• argusvlinder
  • argusvlinder
  • argusvlinder
  • argusvlinder
  • argusvlinder

Beschrijving van de argusvlinder

Mondiaal

Het verspreidingsgebied van de argusvlinder loopt van Noord-Afrika en West-Europa via Rusland en Zuidwest-Azië tot West-Siberië, Syrië, Iran en het Tiensjan-gebergte in Centraal-Azië. De vlinder komt ook voor in Ierland en op de eilanden in de Middellandse Zee.

Nederland

De argusvlinder komt in Nederland nog maar op enkele plekken voor. Je vindt hem vooral in Zuid-Limburg, waar open graslanden en kalkrijke hellingen een geschikt leefgebied vormen. Ook in kustgebieden, zoals de duinen van Zeeland en Zuid-Holland, kun je deze vlinder nog aantreffen. In Friesland en de kop van Overijssel worden ook nog kleine populaties gemeld.

Habitat en biotoop

De argusvlinder leeft het liefst in warme, zonnige gebieden met een afwisseling van lage vegetatie en open plekken. Zijn leefgebied bestaat onder andere uit graslanden, bermen, dijken en open plekken langs bospaden of heggen. Ook bloemrijke weiden en licht beboste hellingen behoren tot zijn favoriete plekken.

De vlinder heeft een voorkeur voor droge, beschutte gebieden met kale stukken grond waar hij kan zonnen en waar de vrouwtjes hun eitjes kunnen afzetten.

De soort is sterk afhankelijk van een gevarieerd landschap met voldoende nectarplanten en rustplaatsen. De argusvlinder komt ook voor in bergachtige gebieden tot op een hoogte van 3000 meter boven zeeniveau.

Herkenning

Vlinder

De argusvlinder heeft een spanwijdte van 40 tot 52 millimeter. De voorvleugellengte bedraagt 19 tot 25 millimeter.

De bovenkant van de vleugels is oranjebruin met een donkerbruin, rasterachtig patroon. De vrouwtjes zijn meestal iets lichter van kleur. Op de voorvleugel bevindt zich, dicht bij de vleugelpunt, een zwart oogvlekje met een witte kern. Bij het mannetje is in de middenzone een duidelijk zichtbare geurvlek aanwezig. Op de bovenzijde van de achtervleugels zitten kleine zwarte oogvlekken met een witte kern.

De onderkant van de voorvleugel is oranjebruin met een zwart oogvlekje met een witte kern. De onderkant van de achtervleugel is lichtbruingrijs met bruine oogvlekken, omrand door zwart en voorzien van witte kernen.

Rups

De rups van de argusvlinder is witgroen tot grijsgroen van kleur en wordt ongeveer 25 millimeter lang als hij volgroeid is. Over de rug lopen drie fijne, lichte lengtestrepen: één over het midden en twee aan weerszijden daarvan, meestal met een donkere rand. Aan de zijkanten is een witte lengtestreep zichtbaar, die omzoomd is met fijne, grijzige haartjes.

Het lichaam is bedekt met kleine witte puntjes waaruit korte stekeltjes groeien. De kop is groen, iets groter dan het eerste lichaamssegment, en is ook bezet met witachtige puntjes en fijne haartjes. Aan het uiteinde van het achterlijf bevinden zich groene, behaarde uitsteekseltjes met witte punten.

Dankzij deze kleur en structuur is de rups perfect gecamoufleerd tussen grashalmen.

Pop

De pop is groen met geelwit getinte markeringen langs de vleugelranden. De vlekken op het lichaam zijn geelachtig of soms wit. Soms komen ook zwarte poppen voor, met witte of gele puntjes op het lichaam.

Voedsel

De argusvlinder voedt zich als volwassen vlinder met nectar van verschillende bloeiende planten. In het voorjaar kiest hij vooral voor bloemen zoals braam en rode klaver, terwijl hij in de zomer vaker te vinden is op akkerdistel en vlinderstruik.

Waardplanten

De rupsen leven van verschillende grassoorten, zoals kropaar, beemdgras en zwenkgras.

Weetjes over de argusvlinder

  • De naam “argusvlinder” verwijst naar Argus uit de Griekse mythologie, een reus met honderd ogen. De vlinder heeft namelijk opvallende oogvlekken op zijn vleugels, die dienen om vijanden af te schrikken.
  • Mannetjes hebben een donkere geurstreep op hun voorvleugel. Die bevat geurklieren waarmee ze vrouwtjes lokken.

Gedrag

De vlinder is vaak te zien op zonnige, open plekken waar bloemen volop bloeien. Hij landt regelmatig op kale grond of stenen om op te warmen in de zon, maar vliegt actief van bloem naar bloem zodra hij voedsel nodig heeft.

Vooral de mannetjes zijn territoriaal: ze kiezen een zonnige plek uit, meestal op een open pad of veldrand, en verdedigen die fel tegen andere vlinders of zelfs tegen andere bewegende objecten. Ze wachten daar op langsvliegende vrouwtjes, die ze proberen te verleiden.

Sommige mannetjes kiezen voor een andere strategie en maken korte patrouillevluchten laag boven de grond, waarbij ze een vaste route van ongeveer vijftig meter volgen. Deze keuze tussen “zitten en wachten” of “patrouilleren” hangt vaak af van het weer: bij koel of winderig weer zijn ze vaker territoriaal, bij warm en zonnig weer actiever op zoek.

Vrouwtjes vertonen een typische, fladderende vlucht wanneer ze op zoek zijn naar een geschikte plek om eitjes af te zetten. Ze geven de voorkeur aan warme, beschutte plekjes met lage vegetatie, zoals konijnenholen of sporen van vee. Daar zetten ze hun eitjes één voor één af op grassprieten of wortels.

Overdag houdt de rups zich rustig en laag bij de grond, terwijl hij ‘s avonds en ‘s nachts actief is en zich voedt.

Mobiliteit

Vlinder

De argusvlinder is een mobiele vlinder, die veel zwerft. Over het algemeen is de vliegafstand relatief beperkt. De meeste individuen blijven binnen een straal van enkele honderden meters van hun geboorteplek. Toch kunnen sommige vlinders zich over grotere afstanden verplaatsen, vooral als ze op zoek zijn naar nieuwe leefgebieden of geschikte nectarbronnen. De soort is zelfs bij Rottum gevonden.

Rups

De rups is weinig mobiel en blijft meestal in de buurt van de plek waar ze uit het ei is gekomen. Ze kruipt langzaam en beweegt zich alleen over kleine afstanden om te eten, vooral ’s nachts. Overdag blijft ze stil en laag bij de grond om niet op te vallen voor vijanden. Omdat ze afhankelijk is van specifieke grassoorten voor voedsel, blijft ze in gebieden waar die planten groeien. Ook tijdens de overwintering verstopt ze zich op een beschutte plek en blijft daar inactief tot het warmer wordt.

Vliegtijd

De argusvlinder is te zien van eind april tot eind augustus, afhankelijk van het weer en de locatie. Er zijn meestal twee generaties per jaar. De eerste generatie vliegt van eind april tot ongeveer half juni. De tweede generatie verschijnt vanaf begin juli en blijft actief tot eind augustus. In warme jaren of op gunstige, zonnige locaties kan zelfs een derde generatie voorkomen, die dan doorvliegt tot in september of soms zelfs oktober.

Levenscyclus

Vlinder

Na enkele weken komt de vlinder uit de pop. De vleugels zijn eerst nog zacht en moeten uitharden voordat hij kan vliegen.

De eitjes worden meestal afgezet aan de basis van grashalmen van soorten zoals zwenkgras, kropaar of beemdgras.

Eitjes

De eitjes zijn bleekgroen wanneer ze net gelegd zijn, en zijn bijna bolvormig, maar iets hoger dan breed. Ze zijn fijn geribbeld en met een netstructuur bedekt, maar zonder vergrootglas lijken ze glad. Na enkele dagen tot weken komt de rups uit het ei.

Rups

Het rupsstadium van de argusvlinder duurt in de zomer doorgaans twee tot vier weken. In deze periode eet de rups actief en groeit ze snel door meerdere vervellingen heen.

Wanneer de rups in de nazomer of herfst uit het ei komt, verloopt haar ontwikkeling veel langzamer. In dat geval groeit ze slechts gedeeltelijk en gaat ze de winter in als halfvolgroeide rups. Tijdens deze overwintering verstopt ze zich tussen dorre planten of in de strooisellaag, waar ze maandenlang in rust blijft.

Pas in het vroege voorjaar, wanneer de temperaturen stijgen, wordt ze weer actief. Dan eet ze nog een tijdje door totdat ze klaar is om zich te verpoppen. In totaal kan het rupsstadium in deze gevallen wel zes tot acht maanden duren, vooral als je de overwinteringsperiode meetelt.

Pop

Wanneer de rups volgroeid is, zoekt ze een beschutte plek laag bij de grond om zich te verpoppen. Vaak hangt ze aan een grasspriet of verstopt ze zich tussen dorre plantenresten. Daar verandert ze in een pop.

Tijdens het popstadium beweegt het dier niet, maar binnenin voltrekt zich een complete metamorfose. De lichaamsstructuur van de rups wordt afgebroken en omgevormd tot die van een vlinder. Dit wonderlijke proces duurt in de zomer doorgaans 1 tot 3 weken, afhankelijk van de temperatuur. Bij rupsen die hebben overwinterd, vindt de verpopping meestal plaats in het vroege voorjaar, waarna de vlinder kort daarna tevoorschijn komt.

Bedreiging

De argusvlinder is niet bedreigd en speciale beschermingsmaatregelen zijn voor deze soort, ondanks de recente achteruitgang, nog niet nodig.

Bescherming

De argusvlinder is op dit moment in Nederland niet wettelijk beschermd, maar zijn situatie is wel zorgelijk.

Bronnen

Lasiommata megera

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieNymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders)
GeslachtLasiommata
Synoniemen

Kenmerken

Voorvleugellengte 19-25 mm
Spanwijdte40-52 mm
WaardplantenGrassoorten zoals kropaar, beemdgras en zwenkgras
VliegperiodeApril-augustus
Grootte rups25 mm

Voortplanting

Aantal eitjes50-150 eitjes
Uitkomen eitjesenkele dagen-weken
Rupsen2 weken = 8 maanden
Popfase1-3 weken

Voorkomen in Nederland

StatusOorspronkelijk
ZeldzaamheidAlgemene standvlinder
Bescherming
Verspreidingskaart Argusvlinder 2025
Verspreidingskaart argusvlinder

Verspreiding

NederlandLaag Nederland en Zuid-Limburg
WereldGrote delen van Europa, Noord-Afrika en West-Azië
BiotoopvoorkeurOpen graslanden met afwisseling van kale bodem, lage vegetatie en warme, beschutte plekjes


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven