• Een close-up van een oranje nachtvlinder
  • Een mot zit op een groene leaf.

Beschrijving van het stro-uiltje

Leefgebied

Mondiaal

Het stro-uiltje is een wijdverspreide mot die zich over een groot deel van de Palearctische regio uitstrekt. De vlinder wordt gevonden in Europa, inclusief het Iberisch Schiereiland en het zuiden van Fennoscandinavië, en reikt in zuidelijke richting tot aan Noord-Afrika. Oostelijk strekt het verspreidingsgebied zich uit over de Palearctische gebieden tot aan de Grote Oceaan en Japan.

Nederland

In Nederland is het stro-uiltje een algemene vlindersoort. De vlinder kan overal in het land worden aangetroffen, al wordt hij minder vaak waargenomen in de zeekleigebieden van Groningen en Friesland, de grootschalige akkerbouwgebieden en de Flevopolders. In recente jaren is er een duidelijke toename in het aantal waarnemingen van het stro-uiltje in heel Nederland.

Habitat en biotoop

Het stro-uiltje is een veelvoorkomende mot die leeft in verschillende habitats. De vlinder kan gevonden worden in vochtige graslanden, moerassige gebieden en lichte bossen. Ook bosranden, open bosgebieden en braakliggende gronden met een dichte begroeiing van grassen behoren tot het leefgebied.

De vlinder is flexibel in zijn habitatkeuze, zolang er maar voldoende waardplanten voor de rupsen aanwezig zijn. De rupsen voeden zich voornamelijk met grassen zoals pijpenstrootje, die vaak te vinden zijn in vochtige, zure omgevingen.

Herkenning

Vlinder

Het stro-uiltje is een kleine, bleke mot met een spanwijdte van 22 tot 25 millimeter en een voorvleugellengte van 13 tot 15 millimeter. De voorvleugels hebben een strokleurige of lichtgele grondkleur met een paarse vlek in het midden, die vaak bruin lijkt. Deze middenvlek is een opvallend kenmerk. De achterste rand van de voorvleugels is bruin van kleur en de franje heeft een roze tint. De achtervleugels zijn lichtgrijs van kleur.

Rups

De rups is ongeveer 15 tot 20 millimeter lang en heeft een opvallend uiterlijk. De rups is hardgroen van kleur met een dunne, donkergroene lijn over de rug. Aan weerszijden van deze lijn loopt een opvallende, dikke, witte lijn. Een ander kenmerk is de duidelijke gele vlek op het achtste lichaamssegment.

Pop

De pop is langwerpig van vorm en verandert van kleur gedurende de popfase. Aanvankelijk is de pop groen met twee witte lijnen, maar later verandert de kleur naar geelbruin.

Voedsel

De volwassen vlinder voedt zich met nectar van verschillende bloemen en met honingdauw. De vlinders zijn niet kieskeurig en bezoeken een verscheidenheid aan planten voor hun voedsel. Ze worden ook aangetrokken door licht.

Waardplanten

De rupsen voeden zich voornamelijk met grassen en andere lage planten. Tot de waardplanten behoren verschillende grassoorten, waaronder pijpenstrootje, boskortsteel en soorten van het geslacht zegge. Ook riet wordt door de rupsen gegeten.

Weetjes over het stro-uiltje

  • De vlinder vliegt overdag en ’s nachts. Overdag vliegen de vlinders vooral als ze worden verstoord en in de schemering zijn ze het meest actief.
  • De soort heeft meerdere generaties per jaar, wat betekent dat je ze van het voorjaar tot de late herfst kunt tegenkomen.
  • De vlinder overwintert als rups. De jonge rupsen zijn in de late herfst actief en voeden zich tot de eerste vorst.

Gedrag

Vlinder

De volwassen vlinder is zowel overdag als ’s nachts actief. Overdag vliegen de vlinders vooral als ze verstoord worden, maar in de schemering zijn ze het meest actief. De vlinder rust vaak met de kop naar beneden en de voorpoten gestrekt, waardoor de voorkant van het lichaam omhoog komt. Ze worden aangetrokken door licht.

Rups

De rups is voornamelijk ’s nachts actief en voedt zich dan met diverse grassoorten en andere lage planten. Overdag verbergt de rups zich om roofdieren te vermijden. Het verstopt zich dicht bij de grond, tussen de stengels van zijn waardplanten. De soort overwintert als rups. Dit betekent dat de rups in de herfst uit het ei komt, zich voedt tot de eerste vorst en dan een schuilplaats zoekt om de winter door te komen. In de lente wordt de rups weer actief om verder te eten en zich te verpoppen.

Mobiliteit

De mobiliteit van het stro-uiltje wordt gekenmerkt door zowel een actieve vlucht als passieve verspreiding. Hoewel de vlinder een zwerver is die zich over grote afstanden kan verspreiden, wordt hij doorgaans beschouwd als een zwakke vlieger. De vlinder vliegt met een snelle, schokkerige beweging dicht bij de grond. Het stro-uiltje kan zich verplaatsen door de wind, waardoor de soort zich naar nieuwe gebieden kan verspreiden.

Vliegtijd

Het stro-uiltje heeft in warmere gebieden van Europa twee tot drie overlappende generaties per jaar. De vlinders zijn te zien van eind mei tot en met oktober. De eerste generatie vliegt van mei tot begin juli, de tweede van half juli tot oktober. In koudere gebieden vliegt er slechts één generatie van juni tot en met augustus.

Levenscyclus

De levenscyclus van het stro-uiltje bestaat uit vier fasen: het ei, de rups, de pop en de volwassen vlinder. Het is een cyclus die in warmere gebieden meerdere keren per jaar doorlopen wordt.

Eitjes

Het begint met het ei. Het vrouwtje legt haar eitjes, die geelachtig en halfrond zijn. Het exacte aantal eitjes per legsel is niet gedocumenteerd. De eitjes worden op de waardplanten gelegd, die als voedsel dienen voor de uitkomende rupsen. De duur van het eistadium is afhankelijk van de temperatuur, maar duurt gemiddeld ongeveer een week.

Rups

Daarna volgt de rupsfase, die de langste fase in de levenscyclus is. De rups ondergaat gedurende zijn groei vijf vervellingen. De rupsfase duurt van juli tot mei, omdat de rupsen overwinteren als derde stadium rups. De rupsen worden ongeveer 15 tot 20 millimeter lang.

Pop

Wanneer de rups volwassen is, verpopt hij zich. De popfase duurt ongeveer drie tot vier weken. De verpopping vindt plaats in een cocon, die wordt vastgemaakt aan de stengels van de waardplanten, dicht bij de grond.

Vlinder

Tot slot komt de volwassen vlinder uit de pop. De volwassen vlinder leeft om zich voort te planten. In warmere gebieden zijn er twee tot drie overlappende generaties per jaar en vliegen de vlinders van mei tot oktober.

Bedreiging

Op mondiaal niveau is het stro-uiltje niet opgenomen in de IUCN Rode Lijst van Bedreigde Soorten. De soort is wijdverspreid en algemeen in Europa. Deze vlinder gedijt in diverse habitats, wat bijdraagt aan de brede verspreiding en de stabiliteit van de populaties.

In Nederland staat het stro-uiltje niet op de Rode Lijst van bedreigde soorten. De vlinder wordt als zeer algemeen beschouwd en komt verspreid over het hele land voor. Er is zelfs sprake van een toenemende populatie in de afgelopen jaren.

Bescherming

Het stro-uiltje heeft in Nederland geen speciale beschermingsstatus en er zijn geen specifieke beschermingsmaatregelen van kracht.

Bronnen

Rivula sericealis

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieErebidae (spinneruilen)
GeslachtRivulinae
Synoniemen

Kenmerken

Voorvleugellengte13-25 mm
Spanwijdte22-25 mm
WaardplantenVerschillende grassoorten
VliegperiodeMei tot oktober in meerdere, overlappende generaties
Grootte rups15-20 mm

Voortplanting

Aantal eitjesNiet gedocumenteerd
EifaseOngeveer een week
RupsfaseVan juli tot mei, waarbij hij overwintert als rups in het derde stadium.
PopfaseDrie tot vier weken

Voorkomen in Nederland

VoorkomenOorspronkelijk
ZeldzaamheidZeer algemeen
BeschermingGeen speciale beschermingsmaatregelen
Verspreiding van Rivula sericealis in Nederland
Verspreidingskaart stro-uiltje

Verspreiding

NederlandAlgemeen verspreid
WereldEuropa, Azië, Afrika
BiotoopvoorkeurVochtige graslanden, moerassen, lichte bossen en bosranden


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven