Beschrijving van het landkaartje
Leefgebied
Mondiaal
Het landkaartje komt voor in een gebied dat zich uitstrekt van Spanje en andere delen van West-Europa tot ver in Centraal-Azië, inclusief het Russische Verre Oosten, Korea en Japan. In Scandinavië werd de soort pas in de jaren zeventig waargenomen, met een eerste vondst in Finland in 1973, waarna hij zich daar geleidelijk heeft gevestigd. In het Verenigd Koninkrijk is deze vlinder een zeldzame dwaalgast en zijn pogingen tot introductie in het wild mislukt. De soort leeft voornamelijk in laaglandgebieden en komt zelden boven de duizend meter hoogte voor.
Nederland
In Nederland is het landkaartje tegenwoordig een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt. Tot ongeveer 1930 was de soort zeldzaam, maar sindsdien heeft hij zich snel uitgebreid vanuit het oosten en zuiden. In de jaren veertig bereikte hij veel gebieden in de oostelijke en zuidelijke provincies, en sinds 2000 is hij zelfs op alle Waddeneilanden waargenomen. De grootste aantallen worden nog steeds gevonden op zandgronden, maar hij leeft ook in stedelijke gebieden en polders in het westen en noorden van het land.
Habitat en biotoop
Het landkaartje leeft voornamelijk in vochtige bossen, parken en struikrijke wetlands. Deze vlinder geeft de voorkeur aan omgevingen waar brandnetels groeien. Volwassen exemplaren worden vaak aangetroffen als nectarzoekers in open gebieden zoals kalkgraslanden.
De rupsen leven op gedeeltelijk tot volledig beschaduwde brandnetels, en slechts af en toe op zonnige plekken tijdens de herfst. De soort komt ook voor aan bosranden en in heggen, waar de combinatie van schaduw, vochtigheid en voedselplanten optimale omstandigheden biedt voor de ontwikkeling van zowel larven als volwassen vlinders.
Herkenning
Vlinder
Het landkaartje vertoont een opvallende seizoensdimorfie, waarbij de lente- en zomerbroedsels sterk van elkaar verschillen. De lentevorm heeft een bovenkant die overwegend oranje is met zwarte vlekken, waardoor hij lijkt op een kleine parelmoervlinder. De onderkant van de vleugels toont een patroon dat doet denken aan een geografische kaart, wat de vlinder de naam “landkaartje” heeft opgeleverd.
De zomervorm is donkerder van kleur met witte strepen op een zwarte achtergrond, waardoor hij op afstand gemakkelijk verward kan worden met een kleine ijsvogelvlinder. De onderzijde van deze zomervorm heeft een complex patroon van witte lijnen en banden tegen een roodbruine achtergrond, vaak met een violette waas in het uiteinde van de vleugels.
De vleugels hebben een spanwijdte van 2,8 tot 3,2 cm bij mannetjes en 3,5 tot 4 cm bij vrouwtjes. Deze vlinder is klein voor een lid van de familie Nymphalidae, maar valt op door zijn rijke kleurvariatie en gedetailleerde vleugelpatronen.
Rups
De rups is meestal zwart of lichtbruin van kleur, met opvallende zwarte strepen die over het lichaam lopen. Soms is er een subtiele, roodachtige zijlijn zichtbaar. Het lichaam is bedekt met korte, vertakte stekels die variëren van zwart tot geel, afhankelijk van het individu. Deze stekels geven de rups een stekelige en enigszins ruige uitstraling, wat helpt bij het afschrikken van roofdieren.
Wanneer de rups net uit het ei komt, is hij bijna transparant en slechts enkele millimeters lang. Naarmate hij groeit, ontwikkelt hij zijn karakteristieke kleur en stekelige uiterlijk.
Pop
De pop is meestal bruin of olijfgroen van kleur, met donkere vlekken die haar een gemarmerd uiterlijk geven. Ze hangt vaak ondersteboven aan een stengel of blad, bevestigd met een kleine haak aan het uiteinde van haar lichaam, de zogenaamde cremaster. De vorm is enigszins hoekig, met stompe uitsteeksels op de kop en rug, en bij sommige exemplaren zijn er subtiele metaalachtige glansplekken zichtbaar.
Voedsel
De volwassen vlinder voedt zich voornamelijk met nectar van bloeiende planten. In het voorjaar bezoekt hij vaak schermbloemigen zoals fluitenkruid, terwijl hij in de zomer de voorkeur geeft aan soorten als akkerdistel, berenklauw en koninginnenkruid. Deze nectarbronnen voorzien de vlinder van suikers en aminozuren die essentieel zijn voor energie en voortplanting.
Vrouwtjes die als rups minder voedingsstoffen hebben gekregen, kiezen zelfs bewust nectar met een hoger aminozuurgehalte om hun voortplantingscapaciteit te verbeteren. De vlinder is dus niet alleen selectief in zijn voedselkeuze, maar past deze ook aan op basis van zijn eerdere levensfase.
Waardplanten
De belangrijkste waardplant is de grote brandnetel, waarop de rupsen zich voeden en de vrouwtjes hun eitjes afzetten. Deze plant biedt niet alleen voedsel, maar ook beschutting voor de jonge rupsen, die vaak in groepen aan de onderzijde van de bladeren leven. In sommige gevallen worden ook andere planten zoals iep en wilg genoemd als alternatieve waardplanten, hoewel deze minder vaak worden gebruikt.
De keuze voor de waardplant is cruciaal voor de ontwikkeling van de larven, en de aanwezigheid van geschikte vegetatie bepaalt mede waar de vlinderpopulatie zich kan vestigen.
Weetjes over het landkaartje
- De vlinder vertoont seizoensdimorfie: de lentevorm is oranje met zwarte vlekken, terwijl de zomervorm zwart is met witte banden. Lange dagen leiden tot de zomervorm, korte dagen tot de lentevorm.
- Studies tonen aan dat de lente- en zomervormen niet alleen verschillen in uiterlijk, maar ook in hun immuunreacties op bacteriën en virussen.
- Onderzoekers ontdekten dat de kleurvorm niet in het ei wordt bepaald, maar tijdens de rupsenfase. Lichtduur speelt een grotere rol dan temperatuur bij het ontstaan van de verschillende vormen.
- Er bestaat een zeldzame tussenvorm die kenmerken van zowel de lente- als zomervorm combineert. Deze ontstaat wanneer de lichtduur verwarrend is voor de rups.
Gedrag
Vlinder
Het landkaartje vertoont een actief en territoriaal gedrag, vooral bij de mannetjes. Ze patrouilleren vaak langs bosranden, waarbij ze laag boven de vegetatie heen en weer vliegen om vrouwtjes te lokaliseren. Wanneer meerdere mannetjes samenkomen bij een opvallende struik, rusten ze met gesloten vleugels of vallen ze andere vliegende insecten aan, zoals bijen en andere vlinders. Zodra een vrouwtje voorbijvliegt, ontstaat er een achtervolging waarbij de vlinders soms in een spiraal tot tien meter hoogte vliegen.
De vlinders zijn het actiefst in de ochtend en late namiddag, wanneer ze nectar zoeken op bloeiende planten. In het voorjaar zijn ze vaak te vinden op fluitenkruid, terwijl ze in de zomer akkerdistel en berenklauw verkiezen.
Rups
De rups leeft voornamelijk op de grote brandnetel en vertoont een opvallend groepsgedrag. In de vroege stadia voeden de rupsen zich vaak gezamenlijk, wat hen helpt om roofdieren af te schrikken door hun stekelige uiterlijk en donkere kleur.
De rupsen verkiezen schaduwrijke plekken en blijven meestal op de onderzijde van de bladeren, waar ook de eieren in lange ketens afgezet worden. Dit gedrag lijkt op de bloeiwijze van de brandnetel en kan helpen om predatie te vermijden. Naarmate ze groeien, verspreiden ze zich meer over de plant en worden ze minder sociaal. In de herfst zijn ze soms ook te vinden op zonnigere plekken, afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel.
Mobiliteit
De mobiliteit varieert sterk tussen de generaties. Vlinders uit de zomergeneratie hebben een grotere neiging tot verspreiding dan die uit de voorjaarsgeneratie. Hun lichaamsbouw ondersteunt deze mobiliteit: ze hebben een zwaardere borstkas, grotere vleugels en een lagere vleugellast, wat hen in staat stelt tot efficiënter en langduriger vliegen.
Deze verhoogde mobiliteit heeft geleid tot een snelle uitbreiding van het verspreidingsgebied in Europa. In Nederland bijvoorbeeld heeft de soort zich sinds de jaren veertig explosief verspreid, waarbij hij in slechts tien jaar tijd zo’n 150 kilometer noordwaarts opschoof. Ook op de Waddeneilanden is hij inmiddels gevestigd, wat wijst op een sterke kolonisatiecapaciteit. De vlinder is dus niet migrerend in de klassieke zin, maar wel zeer mobiel en in staat om nieuwe leefgebieden snel te bezetten.
Vliegtijd
De vliegtijd bestaat doorgaans uit twee generaties per jaar. De eerste generatie, die de lentevorm vertegenwoordigt, vliegt van midden april tot begin juni. Deze vlinders zijn herkenbaar aan hun oranje kleur met zwarte vlekken. De tweede generatie, de zomervorm, verschijnt van begin juli tot begin september en heeft een donkerder uiterlijk met witte banden. In bijzonder gunstige jaren kan er zelfs een derde generatie ontstaan, die tot in oktober actief blijft. De soort overwintert als pop, waardoor de nieuwe lentevorm pas in het voorjaar tevoorschijn komt.
Levenscyclus
De levenscyclus van het landkaartje bestaat uit vier fasen: ei, rups, pop en volwassen vlinder.
Eitjes
Een vrouwtje legt meestal 10 tot 20 eitjes. Het ei is klein, lichtgroen en wordt afzonderlijk afgezet aan de onderzijde van brandnetelbladeren. Na zeven tot tien dagen komt de rups uit het ei.
Rups
In de larvale fase, die drie tot vier weken duurt, groeit de rups door vijf vervellingen en ontwikkelt hij een stekelig uiterlijk met donkere strepen. Vervolgens verandert hij in een pop, die bruin of olijfgroen is en goed gecamoufleerd hangt aan een blad of stengel.
Hun ontwikkeling is sterk afhankelijk van daglichtduur en temperatuur. Als ze meer dan 16 uur licht per dag ontvangen, ontwikkelen ze zich snel tot pop en worden ze later een zomervlinder. Bij minder dan 15,5 uur licht per dag gaan ze in diapauze en overwinteren ze als pop, waarna ze in de lente uitkomen als de voorjaarsvorm. Dit gedrag is een voorbeeld van seizoensgebonden polyfenisme, waarbij dezelfde genetische achtergrond leidt tot verschillende uiterlijke vormen, afhankelijk van omgevingsfactoren.
Pop
Tijdens de popfase ondergaat de rups een volledige metamorfose, waarbij haar organen worden afgebroken en opnieuw worden opgebouwd tot een volwassen vlinder. Hoewel de pop volledig onbeweeglijk lijkt, is het een periode van intense biologische activiteit. In de laatste generatie van het jaar overwintert de pop, vaak goed gecamoufleerd tussen bladeren of takken, en komt pas in het voorjaar tevoorschijn als vlinder.
De popfase duurt meestal twee tot drie weken, tenzij het gaat om de overwinterende generatie, waarbij de pop tot het voorjaar in diapauze blijft.
Vlinder
De volwassen vlinder leeft twee tot vier weken, afhankelijk van de generatie en omgevingsomstandigheden. In warme jaren kan er zelfs een derde generatie ontstaan, waardoor de levenscyclus zich tot in oktober kan uitstrekken.
Bedreiging
Het landkaartje wordt momenteel niet als bedreigd beschouwd. Volgens de IUCN Red List heeft deze soort de status “Least Concern“, wat betekent dat er geen directe zorgen zijn over het voortbestaan ervan. In veel delen van Europa is de populatie zelfs groeiende, mede dankzij de toename van geschikte leefgebieden zoals vochtige bossranden en ruigten.
Hoewel habitatverlies en klimaatverandering op lange termijn risico’s kunnen vormen, zijn er op dit moment geen aanwijzingen voor een afname van het aantal individuen. De soort komt voor in een breed scala aan landen, van Frankrijk tot Japan, en heeft zich in de afgelopen eeuw sterk uitgebreid in onder andere Nederland en België
Bescherming
De vlinder geniet in Europa enige bescherming, hoewel hij niet onder internationale verdragen zoals CITES valt. In verschillende landen komt hij voor in beschermde natuurgebieden, waaronder Natura 2000-gebieden, wat indirect bijdraagt aan zijn behoud.
Volgens de IUCN Red List is er geen specifiek herstelplan voor deze soort, maar er is wel sprake van systematische monitoring en onderzoek naar populatietrends. De soort is opgenomen in regionale rode lijsten, zoals die van Frankrijk, waar hij als “Preoccupation mineure” wordt aangeduid, wat betekent dat het risico op uitsterven laag is. Hoewel hij niet expliciet wordt genoemd in internationale wetgeving, wordt zijn leefgebied vaak beschermd via bredere ecologische maatregelen.
In Nederland is het landkaartje volgens de Rode Lijst Dagvlinders 2019 niet bedreigd, hoewel er sinds 1950 sprake is van een matige afname. Er zijn geen landelijke beschermingsmaatregelen nodig, maar plaatselijke ecologische inrichting — zoals het behouden van brandnetels in bosranden — draagt bij aan het behoud van de soort.
In België is het landkaartje eveneens een algemene soort die in alle provincies voorkomt. Hoewel er geen specifieke beschermingsstatus is toegekend, valt de soort onder systematische monitoring en komt hij voor in beschermde natuurgebieden.
Bronnen
- NDFF Verspreidingsatlas | Araschnia levana – Landkaartje, geraadpleegd 25 juli 2025
- Landkaartje. (2024, 15 maart). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 16:40, juli 25, 2025 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Landkaartje&oldid=67202608.
- Wikipedia-contributors. (2025, ). Map (butterfly). In Wikipedia, The Free Encyclopedia. Retrieved 14:10, July 26, 2025, from https://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Map_(butterfly)&oldid=1298865664
- De Vlinderstichting | Vlinder: landkaartje / Araschnia levana, geraadpleegd 26 juli 2025
- European Lepidoptera and their ecology: Araschnia levana, geraadpleegd 26 juli 2025
- Araschnia levana – Butterflies of Croatia, geraadpleegd 26 juli 2025
- Butterflies of Europe: Caterpillar, geraadpleegd 26 juli 2025
- Butterflies of Europe: Chrysalis or pupa, geraadpleegd 26 juli 2025
- Map – Facts, Diet, Habitat & Pictures on Animalia.bio, geraadpleegd 26 juli 2025
- Larval Nutrition Affects Female Nectar Amino Acid Preference in the Map Butterfly (Araschnia levana) on JSTOR, geraadpleegd 26 juli 2025
- Araschnia levana – buy-butterflies.com, geraadpleegd 26 juli 2025
- eButterfly, geraadpleegd 26 juli 2025
- European Map Butterfly Araschnia levana | Encyclopedia MDPI, geraadpleegd 26 juli 2025
- Araschnia levana – Catalogue of the Lepidoptera of Belgium, geraadpleegd 26 juli 2025
Araschnia levana | |
Taxonomie | |
|---|---|
| Rijk | Animalia |
| Stam | Geleedpotigen (Arthropoda) |
| Klasse | Insecten (Insecta) |
| Orde | Vlinders (Lepidoptera) |
| Familie | Nymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders) |
| Geslacht | Araschnia |
| Synoniemen | |
Kenmerken | |
| Voorvleugellengte | 16-21 mm |
| Spanwijdte | 28-40 mm |
| Waardplanten | Grote brandnetel |
| Vliegperiode | Eind april tot begin juni en van midden juli tot midden augustus |
| Grootte rups | 22 mm |
Voortplanting | |
| Aantal eitjes | 10-20 onder een brandnetelblad |
| Uitkomen eitjes | 7-10 dagen |
| Rupsen | 3-4 weken |
| Popfase | 2-3 weken en overwintering |
Voorkomen in Nederland | |
| Status | Oorspronkelijk |
| Zeldzaamheid | Algemene standvlinder |
| Bescherming | – |
![]() Verspreidingskaart, landkaartje | |
Verspreiding | |
| Nederland | Hele land |
| Wereld | Europa, Azië |
| Biotoopvoorkeur | Vochtige bosranden, ruigten en brandnetelrijke plekken. |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.











