• Groene sprinkhaan tussen hoge grassprieten

Beschrijving van de weidesprinkhaan

Leefgebied

De weidesprinkhaan komt voor in een groot deel van Europa en Azië. Het verspreidingsgebied loopt van Spanje en Frankrijk in het westen tot Siberië en het verre oosten van Rusland. Ook leeft de soort in Kazachstan en aangrenzende gebieden. In Noord-Europa komt ze voor tot in Zuid-Scandinavië.

Europa

De weidesprinkhaan komt voor in grote delen van Europa. Ze leeft van Noord-Spanje en Frankrijk in het westen tot Europees Rusland in het oosten. Ook komt de soort voor in de Benelux, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Polen, Tsjechië en veel landen op de Balkan. In het noorden ligt het verspreidingsgebied tot in Zuid-Scandinavië. In Midden-Europa is de soort op veel plaatsen algemeen, terwijl ze in delen van Zuid- en West-Europa minder vaak voorkomt.

Nederland

De weidesprinkhaan werd lange tijd als verdwenen uit Nederland beschouwd. In 2018 werd echter een nieuwe populatie ontdekt langs de Waal bij Fort Pannerden. Inmiddels is de soort ook op enkele andere plaatsen vastgesteld. De huidige Nederlandse verspreiding beperkt zich vooral tot delen van Gelderland, Twente en Zuid-Limburg.

Habitat en biotoop

De weidesprinkhaan leeft vooral in vochtige tot matig vochtige graslanden met een hoge en gevarieerde begroeiing. Ze komt veel voor in bloemrijke weilanden, hooilanden, beekdalen, natte graslanden, veengebieden en langs slootkanten. Soms leeft ze ook in drogere graslanden, maar daar wordt ze meestal minder vaak aangetroffen. De soort heeft een voorkeur voor plaatsen waar grassen en kruiden dicht op elkaar groeien. Gebieden die vaak worden gemaaid, zwaar worden bemest of sterk zijn bebouwd, zijn meestal minder geschikt.

Herkenning

Het volwassen dier is een middelgrote sprinkhaan met een slank lichaam. Mannetjes worden ongeveer 14 tot 19 millimeter lang en vrouwtjes 19 tot 25 millimeter. De kleur varieert van groen tot bruin of een combinatie van beide. Veel dieren hebben een opvallende groene streep over de rug. Het uiteinde van het achterlijf van mannetjes is vaak roodachtig gekleurd. De vleugels zijn goed ontwikkeld en reiken meestal tot aan of iets voorbij de achterknieën.

De larven lijken al sterk op de volwassen dieren, maar zijn kleiner en hebben nog geen volledig ontwikkelde vleugels. In plaats daarvan hebben ze korte vleugelstompjes die tijdens elke vervelling groter worden. De kleur van de larven varieert eveneens van groen tot bruin, waardoor ze goed opgaan in de begroeiing. Naarmate ze ouder worden, gaan ze steeds meer op de volwassen sprinkhanen lijken.

Voedsel

Zowel de volwassen weidesprinkhanen als de larven eten vooral planten. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit grassen en zeggen, maar ze eten ook andere zachte planten die tussen de vegetatie groeien. De larven hebben in grote lijnen hetzelfde dieet als de volwassen dieren.

Weetjes over de weidesprinkhaan

  • Ondanks de naam leeft de weidesprinkhaan niet alleen in weilanden. Ze komt ook voor in natte graslanden, beekdalen, veengebieden en ruige bermen.
  • Mannetjes maken een zacht ratelend geluid door hun achterpoten langs de voorvleugels te bewegen. Daarmee lokken ze vrouwtjes.
  • De kleur van de weidesprinkhaan kan sterk verschillen. Sommige dieren zijn vooral groen, andere bruin en weer andere hebben een opvallende groene rugstreep.
  • Volwassen dieren kunnen tot laat in het najaar worden gezien. Bij zacht weer zijn ze soms nog actief in oktober en zelfs begin november.
  • De soort kan grote aantallen bereiken wanneer het leefgebied geschikt is en er voldoende hoge begroeiing aanwezig is.
  • Ze verdwijnen vaak bijna volledig uit graslanden die intensief worden gemaaid of zwaar worden bemest. Daardoor geldt de soort op sommige plaatsen als een indicator van bloemrijke en minder intensief beheerde graslanden.

Gedrag

De weidesprinkhaan leeft meestal tussen hoge grassen en kruiden, waar ze goed verborgen blijft. Overdag is ze vooral actief bij warm en zonnig weer. Volwassen dieren zitten vaak op plantenstengels of tussen het gras, waar ze eten en uitkijken naar soortgenoten. Wanneer ze worden verstoord, springen ze snel weg en zoeken ze opnieuw dekking tussen de begroeiing. Mannetjes laten tijdens de voortplantingstijd hun zang horen om vrouwtjes te lokken.

De larven gedragen zich grotendeels hetzelfde als de volwassen dieren. Ze leven tussen de vegetatie, eten planten en verplaatsen zich vooral springend. Omdat hun vleugels nog niet volledig ontwikkeld zijn, zijn ze nog sterker afhankelijk van dekking in het gras.

Mobiliteit

De weidesprinkhaan verplaatst zich vooral door te springen. Ze heeft goed ontwikkelde vleugels, maar staat niet bekend als een sterke vlieger. Vluchten zijn meestal kort en dienen vooral om aan gevaar te ontsnappen of een nieuwe plek in hetzelfde leefgebied te bereiken. Daardoor blijven veel dieren hun hele leven binnen een relatief klein gebied. De verspreiding naar nieuwe leefgebieden verloopt meestal langzaam.

Vliegtijd

De volwassen weidesprinkhanen verschijnen meestal vanaf juni of juli. Ze zijn het talrijkst van juli tot en met september. In gunstige jaren kunnen volwassen dieren worden waargenomen tot in oktober of zelfs begin november. De exacte periode hangt af van het weer en de ligging van het gebied.

Levenscyclus

De voortplanting begint in de zomer, wanneer de mannetjes met hun zang vrouwtjes lokken. Na de paring brengt het mannetje een pakketje met sperma over aan het vrouwtje. De bevruchting vindt daarna in het lichaam van het vrouwtje plaats. Vervolgens legt het vrouwtje de eieren in de bodem tussen grassen en andere planten. De eieren worden in een eipakket afgezet en brengen de winter door in de grond.

In het voorjaar komen de larven uit de eieren. Ze lijken direct op kleine sprinkhanen, maar hebben nog geen volledig ontwikkelde vleugels. Tijdens hun groei vervellen ze meerdere keren. Bij elke vervelling worden de vleugelstompjes groter. Tijdens hun groei vervellen de larven meerdere keren. Bij elke vervelling worden de vleugelstompjes groter, totdat ze als volwassen dier volledig ontwikkelde vleugels hebben. De volwassen dieren verschijnen vanaf de zomer.

Predatie

De weidesprinkhaan vormt een voedselbron voor veel andere dieren. Volwassen dieren en larven worden gegeten door vogels, spinnen, roofinsecten, amfibieën en kleine zoogdieren. De eieren in de bodem kunnen worden opgegeten door roofkevers en andere bodemdieren. Hun schutkleur helpt om minder op te vallen tussen de grassen. Wanneer gevaar dreigt, vertrouwen ze vooral op hun vermogen om snel weg te springen en dekking te zoeken.

Bedreiging

De weidesprinkhaan is op Europese schaal niet bedreigd. Volgens de Europese Rode Lijst van sprinkhanen en krekels heeft de soort de status ‘Least Concern’ (niet bedreigd). In sommige gebieden nemen populaties echter af doordat geschikte graslanden verdwijnen of minder geschikt worden.

Nederland

De belangrijkste bedreigingen voor de weidesprinkhaan zijn het verdwijnen en verslechteren van vochtige, kruidenrijke graslanden. Ontwatering, intensieve landbouw, bemesting en vaak maaien maken veel gebieden minder geschikt. Daardoor kunnen populaties onder druk komen te staan, vooral wanneer geschikte leefgebieden klein of geïsoleerd zijn.

Bescherming

De weidesprinkhaan heeft in Nederland geen specifieke wettelijke soortenbescherming. De soort profiteert vooral van het beheer en behoud van vochtige, kruidenrijke graslanden. Natuurbeheer dat gericht is op een gevarieerde begroeiing, beperkt maaien en het voorkomen van sterke bemesting helpt om geschikte leefgebieden in stand te houden.

Bronnen

Chorthippus dorsatus

Taxonomie

RijkAnimalia
StamArthropoda (geleedpotigen)
KlasseInsecta (insecten)
OrdeOrthoptera (rechtvleugeligen)
FamilieAcrididae (veldsprinkhanen)
GeslachtChorthippus
Synoniemen

Kenmerken

Grootte♂: 14-19 mm
♀: 19-25 mm
Vleugellengte
Voedinggrassen, zeggen en andere zachte planten
Vliegperiode juni-begin november

Voortplanting

Paartijdzomer
Uitkomen eitjeseieren overwinteren in de bodem en komen in het voorjaar uit
Larve-ontwikkelingenkele maanden, van het voorjaar tot de zome

Voorkomen in Nederland

Statusoorspronkelijk
Zeldzaamheidzeer zeldzaam
Beschermingniet specifiek

Verspreiding

Nederlanddelen van Gelderland, Twente en Zuid-Limburg
Wereldgroot deel van Europa en Azië
Biotoopvoorkeurvochtige tot matig vochtige, kruidenrijke graslanden met hoge begroeiing
Verspreidingskaart van weidesprinkhaan in Nederland
EIS Verspreidingsatlas Insecten
NDFF (2026)

Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven