Brandgans

  • Twee zwanen bij een waterkant

Kenmerken en uiterlijk van de brandgans

Verspreiding en leefgebied wereldwijd

De brandgans komt voor in het noordelijke deel van de wereld, vooral rond de gebieden van de Noord-Atlantische Oceaan. Ze broeden van nature in arctische gebieden zoals Groenland, Spitsbergen en het noordwesten van Rusland.

In de herfst trekken ze naar het zuiden om te overwinteren in zachtere klimaten. De groepen uit Groenland vliegen meestal naar Schotland en Ierland, terwijl de vogels uit Spitsbergen in West-Schotland blijven. De grootste groep, die in Rusland broedt, trekt naar de kusten van de Noordzee en de Oostzee. Tegenwoordig zijn er ook groepen die het hele jaar door in meer zuidelijke landen blijven en daar ook jongen krijgen.

Verspreiding in Europa

Binnen Europa is de brandgans vooral te vinden langs de noordelijke en westelijke kustlijnen. Tijdens het broedseizoen bevinden ze zich op eilanden in de Noordelijke IJszee en langs de kusten van Noord-Scandinavië.

In de wintermaanden verspreiden ze zich over de kusten van Duitsland, Denemarken en de Britse Eilanden. Ook langs de kusten van de Oostzee zijn ze in deze periode veel te zien. De laatste decennia hebben ze hun leefgebied in Europa uitgebreid naar het zuiden en het binnenland. Hierdoor zie je ze nu vaker in landen waar ze vroeger alleen als zeldzame gasten langskwamen.

Voorkomen in Nederland en België

In Nederland en België is de brandgans in de winter een zeer bekende verschijning. Vooral in Nederland overwinteren enorme aantallen die uit Rusland komen, waarbij ze zich graag verzamelen in waterrijke gebieden en op graslanden. In België zie je ze vooral in de polders achter de kust en langs de grote rivieren.

Hoewel ze vroeger alleen wintergasten waren, zijn er nu in beide landen ook brandganzen die hier het hele jaar blijven en broeden. Ze kiezen dan vaak voor rustige plekken met veel gras en veilig water in de buurt. In de wintermaanden zijn de aantallen echter vele malen groter dan in de zomer door de komst van de trekvogels.

Habitat en voorkeursbiotopen

De brandgans leeft het liefst in open gebieden waar ze goed om zich heen kunnen kijken. Tijdens het broedseizoen op de Noordpool kiezen ze voor steile rotswanden of kleine eilanden om hun nesten te beschermen tegen roofdieren. In hun winterverblijven houden ze van uitgestrekte graslanden, kwelders en weilanden vlakbij het water. Ze hebben dit gras nodig om te eten en het water om veilig te kunnen rusten en slapen. In meer bewoonde gebieden zoals Nederland en België zie je ze ook steeds vaker in parken of op boerenland. Zolang er genoeg mals gras en open water is, voelen ze zich daar prima thuis.

Herkenning en uiterlijke kenmerken

De brandgans is een middelgrote gans met een opvallend zwart-wit patroon op de kop. Ze hebben een wit gezicht dat sterk afsteekt tegen de zwarte nek, borst en kruin. De rug is grijs met mooie zwarte en witte strepen, terwijl de buik bijna helemaal wit is. Volwassen vogels wegen meestal tussen de 1,5 en 2,2 kilogram en ze hebben een vleugelspanwijdte van ongeveer 130 tot 145 centimeter. De totale lengte van hun lichaam ligt tussen de 58 en 70 centimeter.

De jongen zien er in het begin heel anders uit met hun grijze donsveren en donkere vlekjes. Naarmate ze groter worden, krijgen ze een bruinachtige kleur op de plekken die bij de ouders zwart zijn. Pas na hun eerste jaar lijken ze precies op de volwassen vogels.

Geluid

Het geluid van de brandgans is erg herkenbaar en klinkt vaak als een kort, fel geblaf. Wanneer een hele groep overvliegt, doet het lawaai denken aan een roedel kleine honden die tegelijkertijd blaffen. Ze maken dit geluid vooral om met elkaar in contact te blijven tijdens het vliegen of terwijl ze grazen. Het geluid is een stuk hoger en scherper dan het diepe gegak van de grotere grauwe gans. Naast dit blaffende geluid kunnen ze ook zachtjes sissen als ze zich bedreigd voelen of hun nest verdedigen. In grote groepen kan het geluid van deze ganzensoorten erg indrukwekkend en luidruchtig zijn.

Ondersoorten

De brandgans wordt wetenschappelijk gezien als één soort zonder verschillende ondersoorten.

Voedsel

De brandgans is een echte planteneter die zijn dieet aanpast aan de plek waar hij op dat moment verblijft. In de wintermaanden eten de volwassen vogels vooral kort gras op weilanden en polders, maar ze lusten ook graag zeegras en kweldergras langs de kust.

Wanneer ze in het hoge noorden broeden, zoeken ze naar poolwilgen, mossen en verschillende soorten kruiden die daar groeien.

De jonge vogels moeten na het uitkomen heel snel groeien en eten daarom vooral de meest eiwitrijke delen van planten. Ze richten zich op jonge scheuten van gras en kleine waterplantjes die makkelijk te verteren zijn. Omdat de jongen direct hun eigen voedsel moeten vinden, blijven ze altijd dicht bij de ouders op plekken met mals, groen gras.

In de herfst eten ze soms ook restanten van landbouwgewassen zoals suikerbieten of granen die op de velden zijn blijven liggen.

Interessante feiten en gedragingen van de brandgans

  • Vroeger geloofden mensen in Europa dat deze ganzen uit eendenmosselen werden geboren, omdat ze ze nooit zagen broeden.
  • De kleine kuikens moeten kort na de geboorte van zeer hoge en steile rotswanden naar beneden springen om bij hun ouders en voedsel te komen. Omdat ze heel licht zijn en veel dons hebben, overleven de meeste jongen deze gevaarlijke sprong van soms wel honderden meters diep.
  • De brandgans is een zeer trouwe vogel die meestal zijn hele leven bij dezelfde partner blijft.
  • Ze vliegen in een duidelijke V-vorm om energie te besparen tijdens hun lange trektochten naar het zuiden.
  • Sommige groepen leggen tijdens hun reis tussen het broedgebied en de winterplek wel meer dan drieduizend kilometer af.
  • De naam “brandgans” danken ze aan hun zwarte hals en borst, die eruitzien alsof ze door vuur zwart zijn geblakerd.
  • In grote groepen kunnen ze tijdens het grazen de hele dag door met elkaar praten door middel van hun kenmerkende geblaf.

Gedrag en leefwijze

De brandgans is een heel sociale vogel die bijna altijd in grote groepen leeft. Volwassen vogels brengen een groot deel van hun dag grazend door en houden elkaar constant in de gaten met luidruchtig geblaf. Ze zijn erg waakzaam en vliegen bij het minste gevaar als één grote wolk tegelijk op.

De jongen tonen al direct na de geboorte indrukwekkend gedrag door van hoge rotsen te springen om hun ouders te volgen. Na deze sprong blijven de kuikens heel dicht bij hun vader en moeder voor bescherming tegen roofdieren. In de groep zijn ze meestal vredig, maar tijdens het broedseizoen kunnen de mannetjes fel hun eigen plekje verdedigen. Zodra de ruitijd begint, trekken ze zich terug op veilige plekken bij het water, omdat ze dan tijdelijk niet kunnen vliegen.

Trekgedrag en migratieroutes

De vogeltrek is een indrukwekkende reis die elk jaar in de herfst en het voorjaar plaatsvindt. Ze vliegen in strakke groepen en maken vaak gebruik van de bekende V-vorm om krachten te sparen. De vogels uit het noorden van Rusland vliegen langs de kusten van de Oostzee naar hun winterverblijven in Nederland en Duitsland. Tijdens deze tocht stoppen ze op vaste plekken om uit te rusten en hun vetreserves aan te vullen met vers gras. Sommige groepen leggen afstanden af van duizenden kilometers boven de open zee en over land.

In het voorjaar trekken ze weer massaal naar het noorden zodra de sneeuw daar begint te smelten. Tegenwoordig blijven sommige groepen in West-Europa, omdat ze hier ook in de zomer genoeg voedsel en rust vinden.

Voortplanting en broedgedrag

De voortplanting begint meestal in mei of juni, wanneer de paartijd start en de mannetjes tijdens de balts indruk maken met luid geroep en slaande vleugelbewegingen. Ze bouwen hun nesten vaak op hoge, steile rotswanden of kleine eilandjes om veilig te zijn voor roofdieren zoals vossen. Het nest is meestal een eenvoudige kuil in de grond, bekleed met zacht dons en wat planten uit de omgeving.

Het vrouwtje legt meestal tussen de drie en vijf witte eieren, die het in ongeveer 24 tot 25 dagen uitbroedt. De kuikens verlaten het nest al heel snel na het uitkomen en maken dan vaak een gewaagde sprong van de rotsen om bij het water te komen. Eenmaal beneden worden de jongen door beide ouders begeleid en beschermd, terwijl ze zelf hun eten zoeken op de graslanden. Na ongeveer zeven weken kunnen de jonge vogels vliegen en zijn ze klaar voor hun eerste grote reis naar het zuiden.

In het wild bereiken deze ganzensoorten gemiddeld een leeftijd van ongeveer twaalf jaar, al kunnen ze soms veel ouder worden als de omstandigheden gunstig zijn.

Predatie en natuurlijke vijanden

De brandgans heeft te maken met verschillende roofdieren die het vooral op de eieren en de jonge kuikens hebben voorzien. In de noordelijke broedgebieden zijn de poolvos en de ijsbeer de belangrijkste vijanden die proberen de nesten te plunderen. Om deze reden broeden ze vaak op steile rotswanden waar deze landdieren heel lastig bij kunnen komen. Vanuit de lucht vormen grote meeuwen en de jagers een constant gevaar voor de onbeschermde kuikens.

In de wintergebieden, zoals Nederland en Duitsland, moeten ze vooral uitkijken voor de vos en roofvogels zoals de zeearend. Omdat ze in zulke grote groepen leven, kunnen ze elkaar goed waarschuwen zodra er een vijand in de buurt komt. Als ze zich bedreigd voelen, vliegen ze massaal op om de aanval van een roofdier te verstoren. De jonge ganzen zijn het meest kwetsbaar tijdens de eerste weken, wanneer ze nog niet kunnen vliegen om te ontsnappen.

Bedreigingen en populatiestatus

De brandgans wordt op dit moment wereldwijd niet als een bedreigde vogelsoort beschouwd. Op de internationale rode lijst van bedreigde soorten staan ze in de categorie van minste zorg, omdat de totale aantallen de afgelopen jaren flink zijn toegenomen. Vroeger was dat wel anders en waren er grote zorgen over hun voortbestaan door overmatige jacht. Dankzij goede internationale afspraken is de populatie hersteld en zijn er nu honderdduizenden exemplaren in Europa en de poolgebieden. Wel blijven ze kwetsbaar voor veranderingen in hun leefgebied, zoals het verdwijnen van rustige rustplaatsen langs de kust. Ook klimaatverandering kan in de toekomst een probleem vormen voor de gebieden in het hoge noorden waar ze hun eieren leggen. Voorlopig gaat het echter erg goed met deze ganzensoorten en breiden ze hun leefgebied zelfs steeds verder uit.

Bedreiging in Nederland

In Nederland is de brandgans niet bedreigd en de aantallen wintergasten zijn tegenwoordig zelfs heel hoog. Omdat Nederland een belangrijk land is voor deze vogels om te overwinteren, komen er elk jaar honderdduizenden ganzen naar onze polders en graslanden. De grootste uitdaging in Nederland is niet het uitsterven, maar juist het conflict met de landbouw. Boeren maken zich soms zorgen over de schade die de grote groepen ganzen aanrichten aan het jonge gras op de weilanden. Hoewel er lokaal weleens maatregelen worden genomen om de schade te beperken, heeft dit geen negatieve invloed op de gezonde stand van de vogel in ons land.

Bescherming en wetgeving

In Nederland valt de brandgans onder strenge beschermingsregels die ervoor zorgen dat de vogels niet zomaar verstoord of gedood mogen worden. Deze bescherming is gebaseerd op Europese afspraken die gelden voor alle wilde vogels die van nature in Europa voorkomen. Er zijn speciale gebieden aangewezen, zoals de Waddeneilanden en delen van het IJsselmeer, waar de ganzen in alle rust kunnen eten en slapen.

Hoewel de vogel beschermd is, kan de overheid in heel specifieke gevallen toestemming geven om ganzen te verjagen als de schade aan de landbouw te groot wordt. Dit gebeurt echter altijd onder strikte voorwaarden en er wordt nauwlettend gekeken of de populatie hierdoor niet in gevaar komt.

De nadruk ligt in de bescherming vooral op het behoud van voldoende veilige plekken waar ze tijdens de wintermaanden kunnen verblijven.

Bronnen

Branta leucopsis

Taxonomie

RijkAnimalia (dieren)
StamChordata (chordadieren)
KlasseAves (vogels)
OrdeAnseriformes (eendvogels)
FamilieAnatidae (eendachtigen)
GeslachtBranta (zwarte ganzen)

Kenmerken

Grootte58-70 cm
Gewicht1,5-2,2 kg
Vleugelspanwijdte130-145 cm
Groep/solitairGroepen
Voedingkort gras, zeegras en kruiden

Voortplanting

BroedintervalJaarlijks
Broedperiodemei-juni
Aantal legsels1 legsel
Plaats nesthoge, steile rotswanden of op kleine, veilige eilandjes.
Aantal eieren3-5 eieren
Grootte eieren76×70 mm
Broedduur24-25 dagen
Uitvliegen40-45 dagen
Geslachtsrijp2-3 jaar
Levensduurgemiddeld 12 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparen14.000-20.000 (2018-2020)
Aantal overwinteraars710.000-870.000 (2016/17-2020/21)
Doortrekkers690.000-770.000, mrt (2016/17-2020/21)
BeschermingOmgevingswet
Rode lijst IUCNNiet bedreigd
Nederlandse Rode Lijst
Verspreiding van Brandgans in Nederland, 2021-2023.
Verspreiding broedvogels 2021-2023
Sovon Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen wereldwijd

Migratieroutes van vogels in Europa en Groenland
Author: MPF
License: CC BY-SA 3.0


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven