• Paarse wilde bloemen in grasland

Beschrijving van bonte wikke

Bonte wikke (Vicia villosa) is een eenjarige of tweejarige plant uit de vlinderbloemenfamilie die bekendstaat om haar opvallende harige uiterlijk en diepblauwe tot paarse bloemtrossen.

Stengels

De stengels van deze plant zijn meestal slap en klimmend of liggend. Ze bereiken vaak een lengte van dertig tot wel honderdvijftig centimeter. Opvallend is dat ze dicht bezet zijn met lange, zachte, afstaande haren, waaraan de plant haar soortaanduiding te danken heeft. Dankzij kleine ranken aan de uiteinden kunnen de stengels zich gemakkelijk omhoogwerken langs andere planten in de buurt.

Bladeren

De bladeren zijn evengeveerd en bestaan uit meerdere paren van smalle, langwerpige deelblaadjes. Meestal telt een blad zes tot twaalf paar van deze deelblaadjes. Aan het uiteinde van het blad bevindt zich een vertakte rank waarmee de plant zich vasthoudt. Net als de stengels zijn ook de bladeren bedekt met zachte haren die de plant een ietwat grijsgroene gloed kunnen geven.

Bloemen

De bloemen staan in dichte, langgesteelde trossen die vaak rijker gevuld zijn dan bij andere wikkesoorten. Elke tros kan wel tien tot dertig bloemen bevatten die allemaal naar één kant hangen. De bloemen hebben een lengte van ongeveer een tot anderhalve centimeter en hebben een kenmerkende vlinderbloemige vorm. De kleur varieert van diepblauw en violet tot paars, waarbij de vlag vaak lichter of juist donkerder gekleurd is dan de zwaarden. Wat betreft de geslachtsverdeling bezitten de bloemen zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen; ze zijn dus tweeslachtig. Binnen in de bloem bevinden zich tien meeldraden, waarvan er negen met elkaar zijn vergroeid tot een buisje en eentje losstaat. Dit buisje omringt de stamper, die bestaat uit een langwerpig vruchtbeginsel met een stijl en een behaarde stempel.

Vrucht

Na een succesvolle bestuiving ontwikkelt zich de vrucht, wat een platte en langwerpige peul is. Deze peul is in het begin groen, maar kleurt bij rijpheid geelbruin tot donkerbruin en is meestal kaal of slechts licht behaard. In de peul zitten de zaden. Wanneer de peul volledig droog is, springt deze open, waarbij de twee helften in elkaar draaien en de zaden zo weggeslingerd worden. De zaden zelf zijn bolvormig, donkerbruin tot zwart van kleur en hebben een harde schil. Ze verspreiden zich voornamelijk via deze mechanische weg dicht bij de moederplant, al kunnen ze ook door water, dieren of menselijke landbouwactiviteiten over grotere afstanden worden verplaatst.

Wortels

De plant ontwikkelt een stevige penwortel die diep in de bodem kan doordringen, vaak tot wel tachtig of honderd centimeter diep. Deze diepe beworteling helpt de plant om ook in drogere perioden water uit lagere bodemlagen op te nemen. Aan de zijwortels bevinden zich kleine wortelknolletjes. Hierin leven speciale bacteriën die stikstof uit de lucht kunnen binden, wat de plant helpt om te groeien op voedselarme gronden.

Verspreiding

Mondiale verspreiding

De bonte wikke komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied, Zuid-Europa, West-Azië en delen van Noord-Afrika. Vanuit dit natuurlijke verspreidingsgebied heeft de soort zich sterk uitgebreid. Tegenwoordig is ze te vinden in grote delen van Centraal- en Noord-Europa, maar ook als exoot in Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Australië en delen van Oost-Azië. Ze is door de mens in veel van deze gebieden bewust ingevoerd, omdat ze heel nuttig is als veevoer of als groenbemester op akkers. Hierdoor heeft ze zich wereldwijd op veel plaatsen in het wild weten te vestigen.

Verspreiding in Nederland en België

In Nederland en België is de bonte wikke een vrij algemene verschijning, al komt ze in sommige regio’s vaker voor dan in andere. Vooral in de warmere, drogere zandstreken en in riviergebieden laten de waarnemingen zien dat ze zich goed thuisvoelt en standhoudt.

Weetjes over bonte wikke

  • De plant wordt in de landbouw veel gebruikt als groenbemester, omdat ze de bodem verrijkt met stikstof.
  • Door haar diepe wortels kan ze zware landbouwgrond goed losmaken en de bodemstructuur verbeteren.
  • Ze is heel populair bij hommels en bijen, die dankzij hun lange tongen gemakkelijk bij de nectar diep in de bloem kunnen komen.
  • De zaden kunnen door hun harde schil heel wat jaren in de bodem overleven en pas kiemen als de omstandigheden perfect zijn.
  • In koude streken zaaien boeren de plant in het najaar in, omdat ze goed tegen vorst kan en de bodem in de winter beschermt tegen erosie.

Ecologie

Levensvorm

Wat betreft de levensvorm behoort deze plant tot de therofyten of de hemicryptofyten, afhankelijk van het moment van kiemen. Dit betekent dat ze koude perioden overleeft als zaad of met knoppen die zich dicht bij het grondoppervlak bevinden. Wat de levensduur betreft, is de soort een eenjarige tot wintereenjarige of soms tweejarige plant. Als de zaden in het voorjaar kiemen, doorloopt de plant haar hele levenscyclus binnen één jaar. Wanneer ze zich in het najaar ontwikkelt, overwintert ze als jonge plant om in het daaropvolgende voorjaar te bloeien en zaad te vormen.

Bodem

De plant heeft een duidelijke voorkeur voor een open, zonnige en warme ondergrond. Ze groeit het beste op droge tot matig vochtige bodems die matig voedselrijk tot voedselrijk zijn. Vaak gaat het om doorlatende gronden zoals zand, lichte leem of kalkrijke substraten. Omdat ze via haar wortels zelf stikstof kan binden, kan ze zich ook prima redden op gronden waar weinig voedingsstoffen in zitten. Ze verdraagt een lichte zuurgraad, maar ze houdt niet van extreem zure of zware, natte kleibodems.

Groeiplaats

De groeiplaatsen van deze soort bevinden zich vooral op plekken die door de mens zijn veranderd of open worden gehouden. Ze is veel te vinden op akkers en langs de randen daarvan, waar ze soms tussen het graan groeit. Daarnaast vestigt ze zich graag in droge bermen, op spoordijken en langs wegranden. Ook braakliggende terreinen, industriegebieden en zandige open plekken in de duinen zijn typische locaties waar ze zich uitstekend kan handhaven en omhoogklimt langs andere vegetatie.

Bedreiging

Wereldwijde bedreiging

Op mondiale schaal wordt de soort niet bedreigd. In haar oorspronkelijke verspreidingsgebied rond de Middellandse Zee en in Centraal-Europa komt ze stabiel en veelvuldig voor. Bovendien heeft ze zich in veel werelddelen buiten haar natuurlijke grens gevestigd als cultuurplant en exoot. Omdat ze zich makkelijk aanpast aan verschillende omstandigheden en veelvuldig wordt uitgezaaid door boeren, lopen de totale aantallen wereldwijd geen gevaar.

Bedreiging in Nederland

In Nederland is de plant momenteel niet opgenomen op de Rode Lijst van bedreigde soorten en ze geldt als ‘niet bedreigd’. Sinds het jaar 1950 laat de landelijke trend een stabiele tot licht positieve ontwikkeling zien. Hoewel moderne landbouwmethoden en het schoonmaken van zaadteelt haar aanwezigheid op echte akkers soms verminderen, vindt ze genoeg nieuwe plekken in bermen en op opgespoten gronden.

Bescherming in Nederland

Er gelden in Nederland geen specifieke wettelijke beschermingsmaatregelen of speciale beheerplannen voor deze plantensoort. Omdat ze algemeen voorkomt en zichzelf prima in stand kan houden op verstoorde gronden, is actieve bescherming niet nodig. Ze profiteert juist van menselijke activiteiten zoals grondverzet en het inzaaien van akkerranden of groenbemesters.

Etymologie

De wetenschappelijke geslachtsnaam Vicia is de oude Latijnse naam die door de Romeinen al werd gebruikt voor wikkesoorten. Het woord is vermoedelijk verwant aan het Latijnse werkwoord vincere of vincire, wat binden of omwikkelen betekent, wat heel mooi verwijst naar de manier waarop de plant zich met haar ranken ergens aan vastgrijpt. De soortaanduiding villosa komt eveneens uit het Latijn en betekent ‘harig’ of ‘ruig behaard’. Deze naam is gekozen, omdat de stengels en bladeren van deze specifieke soort dicht bezet zijn met lange, zachte haren.

Bronnen

Vicia villosa

Taxonomie

RijkPlantae (planten)
StamEmbryophyta (landplanten)
KlasseSpermatopsida (zaadplanten)
OrdeFabales
FamilieLeguminosae (vlinderbloemenfamilie)
GeslachtVicia (wikke)

Herkenning

Hoogte30-150 cm
Bloemkleurdiepblauw, violet tot paar
Type vruchtdoosvrucht
Kleur vruchteerst groen, bij rijpheid geelbruin tot donkerbruin.
Geslachtsverdelingtweeslachtig
Worteldiepte80-100 cm

Voorkomen in Nederland

Rode Lijstniet bedreigd
Trend sinds 1950onveranderd of toegenomen
Zeldzaamheidalgemene soort
Indigeniteitingeburgerd in de 19de eeuw

Verspreiding

NederlandVrij algemeen verspreid over het hele land, met een hogere concentratie in de duinen, de riviergebieden en op de zandgronden
Verspreidingskaart van bonte wikke in Nederland
Verspreidingskaart bonte wikke
@ 2026 NDFF FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten
WereldZuidwest-Azië, Noord-Afrika en Midden- en Zuid-Europa, Europa, Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland

Ecologie

Biotoopvoorkeur Bermen, akkers, akkerranden, spoordijken, duinen en braakliggende terreinen.
LevensduurEenjarig, wintereenjarig of tweejarig
Levensvormtherofyt
Bloeitijdmei – september

Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven