• Kleine rotsvlinder

Beschrijving van de kleine rotsvlinder

Leefgebied

Mondiaal

De kleine rotsvlinder komt in delen van Noord-Europa voor, in de Alpen en delen van Oost-Europa en Siberië tot aan de Amoer op grote hoogte.

Nederland

De kleine rotsvlinder komt niet in Nederland en België voor.

Habitat en biotoop

Deze vlinder voelt zich thuis op zonnige, rotsachtige hellingen met open plekken en grasrijke begroeiing, vaak in of bij naald- of gemengde bossen. In noordelijke streken, zoals Zweden en Noorwegen, vind je hem van zeeniveau tot zo’n 1200 meter hoogte. In berggebieden zoals de Alpen leeft hij zelfs boven de 2000 meter.

Herkenning

Vlinder

De kleine rotsvlinder heeft een spanwijdte van zo’n 35 mm en lijkt veel op het bruin zandoogje, maar is duidelijk wat kleiner. De kleur en de tekening zijn bijna identiek. De bovenkant van de vleugels heeft een grijsbruine basiskleur. Op de voorvleugels is een groot deel oranjebruin gekleurd, gescheiden door een donkerbruine veeg. In dit oranje veld bevindt zich nabij de vleugelpunt meestal een zwarte vlek met een dubbele witte kern, waarvan de omgeving iets lichter oranje is.

Op de achtervleugels zijn drie tot vier kleinere zwarte vlekken met witte kern te zien. Alleen in de directe omgeving van deze vlekken is de achtervleugel oranje gekleurd. De meest buitenste vlek is hoofdzakelijk oranje, met in het midden slechts een klein gekernd vlekje. De onderkant van de voorvleugels is oranjebruin en bevat eveneens zo’n dubbel wit gekernde zwarte oogvlek. Op de lichtbruingrijze onderzijde van de achtervleugels bevinden zich bruine oogvlekken met zwarte en witte randen en witte kernen.

Het verschil met het bruin zandoogje zit in een donkerbruine dwarsstreep op de achtervleugel, die bij het bruin zandoogje ontbreekt. Ook is de oranje kleuring van de kleine rotsvlinder soms minder uitgesproken, waardoor de donkere lijnen op de voorvleugels beter tot hun recht komen.

Rups

De rups is langgerekt en slank van vorm en heeft een groenachtige tot bruingrijze basiskleur, die helpt om goed gecamoufleerd te blijven tussen grassen en stenen. Langs het lichaam lopen subtiele lengtestrepen die nauwelijks opvallen, maar de camouflage versterken. Hij is bedekt met fijne, nauwelijks zichtbare haartjes en heeft een relatief donkere, afgeronde kop.

Pop

De pop van de kleine rotsvlinder is goed aangepast aan haar bergachtige leefomgeving. Ze is meestal groenachtig tot bruin van kleur, afhankelijk van de ondergrond waarop ze zich vastzet. De pop heeft een gladde, enigszins hoekige structuur en hangt vaak aan rotsen, boomstammen of grashalmen. In tegenstelling tot sommige andere soorten is ze niet opvallend behaard en valt ze nauwelijks op in haar omgeving, wat een perfecte camouflage tegen roofdieren is.

Voedsel

De kleine rotsvlinder voedt zich voornamelijk met nectar uit bloemen, net als de meeste dagvlinders. Hij bezoekt graag lage, zonbeschenen bloemen in open bergweiden en bosranden. Hij voedt zich met bloemen die goed bereikbaar zijn en veel nectar bevatten, zoals soorten uit de asterfamilie, klavers en distels, die vaak voorkomen in zijn leefgebied.

Waardplanten

De rupsen voeden zich met grassen zoals schapengras, kropaar en duinriet, waardoor open grasvlakten essentieel zijn voor hun voortbestaan.

Weetjes over de kleine rotsvlinder

  • De kleine rotsvlinder overwintert vaak als pop, vooral in koudere gebieden zoals Scandinavië of de Alpen.
  • De vlinders zijn thermofiel. Ze zonnen graag op warme oppervlakken zoals stenen of hout om hun lichaamstemperatuur te reguleren.
  • In berggebieden is de verspreiding vaak plaatselijk en gefragmenteerd, omdat de kleine rotsvlinder gebonden is aan specifieke habitats zoals rotsachtige grashellingen en bosranden.

Gedrag

Vlinder

Volwassen vlinders rusten vaak op warme rotsen, boomstammen of op de grond en verkiezen plekken met veel zon, maar ook beschutting tegen wind. Mannetjes verdedigen vaak een zonnige plek en wachten daar op passerende vrouwtjes.

Rups

Door hun groenbruine kleur en subtiele strepen zijn de rupsen goed gecamoufleerd tussen gras en stenen. In koudere gebieden overwinteren ze als rups of pop, vaak goed verstopt in de vegetatie of onder bladeren.

Mobiliteit

De mobiliteit van de kleine rotsvlinder is relatief beperkt en sterk afhankelijk van zijn bergachtige leefomgeving. Het is dan ook geen echte trekvlinder. Hij houdt zich meestal binnen een klein gebied op. Hij vliegt korte afstanden en blijft vaak in de directe omgeving van zijn geboorteplek, vooral als daar voldoende voedselplanten en geschikte rustplaatsen zijn.

Vliegtijd

De kleine rotsvlinder is actief van eind april tot begin augustus.

Levenscyclus

Vlinder

De vlinder leeft doorgaans twee tot drie weken, waarin hij zich voedt met nectar en zich voortplant. In lagere gebieden kan soms een tweede generatie ontstaan, maar meestal vliegt deze soort in één generatie per jaar.

De kleine rotsvlinder legt haar eitjes één voor één op grassoorten die als voedsel dienen voor de rupsen. Ze worden afgezet in zonnige, rotsachtige grashellingen of open plekken in bossen, waar deze grassen goed gedijen.

Eitjes

De eitjes komen na enkele dagen tot weken uit, afhankelijk van de temperatuur. Uit het ei kruipt een kleine rups die zich direct begint te voeden met gras.

Rups

De rupsen groeien langzaam en vervellen meerdere keren. In bergachtige gebieden kan dit stadium tot wel twee maanden duren, en in koudere streken overwintert de soort zelfs als rups of pop. De rups zoekt een beschutte plek zoals een rots, boomstam of grasstengel om zich te verpoppen.

Pop

De popfase duurt meestal enkele weken, maar in noordelijke gebieden zoals Scandinavië of de Alpen of op grotere hoogtes kan de pop overwinteren. De pop blijft dan maandenlang in rust, wachtend op gunstige omstandigheden in het voorjaar om uit te komen. Uit de pop komt uiteindelijk de volwassen vlinder tevoorschijn.

Bedreiging

De kleine rotsvlinder wordt op dit moment niet beschouwd als bedreigd. In internationale databases zoals de IUCN Rode Lijst staat de kleine rotsvlinder niet vermeld als kwetsbaar of bedreigd.

Bescherming

In Nederland komt de kleine rotsvlinder niet voor als gevestigde soort en staat hij dan ook niet op de Nederlandse Rode Lijst van dagvlinders.

Ook op nationaal niveau, bijvoorbeeld in Duitsland en Frankrijk, heeft de soort geen speciale beschermingsstatus gekregen. Dit komt vooral doordat hij een brede verspreiding heeft in bergachtige en noordelijke gebieden van Europa en Azië, waar menselijke activiteit de leefomgeving minder beïnvloedt.

Bronnen

Lasiommata petropolitana

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieNymphalidae (vossen, parelmoervlinders
en weerschijnvlinders)
GeslachtLasiommata
Synoniemen

Kenmerken

Voorvleugellengte 17-2 mm
Spanwijdte 35 mm
WaardplantenGrassen zoals schapengras, kropaar en duinriet.
VliegperiodeEind april – begin augustus
Grootte rups25-30 mm

Voortplanting

Aantal eitjesTientallen – ruim honderd eitjes per jaar
Uitkomen eitjesEnkele dagen – 2 weken
Rupsen4-8 weken of overwintering
Popfase2-4 weken of overwintering

Voorkomen in Nederland

StatusKomt niet voor
ZeldzaamheidKomt niet voor
Bescherming

Verspreiding

NederlandKomt niet voor
WereldNoord-Europa, de Alpen, Oost-Europa en Siberië tot aan de Amoer.
BiotoopvoorkeurZonnige, rotsachtige hellingen


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven