Kleine zilverreiger

  • Witte vogel die in water staat
  • Een witte vogel staat in het water.
  • Witte vogel met lange nek in water

Beschrijving van de kleine zilverreiger

Verspreiding en leefgebied wereldwijd

De kleine zilverreiger heeft een heel groot leefgebied dat zich uitstrekt over grote delen van de wereld. Ze komen van nature voor in heel Afrika, het zuiden van Europa, grote delen van Azië en in Australië. De laatste tientallen jaren breidt hun leefgebied zich steeds verder uit naar het noorden, waardoor ze nu ook voorkomen in landen boven de Middellandse Zee. Ook in Amerika zijn ze op steeds meer plekken te vinden, van het noorden tot diep in het zuiden. In koude gebieden trekken ze in de winter weg, maar in de tropen blijven ze meestal het hele jaar op dezelfde plek.

Verspreiding in Europa

In Europa was de kleine zilverreiger vroeger een vogel die vooral voorkwam in de warme landen rond de Middellandse Zee, zoals Spanje en Italië. Sinds het einde van de vorige eeuw zijn ze echter aan een grote opmars naar het noorden en westen begonnen. Hierdoor vormen ze nu ook vaste broedpopulaties in landen als Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, België en Nederland. Ook in Centraal- en Oost-Europa, zoals in Hongarije en langs de Zwarte Zee, zijn ze in grote groepen te vinden. Door de zachtere winters in Europa kunnen ze tegenwoordig op veel meer noordelijke plekken het hele jaar door overleven.

Voorkomen in Nederland en België

In Nederland en België was de kleine zilverreiger vroeger een heel zeldzame vogel, maar dat is veranderd. Ze broeden nu regelmatig in gebieden met veel water en rust, zoals de Delta in Zeeland en de Biesbosch. Ook langs de grote rivieren en in natuurgebieden zoals de Oostvaardersplassen kun je ze tegenwoordig goed zien. In België komen ze vooral voor in de kuststreek en in de buurt van grotere riviervalleien in Vlaanderen. De vogels profiteren in beide landen van de aanleg van nieuwe natuurgebieden en het herstel van moerassen. Tegenwoordig blijven er ook steeds meer vogels in onze regio om te overwinteren.

Habitat en voorkeursbiotopen

De kleine zilverreiger heeft altijd water in de buurt nodig om te kunnen leven. Ze houden van ondiep water waar ze rustig doorheen kunnen lopen om hun eten te vangen. Je vindt ze vaak in moerassen, bij de oevers van meren en langs langzaam stromende rivieren. Ook aan de kust zijn ze veel te zien, bijvoorbeeld in gebieden die bij eb droogvallen of in zoute moddervlaktes. In sommige landen gebruiken ze ook door mensen gemaakte plekken zoals rijstvelden en ondiepe visvijvers. Om te rusten en te broeden zoeken ze vaak plekken met bomen of struiken die in of vlak bij het water staan. Ze leven graag samen met andere reigersoorten in groepen.

Herkenning en uiterlijke kenmerken

De kleine zilverreiger is een slanke, witte reiger met een lengte van ongeveer 55 tot 65 centimeter. Ze wegen meestal tussen de 350 en 550 gram en hun vleugelspanwijdte ligt tussen de 88 en 106 centimeter. Een heel opvallend kenmerk zijn de zwarte poten met heldergele tenen. In de tijd dat ze gaan broeden, krijgen de volwassen vogels twee lange, sierlijke veren aan de achterkant van hun kop. Hun snavel is altijd zwart en heel puntig om vissen mee te vangen.

De jongen zien er bijna hetzelfde uit als de ouders, maar ze missen de lange sierveren en hun poten zijn in het begin wat groener of grijzer. Naarmate ze ouder worden, krijgen de jongen de diepzwarte kleur op de poten en de felle gele kleur op de tenen.

Geluid

Buiten de kolonie om zijn deze vogels meestal erg stil en laten ze zich bijna niet horen. Wanneer ze zich op hun nestplaats bevinden of als ze schrikken, maken ze een rauw en krassend geluid. Dit geluid klinkt vaak als een kort en scherp gekrijs dat lijkt op een diep gekwaak. Tijdens de paartijd maken de mannetjes ook een meer borrelend of ritmisch geluid om indruk te maken. Als ze ruzie maken met andere vogels over een goede plek om te vissen, laten ze een kort en dreigend geluid horen. De jongen op het nest maken een aanhoudend, piepend en tikkend geluid om de ouders om eten te vragen.

Ondersoorten

Meestal worden er twee duidelijke ondersoorten erkend:

  • Egretta garzetta garzetta: Dit is de vorm die wij in Europa, Afrika en een groot deel van Azië zien.
  • Egretta garzetta nigripes: Deze soort leeft in Indonesië en Australië en valt op doordat de tenen vaak donkerder of zelfs helemaal zwart zijn.

Sommige deskundigen noemen ook nog een derde groep uit West-Afrika, maar daar is niet iedereen het over eens. Het verschil tussen deze groepen zit vooral in de plek waar ze wonen en kleine details in de kleur van de poten en voeten.

Voedsel en foerageergedrag

Het zijn actieve jagers die vooral kleine waterdieren eten. De volwassen vogels vangen graag kleine vissen, kikkers, insecten en soms ook kleine kreeftjes of slakken. Ze gebruiken hun gele tenen vaak om in de modder op de bodem te wroeten, zodat de prooi tevoorschijn komt. Hoewel ze vooral vleeseters zijn, krijgen ze soms per ongeluk kleine beetjes waterplanten binnen tijdens het vissen, zoals eendenkroos of waterpest.

De jonge vogels in het nest krijgen in het begin braaksel van de ouders dat al half verteerd is en zacht aanvoelt. Naarmate de jongen groeien, brengen de ouders hele kleine visjes en zachte insecten naar het nest die ze direct kunnen doorslikken. Zodra de jongen het nest verlaten, leren ze snel van hun ouders hoe ze zelf op kleine waterdiertjes moeten jagen. Ze eten in deze periode heel veel om snel groot en sterk te worden voor hun eerste vlucht.

Interessante feiten en gedragingen van de kleine zilverreiger

  • De veren van deze vogel waren vroeger zo populair voor op hoeden dat de soort in de negentiende eeuw bijna was uitgestorven.
  • Ze hebben een heel slimme manier van jagen, waarbij ze met één poot trillen in het water om vissen bang te maken, zodat deze tevoorschijn komen.
  • Tijdens het vliegen trekken ze hun lange nek in een strakke S-vorm, wat een duidelijk verschil is met ooievaars die hun nek juist recht houden.
  • In de paartijd verandert de huid tussen hun snavel en ogen voor een korte tijd van kleur naar rood of paars om een partner te lokken.
  • Ze zijn erg sociaal en broeden het liefst in grote groepen samen met andere reigers of kwakken in dezelfde bomen.
  • In het oude Rome werden deze vogels soms gehouden als huisdier, maar tegenwoordig zijn ze gelukkig vooral in de vrije natuur te bewonderen.

Gedrag en leefwijze

Volwassen kleine zilverreigers zijn erg actieve vogels die overdag veel tijd besteden aan het zoeken naar voedsel. Ze jagen vaak alleen en verdedigen hun eigen plekje in het water tegen andere vogels. Tijdens het broeden worden ze juist heel sociaal en zoeken ze elkaars gezelschap op in grote groepen in de bomen. De volwassen vogels zijn erg waakzaam en vliegen bij onraad snel weg met krachtige vleugelslagen.

Jonge vogels blijven in het begin rustig op het nest, maar ze worden steeds beweeglijker naarmate ze groter worden. Ze klimmen dan behendig door de takken rondom het nest voordat ze echt kunnen vliegen. Zodra de jonge vogels zelfstandig zijn, vormen ze vaak kleine groepjes om samen te leren jagen in ondiep water.

Trekgedrag en migratieroutes

Het is een vogel die over korte tot middellange afstanden trekt. Veel vogels uit het noorden en midden van Europa trekken in de herfst naar het warmere zuiden of naar Afrika. Ze vliegen meestal in kleine groepjes en volgen de kustlijnen of rivieren om hun weg te vinden.

Tegenwoordig blijven steeds meer vogels in West-Europa overwinteren, omdat de winters daar zachter zijn geworden. De vogels die wel wegtrekken, vertrekken meestal tussen augustus en oktober en komen in het vroege voorjaar weer terug naar hun broedgebieden. Jonge vogels trekken vaak direct na het uitvliegen weg om nieuwe gebieden te ontdekken. Tijdens de reis rusten ze uit in waterrijke gebieden waar ze snel wat kunnen eten voordat ze weer verder vliegen.

Voortplanting en broedgedrag

De voortplanting begint in het voorjaar, meestal tussen april en juni. Tijdens de balts maken de mannetjes indruk door hun sierveren op te zetten en maken ze speciale sprongen en buigingen om een vrouwtje te lokken. Ze bouwen hun nesten vaak samen met andere reigersoorten in de toppen van bomen of in dicht struikgewas vlak bij het water. Het nest is een eenvoudig platform van takjes en rietstengels dat door beide ouders wordt gebouwd.

Het vrouwtje legt meestal drie tot vijf blauwgroene eieren die door beide ouders worden uitgebroed. Na een broedtijd van ongeveer 21 tot 25 dagen komen de kuikens uit het ei, bedekt met wit dons. De ouders verzorgen de jongen samen en na ongeveer dertig dagen beginnen de kuikens voor het eerst uit het nest te klauteren.

In de vrije natuur kan een kleine zilverreiger gemiddeld zo’n negen tot tien jaar oud worden, al halen sommige vogels een nog hogere leeftijd.

Predatie en natuurlijke vijanden

De kleine zilverreiger heeft in de natuur verschillende vijanden die het op de vogel of de eieren hebben voorzien. Vooral op de nestplaatsen zijn de eieren en de kleine kuikens erg kwetsbaar voor roofdieren zoals kraaien, eksters en grotere roofvogels. Ook landdieren zoals vossen en wasberen kunnen een gevaar vormen als de nesten laag bij de grond of op bereikbare plekken in de bomen zitten. Volwassen vogels moeten vooral goed uitkijken voor grote roofvogels zoals de slechtvalk of de havik, die ze tijdens de vlucht of bij het water kunnen verrassen. In warmere gebieden waar ze overwinteren, kunnen zelfs grote slangen of krokodilachtigen een bedreiging vormen tijdens het vissen in ondiep water.

Om zichzelf te beschermen, kiezen ze er vaak voor om in grote groepen te broeden, zodat er altijd veel ogen zijn die op gevaar letten. Als er een vijand in de buurt komt, proberen ze die vaak met hard gekrijs en dreigende bewegingen weg te jagen.

Bedreigingen en populatiestatus

Wereldwijd gezien is de kleine zilverreiger momenteel niet bedreigd en staat de soort als veilig op de internationale lijsten. Hun totale aantal neemt in veel gebieden zelfs toe doordat ze nieuwe leefgebieden ontdekken en koloniseren. Toch zijn er lokale gevaren zoals het verdwijnen van moerassen en vervuiling van het water waar ze hun voedsel zoeken. In het verleden was de jacht op hun veren een enorme bedreiging, maar door goede wetten is die druk bijna overal verdwenen. Klimaatverandering kan in de toekomst een risico vormen als belangrijke rustplaatsen langs de kust onder water komen te staan. Voor nu is de vogel echter een succesverhaal van herstel en uitbreiding in vele landen.

Status in Nederland

Hoewel ze op wereldschaal niet in gevaar zijn, staan ze op de Nederlandse Rode Lijst van broedvogels in de categorie gevoelig. Dit betekent dat de vogel extra aandacht nodig heeft, omdat de groep die hier broedt nog vrij klein is en zich op een beperkt aantal plaatsen concentreert. Ze worden in ons land vooral bedreigd door de verstoring van hun rustige broedplaatsen en het verdwijnen van geschikte moerasgebieden. Ook zeer strenge winters kunnen een gevaar vormen, omdat deze reigersoort van oorsprong uit warmere streken komt en minder goed tegen vorst kan.

Gelukkig gaat het de laatste jaren de goede kant op en neemt hun aantal langzaam toe door de aanleg van nieuwe natuurgebieden. Volgens de gegevens van Sovon breiden ze hun leefgebied in Nederland steeds verder uit, wat een positief teken is voor hun toekomst. Toch blijft de gevoelige status belangrijk om ervoor te zorgen dat hun leefomgeving streng beschermd blijft tegen menselijke invloeden.

Bescherming en wetgeving

De kleine zilverreiger is in Nederland streng beschermd via de nationale natuurwetgeving die voortkomt uit Europese regels. Het is verboden om deze vogels te verstoren, te vangen of hun nesten te vernielen. Veel van de plekken waar ze broeden liggen in beschermde natuurgebieden, zoals de Biesbosch of de Zeeuwse Delta, waar streng toezicht wordt gehouden.

Natuurbeheersorganisaties zorgen ervoor dat er tijdens het broedseizoen geen mensen te dicht bij de kolonies kunnen komen. Ook de bescherming van waterrijke gebieden en het herstel van moerassen helpt de vogel indirect enorm. Dankzij deze actieve bescherming is de vogel in korte tijd van een zeldzame gast veranderd in een vaste bewoner van ons land.

Bronnen

Egretta garzetta

Taxonomie

RijkAnimalia (dieren)
StamChordata (chordadieren)
KlasseAves (vogels)
OrdePelecaniformes (roeipotigen)
FamilieArdeidae (reigers)
GeslachtEgretta

Kenmerken

Grootte55-65 cm
Gewicht350-550 gram
Vleugelspanwijdte88-106 cm
Groep/solitairGroepen
Voedingkleine vissen, kikkers, waterinsecten, wormen en kleine kreeftjes

Voortplanting

BroedintervalJaarlijks
Broedperiodeapril-juli
Aantal legsels1 legsel
Plaats nestplatform van takken in bomen, struiken of soms in rietvelden vlak bij het water
Aantal eieren3-5 eieren
Grootte eieren46×34 mm
Broedduur21-25 dagen
Uitvliegen40-45 dagen
Geslachtsrijp1 jaar
LevensduurGemiddeld 9 jaar, max. 20 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparen170-185 (2024)
Aantal overwinteraars370-560 (2016/17-2020/21)
Doortrekkers600-830, sep (2016/17-2020/21)
BeschermingOmgevingswet
Rode lijst IUCNNiet bedreigd
Nederlandse Rode LijstGevoelig
Verspreiding van de Kleine Zilverreiger in Nederland.
Verspreiding broedvogels 2023
SOVON Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen wereldwijd

Kaart van wereldwijde plantengroei en verspreiding.
Author: Alexander Kürthy
License: CC BY-SA 3.0
Legenda:
  __ Broedgebied
  __ Permanent leefgebied  __ Niet-broedgebied
  __ Zwerfgast


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven