Beschrijving van de kleine vuurvlinder
Leefgebied
Nederland
In Nederland is de kleine vuurvlinder een algemene standvlinder. De omvang van het verspreidingsgebied is in de afgelopen eeuw nauwelijks veranderd. De verspreiding komt grotendeels overeen met de ligging van de zandgronden en het laagveen. Op de kleigronden van Zeeland en in het rivierengebied is hij zeldzamer. Hier lijkt de soort zich in de jaren tachtig enigszins te hebben uitgebreid.
Mondiaal
De kleine vuurvlinder komt in grote delen van het noordelijk halfrond voor, van het noordoosten van Noord-Amerika, via Europa en Noord-Afrika tot aan de gematigde gebieden van Azië en Japan.
Habitat
De vuurvlinder komt voor in vrij open en meestal droge gebieden, zoals schrale plekken op zandgronden in graslanden, heidevelden, kapvlakten, duinen, braakliggende terreinen, tuinen en bermen. Daarnaast wordt de vlinder ook aangetroffen in schrale graslanden in moerassen en op vochtige heiden, waar eveneens schapenzuring groeit. Opmerkelijk is dat juist in deze vochtige heidevelden de hoogste dichtheid van individuen wordt waargenomen.
Herkenning
Vlinder
De kleine vuurvlinder heeft een voorvleugellengte van 13 mm en een spanwijdte van 22 tot 27 millimeter. In tegenstelling tot de meeste andere kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes, hebben beide geslachten dezelfde kleur.
De bovenkant van de voorvleugels is oranjerood met een brede, donkerbruine buitenrand en is voorzien van verschillende onregelmatige donkere rechthoekige vlekken. De onderkant van de voorvleugels heeft een soortgelijke kleur als de bovenkant, maar het bruin is vervangen door grijsbruin en de kleur is doffer.
De achtervleugels zijn donkerbruin en hebben een oranje band langs de buitenrand. De rand zelf is golvend bruin en, net als de voorvleugels, voorzien van een lichte franje. De onderkant van de achtervleugels is bruingrijs met kleine, zwarte vlekjes en een fijne, oranje gestippelde band nabij de buitenrand.
Het vrouwtje kenmerkt zich door grote, onregelmatige zwarte vlekken aan de onderzijde van de voorvleugel. De achtervleugel toont aan de onderkant een grijsbruine kleur met verspreide kleine zwarte stipjes. Opvallend zijn de oranje vlekken langs de achterrand van de achtervleugel, die zacht van kleur zijn en niet scherp door zwart worden begrensd. Het komt voor dat deze oranje vlekken ontbreken. Sommige vrouwtjes hebben tevens kleine blauwe vlekjes op de bovenzijde van de achtervleugel.
Rups
De rupsen worden ongeveer 15 millimeter lang en zijn plomp en versmald naar de uiteinden. Ze zijn meestal groen van kleur, maar soms ook roodachtig met een roze purperachtige rugstreep en een overeenkomstige streep onder de spiracula. Het kan echter ook voorkomen dat deze ontbreken. De kop van de rups is bruingroen en ingetrokken in het lichaam.
Voedsel
De kleine vuurvlinder voedt zich voornamelijk met nectar van bloemen zoals de bergaster, herfst- of bosmunt en duifkruid.
De rupsen hebben een specifieke voorkeur voor zuringsoorten zoals schapenzuring en veldzuring. Deze planten vormen de belangrijkste voedselbron voor de rupsen, die zich voeden met de onderkant van de bladeren.
Waardplanten
Afhankelijk van het habitat zijn veldzuring en schapenzuring de twee belangrijkste waardplanten, hoewel ook andere zuringsoorten af en toe worden gebruikt.
Weetjes over de kleine vuurvlinder
- In Nederland worden jaarlijks vlinders waargenomen waarbij de oranje kleur is vervangen door lichtgeel of wit.
- Op de Canarische Eilanden vliegen ze het hele jaar door in meerdere generaties.
Gedrag
Mobiliteit
De kleine vuurvlinder is een mobiele soort die regelmatig ver van bestaande populaties wordt aangetroffen. Vrouwtjes zwerven vaker dan mannetjes.
Vlinder
De kleine vuurvlinder is het actiefst in de felle zon, waarbij de mannetjes kleine territoria afbakenen die ze fel verdedigen tegen rivaliserende mannetjes of passerende insecten. Zelfs de schaduw van een grote vogel die overvliegt, kan voldoende zijn om een reactie uit te lokken. Vrouwtjes worden achtervolgd en de paring vindt meestal plaats in de vegetatie.
Vliegtijd
De vliegtijd van de kleine vuurvlinder loopt van eind april tot half juni, van eind juni tot begin oktober en van begin september tot eind oktober, in drie generaties. De derde generatie varieert van jaar tot jaar sterk in omvang.
Levenscyclus
Eitjes
De vrouwtjes van de eerste generatie geven de voorkeur aan grotere planten in een hoge vegetatie voor hun eiafzet. Daarentegen kiezen de vrouwtjes van de tweede generatie vaker voor kleine planten in een korte, schrale omgeving. Voordat een eitje wordt gelegd, betasten de vrouwtjes een potentiële waardplant zorgvuldig met hun voelsprieten en achterlijf.
De eitjes worden afzonderlijk afgezet, doorgaans aan de onderkant van een blad. Interessant is dat het afzetten stopt zodra de zon verdwijnt achter een wolk. Zodra de zon weer tevoorschijn komt, hervat het vrouwtje haar bezigheid.
Rups
De rupsen voeden zich uitsluitend met de onderkant van het blad. Aan de bovenkant verraden hun vraatsporen zich als doorzichtige ‘raampjes’.
De overwintering vindt plaats in het tweede, derde of vierde larvale stadium, op de waardplant zelf of in de strooisellaag vlakbij. Op zachte winterdagen worden de rupsen weer actief en hervatten ze hun voedselopname.
Pop
In het voorjaar vindt de verpopping plaats onder of tussen de bladeren van de waardplant, maar dit kan ook in de strooisellaag gebeuren.
Vlinder
Rond half april zijn de eerste vlinders te zien. Op de vliegplaatsen is de populatiedichtheid doorgaans aanzienlijk, met schattingen van 14 tot 36 individuen per hectare.
De vlinders verzamelen nectar van meer dan honderd verschillende plantensoorten. Dagelijks besteden ze iets minder dan de helft van hun actieve tijd aan het zoeken naar voedsel.
Het mannetje bakent een territorium af van ongeveer tien vierkante meter, vaak vanuit een groep bloemen of een steen. Kenmerkend voor dit gebied is een lage vegetatie of zelfs kale zandgrond. Deze beschutte en zonnige plekken zijn geliefd; mannetjes worden vaak zonnend waargenomen. Indringers worden resoluut verjaagd door er snel omheen te vliegen, terwijl de interactie met vrouwtjes bestaat uit baltsgedrag.
Na de bevruchting zoeken de vrouwtjes naar nectar, essentieel voor de ontwikkeling van hun eitjes.
Bedreiging
Op dit moment wordt de kleine vuurvlinder in Nederland en Europa niet als bedreigd gezien en lijkt de populatie eerder stabiel tot lichtelijk toenemend.
Bescherming
Er zijn geen specifieke beschermingsmaatregelen nodig, zoals bij zeldzame of bedreigde soorten.
Wel wordt de soort beïnvloed door veranderingen in het milieu, zoals droogte en habitatverlies. De kleine vuurvlinder komt vooral voor in bloemrijke graslanden, heidevelden en wegbermen, en het behoud van deze leefgebieden is belangrijk voor zijn voortbestaan.
Bronnen
- Kleine vuurvlinder. (2024, 25 maart). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 16:43, mei 7, 2025 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Kleine_vuurvlinder&oldid=67264697.
- Seite „Kleiner Feuerfalter“. In: Wikipedia – Die freie Enzyklopädie. Bearbeitungsstand: 26. April 2024, 17:38 UTC. URL: https://de.wikipedia.org/w/index.php?title=Kleiner_Feuerfalter&oldid=244420300 (Abgerufen: 7. Mai 2025, 16:44 UTC)
- Wikipedia-contributors. (2024, 13 september). Lycaena phlaeas. In Wikipedia, The Free Encyclopedia. Retrieved 16:45, May 7, 2025, from https://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Lycaena_phlaeas&oldid=1245506543
- De Vlinderstichting | Vlinder: kleine vuurvlinder / Lycaena phlaeas, geraadpleegd 7 mei 2025
- Kleine vuurvlinder Lycaena phlaeas | Nederlands Soortenregister, geraadpleegd 9 mei 2025
Lycaena phlaeas | |
Taxonomie | |
|---|---|
| Rijk | Animalia |
| Stam | Geleedpotigen (Arthropoda) |
| Klasse | Insecten (Insecta) |
| Orde | Vlinders (Lepidoptera) |
| Familie | Lycaenidae (kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes) |
| Geslacht | Lycaena |
| Synoniemen | Gevlekt vuurvlindertje, vuurvlindertje |
Kenmerken | |
| Voorvleugellengte | 13 mm |
| Spanwijdte | 22-27 mm |
| Waardplanten | Veldzuring, schapenzuring |
| Vliegperiode | Eind april-eind oktober |
| Grootte rups | 15 mm |
Voortplanting | |
| Aantal eitjes | Tientallen tot honderden |
| Uitkomen eitjes | 1-2 weken |
| Rupsen | Half augustus-half mei en van eind mei-begin juli |
| Popfase | Enkele weken |
Voorkomen in Nederland | |
| Status | Oorspronkelijk |
| Zeldzaamheid | Algemene standvlinder |
| Bescherming | – |
![]() Verspreidingskaart kleine vuurvlinder | |
Verspreiding | |
| Nederland | Het hele land |
| Wereld | Van Ierland tot Japan en Noord-Amerika en van Scandinavië tot Noord-Afrika. |
| Biotoopvoorkeur | Vrij open en meestal droge gebieden. |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







