Gevlekte witsnuitlibel

  • Een libelle rustend op een grasstengel
  • Macro-opname van een libelle op gras

Beschrijving van de gevlekte witsnuitlibel

Leefgebied

Mondiaal

De gevlekte witsnuitlibel heeft een uitgestrekt verspreidingsgebied dat zich over een groot deel van het Palearctisch gebied uitstrekt. De soort is te vinden van West-Europa tot aan Centraal- en Oost-Azië. In dit enorme continentale gebied is de aanwezigheid van de libel zeer gefragmenteerd en sterk afhankelijk van specifieke habitats, waardoor hij op veel plaatsen zeldzaam is.

Europa

Binnen Europa is hij wijdverspreid, maar over het algemeen schaars. De soort is te vinden van Frankrijk aan de Atlantische Oceaan, via de Benelux, tot aan de Oeral. In het zuiden reikt zijn verspreiding tot in delen van Noord-Italië en de Balkan, terwijl in het noorden populaties te vinden zijn in Zuid-Scandinavië en Finland. De populaties binnen dit gebied zijn vaak klein en geïsoleerd, wat te wijten is aan het verdwijnen van hun leefgebieden.

Nederland

In Nederland is de gevlekte witsnuitlibel een zeldzame soort met een zeer lokaal en gefragmenteerd verspreidingsgebied. De grootste populaties zijn te vinden in de vennen en moerasgebieden van Noord-Brabant, zoals in de Peel, en in Drenthe en Twente. Daarnaast zijn er kleine, geïsoleerde populaties in Utrecht en Limburg.

Habitat en biotoop

Deze libel heeft een heel specifieke plek nodig om te leven. Wereldwijd zoekt de soort rustig en helder water dat een beetje zuur is en rijk aan oude plantendelen. Zijn favoriete plekken zijn veenmoerassen en kleine plassen op heidevelden. Belangrijk is de aanwezigheid van bepaalde waterplanten en specifieke mossensoorten, die essentieel zijn voor de larven om te groeien en zich te ontwikkelen tot libellen.

Herkenning

Het is een middelgrote libel met een opvallend en kleurrijk uiterlijk. De spanwijdte van de volwassen libel varieert doorgaans van 55 tot 65 millimeter, waardoor hij gemakkelijk te herkennen is in het veld. Het uiterlijk verschilt duidelijk tussen het mannetje en het vrouwtje, hoewel ze een belangrijk kenmerk delen.

Het mannetje is zeer opvallend door de sterke contrasten op zijn lichaam. Het grootste deel van zijn lichaam is glanzend zwart. Deze donkere achtergrond vormt een krachtig contrast met de felgele vlekken op de bovenkant van het borststuk. Het meest kenmerkende detail is de felrode vlek aan de punt van zijn achterlijf. De ogen van de mannetjes zijn meestal donkerbruin tot zwart, wat de lichte kleuren op de rest van het lichaam nog meer doet opvallen.

Het vrouwtje heeft een vergelijkbaar donker lichaam, maar de gele vlekken op haar borststuk zijn vaak prominenter en groter dan bij het mannetje. Haar achterlijf is breder en korter dan dat van het mannetje en mist de rode punt. De kleuren van haar achterlijf zijn doorgaans een mix van geel en zwart, wat een minder opvallend, maar even kenmerkend patroon creëert.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een opvallend en onmiskenbaar kenmerk waaraan de libel zijn Nederlandse naam dankt: een helderwitte ‘snuit’ of frons aan de voorkant van de kop. Door deze witte snuit is de soort gemakkelijk te onderscheiden van andere libellen. De vleugels zijn in rust transparant, maar de vlekken op de vleugels kunnen per individu verschillen.

Larve

De larve is compact en gedrongen met een relatief glad lichaam. De lengte van een volgroeide larve varieert van 17 tot 21 millimeter. Ze hebben een relatief lange, rechthoekige kop met opvallende ogen en antennes. Het achterlijf is breder dan het borststuk en is aan de zijkanten van de laatste segmenten voorzien van doornen, die dienen voor camouflage.

Voedsel

Het volwassen insect is een behendig en snel roofdier dat zijn prooi in de lucht vangt. Hij voedt zich uitsluitend met kleine vliegende insecten, zoals muggen, vliegen en andere ongewervelden die hij in de lucht vangt. De libel gebruikt zijn poten als vangmand om de prooi te grijpen en eet deze vaak op tijdens de vlucht.

Larven

De larven zijn, net als de volwassen libellen, rovers. Ze leven in het water en jagen actief op verschillende kleine waterorganismen. Hun voedsel bestaat onder andere uit watervlooien, kleine kreeftachtigen, de larven van muggen en andere insecten. Ze maken gebruik van een uitklapbaar vangmasker, een uniek monddeel, dat razendsnel naar voren schiet om een prooi te grijpen en vast te houden.

Weetjes over de gevlekte witsnuitlibel

  • De aanwezigheid van de libel in Nederland wordt beschouwd als een belangrijke indicator voor de ecologische kwaliteit van een veen- of venbiotoop, gezien de grote gevoeligheid voor verdroging en vervuiling.
  • Het is een specialist als het gaat om zijn leefgebied. Hij kan alleen overleven in zeer specifieke biotopen, zoals zure en voedselarme vennen en moerassen. De aanwezigheid van veenmos is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van de larven.
  • De volwassen libel leeft slechts enkele weken, terwijl de larve twee tot drie jaar onder water doorbrengt voordat hij zich ontpopt. Dit betekent dat de libel het grootste deel van zijn leven in de aquatische omgeving doorbrengt.

Gedrag

De volwassen libel vertoont een gedrag dat kenmerkend is voor de familie van de korenbouten. Ze zijn vaak te zien terwijl ze vanaf een uitkijkpunt in de zon jagen op prooi. Het zijn actieve en behendige vliegers die hun tijd verdelen tussen jagen en uitrusten op strategische plekken zoals takjes of rietstengels. Mannetjes zijn territoriaal en verdedigen actief hun gebied tegen rivalen door middel van achtervolgingen.

De paring vindt meestal plaats op een zitplaats, waarna het vrouwtje haar eieren alleen of met het mannetje afzet door met het puntje van haar achterlijf het water aan te tikken.

Larven

Het gedrag van de larven is volledig afgestemd op hun leven als een roofdier onder water. Het zijn hinderlaagjagers die zich geduldig verstoppen in de vegetatie of op de bodem van het water, wachtend op een prooi.

Ze zijn niet zo mobiel als de volwassen libel, maar kruipen over de bodem op zoek naar een goede plek om te schuilen. Wanneer een prooi zoals een muggenlarve of een kikkervisje voorbijkomt, schieten ze hun unieke vangmasker razendsnel uit om deze te grijpen.

Mobiliteit

De libel is een behendige en snelle vlieger, maar zijn mobiliteit is grotendeels lokaal en georiënteerd op zijn habitat. Hij brengt het grootste deel van zijn tijd door met rusten op uitstekende plantenstengels of takken in de nabijheid van de broedplek. Vanuit deze strategische positie onderneemt hij korte, snelle vluchten om prooien te vangen en patrouilleert hij over zijn territorium.

Hoewel de libel in staat is om te vliegen, staat de soort er niet om bekend grote afstanden af te leggen of te migreren. Hij blijft over het algemeen dicht bij de zure vennen en moerassen die zijn leefgebied vormen.

Vliegtijd

De gevlekte witsnuitlibel heeft een relatief korte vliegtijd. Ze zijn actief van begin mei tot eind juli, met een piek in de maand juni. Deze korte periode in de lucht is kenmerkend voor de soort, die het grootste deel van zijn leven als larve onder water doorbrengt.

Levenscyclus

De levenscyclus kent drie belangrijke fasen, waarbij iedere fase een unieke rol en duur heeft.

Eitjes

De levenscyclus begint met het ei. Het vrouwtje legt haar eieren één voor één in het ondiepe water van de veenplassen en moerassen, vaak tussen de dichte vegetatie. Ze kan gedurende haar leven enkele honderden eitjes leggen.

De eitjes zijn zeer klein en ontwikkelen zich onder water. Na enkele weken of maanden, afhankelijk van de omgevingsomstandigheden, komen de eitjes uit en begint de volgende fase van de levenscyclus.

Larven

De larve is het stadium waarin deze soort het langst leeft. Gedurende zijn leven, dat twee tot drie jaar kan duren, groeit de larve aanzienlijk en ondergaat hij meerdere vervellingen, meestal tussen de 10 en 15 keer, om zijn harde huid af te werpen en in omvang toe te nemen.

Volwassen libel

Na het voltooien van de larvale fase kruipt de larve uit het water en transformeert tot een volwassen libel die een zeer korte levensduur heeft van slechts enkele weken tot enkele maanden.

De primaire taak van de volwassen libel is de voortplanting. De mannetjes zijn territoriaal en patrouilleren in hun jachtgebied, terwijl de vrouwtjes na de paring hun eitjes afzetten. De volwassen libel voedt zich uitsluitend met vliegende insecten die hij in de lucht vangt, om zo de energie te verzamelen voor zijn korte maar cruciale leven.

Predatie

De predatie varieert sterk per levensfase, waarbij de libel zowel in het water als in de lucht prooi is voor diverse roofdieren.

Als larve is hij kwetsbaar voor een scala aan aquatische roofdieren. De belangrijkste vijanden in het water zijn vissen, amfibieën zoals salamanders, en grotere waterinsecten, waaronder waterkevers en andere roofzuchtige libellenlarven. De larve is een meester in camouflage en verbergt zich vaak in de waterplanten of op de bodem om aan deze roofdieren te ontsnappen.

Eenmaal volwassen wordt de libel een prooi voor vliegende roofdieren. Vogels, zoals de boomvalk en de torenvalk, zijn de meest prominente predatoren die de libel in de vlucht vangen. Ook andere insecteneters, zoals zwaluwen, kunnen op hen jagen. Daarnaast kunnen de libellen, wanneer ze rusten op vegetatie, het slachtoffer worden van spinnen die een web hebben gespannen, of van kikkers en andere roofdieren die zich op de grond of in de begroeiing bevinden.

Bedreiging

Wereldwijd wordt deze soort niet als bedreigd beschouwd. De IUCN classificeert de soort als “Least Concern” (niet bedreigd), vanwege zijn grote verspreidingsgebied van Europa tot in Siberië. Ondanks deze globale status is de libel in veel westelijke delen van zijn verspreidingsgebied, waaronder grote delen van Europa, lokaal in aantal afgenomen.

In Nederland staat hij wel onder zware druk. Op de Nederlandse Rode Lijst heeft de soort de status “Kwetsbaar” gekregen. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de voortdurende verdroging van zijn leefgebieden en de achteruitgang van de waterkwaliteit, die de zure vennen en moerassen aantast waar de libel van afhankelijk is. De populaties zijn zeer gefragmenteerd en bevinden zich voornamelijk in natuurreservaten.

Bescherming

In Nederland staat dit insect onder strikte bescherming om zijn voortbestaan te garanderen. De soort is wettelijk beschermd onder de Wet natuurbescherming, wat betekent dat het verboden is de libel te vangen, te doden of zijn leefgebied aan te tasten. Aangezien de grootste bedreiging bestaat uit het verlies van zijn specifieke habitat, richt de bescherming zich voornamelijk op het behoud en herstel van zure vennen en moerasgebieden. Door het tegengaan van verdroging en het verbeteren van de waterkwaliteit van deze kwetsbare ecosystemen, wordt geprobeerd de populaties te stabiliseren en uit te breiden.

Bronnen

Leucorrhinia pectoralis

Taxonomie

RijkAnimalia (Dieren)
StamArthropoda (Geleedpotigen)
KlasseInsecta (insecten)
OrdeOdonata (libellen)
FamilieLibellulidae (Korenbouten)
GeslachtLeucorrhinia (witsnuitlibellen)
Synoniemen

Kenmerken

Lengte33-39 mm
Spanwijdte55-65 mm
Vliegperiodemei-juli
Grootte larve17-21 mm

Voortplanting

Aantal eitjesEnkele honderden
Grootte eitjesMinder dan 1 mm
Ontwikkeling eitjesEnkele weken tot maanden
Ontwikkeling larven2-3 jaar
Vervellingen larven10-15
UitsluipenLate lente of vroege zomer

Voorkomen in Nederland

StatusOorspronkelijk
ZeldzaamheidZeldzaam
Rode lijstKwetsbaar
BeschermingWet natuurbescherming, Habitatrichtlijn, Bern-conventie
Verspreiding van Leucorrhinia pectoralis in Nederland.
Verspreidingskaart gevlekte witsnuitlibel

Verspreiding

NederlandGefragmenteerd
EuropaWijdverspreid, maar schaars
WereldEuropa, Azië
Biotoopvoorkeurzure, voedselarme vennen en moerassen


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven