Beschrijving van de grote lijster
Leefgebied van de grote lijster
Het verspreidingsgebied van de grote lijster strekt zich uit over Europa (met uitzondering van het westen van Scandinavië) en Noordwest-Afrika, de hooggebergten van West-Azië en van West-Siberië tot aan het Baikalmeer.
Europa
In Europa is de grote lijster een kortedistantietrekker die zijn broedgebied in november verlaat en in februari terugkeert. In mildere regio’s is het een gedeeltelijke trekvogel. Deze overwinteren in het Middellandse Zeegebied en in West-Europa.
Nederland en België
Het aantal grote lijsters dat in Nederland broedt, loopt terug, na een piek in 1995. Ook in de winter worden er steeds minder grote lijsters geteld.
Ondersoorten
De soort telt drie ondersoorten:
- T. v. deichleri: Noordwest-Afrika, Corsica en Sardinië.
- T. v. viscivorus: van Europa tot West-Siberië en Noord-Iran.
- T. v. bonapartei: van het zuidelijke deel van Centraal-Azië tot Turkmenistan en West-Nepal.
Biotoop en habitat
Grote lijsters leven in lichte bossen, bosranden, heiden, parken en kleinere bosjes. In het zuiden van het verspreidingsgebied leven ze voornamelijk in de bergen, terwijl ze in Midden- en West-Europa steeds vaker in dorpen en steden worden aangetroffen. De meeste grote lijsters trekken in de herfst naar Zuidwest-Europa om daar te overwinteren.
Herkenning
De grote lijster is de grootste inheemse lijster van Europa en wordt 26-29 centimeter lang met een spanwijdte van 45 cm. Het gewicht bedraagt 93-167 gram, met een gemiddeld gewicht van 130 gram. Hij heeft een gedrongen, rechtopstaande houding wanneer hij op de grond staat.
Qua uiterlijk lijkt de grote lijster op de zanglijster, maar de zanglijster wordt slechts maximaal 22 centimeter lang.
De bovenkant is lichtgrijsbruin, de kin en keel zijn grijswit, en de geelachtige beige borst en gebroken witte buik zijn gemarkeerd met ronde zwarte vlekken.
De lange staart heeft witte uiteinden op de buitenste veren, en de dekveren onder de vleugel zijn wit. De ogen zijn donkerbruin en de snavel is zwartachtig met een geelachtige basis aan de onderkaak. De poten en voeten zijn geelachtig-bruin.
Jonge grote lijsters lijken al snel op de volwassen vogels. Hun verenkleed is vergelijkbaar, maar ze hebben blekere bovenkanten en de randen van de veren op de vleugels en rug zijn scherper afgetekend. Ze hebben een iets kleiner postuur en bij de snavelbasis zijn minder veertjes aanwezig. De mondhoeken zijn nog wat geel gekleurd en kaal.
Volwassen vogels ruien volledig na het broedseizoen, meestal tussen eind mei en eind juni. Begin oktober is de rui voltooid. Jonge vogels ruien gedeeltelijk, waarbij de veren op de kop, het lichaam en de dekveren gedeeltelijk worden vervangen. Deze rui is meestal in oktober voltooid, hoewel het begin van de rui afhangt van het moment waarop de jongen uit het ei zijn gekomen.
Geluid
De merelachtige, maar veel hardere zang bestaat uit korte strofen. Steeds als hij op gang lijkt te komen, wordt het lied weer afgebroken. De zang lijkt op die van de merel, maar is luider, meer rollend en eenvoudiger. De roep is een harde ratel.
Ze zingen al vroeg in het jaar, vanaf januari en soms zelfs december.
Weetjes over de grote lijster
- Oudervogels vertonen onverschrokkenheid bij de verdediging van hun nesten en vallen af en toe zelfs mensen aan.
- De grote lijster is normaal gesproken geen gastheer van de koekoek.
- Er is geen verschil in verenkleed tussen de mannetjes en vrouwtjes.
- De vlucht bestaat uit golvende sprongen afgewisseld met glijbewegingen.
- Wanneer hij opgewonden raakt, zal hij met zijn vleugels en staart fladderen.
Voedsel
De grote lijster eet vooral regenwormen. Bij het zoeken naar voedsel houdt hij regelmatig de kop schuin, net als andere lijsters, om met één oog naar de bodem te kijken en met het andere de lucht in de gaten te houden om te kijken of er niet bijvoorbeeld een havik op ze afkomt. Naast regenwormen eten ze ook slakken, kevers en andere ongewervelden. In de herfst en winter eten ze ook bessen en zaden.
Gedrag
Grote lijsters zijn schuwe vogels die graag naar voedsel zoeken op open plekken in bossen en op graslanden. Op plaatsen waar deze naast elkaar voorkomen, zijn grote lijsters het talrijkst.
Ze leven een groot deel van het jaar solitair of in paren, hoewel families in de late zomer samen foerageren en groepen kunnen samensmelten tot grote zwermen wanneer er voldoende voedselbronnen zijn. Het is niet ongebruikelijk dat er in die tijd van het jaar wel 50 lijsters samen foerageren.
Ze roesten ’s nachts in bomen of struiken, wederom meestal solitair of in paren, behalve in de late zomer of herfst wanneer families samen roesten.
Vogeltrek
De grote lijster is gedeeltelijk een standvogel, maar hij trekt ook. Vogels uit Noord-Europa zwerven uit over Frankrijk (waar de Nederlandse vogels terechtkomen), het Iberisch Schiereiland en het Middellandse Zeegebied.
De najaarstrek loopt van half september tot half november. De voorjaarstrek begint al tussen eind februari (bij zachte winters) of half maart (als het koud is) en duurt tot ongeveer eind april.
Voortplanting
De grote lijster broedt in open, hoogstammige bossen, in parkachtige landschappen met bossen, lanen en heggen, maar ook in parken, op begraafplaatsen en in tuinen.
Het nest wordt meestal hoog in de bomen gebouwd, in een vork van een tak. Het nest is relatief groot en komvormig en wordt door het vrouwtje gebouwd van gras, stengels, wortels, mos, oude bladeren en vochtige aarde. De nestholte wordt opgevuld met fijn gras.
Het broedseizoen in Europa begint al heel vroeg in maart en eindigt in augustus. Het vrouwtje legt 3-6 eieren. Deze worden ongeveer in 13-15 dagen uitgebroed, totdat de jongen uitkomen. Na 12 tot 15 dagen vliegen de jongen uit, waarna ze vervolgens nog 12-15 dagen worden gevoerd.
Jonge vogels zijn na een jaar geslachtsrijp. De grote lijster kan ongeveer 10 jaar oud worden. Dit is afhankelijk van factoren zoals leefomgeving, beschikbaarheid van voedsel en predatie.
Predatie
De grote lijster wordt belaagd door een grote verscheidenheid aan roofvogels, waaronder uilen, steenarenden, torenvalken, buizerds, rode wouwen, haviken, slechtvalken en sperwers.
De eieren en kuikens kunnen het doelwit zijn van katten en kraaiachtigen.
Bedreiging
De grote lijster staat sinds 2017 op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels als ‘kwetsbaar’. Sinds ongeveer 1995 nemen de landelijke aantallen af, vooral in het zuidelijke deel van Nederland.
Ook in de omliggende landen gaat de soort achteruit. Het verlies van voedselgebieden zal daarbij meespelen. Op de plekken waar de soort het meest voorkomt, zijn veel graslanden te droog of zijn boeren maïs gaan telen.
Kleinschalig cultuurlandschap en bosrijke delen van de hogere zandgronden tellen nog de grootste aantallen grote lijsters. Ze zijn ook gevoelig voor strenge winters; dan verminderen de aantallen. Mogelijk is er meer aan de hand, maar daarvoor is meer onderzoek nodig.
Bescherming
De grote lijster is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, is de grote lijster beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de grote lijster wordt in Nederland geregeld door de Omgevingswet.
Bronnen
- Grote lijster. (2023, 8 augustus). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 10:49, april 20, 2025 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Grote_lijster&oldid=65017546.
- Wikipedia-contributors. (2025, February 8). Mistle thrush. In Wikipedia, The Free Encyclopedia. Retrieved 13:42, April 20, 2025, from https://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Mistle_thrush&oldid=1274701574
- Seite „Misteldrossel“. In: Wikipedia – Die freie Enzyklopädie. Bearbeitungsstand: 16. Januar 2024, 19:40 UTC. URL: https://de.wikipedia.org/w/index.php?title=Misteldrossel&oldid=241243779 (Abgerufen: 20. April 2025, 13:43 UTC)
- Grote lijster | Vogelbescherming, geraadpleegd 19 april 2025
- Grote Lijster | Sovon Vogelonderzoek, geraadpleegd 19 april 2025
Turdus viscivorus | |
|---|---|
Taxonomie | |
| Rijk | Animalia (Dieren) |
| Stam | Chordata (Chordadieren) |
| Klasse | Aves (Vogels) |
| Orde | Passeriformes (zangvogels) |
| Familie | Turdidae (Lijsters) |
| Geslacht | Turdus |
Kenmerken | |
| Grootte | 26-29 cm |
| Kleur | Grijsbruin, grijswit |
| Gewicht | 93-167 gram |
| Vleugelspanwijdte | 45 cm |
| Groep/solitair | Solitair |
| Voeding | Regenwormen |
Voortplanting | |
| Broedinterval | Jaarlijks |
| Paartijd | Maart-augustus |
| Aantal eieren | 3-6 eieren |
| Plaats nest | Vork van een tak |
| Grootte eieren | 30 × 22 mm |
| Broedperiode | Maart-augustus |
| Broedduur | 13-15 dagen |
| Aantal legsels | 2 |
| Uitvliegen | 12-15 dagen |
| Geslachtsrijp | 1 jaar |
| Levensduur | 10 jaar |
Voorkomen in Nederland | |
| Aantal broedparen | 8700-10.500 (in 2018-2020) |
| Aantal overwinteraars | 5000-20.000 (in 2013-2015) |
| Doortrekkers | 10.000-50.000 (in 2008-2012) |
| Bescherming | Omgevingswet |
| Rode lijst IUCN | Niet bedreigd (LC, 2024) |
| Nederlandse Rode Lijst | Kwetsbaar |
| |
| SOVON Vogelonderzoek Nederland | |
Voorkomen wereldwijd | |
![]() | |
| Author: SanoAK; License: CC BY-SA 3.0 | |
| Legenda: __ Broedgebied __ Permanent leefgebied __ Niet-broedgebied __ Geïntroduceerd | |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.






