedreigd”. Hoewel de totale populatie niet in gevaar is, laten de aantallen in sommige Europese landen wel een afname zien. Dit heeft te maken met de verandering van zijn leefgebied, zoals het verdwijnen van oude loofbossen en dood hout, die essentieel zijn voor zijn voortbestaan en voeding.

Bescherming

De kleine bonte specht staat in Nederland niet op de lijst van wettelijk beschermde soorten die bijzondere aandacht vereisen. De soort is niet bedreigd en de populatie laat een lichte toename zien. De vogel is echter wel kwetsbaar vanwege de afhankelijkheid van dood en rottend hout in bossen.

Vogelbescherming Nederland en andere natuurbeschermingsorganisaties zetten zich in voor het behoud van oude bossen en het behouden van dood hout om het leefgebied van deze specht te verbeteren. Deze maatregelen dragen bij aan de stabiliteit van de populatie.

Bronnen

Dryobates minor

Taxonomie

RijkAnimalia (Dieren)
StamChordata (Chordadieren)
KlasseAves (Vogels)
OrdePiciformes (spechtvogels)
FamiliePicidae (spechten)
GeslachtDryobates

Kenmerken

Grootte14-16,5 cm
Gewicht17-28 gram
Vleugelspanwijdte24-29 cm
Groep/solitairSolitair
Voedinginsecten, larven, zaden en bessen

Voortplanting

BroedintervalJaarlijks
BroedperiodeApril-juni
Aantal legselsEén, soms twee
Plaats nestUitgehakt in een rotte tak of stam
Aantal eieren4-6 eieren
Grootte eieren19 x 15 mm
Broedduur11-12 dagen
Uitvliegen18-21 dagen
GeslachtsrijpNa één jaar
LevensduurMax. 9 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparen5800-7500 (2018-2020)
Aantal overwinteraars15.000-20.000 (2012/13-2014/15)
DoortrekkersBroedvogel – jaarrond aanwezig
BeschermingWet natuurbescherming, Bern-conventie
Rode lijst IUCNNiet bedreigd
Nederlandse Rode LijstNiet vermeld
Verspreidingskaart kleine bonte specht
Sovon Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen wereldwijd

Kaart van Europa en Azië met gebieden aangegeven.
Author: BirdLife International
License: CC BY-SA 3.0
Legenda:
  __ Permanent leefgebied


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven