• kleine parelmoervlinder
  • kleine parelmoervlinder
  • kleine parelmoervlinder
  • kleine parelmoervlinder

Beschrijving van de kleine parelmoervlinder

Leefgebied

Mondiaal

De kleine parelmoervlinder komt wijdverspreid voor in het grootste deel van Europa, in Noord-Afrika, op de Canarische Eilanden en in het oostelijke Palearctische gebied (Centraal-Azië, de Himalaya, Beloetsjistan en West-China). Op de meeste eilanden in de Middellandse Zee ontbreekt deze soort, al is ze wel aanwezig op Sicilië. Ze komen tot 2700 meter boven zeeniveau voor.

Nederland

De kleine parelmoervlinder kwam vroeger veel voor in de kustduinen en op de hogere zandgronden, maar verdween vanaf de jaren 1960 grotendeels uit het binnenland door intensief landbouwgebruik en insecticiden. Sinds 2005 is hij daar langzaam aan het terugkeren, vooral dankzij natuurvriendelijke akkerranden en “nieuwe natuur”, waar viooltjes weer kunnen groeien. In het binnenland komt hij nu in lage dichtheden, maar wijd verspreid voor.

In de duinen zijn de aantallen de laatste decennia gedaald door vergrassing en verruiging, wat leidt tot verlies van open plekjes en overwoekering van viooltjes. In het binnenland zien we een voorzichtige toename dankzij beter beheer en geschiktere leefgebieden.

Habitat en biotoop

De kleine parelmoervlinder leeft het liefst in open en zonnige landschappen, zoals droge graslanden, schrale duingebieden en akkers met pioniervegetatie. Hij wordt vaak aangetroffen op kale zandplekken, langs paden of tegen muren waar hij kan zonnen.

De rupsen voeden zich uitsluitend met viooltjessoorten, waaronder het duinviooltje in kustgebieden en het driekleurig en akkerviooltje in het binnenland. Soms gebruiken ze ook andere soorten, zoals zinkviooltje en langsporig viooltje, als waardplant.

Herkenning

Vlinder

De kleine parelmoervlinder is een middelgrote vlinder met een spanwijdte van ongeveer 35 tot 46 millimeter. De bovenzijde van de vleugels is geelrood tot oranjegeel en bedekt met regelmatige rijen ronde zwarte stippen, wat hem een karakteristiek gevlekt uiterlijk geeft. De vleugelvorm is hoekig, vooral bij de achtervleugels, die een rechte buitenrand hebben.

De onderzijde van de achtervleugels is geelbruin en opvallend versierd met grote witte parelmoervlekken die glanzen in het licht. Daarnaast is er een rij kleine witte stipjes langs de vleugelrand, vaak omrand met donker- en lichtbruin. De voorvleugels tonen aan de punt ook kleinere parelmoervlekjes.

Rups

De rups is ongeveer 35 millimeter lang, grijsbruin van kleur, met zwarte vlekjes, en voorzien van korte, geelbruine doornachtige uitsteeksels die naar de punt toe wit zijn en soms wat gerafeld. Langs de rug lopen twee witte lengtestrepen.

Pop

De pop hangt vrij aan een stengel of blad, is donkerbruin en heeft een grote witte vlek in zadelvorm plus enkele kleinere witte vlekken. Deze uiterlijke kenmerken geven haar het uiterlijk van een vogeluitwerpsel, een slimme manier om zich te beschermen tegen roofdieren.

Voedsel

Vlinder

De volwassen vlinder haalt nectar uit een breed scala aan bloemen. Hoewel hij vaak viooltjes bezoekt, is hij niet kieskeurig en gebruikt hij ook andere nectarbronnen zoals jacobskruiskruid, kattenstaart, koninginnenkruid, slangenkruid, vlinderstruik en watermunt.

In totaal worden er meer dan dertig verschillende plantensoorten bezocht voor nectar. Deze bloemen groeien meestal in nattige, moerasachtige terreinen, die de vlinder nodig heeft naast de droge plekken waar de viooltjes staan.

Rups

Voor zowel de rups als de vlinder is onbegroeide, zonnige grond essentieel om te zonnen en energie op te doen. De combinatie van droge terreinen met viooltjes en nattere zones met nectarplanten is dus cruciaal voor hun voortbestaan.

Waardplanten

De rupsen van de kleine parelmoervlinder voeden zich hoofdzakelijk met viooltjessoorten. In het bijzonder eten ze de bladeren van het akkerviooltje, dat voorkomt op akkers en bouwlandranden.

Weetjes over de kleine parelmoervlinder

  • De pop van deze vlinder lijkt op een vogelpoepje. Het is een briljante manier om roofdieren te misleiden.
  • De kleine parelmoervlinder is zeer mobiel en kan grote afstanden afleggen.

Gedrag

Mobiliteit

De kleine parelmoervlinder is een zeer mobiele vlinder die grote afstanden kan afleggen, vooral in de zomermaanden. Hij staat zelfs bekend als een trekvlinder, omdat hij regelmatig opduikt buiten zijn vaste leefgebied.

In Nederland zwerven exemplaren vanuit de duinen en het buitenland naar geschikte plekken in het binnenland. Soms verschijnen ze zelfs in Zuid-Engeland, waar ze normaal niet voorkomen. Tijdens grote invasies, zoals in 1947 en 1953, werden duizenden vlinders waargenomen in het binnenland.

Vlinder

De vlinder is actief van april tot oktober en vliegt in drie tot soms vier overlappende generaties. Hij is een echte zonneaanbidder en rust vaak op open plekken zoals zand, paden of muren om op te warmen. De vlinders zijn schuw en vliegen snel weg als ze worden benaderd. Mannetjes voeren patrouillevluchten uit om vrouwtjes te vinden.

Vliegtijd

De vlinder vliegt van april tot oktober in drie tot soms vier generaties per jaar. Door verschillen in groeisnelheid van de rupsen verschijnen vlinders van dezelfde generatie verspreid over meerdere weken.

Rups

De rups is bijna het hele jaar aanwezig en overwintert als halfvolgroeide rups onderin de vegetatie. Op zachte winterdagen hervat hij zijn voedselopname. Rupsen zonnen graag op warme plekken zoals zand, stenen of boomschors. De rupsen groeien niet allemaal even snel, waardoor ze verspreid over meerdere weken verpoppen. Dit zorgt ervoor dat vlinders van dezelfde generatie onregelmatig verschijnen.

Levenscyclus

Vlinder

Een volwassen vlinder leeft gemiddeld 12 tot 24 dagen, waarin hij nectar zoekt, zonnebaden doet en zich voortplant.

Eitjes

Het vrouwtje legt haar eitjes afzonderlijk af, meestal laag bij de grond op de onderzijde van een viooltjesblad. De eieren komen na ongeveer 4 tot 9 dagen uit, afhankelijk van de temperatuur en vochtigheid.

Rups

Na het uitkomen begint de rups meteen met eten van viooltjesbladeren. In de zomer duurt dit stadium ongeveer 13 tot 30 dagen, maar rupsen die in de herfst uitkomen, kunnen overwinteren en pas in het voorjaar verder groeien. Overwinterende rupsen blijven tot wel 170 tot 250 dagen in dit stadium. Ze zonnen vaak op warme plekken zoals zand, stenen of boomschors en hervatten hun voedselopname op zachte winterdagen.

Pop

De verpopping vindt plaats in een los spinsel vlak boven de grond, meestal aan een stengel of blad. De pop lijkt op een vogeluitwerpsel als camouflage. Dit stadium duurt ongeveer 1 tot 2 weken, afhankelijk van de omstandigheden. In Nederland overwintert de soort niet als pop, maar als rups.

Bedreiging

In Nederland is de kleine parelmoervlinder aangeduid als kwetsbaar op de Rode Lijst. Dat komt vooral door het intensieve gebruik van insecticiden en de verandering van landbouwpraktijken. Braakliggende akkers verdwenen, akkerranden werden intensiever benut en door bemesting zijn open zandplekken nauwelijks nog aanwezig.

In het binnenland verdween de soort daardoor grotendeels vanaf de jaren 1960, hoewel hij zich sinds 2005 weer geleidelijk verspreidt, vooral dankzij natuurvriendelijke akkerranden en projecten met “nieuwe natuur”.

Ook in de duinen neemt de vlinder af, vooral door vergrassing en verruiging van het landschap. Hierdoor verdwijnen open plekjes die nodig zijn om te zonnen en worden viooltjes overwoekerd, wat problematisch is voor de rupsen.

Op Europese schaal is de vlinder niet bedreigd en blijft het voorkomen stabiel. Toch staat hij wel op de Waalse, Vlaamse en Duitse Rode Lijst, wat regionale zorgen weerspiegelt.

Bescherming

De kleine parelmoervlinder is in Nederland wettelijk beschermd onder de Wet natuurbescherming. Dat betekent dat het verboden is om deze vlinder opzettelijk te vangen, te doden of te verstoren, en dat zijn leefgebied niet zomaar mag worden aangetast.

Bronnen

Issoria lathonia

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieNymphalidae (vossen, parelmoervlinders
en weerschijnvlinders)
GeslachtIssoria
Synoniemen

Kenmerken

Voorvleugellengte 19-23 mm
Spanwijdte 35-46 mm
WaardplantenViooltjessoorten
VliegperiodeApril tot oktober
Grootte rups35 mm

Voortplanting

Aantal eitjesTientallen tot honderden
Uitkomen eitjes4-9 dagen
Rupsen13-30; 170-250 dagen
Popfase1-2 weken

Voorkomen in Nederland

StatusOorspronkelijk
ZeldzaamheidSchaarse standvlinder
BeschermingWet natuurbescherming
verspreidingskaart kleine parelmoervlinder
Verspreidingskaart kleine parelmoervlinder

Verspreiding

Nederlandkustduinen en op de hogere zandgronden
WereldEuropa, oostelijk Palearctisch gebied
BiotoopvoorkeurOpen en zonnige landschappen


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven