Beschrijving van het hooibeestje
Leefgebied
Mondiaal
Het mondiale verspreidingsgebied van het hooibeestje strekt zich uit over vrijwel heel Eurazië, van het noordwesten van Afrika tot Mongolië en tot in het Altajgebergte in Centraal-Azië. De vlinder komt voor in een groot deel van Europa, met uitzondering van IJsland en delen van Noord-Scandinavië, en is ook te vinden in Noord-Afrika. In Armenië bewoont de ondersoort Coenonympha pamphilus pamphilus een verscheidenheid aan bergsteppen, weiden en subalpiene graslanden.
Europa
Het Europese verspreidingsgebied van het hooibeestje strekt zich uit over bijna het hele continent. De vlinder is te vinden in vrijwel heel Europa, met uitzondering van IJsland en delen van Noord-Scandinavië. Deze wijdverbreide verspreiding strekt zich uit van Zuid-Scandinavië tot Noord-Spanje en van West-Frankrijk tot in Centraal-Azië.
Nederland
Het hooibeestje komt in vrijwel heel Nederland voor, maar is vooral te vinden op de zandgronden, in de duinen en in mozaïekvormige landschappen. Na een sterke terugval in de jaren 90 is het aantal vlinders weer toegenomen en de populatie heeft zich hersteld.
Habitat en biotoop
De habitat van het hooibeestje bestaat uit zonnige, open plekken met gras. De vlinder geeft de voorkeur aan droge graslanden, bermen en heidevelden, en is ook te vinden op open plekken en brede paden in bossen. Deze soort past zich goed aan en is tevens te vinden op schrale weilanden, aan de kust in duinen en op plekken met kort, fijn gras.
De biotoop wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan graslanden, waaronder bergsteppen, alpenweiden en andere soorten graslanden in Europa en Azië.
Herkenning
Vlinder
De vlinder heeft een vleugelspanwijdte die doorgaans varieert van 24 tot 38 mm, waarbij de vrouwtjes over het algemeen iets groter zijn dan de mannetjes. De bovenzijde van de vleugels is dof oranjebruin van kleur, met een kleine donkere vlek op het puntje van de voorvleugel. De onderzijde van de voorvleugel is rossig geel, omlijst met grijs, met een kleine vlek aan de top. De onderzijde van de achtervleugel is grijsbruin, met soms een onduidelijke, lichtere band in het midden.
Rups
De rups van het hooibeestje is groen van kleur en heeft een donkere streep over de rug. Aan de zijkanten zijn lichtere, lichtgele strepen zichtbaar. De rups bereikt een lengte van ongeveer 20 millimeter. Opvallend is de staart, die licht behaard is en eindigt in een tweetandige vorkvorm. Dit uiterlijk zorgt ervoor dat de rups goed gecamoufleerd is tussen grasstengels.
Pop
De pop van het hooibeestje is vrij onopvallend en goed gecamoufleerd. Ze hangt laag bij de grond aan een stevige grasspriet.
De pop is glad en heeft een compacte vorm, zonder opvallende uitsteeksels. Ze heeft een spitse kop en de kleur is meestal groenachtig tot bruin, afhankelijk van de omgeving, waardoor ze nauwelijks opvalt tussen het gras. Soms zijn er ook kleine zwarte vlekken zichtbaar.
Voedsel
De volwassen vlinder voedt zich met de nectar van een verscheidenheid aan bloemen, vaak laag bij de grond. Het hooibeestje wordt vaak waargenomen terwijl het nectar drinkt van planten zoals madeliefjes, tijm en struikhei.
Waardplanten
De rupsen voeden zich met verschillende soorten grassen. Ze hebben een voorkeur voor fijnbladige grassen zoals zwenkgrassen, waaronder schapengras en beemdgrassen. Ook worden ze vaak gevonden op struisgrassen en gewoon reukgras. De eitjes worden door het vrouwtje op of nabij deze grassen gelegd.
Weetjes over het hooibeestje
- De mannetjes van het hooibeestje vertonen een opmerkelijk territoriaal gedrag, waarbij ze een favoriete zonnige plek verdedigen tegen andere mannetjes. Als een vrouwtje voorbijvliegt, achtervolgen ze haar en voeren ze een baltsvlucht uit.
- De vlinder staat bekend om zijn snelle en korte vlucht, vaak laag bij de grond, om vervolgens weer te landen op een grasstengel of een bloem.
- Het hooibeestje is een van de weinige vlindersoorten die zich kunnen voortplanten in zowel droge als lichtvochtige graslanden en zelfs in mozaïeklandschappen, wat bijdraagt aan zijn brede verspreiding.
Gedrag
Vlinder
Het gedrag van het hooibeestje wordt gekenmerkt door een territoriaal en patrouillerend vliegpatroon. Mannetjes verdedigen actief een klein territorium tegen rivalen, vaak vanaf een zonnige plek in het gras. Zodra een ander mannetje het territorium binnendringt, volgt een korte achtervolging die meestal binnen enkele seconden voorbij is.
Als een vrouwtje het territorium betreedt, volgt het mannetje haar in een baltsvlucht, waarbij het mannetje de achtervleugels opent en sluit. De vlucht van de vlinder zelf is snel en laag bij de grond, vaak onderbroken door korte rustperiodes op de toppen van grassen of bloemen.
Rups
De rups kent een solitaire en nachtelijke levenswijze. Hij is overdag inactief en rust meestal verscholen in de graspol waarop hij leeft, terwijl hij voornamelijk ’s nachts eet. Om te overwinteren kruipt de rups diep in de basis van een graspol, waar hij zich beschermt tegen de kou. Deze overwintering vindt plaats in een van de laatste rupsstadia.
Mobiliteit
Het hooibeestje is geen sterke vlieger en wordt beschouwd als relatief sedentair. De vlinder heeft een herkenbare, fladderende vlucht, maar blijft daarbij meestal dicht bij de grond en vliegt niet ver. Hij vliegt voornamelijk bij zonnig weer en rust vaak met gesloten vleugels op de toppen van grasstengels. Dit gedrag, gecombineerd met zijn territoriale aard, betekent dat de vlinder vaak in hetzelfde gebied blijft.
Vliegtijd
De vliegtijd is lang en strekt zich in veel gebieden uit over meerdere maanden. Er zijn meestal twee, en soms zelfs drie, generaties per jaar. De eerste generatie is doorgaans te zien van eind april of mei tot juli. De tweede generatie verschijnt dan van juli tot september of begin oktober. Het is mogelijk om de vlinder bijna continu van de lente tot in de herfst waar te nemen.
Levenscyclus
Eitjes
De levenscyclus van het hooibeestje begint met het ei. Het vrouwtje legt haar bolvormige eitjes individueel op grassprieten van waardplanten. Deze fase duurt ongeveer twee weken.
Rups
De rups vervelt doorgaans vier keer, maar dit kan variëren, afhankelijk van de groeiomstandigheden. Dit is ook de fase waarin het hooibeestje overwintert; de rups kruipt diep in de basis van een graspol om te schuilen. De totale duur van de rupsfase is zeer variabel, afhankelijk van de temperatuur en het voedselaanbod.
Pop
De verpopping vindt plaats in het voorjaar. De pop, die gedrongen van vorm is, hangt ondersteboven aan een grasstengel. Het popstadium duurt twee tot drie weken, waarna de volwassen vlinder uitkomt.
Vlinder
De levensduur van de vlinder als volwassene is relatief kort; ze leven doorgaans slechts een paar weken om zich te voeden, voort te planten en hun eitjes te leggen.
Bedreiging
Wereldwijd wordt het hooibeestje over het algemeen niet als bedreigd beschouwd en staat de soort op de IUCN Rode Lijst vermeld als “niet bedreigd” (Least Concern). Dit betekent dat de vlinder op mondiaal niveau geen onmiddellijk risico loopt om uit te sterven.
Uit onderzoek van de Europese Commissie, uitgevoerd door experts in Nederland, blijkt dat het hooibeestje sinds 1990 is afgenomen in heel Europa. Hoewel de vlinder mondiaal niet als bedreigd wordt beschouwd, heeft de populatie ook in Nederland te kampen gehad met achteruitgang, vooral in de jaren negentig. De soort staat momenteel niet op de Nederlandse Rode Lijst en wordt geclassificeerd als “niet bedreigd” (not threatened).
Bescherming
Wat de bescherming betreft, is het hooibeestje niet specifiek opgenomen in de Europese richtlijnen voor beschermde soorten. Dit betekent dat de vlinder in Nederland niet onder een nationaal beschermingsprogramma valt, zoals dat voor andere zeldzamere soorten wel het geval is. Desondanks is de soort een belangrijke indicator voor de gezondheid van graslanden en wordt ze in de praktijk meegenomen in het beheer van natuurgebieden om de biodiversiteit te behouden.
Bronnen
- Butterfly Conservation Armenia. (z.d.). Coenonympha pamphilus. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://www.butterfly-conservation-armenia.org/coenonympha-pamphilus.html
- Linnaeus, C. (1758). Coenonympha pamphilus – Pyrgus.de. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van http://www.pyrgus.de/Coenonympha_pamphilus_en.html
- Natuur in Portugal. (z.d.). Hooibeestje. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://vlindersportugal.nl/hooibeesje/
- Wikipedia. (z.d.). Small heath (butterfly). Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://en.wikipedia.org/wiki/Small_heath_(butterfly
- De Vlinderstichting. (z.d.). Hooibeestje. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/hooibeestje
- Butterfly Conservation. (z.d.). Small Heath. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://butterfly-conservation.org/butterflies/small-heath
- First Nature. (z.d.). Small Heath Butterfly, Coenonympha pamphilus, identification guide. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://www.first-nature.com/insects/lb-coenonympha-pamphilus.php
- Monaco Nature Encyclopedia. (z.d.). Coenonympha pamphilus. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://www.monaconatureencyclopedia.com/coenonympha-pamphilus/?lang=en
- UK Butterflies. (z.d.). Small Heath – Coenonympha pamphilus. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://www.ukbutterflies.co.uk/species.php?species=pamphilus
- European Lepidoptera and their ecology: Coenonympha pamphilus. (z.d.). Pyrgus.de. Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van http://www.pyrgus.de/Coenonympha_pamphilus_en.html
- ResearchGate. (2014). Number of larval instars and sex-specific plasticity in the development of the small heath butterfly, Coenonympha pamphilus (Lepidoptera: Nymphalidae). Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://www.researchgate.net/publication/261872942_Number_of_larval_instars_and_sex-specific_plasticity_in_the_development_of_the_small_heath_butterfly_Coenonympha_pamphilus_Lepidoptera_Nymphalidae
- EUNIS. (z.d.). Small Heath – Coenonympha pamphilus – (Linnaeus, 1758). Geraadpleegd op 11 augustus 2025, van https://eunis.eea.europa.eu/species/90668
Coenonympha pamphilus | |
Taxonomie | |
|---|---|
| Rijk | Animalia |
| Stam | Geleedpotigen (Arthropoda) |
| Klasse | Insecten (Insecta) |
| Orde | Vlinders (Lepidoptera) |
| Familie | Nymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders) |
| Geslacht | Coenonympha |
| Synoniemen | |
Kenmerken | |
| Voorvleugellengte | 24-28 mm |
| Spanwijdte | 14-19 mm |
| Waardplanten | Diverse grassoorten |
| Vliegperiode | Eind april of mei tot september |
| Grootte rups | 20 mm |
Voortplanting | |
| Aantal eitjes | |
| Eifase | 2 weken |
| Rupsfase | Zeer variabele duur |
| Popfase | 2-3 weken |
Voorkomen in Nederland | |
| Voorkomen | Oorspronkelijk |
| Zeldzaamheid | Algemene standvlinder |
| Bescherming | Niet wettelijk beschermd |
![]() Verspreidingskaart hooibeestje | |
Verspreiding | |
| Nederland | Het hele land |
| Wereld | Europa, Azië, Afrika |
| Biotoopvoorkeur | Open, zonnige en droge tot licht vochtige graslanden |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.






