• Geelzwarte wespenspin in web met kleinere spin
  • Langpotige spin in web tegen groene achtergrond
  • Geel-zwarte wespenspin in spinnenweb

Beschrijving van de wespspin

Leefgebied

Verspreiding wereldwijd

De wespspin komt voor in grote delen van het Palearctisch gebied. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa via Midden-Azië en Siberië tot aan China en Japan. Ook in delen van het Midden-Oosten is de soort te vinden. Door de opwarming van het klimaat breidt het leefgebied van deze spin zich de afgelopen decennia steeds verder naar het noorden uit.

Europa

In Europa was de wespspin oorspronkelijk vooral een soort uit het zuidelijke Middellandse Zeegebied en Midden-Europa. Inmiddels heeft de soort zich vrijwel over het gehele Europese continent verspreid. Ze komt nu voor tot in Scandinavië, het Verenigd Koninkrijk en de Baltische Staten. Alleen in het uiterste noorden van Europa ontbreekt de soort nog.

Nederland en België

In Nederland en België was de wespspin halverwege de twintigste eeuw nog heel zeldzaam en leefde ze alleen in het uiterste zuiden. Tegenwoordig heeft ze zich over beide landen verspreid en is ze in vrijwel alle provincies te vinden. In droge en warme zomers kan de populatie plaatselijk erg groot worden.

Habitat en biotoop

De wespspin geeft de voorkeur aan open, zonnige en relatief droge terreinen met een hoge gras- en kruidvegetatie. Ze leeft voornamelijk in onbemeste weilanden, heideterreinen, spoorbermen, braakliggende terreinen en zonnige bosranden. Voor het bouwen van een web is het belangrijk dat de vegetatie voldoende stevige stengels en takken biedt om het web tussen te spannen.

Herkenning

De wespspin dankt haar naam aan het opvallende uiterlijk van het vrouwtje, dat een geel met zwart en wit gestreept achterlijf heeft. Vrouwtjes zijn aanzienlijk groter dan mannetjes. Ze hebben een massa van 60–90 milligram en een lichaamslengte van ongeveer veertien tot negentien millimeter. Het mannetje is een stuk kleiner en onopvallender bruin van kleur, met een lengte van slechts vier tot vijf millimeter. De poten van de vrouwtjes zijn vrij lang en hebben duidelijke donkere ringen.

Voedsel

De wespspin voedt zich hoofdzakelijk met vliegende en springende insecten die in haar laaggehangen web terechtkomen. Rechtvleugeligen zoals sprinkhanen vormen een belangrijk onderdeel van het dieet. Daarnaast vangen ze ook vliegen, bijen, wespen en verschillende soorten vlinders. Wanneer een prooi in het web verstrikt raakt, snelt de spin toe om deze snel in te wikkelen met spinnenzijde en te verlammen met een giftige beet.

Weetjes over de wespspin

  • De wetenschappelijke naam Argiope komt uit de Griekse mythologie en betekent “vrouw met het witte gezicht”, wat verwijst naar het zilverkleurige kopborststuk van het vrouwtje. De soortnaam bruennichi is een eerbetoon aan de Deense natuuronderzoeker Morten Thrane Brünnich.
  • Door de zachtere winters in Europa breidt de wespspin zich steeds verder uit naar het noorden. Ze passen zich bovendien genetisch erg snel aan nieuwe en koudere gebieden aan.

Gedrag

De wespspin brengt een groot deel van haar leven door op haar vaste plek in het web. Ze hangt daar roerloos met de kop naar beneden te wachten tot een prooi verstrikt raakt. Wanneer de spin verstoord wordt of dreigend gevaar opmerkt, beweegt ze het web krachtig heen en weer, waardoor ze voor aanvallers wazig en moeilijker te grijpen wordt.

Het mannetje leidt een veel actiever en riskanter leven. Hij bouwt als volwassen spin zelf geen vangweb meer, maar gaat actief op zoek naar een geslachtsrijp vrouwtje. Zodra hij een web van een vrouwtje heeft gevonden, tokkelt hij voorzichtig op de draden om te laten weten dat hij een partner is en geen prooi.

Tijdens de paring grijpt het vrouwtje het mannetje vaak vast om hem vervolgens op te eten. Vaak breekt het mannetje een deel van zijn bevruchtingsorgaan af in het lichaam van het vrouwtje, wat de kans verkleint dat andere mannetjes haar daarna nog bevruchten. Vaak probeert het mannetje te paren als het vrouwtje met een grote prooi bezig is, waardoor ze minder op het mannetje let. Maar meestal overleeft het mannetje de paring niet en dient hij als voedsel voor het vrouwtje.

Web

Het web van de wespspin is een groot, meestal verticaal of licht schuin opgesteld wielweb dat laag boven de grond tussen de vegetatie wordt geweven. Een opvallend kenmerk is de brede, zilver-witte zigzagband van spinnenzijde die verticaal door het midden van het web loopt. Dit spinstuk wordt het stabilimentum genoemd. Wetenschappers vermoeden dat deze opvallende structuur dient om insecten aan te trekken via UV-reflectie, of juist om te voorkomen dat grotere dieren zoals vogels per ongeluk door het web vliegen en het vernielen. De spin zit zelf bijna altijd precies in het midden van het web op de kruising van de draden.

Mobiliteit

De wespspin verplaatst zich over kortere afstanden voornamelijk door te lopen tussen de stengels en grashalmen. Wanneer een vrouwtje eenmaal een goede plek voor haar web heeft gekozen, blijft ze daar vaak haar hele verdere leven zitten.

De meeste verplaatsing gebeurt in het voorjaar, wanneer jonge spinnen uit hun cocon kruipen. Ze klimmen dan direct naar de top van de vegetatie en laten een lange, dunne draad van spinnenzijde los, die door de wind wordt meegevoerd. Zo kunnen ze over grote afstanden door de lucht zweven, een techniek die ook wel “ballooning” wordt genoemd. Dankzij deze manier van reizen verspreiden ze zich snel naar nieuwe gebieden.

Verschijningsperiode

De wespspin heeft een duidelijke seizoensgebonden periode waarin ze te zien is. De jonge spinnen komen in het voorjaar rond mei uit hun cocon en groeien gedurende de voorzomer op. De volwassen vrouwtjes zijn vooral te vinden in de late zomer en het vroege najaar, van juli tot en met september. In deze periode zijn de opvallende vrouwtjes met hun web het gemakkelijkst te herkennen in het veld. De volwassen mannetjes verschijnen iets eerder, rond eind juni, maar verdwijnen snel nadat de paringen hebben plaatsgevonden. Tegen de eerste nachtvorst in het najaar sterven de volwassen spinnen.

Levenscyclus

De levenscyclus van de wespspin duurt ongeveer één jaar. Na de paring in de zomer bouwt het vrouwtje aan het einde van de zomer een of meerdere grote cocons van stevige, crèmekleurige zijde. De cocon is ongeveer zo groot als een pingpongbal en voorzien van verticale bruine strepen. Hierin legt ze ongeveer driehonderd tot vierhonderd eitjes die al na enkele weken uitkomen, maar de jonge spinnen blijven daar gedurende de hele winter veilig beschermd tegen kou en roofdieren. Pas in het vroege voorjaar verlaten de jonge spinnen de cocon om zich te verspreiden en hun eigen web te bouwen. Het mannetje leeft slechts een paar maanden en sterft vrijwel direct na de paring in de zomer. Het vrouwtje leeft iets langer; ze verzorgt haar cocons en sterft over het algemeen in de herfst.

Predatie

Ondanks haar opvallende wespentekening heeft de wespspin verschillende natuurlijke vijanden. Vogels vormen een belangrijke bedreiging, vooral voor de grotere vrouwtjes die goed zichtbaar in het midden van hun web hangen. Daarnaast worden ze regelmatig gevangen door amfibieën en hagedissen als hun web zich dicht bij de grond bevindt. Ook sluipwespen spelen een grote rol bij de predatie op de wespspin. Sommige soorten sluipwespen vallen de spin rechtstreeks aan om een eitje op haar lichaam te leggen, waarna de larve van de wesp de spin langzaam van binnenuit opeet. Andere soorten richten zich specifiek op de eicocons van de wespspin. De sluipwesp boort dan door de stevige wand van de cocon heen om haar eieren tussen de spinneneieren te leggen, waarna de larven zich met de eitjes of de jonge spintjes voeden. Tot slot worden de jonge spinnen regelmatig gegeten door andere roofinsecten en grotere spinnen wanneer ze zich in de vegetatie verplaatsen.

Bedreiging

Internationaal

Op internationaal niveau is de wespspin niet als bedreigd aangemerkt. De soort is niet beoordeeld voor de wereldwijde IUCN Rode Lijst, maar geldt in Europa als een stabiele en niet-bedreigde soort. De populaties profiteren van de stijgende temperaturen, waardoor ze zich kunnen uitbreiden naar gebieden waar ze vroeger niet konden overleven.

Nederland

In Nederland is de wespspin niet bedreigd en staat ze niet op de Nederlandse Rode Lijst. Waar de soort vroeger erg zeldzaam was en alleen in het zuiden van het land werd aangetroffen, is ze tegenwoordig een algemene en wijdverspreide verschijning geworden. De populatie is gezond en groeit nog steeds gestaag.

Bescherming in Nederland

Omdat de wespspin een algemene soort is geworden die niet in haar voortbestaan wordt bedreigd, geldt er in Nederland geen specifieke beschermingsstatus voor deze spin. De soort valt onder de algemene regels van de Omgevingswet voor in het wild levende dieren. De beste manier waarop de soort geholpen wordt, is door het behoud van structuurrijke, zonnige graslanden en bermen die niet te vroeg of te intensief worden gemaaid.

Bronnen

Argiope bruennichi

Taxonomie

RijkAnimalia (Dieren)
StamArthropoda (Geleedpotigen)
KlasseArachnida (spinachtigen)
OrdeAraneae (Spinnen)
FamilieAraneidae (wielwebspinnen)
GeslachtArgiope
SynoniemenWespenspin, tijgerspin, zebraspin

Kenmerken

Grootte♂: 4-5 mm
♀: 14-19 mm
Gewicht♀: 60–90 milligram
Webwielvormig net
Voedingspringende en vliegende insecten zoals sprinkhanen, vliegen, bijen, wespen en vlinders

Voortplanting

Grootte cocon2-2,5 cm
Aantal eitjes300-400 eitjes
Grootte eitjes± 1 mm
Ontwikkeling eitjesenkele weken

Voorkomen in Nederland

Statusinheemse, gevestigde soort
Zeldzaamheidvrij algemeen
Verschijningsperiodemei-september
Rode Lijst
BeschermingOmgevingswet

Verspreiding

Nederlandvrijwel alle provincies
Europavrijwel over het gehele Europese continent
WereldPalearctisch gebied
BiotoopvoorkeurZonnige, open graslanden, heideterreinen, spoorbermen en bosranden met hoge, stevige planten


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven