• dambordje
  • dambordje
  • dambordje
  • dambordje

Beschrijving van het dambordje

Leefgebied

Mondiaal

Het dambordje heeft een verspreidingsgebied dat zich uitstrekt over een groot deel van Europa, Zuid-Rusland, Anatolië en Iran. Er is ook een geïsoleerde populatie gemeld in Japan, hoewel die nog nader bevestigd moet worden.

De soort komt niet voor in Ierland, Noord-Brittannië, Scandinavië (met uitzondering van Denemarken), Portugal en Spanje. In het Verenigd Koninkrijk is het verspreidingsgebied in de late twintigste eeuw uitgebreid, vooral in het zuiden van Engeland. In Armenië leeft deze vlinder in loofbossen en vochtige weiden, op hoogtes tussen 800 en 2500 meter.

Nederland

In Nederland is het dambordje een zeer zeldzame en onvoorspelbare standvlinder. Tegenwoordig worden slechts af en toe zwervende exemplaren gezien, met name in Zuid-Limburg. Omdat Nederland aan de noordrand van het verspreidingsgebied ligt, hebben er hier nooit stabiele populaties bestaan. In het verleden vestigde de soort zich tijdelijk op plekken zoals de Veluwe, de Achterhoek en Twente, maar deze populaties verdwenen na enkele jaren weer.

De meeste waarnemingen zijn afkomstig van de kalkgraslanden in Zuid-Limburg, en de dichtstbijzijnde stabiele populatie bevindt zich net over de grens op de Belgische Sint-Pietersberg. Door klimaatverandering, die het leefgebied van het dambordje noordwaarts kan uitbreiden, is het mogelijk dat deze vlinder in de toekomst vaker in Nederland zal worden gezien.

Habitat en biotoop

Het dambordje leeft voornamelijk in open, zonnige landschappen zoals bloemrijke graslanden, bosranden en lichte bossen. De habitat bestaat uit gebieden met een lage vegetatie waar grassen domineren, omdat de rupsen zich voeden met verschillende grassoorten. Deze vlinder komt vaak voor in kalkrijke graslanden, droge heidevelden en mediterrane garigue, en vermijdt intensief beheerde landbouwgrond.

De biotoop van deze soort wordt gekenmerkt door een combinatie van open terrein, beperkte menselijke verstoring en een geschikte vegetatiestructuur voor voortplanting en voedselvoorziening.

Herkenning dambordje

Vlinder

Het dambordje is een middelgrote vlinder met een vleugelspanwijdte van ongeveer 46 tot 56 millimeter. De bovenkant van de vleugels toont een opvallend dambordpatroon van wit en donkergrijs tot zwartbruin. De onderzijde is lichter van kleur, meestal lichtgrijs of lichtbruin, en bevat een rij grijze oogvlekken op de achtervleugels. Mannetjes zijn doorgaans zuiver wit, terwijl vrouwtjes een iets gelere tint kunnen hebben aan de onderzijde van hun vleugels.

Rups

De rups is ongeveer 28 millimeter lang en heeft een slank, cilindrisch lichaam. De kleur varieert van groen tot geel, met subtiele lichtere en donkerdere lengtestrepen die over het lichaam lopen. De kop is altijd lichtbruin en steekt enigszins af tegen de rest van het lichaam.

Pop

De pop is onopvallend en bevindt zich op of vlak boven de grond, meestal verborgen tussen grasstengels of bladeren. Ze heeft een gladde, lichtbruine tot beige kleur met subtiele groene of grijze tinten, afhankelijk van de omgeving waarin ze zich ontwikkelt. De vorm is slank en enigszins gebogen, met duidelijke segmentatie en een iets puntige achterzijde.

Voedsel

Het volwassen dambordje voedt zich voornamelijk met nectar van wilde bloemen. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor planten zoals paarse distels, knoopkruid en scabiosa, die vaak voorkomen in zijn natuurlijke graslandhabitat. Deze nectarbronnen voorzien de vlinder van energie voor zijn dagelijkse activiteiten, waaronder vliegen, voortplanting en territoriumgedrag.

Waardplanten

De rupsen voeden zich met een breed scala aan grassoorten uit de grassenfamilie Poaceae. Ze zijn vooral afhankelijk van soorten zoals gevinde kortsteel, gergdravik, rood zwenkgras, kropaar, veldbeemdgras en kweek (gras), die vaak voorkomen in kalkrijke graslanden en extensieve weiden. Deze grassen bieden niet alleen voedsel, maar ook beschutting voor de rupsen tijdens hun ontwikkeling en overwintering. De keuze voor deze waardplanten maakt de soort relatief flexibel, waardoor hij zich kan handhaven in diverse graslandbiotopen, zolang deze niet intensief worden beheerd.

Weetjes over het dambordje

  • Het dambordpatroon dient als camouflage en mogelijk ook als waarschuwing voor roofdieren.
  • Omdat de pop geen harde cocon heeft, is ze kwetsbaar en afhankelijk van camouflage om predatie te vermijden.
  • Deze vlinder legt zijn eitjes vliegend, waarbij ze simpelweg tussen de grasstengels worden losgelaten zonder dat ze aan een plant worden bevestigd.

Gedrag

Vlinder

Het dambordje laat een sierlijke en rustige vlucht zien, waarbij het vaak zweeft met korte, fladderende bewegingen tussen bloemen in open graslanden. Hij is overdag actief en voedt zich met nectar van wilde bloemen zoals distels en knoopkruid.

Mannetjes patrouilleren door het leefgebied op zoek naar vrouwtjes, waarbij ze territoriaal gedrag vertonen en andere mannetjes wegjagen. Tijdens de paring voeren ze een luchtige dans uit, gevolgd door het verspreiden van feromonen om het vrouwtje te lokken.

Na de paring laat het vrouwtje haar eitjes los terwijl ze over het gras vliegt, zonder ze aan specifieke planten te hechten.

’s Nachts verzamelen meerdere vlinders zich vaak op één plant om gezamenlijk te rusten.

Rups

De rups vertoont een opvallend teruggetrokken gedrag. Direct na het uitkomen uit het ei in de zomer gaat hij in een rustfase en eet hij nog niet. Pas in het voorjaar, wanneer de temperaturen stijgen en het gras begint te groeien, wordt hij actief en begint hij zich te voeden met diverse grassoorten.

Hij blijft dicht bij de grond en verplaatst zich langzaam tussen de grasstengels, waarbij hij zich goed camoufleert dankzij zijn groene of gele kleur met subtiele lengtestrepen.

Tijdens de ontwikkeling vermijdt hij open plekken en blijft hij meestal verborgen in dichte vegetatie om predatie te voorkomen.

Mobiliteit

Het dambordje staat bekend als een relatief honkvaste vlinder, wat betekent dat hij zich meestal binnen een beperkt gebied beweegt. Toch zijn er meldingen van zwervende exemplaren die grotere afstanden afleggen, vooral in gebieden aan de rand van het verspreidingsgebied, zoals Nederland.

In Zuid-Engeland en delen van Duitsland is de soort vaak lokaal aanwezig in hoge dichtheden, maar hij breidt zich zelden spontaan uit naar nieuwe gebieden zonder geschikt habitat.

Zijn mobiliteit wordt beïnvloed door de beschikbaarheid van bloemrijke graslanden en het beheer van deze landschappen. Hoewel hij niet als een uitgesproken migrerende soort wordt beschouwd, kan hij onder gunstige omstandigheden toch nieuwe gebieden bereiken, vooral als klimaatverandering zijn leefgebied noordwaarts verschuift.

Vliegtijd

De vliegtijd valt doorgaans tussen juni en augustus, met een piek in juli, wanneer de meeste exemplaren actief zijn. Deze vlinder heeft één generatie per jaar en verschijnt in grote aantallen zodra de temperaturen stijgen en de graslanden in bloei staan.

In bergachtige gebieden zoals de Alpen of de Pyreneeën kan de vliegtijd iets later beginnen, afhankelijk van de hoogte en het lokale klimaat. De soort is vooral actief op zonnige dagen en wordt dan vaak aangetroffen op bloemrijke weiden, kalkgraslanden en open bosranden.

Levenscyclus

De totale duur van de levenscyclus is ongeveer één jaar, waarbij de meeste tijd wordt doorgebracht in de rupsfase tijdens overwintering.

Vlinder

De volwassen vlinder leeft gemiddeld twee tot vier weken. Deze periode valt meestal tussen juni en augustus, afhankelijk van de locatie en weersomstandigheden. Hij voedt zich met nectar van wilde bloemen.

Hij leeft gemiddeld twee tot vier weken. Deze periode valt meestal tussen juni en augustus, afhankelijk van de locatie en weersomstandigheden.

Eitjes

De eitjes zijn klein, bolvormig en witachtig van kleur. Vrouwtjes laten de eitjes los terwijl ze over graslanden vliegen, zonder ze aan planten te bevestigen. Deze fase duurt ongeveer twee tot drie weken voordat het ei uitkomt.

Rups

Na het uitkomen eet de jonge rups eerst zijn eierschil en gaat vervolgens vrijwel direct in winterrust. Hij blijft verborgen aan de basis van grasstengels en wordt pas in maart actief. Ze voeden zich ’s nachts met grassen zoals rood zwenkgras en bergdravik. De rupsenfase duurt van het vroege voorjaar tot eind mei of begin juni.

Pop

Wanneer de rups volgroeid is, verpopt hij zich in een losse cocon vlak boven de grond, meestal tussen grasstengels. Deze fase duurt ongeveer drie weken.

Bedreiging

Het dambordje wordt over het algemeen niet als bedreigd beschouwd. In veel delen van Europa, zoals de Swäbische Alb in Duitsland en in Zuid-Engeland, is de soort nog steeds vrij algemeen aanwezig in kalkrijke graslanden en extensieve weiden. In het Verenigd Koninkrijk is zelfs sprake van een sterke toename sinds de jaren zeventig, met een stijging van meer dan 85% in populatiegrootte.

Toch is de situatie regionaal verschillend. In gebieden waar intensieve landbouw heeft geleid tot het verdwijnen van bloemrijke graslanden, neemt de soort sterk af. Factoren zoals het constant maaien van bermen, het beplanten van wegbermen met struiken en bomen, en het bebossen van open plekken dragen bij aan deze achteruitgang.

Volgens de IUCN-status op mediterraan niveau valt Melanargia galathea onder de categorie “Least Concern“, wat betekent dat hij momenteel niet met uitsterven wordt bedreigd.

Bescherming

Het dambordje is in veel Europese landen niet wettelijk beschermd, omdat het algemeen voorkomt en niet als bedreigd wordt beschouwd. In Frankrijk bijvoorbeeld heeft de soort geen specifieke beschermingsstatus, hoewel hij wel wordt geëvalueerd in regionale en nationale rode lijsten als een soort van “least concern“.

In Nederland is het dambordje niet wettelijk beschermd onder de Flora- en faunawet of andere nationale regelgeving. Dat komt vooral doordat de soort hier slechts sporadisch voorkomt als zwerver en geen stabiele populaties heeft. Hij wordt wel meegenomen in ecologische monitoring en natuurbeheer, vooral in Zuid-Limburg, waar af en toe exemplaren worden waargenomen.

Bronnen

Melanargia galathea

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieNymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders)
GeslachtMelanargia
Synoniemen

Kenmerken

Voorvleugellengte 23-30 mm
Spanwijdte46-56 mm
WaardplantenDiverse grassoorten
VliegperiodeJuni tot augustus
Grootte rups28 mm

Voortplanting

Aantal eitjes50-100 eitjes
Uitkomen eitjes2-3 weken
RupsenVroeg voorjaar tot eind mei of begin juni
Popfase3 weken

Voorkomen in Nederland

StatusIncidenteel/Periodiek
Zeldzaamheidzeer zeldzame en onregelmatige standvlinder
Bescherming
Verspreidingskaart dambordje
Verspreidingskaart dambordje

Verspreiding

NederlandZuid-Limburg
WereldEuropa, Azië, Japan
BiotoopvoorkeurOpen, bloemrijke graslanden, bosranden en lichte bossen


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven