Reflexbloedingen
Veel lieveheersbeestjes, oliekevers, weekkevers, steenvlieglarven en andere insecten gebruiken reflexbloedingen als afschrikmiddel.
Veel lieveheersbeestjes, oliekevers, weekkevers, steenvlieglarven en andere insecten gebruiken reflexbloedingen als afschrikmiddel.
Rostraal (Latijn: rostrum, neusspiegel) is bij dieren de plaatsaanduiding van een lichaamsonderdeel aan de voorzijde. Een lichaamsonderdeel ligt rostraal wanneer de plaats ervan op het hoofd aan de kant van de neus ligt.
Een scleriet is een harde chitineplaat omgeven door naden of zachte huid op de buitenkant van een geleedpotige. Het is een verhard deel van het geleedpotige exoskelet.
Het scutellum of schildje is een onderdeel van het borststuk van een insect. Het scutellum is gelegen aan de bovenzijde van het borststuk, achter het scutum. De anale plaat van de rups wordt het anale scutellum genoemd.
Sedentair gedrag is rustgedrag waarbij de vlinder stilzit om energie te sparen of zich thermisch te reguleren.
Een spermatofoor is het zaadpakketje van een mannelijk dier dat wordt afgedragen aan het vrouwelijk dier om bevruchting mogelijk te maken. Het kan gaan om uiteenlopende diersoorten, van gewervelde dieren als salamanders tot ongewervelde dieren als spinnen.
Springstaarten zijn piepkleine zespotige diertjes die wijdverspreid voorkomen in vochtige omgevingen. Hoewel ze qua uiterlijk op insecten lijken, worden ze beschouwd als een aparte klasse binnen de zespotigen.
Een standvlinder in een bepaald gebied is een vlinder die in dat gebied gedurende minimaal tien jaar een populatie heeft
Een sterniet is een van de twee bedekkende chitineplaten op een segment van het achterlichaam van een insect, en wel die aan de buikzijde. De corresponderende rugplaat heet tergiet.
Een stigma of spiraculum is een ademopening van insecten en bepaalde spinnen. Het zijn de verbindingen van het tracheeënstelsel met de buitenlucht die de uitwisseling van zuurstof mogelijk maken. De stigmata zijn vaak zeer klein en zijn vaak gepositioneerd op verborgen plaatsen, zoals onder de vleugelrand.
Stridulatie is het produceren van geluid door bepaalde lichaamsdelen langs elkaar te strijken. In de praktijk slaat het voornamelijk op
Positie in de paring, waarin het mannetje met zijn achterlijfsaanhangselen is verbonden met halsschild of achterhoofd van het vrouwtje, maar
De tarsus van een insect is een structuur aan het uiteinde van de poot, waarmee het dier contact met de
De tarsus van een insect is een structuur aan het uiteinde van de poot, waarmee het dier contact met de onderlaag houdt. De overeenkomstige structuur bij andere geleedpotigen wordt eveneens tarsus genoemd.
Een tergiet (van het Latijnse tergum voor rug) of rugplaat is een deel van het exoskelet van insecten. Het is
Een thermofiele aard betekent dat een organisme een duidelijke voorkeur heeft voor warmte.
Dieren reguleren hun lichaamstemperatuur via gedrag, fysiologie of omgeving om optimale werking van organen en enzymen te behouden.
De tibia of scheen is bij geleedpotige dieren een onderdeel van de poot. De tibia verbindt de dij (femur) met
Een trachee (mv: tracheeën) is een ademhalingsbuisje bij insecten, duizendpotigen, springstaarten, spinachtigen en fluweelwormen.
Een ubiquist is een planten- of diersoort die in zeer uiteenlopende leefomgevingen of biotopen kan gedijen. Deze organismen hebben een groot aanpassingsvermogen.
Laatste vervelling van een libellenlarve, waarbij het imago tevoorschijn komt. Bron: https://www.vlinderstichting.nl/libellen/alles-over-libellen/verklarende-woordenlijst/
Het mentum wordt ook wel vangmasker genoemd. Dit is een opvallend orgaan aan de onderzijde van de kop van de
De vleugelvoorrrand wordt gevormd door de voorrandader, de costa, deze loopt vanaf de basis van de vleugel tot aan de top van de vleugel.