Beschrijving van de krasser
Leefgebied
Het mondiale verspreidingsgebied van de krasser strekt zich uit over een groot deel van het Palearctisch gebied. Deze sprinkhaan komt voor van West-Europa tot diep in Azië, waaronder grote delen van Siberië, Mongolië en Noord-China. In het zuiden reikt het leefgebied tot delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Europa
In Europa is de krasser een van de meest algemene en wijdverspreide sprinkhanensoorten. Ze komen voor van het zuiden van Scandinavië tot aan Spanje en Noord-Griekenland. In Midden- en West-Europa zijn ze op erg veel plaatsen te vinden. In Zuid‑Europa zijn ze vooral talrijk in berggebieden; in de laaglandgebieden van Spanje en Italië zijn ze soms minder algemeen door droogte. Alleen in het uiterste noorden van Europa ontbreken ze.
Nederland en België
In Nederland is de krasser op veel plekken een bekende verschijning, maar ze komt lang niet overal voor. Ze is vooral te vinden op de zandgronden in het oosten en zuiden en in de kustduinen. In open, intensief gebruikte landbouwgebieden op kleigrond ontbreekt de soort vaak. In het noorden van Groningen, Friesland en Noord-Holland zie je haar bijna niet. Ook in de Flevopolders komt ze zelden voor, behalve in oudere, ruigere graslanden. De voorkeur gaat namelijk uit naar minder intensief beheerde graslanden met genoeg beschutting en begroeiing.
Habitat en biotoop
De krasser heeft een duidelijke voorkeur voor vochtige tot matig vochtige graslanden met een dicht begroeide structuur. Ze voelen zich het beste thuis in weilanden, bermen, slootkanten, vochtige heideterreinen en bosranden. Hoewel ze erg droge plekken liever vermijden, kunnen ze zich in heel vochtige jaren ook tijdelijk uitbreiden naar wat drogere graslanden.
Herkenning
Het volwassen insect heeft een vrij typisch en slank sprinkhanenlichaam. Mannetjes worden ongeveer dertien tot zestien millimeter lang, terwijl de vrouwtjes iets groter zijn en een lengte van achttien tot tweeëntwintig millimeter bereiken. De kleur varieert sterk; ze zijn meestal groen tot strogeel of bruin, en soms hebben ze paarsrode accenten. Een belangrijk kenmerk zijn de gevleugelde delen: mannetjes hebben vleugels die bijna tot aan de achterlijfspunt reiken, terwijl de vrouwtjes kortere vleugels hebben die het achterlijf niet volledig bedekken. Omdat ze korte vleugels hebben en de vleugels niet volledig uitspreiden om te vliegen, is er niet echt sprake van een functionele spanwijdte.
De larven, ook wel nimfen genoemd, lijken al sterk op de volwassen sprinkhanen. Ze zijn alleen een stuk kleiner en hebben nog geen volledig ontwikkelde vleugels. Bij elk vervellingsstadium worden de vleugelstoppels iets groter totdat ze volgroeid zijn.
Voedsel
Zowel de volwassen krassers als de larven eten bijna uitsluitend planten. Het dieet bestaat hoofdzakelijk uit verschillende soorten grassen. Met de kaken knagen ze aan de sprieten en bladeren van de planten. Heel af en toe eten ze ook van andere kruidachtige planten, maar grassen vormen de belangrijkste voedselbron tijdens hun hele leven.
Weetjes over de krasser
- Mannetjes maken hun bekende geluid door met de kleine stekeltjes op de achterpoten langs de aders van de korte vleugels te wrijven. Dit geluid klinkt als een kort en herhalend gekras, waar ze in het Nederlands hun naam aan te danken hebben.
- De meeste krassers hebben heel korte vleugels en kunnen helemaal niet vliegen. Heel af en toe worden er in erg warme zomers toch exemplaren geboren met lange vleugels, waardoor ze zich ineens wel vliegend over grotere afstanden kunnen verplaatsen.
- De oren van deze sprinkhaan zitten niet aan de kop, maar aan de zijkant van het achterlijf. Met dit speciale gehoororgaan op hun lichaam kunnen ze het geluid van soortgenoten van een afstand herkennen.
- Krassers hebben heel verschillende kleuren, want ze kunnen groen, bruin en soms zelfs opvallend roze of paars zijn. Door deze variatie in kleur kunnen ze zich erg goed verbergen in het gras voor vogels en andere vijanden.
- Wetenschappers onderzoeken deze soort graag om te begrijpen hoe nieuwe soorten ontstaan. In de Pyreneeën leven namelijk twee verschillende groepen van deze sprinkhaan die zich met elkaar kruisen, wat onderzoekers veel leert over evolutie.
Gedrag
Het gedrag van zowel de volwassen krasser als de larven wordt sterk gestuurd door het weer en de zon. Het zijn dagactieve insecten die zich op zonnige ochtenden eerst opwarmen op bladeren of op een kale bodem om op temperatuur te komen. Mannetjes laten overdag veelvuldig hun karakteristieke gerasp horen om vrouwtjes te lokken en hun eigen territorium af te bakenen tegen concurrenten.
Larven houden zich voornamelijk bezig met eten en groeien tussen de grassprieten. Bij dreigend gevaar vertrouwen zowel volwassen dieren als larven op hun schutkleur en maken ze snelle, krachtige sprongen om zich diep in het gras te verstoppen.
Mobiliteit
De mobiliteit van de krasser is heel beperkt in vergelijking met veel andere sprinkhanen. Omdat veruit de meeste exemplaren erg korte vleugels hebben, kunnen ze niet vliegen en verplaatsen ze zich uitsluitend door te lopen en te springen. De meeste dieren leggen gedurende hun hele leven slechts afstanden af van hooguit enkele tientallen meters. Heel zelden worden er in buitengewoon warme zomers toch langvleugelige exemplaren geboren. Deze uitzonderlijke dieren kunnen wel vliegen en zorgen ervoor dat de soort af en toe nieuwe leefgebieden kan bereiken.
Vliegtijd
De periode waarin de volwassen krassers actief zijn, loopt van begin juni tot eind oktober of begin november. De hoogste aantallen komen voor in de warmste zomermaanden juli, augustus en september. Tegen de tijd dat de eerste nachtvorst in het najaar optreedt, verdwijnen de laatste volwassen dieren.
Levenscyclus
De voortplanting en de levenscyclus van de krasser beginnen met het paargedrag in de zomer. Het mannetje lokt een vrouwtje met zijn zang, waarna de bevruchting plaatsvindt tijdens een paring die een paar uur kan duren.
Pas na een geslaagde bevruchting zoekt het vrouwtje een geschikte plek om eitjes te leggen. Ze zet haar eitjes af op de bodem, vlak onder het aardoppervlak, tussen graswortels of in een moslaag. De eitjes worden beschermd door een schuimig pakketje dat snel hard wordt. Een vrouwtje legt meerdere van deze pakketjes, met in totaal zo’n vijftig tot honderd eitjes. De eitjes blijven gedurende de hele winter in de grond en maken zo een rustfase van ongeveer acht tot negen maanden door.
In mei of juni van het volgende jaar komen de eitjes uit en verschijnen de kleine larven. De larvale fase duurt ongeveer vijf tot zeven weken, waarin de jongen vier tot vijf keer vervellen om te kunnen groeien.
Na de laatste vervelling verschijnt het volwassen insect. Het volwassen dier leeft vervolgens ongeveer een tot drie maanden, waarin het zich voortplant voordat het in de herfst sterft.
Predatie
De krasser vormt een belangrijke voedselbron voor een groot aantal roofdieren in het natuurlijke ecosysteem. Ze worden veel gegeten door insectenetende vogels zoals de grauwe klauwier en diverse weidevogels. Ook hagedissen, kikkerachtigen en kleine zoogdieren zoals spitsmuizen jagen graag op deze sprinkhanen. Daarnaast vallen zowel de larven als de volwassen insecten vaak ten prooi aan roofinsecten en spinnen, zoals de tijgerspin. Ze proberen predatie te voorkomen door hun onopvallende schutkleuren en door zich bij gevaar stil te houden of snel weg te springen.
Bedreiging
De krasser is niet beoordeeld voor de internationale Rode Lijst van de IUCN. Omdat het echter een algemene en zeer talrijke veldsprinkhaan is, loopt de soort wereldwijd geen gevaar. Lokaal kunnen populaties wel achteruitgaan wanneer geschikte leefgebieden, zoals kruidenrijke graslanden en bermen, verdwijnen of intensief worden bewerkt.
Nederland
In Nederland staat de krasser op de nationale Rode Lijst geregistreerd als thans niet bedreigd. Op de zandgronden, de Veluwe en in de kustduinen zijn ze nog altijd in grote aantallen aanwezig. Toch heeft de soort op veel plekken terrein verloren door intensieve landbouw, waarbij zwaar bemesten, ontwateren en veelvuldig maaien ervoor zorgen dat het leefgebied ongeschikt wordt.
Bescherming
Er geldt in Nederland geen specifieke wettelijke bescherming voor de krasser, omdat de soort over het geheel genomen nog heel algemeen is. Ze profiteren echter van algemene natuurbeschermingsmaatregelen in natuurreservaten en op dijken. Maatregelen zoals gefaseerd maaien, waarbij steeds stukken gras blijven staan, en het verschalen van graslanden zorgen ervoor dat de krasser voldoende beschutting en voedsel behoudt.
Bronnen
- EIS Kenniscentrum Sprinkhanen. (z.d.). Krasser – Pseudochorthippus parallelus. Geraadpleegd op 31 juli 2026, van https://kenniscentruminsecten.nl/hoofdgroepen/sprinkhanen-en-krekels/
- NatureSpot. (z.d.). Meadow Grasshopper – Pseudochorthippus parallelus. Geraadpleegd op 31 juli 2026, van https://www.naturespot.org.uk/species/meadow-grasshopper
- NDFF Verspreidingsatlas. (z.d.). Krasser – Pseudochorthippus parallelus. Geraadpleegd op 31 juli 2026, van https://www.verspreidingsatlas.nl/9900197
- Nederlands Soortenregister. (z.d.). Krasser – Pseudochorthippus parallelus. Geraadpleegd op 31 juli 2026, van https://www.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/species/nsr_taxon.php?id=169908
- Orthoptera.ch. (z.d.). Pseudochorthippus parallelus. Geraadpleegd op 31 juli 2026, van https://www.orthoptera.ch/arten/item/pseudochorthippus-parallelus-parallelus
- UK Orthoptera species directory. (z.d.). Chorthippus parallelus – Meadow Grasshopper. Geraadpleegd op 31 juli 2026, van https://orthoptera.org.uk/species/chorthippus-parallelus
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







