Woordenlijst

Woordenlijst index

  • Een saprobiont is een organisme dat leeft van dood organisch materiaal. Ze helpen om dood organisch materiaal af te breken. Ze spelen een belangrijke rol in de kringloop van de natuur.

    Saprobionts zijn onder meer schimmels, bacteriën en protozoa. Ze produceren enzymen die dood organisch materiaal afbreken in kleinere moleculen, die ze vervolgens kunnen opnemen als voedsel.

  • Een saprofyt (van het Grieks: sapros = verrot en phuton = plant) is een plantaardig organisme of een schimmel die zijn celmateriaal opbouwt door het opnemen van organische stoffen uit dode andere organismen (heterotroof). Ze staan mee in voor de afbraak van dood hout, afgevallen bladeren en dode planten en dieren.

    Bron: Saprofyt. (2019, december 22). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 12:13, december 22, 2019 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Saprofyt&oldid=55294596.

  • Levenswijze van schimmels die leven van dood organisch materiaal wat ze afbreken. Voorbeelden zijn bladeren, naaldenstrooisel, dode stengels, dood hout en mest.

  • Scabiosa is een geslacht uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). De soorten komen voor in de gematigde delen van Eurazië, in Macaronesië, Noord-Afrika tot in Eritrea en in zuidelijk Afrika.

    Bron: Scabiosa. (2023, januari 15). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 13:25, mei 11, 2024 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Scabiosa&oldid=63649917.

  • Sclerofylle vegetatie is een vegetatietype dat wordt gekenmerkt door sclerofylle planten: planten met kleine, harde, groenblijvende bladeren, korte internodia (de afstand tussen bladeren langs de stengels en takken) en bladeren die parallel of schuin georiënteerd staan op het zonlicht. 

    De bladeren hebben een dikke cuticula en de huidmondjes liggen verzonken aan het bladoppervlak zodat de verdamping van water wordt tegengegaan. Voorbeelden van sclerofylle planten zijn de olijfboom en de steeneik.

    Bron: Sclerofylle vegetatie. (2023, maart 13). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 15:28, april 7, 2024 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Sclerofylle_vegetatie&oldid=63983653.

  • Een scherenkust is een kustgebied met ondiep en vaak brak water en talrijke, meestal kleine rotsachtige eilanden of scheren.

    Scheren zijn rotsachtige eilanden geboetseerd door de gletsjers tijdens de ijstijden. Na het afsmelten van de ijskap zijn de kustgebieden gaan stijgen en kwamen de eilandjes boven het wateroppervlak. Dit verklaart hun gepolijste, afgeronde vorm. Scandinavië en Canada (Atlantische kust en Hudsonbaai) zijn de belangrijkste gebieden waar deze voorkomen.

    Bron: Scherenkust. (2022, december 5). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 14:56, september 23, 2023 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Scherenkust&oldid=63394211.

  • De schijnkrans is een bloeiwijze die bestaat uit twee ineengedrongen gevorkte bijschermen en komt voor bij de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae).

    Schijnkrans
    Schijnkrans
    Author: Rasbak
    License: GNU Free Documentation License

    De schijnkrans is een bloeiwijze die bestaat uit twee ineengedrongen gevorkte bijschermen en komt voor bij de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae).

    Bron: https://en.wikipedia.org/w/index.php?title=GNU_Free_Documentation_License&oldid=1027025766

  • Een kwelder (ook: gors, groeze/groes, schol of schor(re), de verschillende namen zijn regionaal) is een begroeide buitendijkse landaanwas die bij een gemiddeld hoogwater niet meer onderloopt. De plantengemeenschap die op een kwelder kan ontstaan is Puccinellion maritimae (zilte graslanden).

    Alleen bij erg hoge waterstanden komt de kwelder blank te staan. De term wordt ook wel gebruikt voor een onbedijkte aangeslibde kleibank. Het grootste aaneengesloten brakwater-schorrengebied van Europa is het Verdronken Land van Saeftinghe, en is deels in Zeeuws-Vlaanderen en deels in Oost-Vlaanderen gelegen.

    Bij het onderlopen van een slik tijdens vloed blijft er telkens wat nieuwe modder liggen wanneer het water wegloopt. Hierdoor ontstaat de kwelder, die langzaam maar zeker steeds droger wordt. De laagste delen van een kwelder worden gevormd door geulen, slenken, prielen en kreken. Een kwelderwal is een hoger gelegen deel van een kwelder, waar bij overstromingen vaak grover materiaal werd afgezet. Een voorbeeld hiervan zijn de kwelderwallen van de oude Middelzee in Friesland. De kwelderwallen zijn te herkennen doordat hierop de dorpen ontstonden. Bijvoorbeeld de gordel van de dorpen Hijum, Hallum, Marrum, Ferwerd, Blija en Holwerd. Kwelderwallen worden verder gekenmerkt door akkerbouw omdat de grond lichter (zandiger) is dan de overige kweldergronden.

    Bron: Kwelder. (2021, februari 12). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 20:55, februari 12, 2021 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Kwelder&oldid=58298269.

  • Een scleriet is een harde chitineplaat omgeven door naden of zachte huid op de buitenkant van een geleedpotige. Het is een verhard deel van het geleedpotige exoskelet.

    Bron: Scleriet. (2022, december 31). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 11:06, december 25, 2024 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Scleriet&oldid=63563625.

  • Het scutellum of schildje is een onderdeel van het borststuk van een insect. Het scutellum is gelegen aan de bovenzijde van het borststuk, achter het scutum. De anale plaat van de rups wordt het anale scutellum genoemd.

    Bron: Scutellum. (2021, augustus 17). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 13:01, december 20, 2024 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Scutellum&oldid=59734253.

  • Sedentair gedrag bij een vlinder is een vorm van rustgedrag waarbij de vlinder langere tijd stilzit, meestal om energie te sparen of zich thermisch te reguleren. In tegenstelling tot mensen betekent “sedentair” bij vlinders niet ongezond stilzitten, maar een functioneel onderdeel van hun levenscyclus en overleving.

  • Seksuele dimorfie of geslachtsdimorfie is het verschil in uiterlijk tussen mannetjes en vrouwtjes bij dezelfde diersoort. Het betreft hier niet de geslachtsorganen zelf, maar andere morfologische verschillen in lichaamsvorm, lichaamsgrootte of lichaamskleur. Dimorfie kan ook optreden bij planten, zoals bij sommige varens.

    Bron: Seksuele dimorfie. (2024, januari 19). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 13:19, mei 4, 2024 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Seksuele_dimorfie&oldid=66869345.

  • Tussenschot

  • Een seta of borstel (Latijn: saeta, borstel, meervoud setae) is een in de biologie algemeen gebruikte, beschrijvende term voor stijve, maar toch buigzame, haarvormige structuren bij micro-organismen, planten en dieren.

    Bron: Seta. (2023, februari 2). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 10:23, juli 10, 2023 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Seta&oldid=63763956.

  • Skelethyfen zijn dikwandige, niet of slechts licht vertakte en nauwelijks gesepteerde hyfen, die vaak erg lang zijn. De hyfen sterven meestal heel vroeg af en zijn dan plasmavrij en buisvormig hol. Deze hyfen geven hardheid en stevigheid aan het vruchtlichaam. Vruchtlichamen met skelethyfen zijn min of meer kurkachtig of houtachtig.

    Schimmeldraad. (2023, oktober 18). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 11:30, november 14, 2023 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Schimmeldraad&oldid=66162744.

  • Een spermatofoor is het zaadpakketje van een mannelijk dier dat wordt afgedragen aan het vrouwelijk dier om bevruchting mogelijk te maken. Het kan gaan om uiteenlopende diersoorten, van gewervelde dieren als salamanders tot ongewervelde dieren als spinnen.

    Bron: Spermatofoor. (2018, december 10). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 17:39, januari 14, 2025 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Spermatofoor&oldid=52770831.

  • Ademhalingsopeningen op de zijkant van het lichaam van een rups.
  • De sporee is de massa van sporen die door een slijmzwam of paddenstoel wordt geproduceerd en vrijkomt uit het vruchtlichaam. Deze sporen vormen vaak een poederige laag of afdruk op het substraat en hebben een kenmerkende kleur die belangrijk is voor determinatie. Bij slijmzwammen, zoals Fuligo septica (heksenboter), kan de sporee een opvallend donkerbruine tot zwarte kleur aannemen.

  • Een sporenafdruk (ook wel sporenprint genoemd) is een afdruk van de sporen die een paddenstoel loslaat. Het is een methode die vaak wordt gebruikt om paddenstoelen te determineren, omdat de kleur van de sporenprint kenmerkend is voor de soort.

    Om een sporenprint te maken, leg je de hoed van een rijpe paddenstoel met de onderkant (de poriën of lamellen) naar beneden op een vel papier, glas of folie. Na enkele uren tot een dag laten de sporen los en vormen ze een zichtbare afdruk op het oppervlak. Die afdruk laat zien hoe de sporen zijn gerangschikt en welke kleur ze hebben — bijvoorbeeld wit, bruin, roze of zwart.

  • Springstaarten zijn piepkleine zespotige diertjes die wijdverspreid voorkomen in vochtige omgevingen. Hoewel ze qua uiterlijk op insecten lijken, worden ze beschouwd als een aparte klasse binnen de zespotigen. Ze danken hun naam aan een speciaal orgaan onder hun achterlijf, de 'springvork', waarmee ze zich bij gevaar razendsnel kunnen voortbewegen door te springen.

  • Een standvlinder in een bepaald gebied is een vlinder die in dat gebied gedurende minimaal tien jaar een populatie heeft (gehad). Naast standvlinders kunnen in het gebied ook trekvlinders worden gezien, die zich niet of niet blijvend kunnen vestigen in dat gebied, en adventieven die niet op eigen kracht in het gebied zijn gekomen.

    Voorbeelden van veelgeziene standvlinders in Nederland en België zijn dagpauwoog, klein koolwitje, citroenvlinder en oranjetipje. In hetzelfde gebied zijn de atalanta en distelvlinder vaak geziene trekvlinders.

    Bron: Standvlinder. (2022, april 14). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 10:59, juli 15, 2022 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Standvlinder&oldid=61687599.

  • Een sterigma (meervoud: sterigmen of sterigmata) is een verlenging van het basidie (basidium) en bestaat uit een draadvormig deel uitlopend in een dunner deel waar de basidiospore aan vastzit. Het sterigma wordt op het zich ontwikkelend basidie gevormd. Het basidie vormt tijdens de meiose vier kernen, die zich naar de top van het basidie verplaatsen. Ten slotte komt in elke spore, die zich aan de top van het sterigma vormen, één kern.

    Bron: Sterigma. (2022, december 11). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 14:02, november 21, 2023 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Sterigma&oldid=63429493.

  • Een sterniet is een van de twee bedekkende chitineplaten op een segment van het achterlichaam van een insect, en wel die aan de buikzijde. De corresponderende rugplaat heet tergiet.

    Bron: Sterniet. (2023, juli 16). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 15:00, november 15, 2024 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Sterniet&oldid=64712820.

  • Een stigma of spiraculum is een ademopening van insecten en bepaalde spinnen. Het zijn de verbindingen van het tracheeënstelsel met de buitenlucht die de uitwisseling van zuurstof mogelijk maken. De stigmata zijn vaak zeer klein en zijn vaak gepositioneerd op verborgen plaatsen, zoals onder de vleugelrand.

    Bron: Stigma (geleedpotigen). (2024, april 17). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 08:33, mei 20, 2025 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Stigma_(geleedpotigen)&oldid=67389865.

  • Stridulatie is het produceren van geluid door bepaalde lichaamsdelen langs elkaar te strijken. In de praktijk slaat het voornamelijk op insecten die geluiden produceren om het andere geslacht te lokken.

    Bron: Stridulatie. (2023, september 8). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 18:00, augustus 8, 2024 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Stridulatie&oldid=65755786.

  • Een hyfenlaag tussen het hymenium en de trama bij Agaicales of tussen het hymenium en het receptaculum bij Ascmyucetes.

  • Successie is een ecologisch proces waarbij een merkbare verandering in de soortensamenstelling binnen een habitat plaatsvindt. Deze verandering vindt plaats binnen een bepaalde tijdspanne waarna een stabiele levensgemeenschap gevormd wordt. Levensgemeenschappen volgen elkaar dan in een bepaalde volgorde op. Als er wordt uitgegaan van een kaal gebied, zonder planten, begint de successie met een aantal pioniersoorten, waarna, naarmate de successie vordert, het systeem complexer wordt.

    Bron: Successie (ecologie). (2023, februari 6). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 16:55, juni 29, 2023 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Successie_(ecologie)&oldid=63785012.

  • Het woord synantropisch komt uit de ecologie en beschrijft soorten die nauw samenleven met mensen of voorkeur hebben voor menselijke leefomgevingen. Denk aan dieren of planten die je vaak ziet in steden, dorpen, tuinen of op boerderijen.

Scroll naar boven