Beschrijving van de zanglijster
Leefgebied
De zanglijster komt van oorsprong voor in de gematigde en boreale zones in het westen en midden van het Palearctisch gebied.
De soort werd halverwege de 19e eeuw geïntroduceerd in het zuidoosten van Australië en Nieuw-Zeeland en komt nu veel voor in Nieuw-Zeeland en de omliggende eilanden. In Australië komt de zanglijster alleen nog voor in de regio rond Melbourne.
Europa
De zanglijster komt in heel Europa voor, met uitzondering van boomloze gebieden, IJsland en het zuidelijk deel van het Middellandse Zeegebied.
In het oosten strekt het verspreidingsgebied zich uit tot aan het Baikalmeer. In het westelijke deel van het verspreidingsgebied komt de zanglijster voor van 40° tot 70° noorderbreedte en 50° tot 65° oosterlengte.
De zanglijster komt ook voor in een strook die zich uitstrekt van Noord-Turkije tot de Zuidelijke Kaukasus en ten zuiden van de Kaspische Zee tot Iran.
Nederland en België
De zanglijster komt in Nederland en België het hele jaar voor. Zanglijsters uit het noorden overwinteren in West- en Zuid-Europa. De Nederlandse zanglijsters overwinteren in Frankrijk en Engeland. In het najaar trekken ze gedurende de nacht met weinig geluid naar deze overwinteringsgebieden.
Ondersoorten
De soort telt 4 ondersoorten:
- T. p. philomelos: Europa (behalve het westen), Noord-Turkije, de Kaukasus en Noord-Iran.
- T. p. hebridensis: de buitenste Hebriden, Skye, West-Schotland en West-Ierland.
- T. p. clarkei: West-Europa.
- T. p. nataliae: West- en Centraal-Siberië.
Biotoop en habitat
Zanglijsters leven en foerageren in struikgewassen, grasvelden, open plekken in bossen en op paden. Ze hebben een voorkeur voor dichte, vochtige bossen, zoals rabattenbossen en elzenhakhoutpercelen.
Bossen op droge zandgronden huisvesten veel minder zanglijsters. Waarschijnlijk speelt kalkgebrek door verzuring van de bossen hier, net als bij mezen, een grote rol.
Herkenning
De zanglijster is met een lichaamslengte van 20-22 cm iets kleiner dan een merel. De vleugellengte bedraagt gemiddeld 80 mm. In de winter wegen ze ongeveer 70 gram en aan het eind van het broedseizoen ongeveer 60 gram. Als er tijdens de migratie vetafzettingen zijn gevormd, kan een zanglijster tot 90 gram wegen.
De nek, de zijkanten van de nek en de voorkant van de rug zijn warmbruin. De rest van de bovenkant is grijsbruin tot olijfbruin. De kin en de keel zijn beige tot crèmekleurig.
Het voorste deel van de borst en de flanken hebben een geelbruine tint die vloeiend overgaat in het matte wit van het achterste deel van de borst en de buik.
De borst is voorzien van puntvormige vlekken. Naar de buik toe worden de vlekken groter en ronder, waaiervormig en vormen ze rijen. In de lente kunnen ze er omgekeerd V-vormig of hartvormig uitzien. Soms worden ze lichter richting de flanken en dunner aan de onderbuik.
De bovenkant van de vleugel is effen bruin met vaalwitte uiteinden. De staart is vrij kort.
De ogen zijn donkerbruin en hebben een crèmekleurige ring. Boven de ogen loopt een lichte streep. De snavel is zwartbruin met een geelachtige ondersnavel.
De poten van volwassen vogels zijn geelbruin tot bruinroze, en bij jonge vogels zijn ze roze-parelmoerkleurig.
Er is geen uitgesproken seksueel dimorfisme, maar mannetjes zijn gemiddeld iets groter dan vrouwtjes.
Bij juvenielen zijn de bovendelen warmer bruin en zitten er intense geelbruine vlekken op de schouders en rug. De onderkant is geler dan bij volwassen dieren en de vlekken op de onderkant zijn minder contrasterend.
Geluid
De zanglijster heeft een luide, trage zang met veel pauzes en een kenmerkende herhaling van meestal driemaal hetzelfde geluid. De meest kenmerkende roep is een hoog, scherp “tsip“.
Weetjes over de zanglijster
- De puntvormige vlekken vormen een belangrijk onderscheid met de grote lijster, waarvan de vlekken ronder zijn.
- Het nest wordt zorgvuldig verstopt in een dichte struik of boom; hoe minder opvallend, hoe liever de zanglijster het heeft.
- De aanwezigheid van zanglijsters kan worden afgeleid uit een ‘smidse’: een steen omgeven door stukgeslagen slakkenhuisjes.
Voedsel
De zanglijster is een alleseter die een breed scala aan ongewervelden eet, met name regenwormen, insecten, duizendpoten, pissebedden en slakken, evenals zacht fruit en bessen. Ze zoeken vaak naar voedsel door over het gras te rennen en te springen. Slakkenhuisjes worden op vaste plekken opengebroken, de zogenaamde ‘smidse’. Daarnaast lusten ze ook graag fruit zoals appels en bessen.
Gedrag
De zanglijster is over het algemeen geen sociale soort, hoewel meerdere individuen tijdens de winter samen kunnen roesten of losse verbanden kunnen vormen in geschikte voedselhabitats, soms samen met andere vogels zoals merels, kramsvogels, koperwieken en zwartkeellijsters In tegenstelling tot de meer nomadische kramsvogels en koperwieken keren zanglijsters doorgaans regelmatig terug naar dezelfde overwinteringsgebieden.
De zanglijster is een monogame, territoriale soort. In volledig gemigreerde gebieden vestigt het mannetje zijn broedgebied opnieuw en begint hij, direct nadat hij teruggekeerd is, te zingen. In januari hoor je hem dan vanaf een uitkijkpunt, zoals de nok van een dak of de top van een boom, al vaak uitbundig zingen.
In mildere gebieden, waar sommige vogels het hele jaar blijven, blijft het standvastige mannetje in zijn broedgebied en zingt hij met tussenpozen. Het vrouwtje kan een apart individueel overwinteringsgebied vestigen, totdat de paarvorming in het vroege voorjaar begint.
Vogeltrek
De meeste zanglijsters die in Nederland broeden, vertrekken vanaf september naar Frankrijk, Spanje en Zuid-Engeland. Daar sluiten zich grote groepen zanglijsters uit Scandinavië bij hen aan, die via Nederland trekken. Een deel van deze doortrekkers overwintert in Nederland, vooral in het westen en uiterste zuiden van ons land. Vanaf eind februari begint de trek weer in omgekeerde richting.
Voortplanting
De zanglijster broedt van eind maart tot juli. Het vrouwtje van de zanglijster bouwt een keurig, komvormig nest in een struik, boom of klimplant, of, in het geval van de ondersoort T. p. hebridensis, op de grond. Het nest wordt opgebouwd uit takjes en vermolmd hout, bekleed met mos en gras, en wordt van binnen glad afgewerkt met modder.
Het vrouwtje legt 3 tot 6 helder glanzende, blauwe eieren met zwarte of paarse vlekken. Ze zijn meestal 2,7 cm × 2,0 cm groot en wegen 6 gram. Ze broedt de eieren alleen uit gedurende 10 tot 17 dagen, en na het uitkomen verstrijkt een vergelijkbare tijd totdat de jongen uitvliegen. Na het uitvliegen worden de jongen nog ongeveer twee weken door de ouders gevoerd.
Twee of drie broedsels per jaar is normaal, hoewel er in het noorden van het verspreidingsgebied slechts één kan worden grootgebracht.
De typische levensduur is 3 jaar, maar ze kunnen 10 tot 11 jaar oud worden.
Predatie
Volwassen vogels kunnen worden gedood door katten, steenuilen en sperwers. De eieren en nestelingen worden meegenomen door eksters, gaaien en grijze eekhoorns.
Bedreiging
De zanglijster is geen bedreigde soort. Schommelingen in de aantallen worden voornamelijk veroorzaakt door strenge winters in de overwinteringsgebieden. Desondanks neemt het aantal zanglijsters in stedelijke gebieden wel af.
Bescherming
De zanglijster is een beschermde inheemse vogelsoort. Zoals alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, valt de zanglijster onder de bescherming van de Europese Vogelrichtlijn. In Nederland wordt de bescherming van de zanglijster geregeld door de Omgevingswet.
Bronnen
- Zanglijster. (2025, 15 februari). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 12:50, april 16, 2025 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Zanglijster&oldid=68902768.
- Seite „Singdrossel“. In: Wikipedia – Die freie Enzyklopädie. Bearbeitungsstand: 14. November 2024, 10:25 UTC. URL: https://de.wikipedia.org/w/index.php?title=Singdrossel&oldid=250331061 (Abgerufen: 16. April 2025, 12:51 UTC)
- Wikipedia-contributors. (2025, March 22). Song thrush. In Wikipedia, The Free Encyclopedia. Retrieved 12:51, April 16, 2025, from https://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Song_thrush&oldid=1281858837
- Zanglijster | Sovon Vogelonderzoek, geraadpleegd 16 april 2025
- Zanglijster | Vogelbescherming, geraadpleegd 16 april 2025
Turdus philomelos | |
|---|---|
Taxonomie | |
| Rijk | Animalia (Dieren) |
| Stam | Chordata (Chordadieren) |
| Klasse | Aves (Vogels) |
| Orde | Passeriformes (zangvogels) |
| Familie | Turdidae (Lijsters) |
| Geslacht | Turdus (echte lijsters) |
Kenmerken | |
| Grootte | 20-22 cm |
| Kleur | Bruin, crème |
| Gewicht | 60-70 gram |
| Vleugelspanwijdte | 80 cm |
| Groep/solitair | Solitair |
| Voeding | Regenwormen, insecten, duizendpoten, pissebedden en slakken, zacht fruit en bessen. |
Voortplanting | |
| Broedinterval | Jaarlijks |
| Paartijd | Eind maart-juli |
| Aantal eieren | 3-6 eieren |
| Plaats nest | In een struik, boom of klimplant |
| Grootte eieren | 2,7 cm × 2,0 cm |
| Broedperiode | Eind maart-juli |
| Broedduur | 10-17 dagen |
| Aantal legsels | 2-3 per jaar |
| Uitvliegen | 10-17 dagen |
| Geslachtsrijp | 9-12 maanden |
| Levensduur | 3 jaar (max. 10-11 jaar) |
Voorkomen in Nederland | |
| Aantal broedparen | 100.000-170.000 (2018-2020) |
| Aantal overwinteraars | 5000-12.000 (2013-2015) |
| Doortrekkers | 50.000-200.000 (2008-2012) |
| Bescherming | |
| Rode lijst IUCN | Niet bedreigd (LC, 2018) |
| Nederlandse Rode Lijst | – |
Voorkomen wereldwijd | |
![]() | |
| Author: License: CC BY-SA 3.0 | |
| Legenda: __ Broedgebied __ Permanent leefgebied __ Niet-broedgebied __ Geïntroduceerd | |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.









