Beschrijving van de grote groene sabelsprinkhaan.
Leefgebied
Het wereldwijde verspreidingsgebied van deze sprinkhaan is zeer groot en strekt zich uit over verschillende werelddelen. Ze komen voor in een breed gebied dat begint in Europa en helemaal doorloopt tot in Azië. In het oosten bereiken ze gebieden zoals Mongolië en het westen van China. Ook in delen van Noord-Afrika en het Nabije Oosten zijn ze te vinden.
Europa
Binnen Europa is de grote groene sabelsprinkhaan bijna overal aanwezig. Ze leven in het grootste deel van het continent, van de landen rond de Middellandse Zee in het zuiden tot aan de zuidelijke delen van Scandinavië in het noorden. Vooral in Midden-Europa zijn ze op veel plekken te vinden. In Engeland komen ze vooral voor in de zuidelijke helft van het land. Ze houden van de warmte; in de koudste berggebieden of de allerhoogste noordelijke streken zie je ze minder vaak.
Nederland en België
In Nederland is het een algemene soort die je in bijna het hele land kunt tegenkomen. Ze komen voor op zandgronden in het oosten en zuiden van Nederland en in de duinen langs de kust. In de provincies Groningen en Friesland kwamen ze vroeger minder voor, maar ook daar laten ze zich steeds vaker zien. Ze profiteren van warme zomers en breiden hun leefgebied in Nederland nog steeds langzaam uit naar plekken waar ze eerst niet zaten.
Habitat en biotoop
De grote groene sabelsprinkhaan heeft een voorkeur voor plekken waar de zon kan zorgen voor veel opwarming. Ze leven het liefst op plaatsen met een hoge begroeiing, zoals hoge grassen, struiken en loofbomen. Je kunt ze vaak vinden aan de randen van bossen, in verwilderde tuinen, in boomgaarden of in parken. Ze hebben een plek nodig waar ze zich goed kunnen verstoppen in het groen en waar de mannetjes hoog in een boom of struik hun lied kunnen zingen. Omdat ze zowel planten als kleine insecten eten, moet er in de omgeving genoeg voedsel te vinden zijn tussen de planten.
Herkenning
De grote groene sabelsprinkhaan heeft een langwerpig en krachtig lichaam dat bijna helemaal egaal grasgroen is. Soms hebben ze een bruine streep over hun rug die doorloopt over de bovenkant van de vleugels.
De mannetjes worden 28 tot 36 millimeter lang en de vrouwtjes zijn met 32 tot 42 millimeter nog iets groter. De vleugels zijn lang en smal en ze steken bij beide geslachten ver achter het achterlichaam uit. In rust liggen de vleugels dakpansgewijs over het lichaam. De spanwijdte van de vleugels is indrukwekkend en ligt meestal tussen de 70 en 90 millimeter. Een heel opvallend kenmerk van het vrouwtje is de legboor aan de achterkant, die de vorm heeft van een licht naar beneden gebogen sabel. De voelsprieten zijn ongeveer even lang als het hele lichaam van de sprinkhaan.
Larven
De larven zien eruit als kleine versies van de volwassen sprinkhaan, maar ze missen de lange vleugels. Ze hebben een gedrongen vorm en zijn meestal felgroen van kleur met een donkere streep op de rug. Als ze net uit het ei komen, zijn ze slechts enkele millimeters groot, maar na elke vervelling nemen ze in grootte toe. In plaats van echte vleugels hebben ze kleine vleugelscheden die bij elke stap in hun groei iets groter en duidelijker worden. De poten zijn vanaf het begin al erg lang en ze kunnen hiermee heel behendig door de planten klimmen. Ook bij de jonge vrouwtjes is de beginnende sabel aan de achterkant al vrij vroeg in hun ontwikkeling te zien als een klein uitsteeksel.
Voedsel
Ze eten zowel planten als dieren. Actief jagen ze op insecten zoals vliegen, muggen en zelfs kleinere sprinkhanen. Met hun sterke kaken grijpen ze hun prooi vast om die vervolgens op te eten. Daarnaast voeden ze zich met zachte delen van planten, zoals malse bladeren, bloemen en zachte zaden. Ze kiezen hun voedsel zorgvuldig en zijn door hun jachtgedrag vaak nuttig in tuinen, omdat ze schadelijke insecten opruimen. Wanneer er weinig voedsel is, kunnen ze zelfs agressief worden tegenover soortgenoten.
De jonge sprinkhanen hebben in grote lijnen hetzelfde dieet als de volwassen dieren. Direct nadat ze uit het ei zijn gekomen, beginnen ze al te zoeken naar kleine prooidieren zoals bladluizen. Deze kleine insecten zijn een perfecte bron van eiwitten die de larven nodig hebben om goed te kunnen groeien. Naarmate ze groter worden en vaker vervellen, durven ze ook grotere insecten aan te vallen. Net als de volwassen dieren vullen ze hun maaltijden aan met zachte plantendelen. Door deze afwisseling krijgen ze alle voedingsstoffen binnen die nodig zijn voor hun snelle ontwikkeling naar de volwassen fase.
Weetjes over grote groene sabelsprinkhaan
- Ze kunnen met hun krachtige kaken behoorlijk hard bijten als ze zich bedreigd voelen, wat voor mensen enigszins pijnlijk kan zijn, al zijn ze niet giftig.
- De mannetjes maken een heel hard en ratelend geluid door hun vleugels over elkaar te wrijven, en dit gezang kunnen ze urenlang volhouden tijdens warme middagen en avonden.
- Hun oren zitten op een heel vreemde plek, namelijk niet aan hun kop, maar op hun voorpoten, vlak onder de knie.
- De lange ‘sabel’ aan de achterkant van de vrouwtjes is geen wapen om mee te steken, maar een legboor waarmee ze hun eitjes diep in de grond kunnen stoppen.
- Ondanks dat ze vleugels hebben, lopen en klimmen ze vaker dan dat ze vliegen, maar als ze vliegen kunnen ze wel tientallen meters ver komen.
- Ze zijn erg gevoelig voor de temperatuur en beginnen pas echt enthousiast te zingen als het warmer is dan 17 graden.
- In de schemering zijn ze het meest actief en dan jagen ze behendig op andere insecten die ze met hun sterke poten uit de lucht of van bladeren grijpen.
- Wanneer ze zich willen wassen, gebruiken ze hun monddelen om hun lange voelsprieten heel voorzichtig van begin tot eind schoon te maken.
Gedrag
Het gedrag van zowel de volwassen sprinkhanen als de larven wordt sterk bepaald door de temperatuur en het tijdstip van de dag. Overdag verschuilen ze zich vaak diep in het groen om zich tegen roofdieren te beschermen, waarbij ze vertrouwen op hun schutkleur. De larven houden zich meestal lager bij de grond op in dicht gras of tussen lage planten, terwijl de volwassen dieren vaker de hoogte in gaan. Zodra de middag vordert en het warm genoeg is, beginnen de mannetjes met hun luide gezang om vrouwtjes te lokken, wat ze tot diep in de nacht kunnen volhouden. In de schemering worden ze ook actieve jagers die heel voorzichtig tussen de bladeren door sluipen om een prooi te verrassen. Ze zijn erg alert en stoppen onmiddellijk met zingen of laten zich in het struikgewas vallen zodra ze gevaar opmerken.
Mobiliteit
Het is een zeer mobiel insect dat verschillende manieren heeft om zich te verplaatsen. Ondanks hun grote vleugels verplaatsen ze zich op korte afstanden meestal kruipend of lopend door de takken van struiken en bomen. Als ze snel weg moeten of een grotere afstand willen afleggen, kunnen ze krachtige sprongen maken met hun sterke achterpoten. De volwassen dieren zijn bovendien uitstekende vliegers, wat hen onderscheidt van veel andere sprinkhanensoorten. Ze kunnen moeiteloos afstanden van tientallen meters afleggen in de lucht, wat hen helpt om nieuwe gebieden te ontdekken of om aan vijanden te ontsnappen. De larven kunnen nog niet vliegen, omdat hun vleugels nog niet volgroeid zijn.
Vliegtijd
De periode waarin de insecten actief zijn en vliegen, begint meestal in de loop van de zomer. De eerste volwassen exemplaren laten zich vaak vanaf juli zien en horen, nadat de larven hun laatste vervelling hebben afgerond. De piek van hun activiteit ligt in de warme maanden augustus en september. Naarmate het in de herfst kouder wordt, neemt hun aantal snel af. Meestal verdwijnen de laatste sprinkhanen in oktober, zodra de eerste nachtvorst optreedt. Tijdens deze maanden zijn ze vooral op zonnige dagen en zwoele avonden goed waarneembaar door hun opvallende aanwezigheid in het groen.
Levenscyclus
De cyclus start in de zomer met het verleiden van een partner. De mannetjes zingen onafgebroken door hun vleugels tegen elkaar te wrijven om de vrouwtjes te lokken. Zodra een paartje gevormd is, volgt de bevruchting. Bij de paring draagt het mannetje een spermatofore over. Dit bestaat uit een zaadpakket (ampulla) én een spermatofylax, een voedzame gel-achtige massa met voedingsstoffen die door het vrouwtje opgegeten wordt, wat haar extra energie geeft voor het leggen van de eitjes.
Het leggen van de eitjes
Nadat het vrouwtje bevrucht is, gaat ze op zoek naar een geschikte plek om haar eitjes achter te laten. Ze gebruikt hiervoor haar lange, sabelvormige legboor, waarmee ze de eitjes diep in de grond of soms in spleten van planten of rot hout duwt. Een vrouwtje kan in totaal tussen de 100 en 200 eitjes leggen, die ze meestal in kleine groepjes verdeelt over verschillende plekken.
De eitjes blijven gedurende de hele winter in de grond liggen. Een bijzonder kenmerk van deze soort is dat de eitjes vaak niet na de eerste winter uitkomen. Soms duurt het twee jaar, maar er zijn ook gevallen bekend waarbij de eitjes pas na vijf jaar of langer uitkomen. Deze lange rustperiode helpt de soort te overleven tijdens ongunstige jaren. De eitjes hebben vocht nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen voordat de jonge sprinkhanen eindelijk tevoorschijn komen.
De larvale fase
Wanneer de eitjes in het voorjaar (meestal in mei) uitkomen, begint de larvale fase. De jonge sprinkhanen zien er direct al uit als kleine versies van hun ouders, maar dan zonder vleugels. Deze fase duurt ongeveer twee tot drie maanden. Gedurende deze tijd vervellen ze meestal zeven keer. Bij elke vervelling wordt de sprinkhaan groter en groeien de vleugels en de legboor een stukje verder aan. Ze moeten in deze periode veel eten om genoeg energie te hebben voor hun snelle groei.
Het leven als volwassen insect (imago)
Na de laatste vervelling, die meestal in juli plaatsvindt, is de sprinkhaan een volwassen insect, ook wel imago genoemd. Vanaf dat moment kunnen ze vliegen en zich voortplanten. Het leven als volwassen sprinkhaan is relatief kort vergeleken met de tijd die ze in de grond hebben doorgebracht. Ze leven als imago gemiddeld slechts twee tot drie maanden. Hun belangrijkste taak in deze periode is het zorgen voor een nieuwe generatie. Zodra het in de herfst kouder wordt en de eerste nachtvorst verschijnt, sterft de volwassen generatie.
Predatie
Vogels zijn hun grootste vijanden, waarbij vooral grotere soorten zoals eksters, spreeuwen en klauwieren actief naar ze zoeken in het struikgewas. Ook kleine zoogdieren, zoals egels en spitsmuizen, eten de sprinkhanen graag als ze deze op de grond of in lage planten tegenkomen. Daarnaast jagen verschillende soorten amfibieën en reptielen op ze; denk hierbij aan grotere kikkers of hagedissen die de sprinkhanen met een snelle beweging uit de vegetatie grijpen. Zelfs grote insecteneters zoals vleermuizen vormen een gevaar, omdat zij de sprinkhanen in de schemering uit de lucht kunnen plukken of van bladeren kunnen wegkapen.
Verdediging en camouflage
Om te voorkomen dat ze worden opgegeten, vertrouwen deze sprinkhanen in de eerste plaats op hun uitstekende camouflage. Door hun felgroene kleur en de vorm van hun vleugels lijken ze sprekend op een groen blad, waardoor ze voor veel roofdieren onzichtbaar blijven zolang ze stilzitten. Als een vijand toch te dichtbij komt, kunnen ze met hun krachtige achterpoten een enorme sprong maken om plotseling te ontsnappen. Wanneer ze echt in het nauw gedreven worden, kunnen ze zich ook verdedigen door hard van zich af te bijten met hun sterke kaken. Daarnaast stoppen de mannetjes direct met zingen zodra ze trillingen of beweging opmerken, zodat hun locatie niet door het geluid wordt verraden.
Bedreiging
Wereldwijd wordt de grote groene sabelsprinkhaan momenteel niet als een bedreigde diersoort beschouwd. Omdat ze over een enorm groot gebied in Europa en Azië voorkomen en zich in veel verschillende omgevingen kunnen redden, is hun voortbestaan niet direct in gevaar. Toch zijn er lokale bedreigingen waar ze rekening mee moeten houden, zoals het verdwijnen van natuurlijke graslanden en het gebruik van giffen in de landbouw die hun voedselbronnen aantasten. Omdat ze goed kunnen vliegen, kunnen ze zich vaak nog wel verplaatsen naar betere plekken als hun oude omgeving minder geschikt wordt.
Bedreiging in Nederland
In Nederland staat de grote groene sabelsprinkhaan er momenteel goed voor en hij staat dan ook niet op de Rode Lijst voor krekels en sprinkhanen. De soort lijkt de laatste jaren juist vaker voor te komen en zijn leefgebied binnen Nederland breidt zich zelfs uit. Dit komt onder andere door de warmere zomers van de afgelopen tijd, waar deze sprinkhanen erg van houden. Ze profiteren ook van een natuurvriendelijker beheer van bermen en parken, waar ze de hoge planten en struiken vinden die ze nodig hebben om zich te verschuilen. Hoewel ze in het verleden in het noorden van het land minder vaak werden gezien, duiken ze daar nu ook steeds vaker op. Er is voor deze soort in Nederland op dit moment dus geen reden tot grote zorg.
Wettelijke bescherming in Nederland
In Nederland is de grote groene sabelsprinkhaan niet opgenomen als een strikt beschermde soort in de natuurwetgeving, zoals dat voor veel zeldzame dieren wel geldt. Dit komt doordat ze op dit moment heel algemeen voorkomen en hun aantallen de laatste jaren zelfs zijn toegenomen. Ze staan daarom ook niet op de zogenaamde Rode Lijst, wat een lijst is van planten en dieren die dreigen te verdwijnen. Toch betekent dit niet dat ze vogelvrij zijn; er geldt in Nederland altijd de algemene zorgplicht van de Omgevingswet voor alle wilde dieren. Mensen mogen de dieren en hun leefomgeving alleen beschadigen of verstoren als het echt nodig is.
Indirecte bescherming door beheer
Ze profiteren enorm van de manier waarop natuurgebieden en bermen in Nederland worden beheerd. Veel gemeenten en natuurorganisaties kiezen er tegenwoordig voor om minder vaak te maaien of om stukken met hoge begroeiing en struiken te laten staan. Dit soort beheer is bedoeld om de algemene biodiversiteit te vergroten en de grote groene sabelsprinkhaan maakt daar dankbaar gebruik van. Omdat ze zich op zulke ruige plekken met veel zonlicht goed kunnen voortplanten en zich makkelijk kunnen verstoppen, blijven hun aantallen stabiel of groeien ze zelfs. Ze worden vooral beschermd door het behoud van de juiste leefomgeving in plaats van door strenge verboden.
Bronnen
- Bellmann, H. (z.d.). Heupferde: Tettigonia viridissima. Orthoptera.ch. Geraadpleegd op 5 maart 2026, van https://www.orthoptera.ch/wiki/arten/ensifera/tettigoniinae/item/tettigonia-viridissima
- Global Biodiversity Information Facility. (z.d.). Tettigonia viridissima (Linnaeus, 1758). GBIF.org. Geraadpleegd op 5 maart 2026, van https://www.gbif.org/species/1291613
- Insektenbox. (z.d.). Grünes Heupferd. Insektenbox.de. Geraadpleegd op 5 maart 2026, van http://www.insektenbox.de/heusch/gruheu.htm
- IUCN Red List of Threatened Species. (z.d.). Tettigonia viridissima (Great Green Bush-cricket). Iucnredlist.org. Geraadpleegd op 5 maart 2026, van https://www.iucnredlist.org/species/16084430/70650117
- Kleukers, R. (z.d.). Grote groene sabelsprinkhaan Tettigonia viridissima. Nederlands Soortenregister. Geraadpleegd op 5 maart 2026, van https://www.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/main?p=168&s=1037
- Orthoptera and Allied Insects of Great Britain and Ireland. (z.d.). Great Green Bush-cricket (Tettigonia viridissima). Orthoptera.org.uk. Geraadpleegd op 5 maart 2026, van https://www.orthoptera.org.uk/species/tettigonia-viridissima
- Wikipedia-Autoren. (2025). Grünes Heupferd. Wikipedia. Geraadpleegd op 5 maart 2026, van https://de.wikipedia.org/wiki/Grünes_Heupferd
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







