Kenmerken en uiterlijk van de krakeend
Verspreiding en leefgebied wereldwijd
De krakeend komt voor in een groot deel van het noordelijk halfrond. Ze broeden in uitgestrekte gebieden van Europa, Azië en Noord‑Amerika. In de winter trekken veel vogels naar warmere streken in het zuiden, zoals Noord‑Afrika, India en Mexico. In regio’s met een mild klimaat, waaronder West‑Europa, blijven ze echter vaak het hele jaar door aanwezig.
Verspreiding in Europa
Binnen Europa is de krakeend op veel plaatsen aanwezig, vooral in de gematigde zones. Het broedgebied strekt zich uit van IJsland en de Britse eilanden tot ver in Rusland. De grootste aantallen komen voor in Centraal- en Oost‑Europa, maar ook in West‑Europa neemt de soort duidelijk toe. In de winter trekken vogels uit koudere regio’s naar het zuiden en westen van het continent, waar ze open, ijsvrij water opzoeken, onder meer rond de Middellandse Zee.
Voorkomen in Nederland en België
In Nederland en België is de krakeend tegenwoordig een zeer algemene verschijning. Ze zijn hier het hele jaar door te zien, zowel als broedvogel als in de winter. In Nederland broeden ze in bijna het hele land, met een grote voorkeur voor waterrijke gebieden zoals de Oostvaardersplassen en het deltagebied. Ook in België is de soort flink toegenomen en ze broeden daar nu op veel plaatsen in Vlaanderen en Wallonië.
Tijdens de trekperiode komen er nog eens vele duizenden vogels uit het noorden bij om hier te overwinteren. Ze maken dankbaar gebruik van de vele sloten, meren en plassen die onze landen rijk zijn.
Habitat en voorkeursbiotopen
De krakeend leeft het liefst in ondiep, stilstaand zoet water met veel plantengroei. Ze houden van meren, vijvers en moerassen waar ze makkelijk bij hun voedsel kunnen komen. Soms zijn ze ook te vinden in brak water, zoals bij riviermonden of langs de kust, maar dat is minder gebruikelijk. Belangrijk voor hen is dat er genoeg beschutting is langs de kant, zoals riet of hoge planten, om hun nesten in te bouwen. Ze vermijden meestal snelstromend water of heel diepe meren zonder planten op de bodem. In de winter zie je ze ook wel op overstroomde graslanden en in parken met grote vijvers.
Herkenning en uiterlijke kenmerken
De krakeend is een middelgrote eend met een lengte van ongeveer 46 tot 56 centimeter en een vleugelspanwijdte tussen de 78 en 90 centimeter. Volwassen vogels wegen meestal tussen de 650 en 1200 gram, waarbij de mannetjes iets zwaarder zijn dan de vrouwtjes.
Het mannetje ziet er van een afstandje grijs uit, maar van dichtbij zie je een heel fijn patroon van streepjes en golfjes op de veren. Hij heeft een opvallend zwarte achterkant die sterk afsteekt tegen de grijze rest van zijn lichaam. Het vrouwtje lijkt veel op een wilde eend en is bruin gevlekt, maar ze heeft een wittere buik en een oranje streep langs de snavel. Een heel belangrijk kenmerk voor beide geslachten is de witte vlek op de achterkant van de vleugel, die je vooral goed ziet als ze vliegen.
De jongen lijken in het begin erg op het vrouwtje en hebben een donskleed dat donkerbruin en geelachtig van kleur is. Naarmate ze groeien, krijgen ze steeds meer de bruine, gevlekte veren die ze ook in hun eerste winter dragen. Pas later krijgen de jonge mannetjes hun mooie grijze verenkleed met de kenmerkende zwarte achterkant.
Geluid
Het geluid van de krakeend verschilt sterk tussen het mannetje en het vrouwtje. Het mannetje maakt een kort en laag geluid dat klinkt als een raspende “er-er“. Soms laten ze tijdens de balts ook een fluitend geluid horen, maar dat is veel minder luid dan bij andere eendensoorten. Het vrouwtje maakt een kwaakgeluid dat erg lijkt op dat van de wilde eend, maar het klinkt vaak net iets hoger en sneller achter elkaar. Ze laten deze geluiden vooral horen wanneer ze met elkaar communiceren of wanneer ze opvliegen bij gevaar.
Omdat ze over het algemeen wat stiller zijn dan veel andere watervogels, vallen ze minder snel op door hun geluid. In grotere groepen kun je echter een constant zacht gekwetter horen terwijl ze naar voedsel zoeken.
Ondersoorten
Omdat de gewone krakeend over een enorm verspreidingsgebied voorkomt en overal vrijwel hetzelfde uiterlijk heeft, worden er geen ondersoorten onderscheiden. De vogels die in Azië broeden, zien er dus precies zo uit als de exemplaren die we in Nederland of Duitsland tegenkomen.
Voedsel en foerageergedrag
De krakeend is een vogel die bijna alleen maar planten eet. De volwassen vogels zoeken hun eten vooral in ondiep water door met hun kop onder water te gaan of te grondelen. Ze eten graag de groene delen van waterplanten zoals fonteinkruid, hoornblad en verschillende soorten algen. Ook zaden van planten die langs de waterkant groeien, zoals riet en grassen, staan vaak op het menu. In de winter vullen ze het dieet soms aan met wortels en knollen van planten die ze op vochtige velden vinden.
Hoewel ze vegetariërs lijken, krijgen ze soms per ongeluk kleine waterdiertjes binnen die op de planten zitten. In de paartijd eten de vrouwtjes soms bewust wat meer slakjes of insecten om extra kracht te krijgen voor het leggen van eieren.
De jonge vogels hebben in de eerste weken van hun leven een heel ander dieet nodig om goed te kunnen groeien. Omdat ze veel eiwitten nodig hebben voor de opbouw van hun spieren en veren, eten ze in het begin vooral kleine diertjes. Ze vangen insecten die op het wateroppervlak landen, maar ook muggenlarven, kleine kreeftjes en waterkevers. Naarmate de jongen ouder worden, gaan ze steeds vaker over op het eten van planten, net als hun ouders. Ze beginnen dan voorzichtig te knabbelen aan kroos en zachte deeltjes van andere waterplanten. Na een paar weken bestaat hun voedsel bijna volledig uit plantenmateriaal en zaden.
Interessante feiten en gedragingen van de krakeend
- Krakeenden staan erom bekend dat ze soms voedsel stelen van andere watervogels, zoals meerkoeten of duikeenden, wanneer die met waterplanten naar boven komen.
- Ze zijn veel stiller dan de meeste andere eenden, waardoor ze in een groep met wilde eenden vaak pas opvallen als ze hun witte vleugelvlek laten zien.
- In tegenstelling tot veel andere eendensoorten die liever in diep water duiken, blijven ze bijna altijd in ondiep water waar ze met hun snavel net bij de bodem kunnen.
- De mannetjes verliezen na het broedseizoen al hun mooie veren en zien er dan een paar weken bijna precies hetzelfde uit als de bruine vrouwtjes.
- Hoewel ze in Nederland en België nu heel gewoon zijn, waren ze honderd jaar geleden nog vrij zeldzame verschijningen in West-Europa.
- Ze vormen vaak paartjes die al in de herfst of vroege winter bij elkaar komen, lang voordat het eigenlijke broedseizoen begint.
- De krakeend is een van de weinige eendensoorten waarvan de wereldwijde populatie de laatste jaren flink is gegroeid, terwijl het met andere soorten juist minder goed gaat.
Gedrag en leefwijze
De volwassen krakeend staat bekend als een vrij rustige en sociale vogel die graag in groepen leeft met andere eenden en ganzensoorten. Ze vertonen vaak slim gedrag door dicht bij meerkoeten te blijven en het voedsel af te pakken dat deze omhoogduiken. Tijdens de paartijd laten de mannetjes een bescheiden balts zien, waarbij ze hun kop knikken en korte geluiden maken om indruk te maken op de vrouwtjes. Ze zijn over het algemeen minder agressief dan wilde eenden, maar ze verdedigen hun nestplek wel tegen indringers. Overdag rusten ze veel op het water of langs de oever, terwijl ze in de schemering actiever worden om te gaan eten.
De jonge vogels zijn al heel snel na de geboorte zelfstandig en verlaten het nest zodra hun dons droog is. Ze volgen de moedervogel naar het water, waar ze direct zelfstandig op zoek gaan naar kleine insecten en waterdiertjes. De moeder beschermt ze goed tegen gevaar, maar ze voert ze niet zoals sommige andere vogels dat doen. In de eerste weken blijven de jongen dicht bij elkaar in een groepje om veilig te blijven voor roofdieren. Ze leren door naar hun moeder te kijken hoe ze moeten grondelen en waar de beste plekjes zijn om te schuilen in het riet. Na ongeveer twee maanden kunnen ze vliegen en zijn ze klaar om voor zichzelf te zorgen.
Trekgedrag en migratieroutes
De vogeltrek van de krakeend hangt sterk af van de plek waar ze broeden en hoe koud het daar in de winter wordt. Vogels uit het verre noorden en oosten van Europa trekken in het najaar in grote groepen naar het zuiden en westen. Ze vliegen dan naar gebieden zoals Spanje, Noord-Afrika of de mildere kuststreken van de Noordzee. Veel krakeenden die in Nederland, België of Duitsland broeden, blijven daar het hele jaar door als de winters niet te streng zijn. Tijdens de trek vliegen ze vaak ’s nachts in losse groepen om veilig op hun bestemming aan te komen.
In het vroege voorjaar, meestal rond maart, keren de trekkers weer terug naar hun broedgebieden om aan een nieuw seizoen te beginnen.
Voortplanting en broedgedrag
De voortplanting begint met een rustige balts, waarbij de mannetjes met hun kop knikken en korte fluitende of raspende geluiden maken om de vrouwtjes te verleiden. De paartijd vindt plaats in het voorjaar, meestal tussen april en juni, maar veel paren worden al in de winter gevormd.
Het nest wordt door het vrouwtje goed verstopt op de grond in dichte begroeiing, zoals hoog gras of riet, vaak niet ver van het water. Ze maakt een ondiep kuiltje en bekleedt dit met droge planten en een dikke laag zacht dons uit haar eigen borst. Een legsel bestaat meestal uit acht tot twaalf eieren die een bleke, crème-achtige kleur hebben. Het vrouwtje broedt de eieren in ongeveer 24 tot 27 dagen uit, terwijl het mannetje in de buurt blijft tot de kuikens bijna uitkomen.
Zodra de kuikens uit het ei kruipen, zijn ze direct klaar om het nest te verlaten en hun moeder naar het water te volgen. Deze jonge vogels kunnen meteen zelf hun eten zoeken, al houdt de moeder ze de eerste weken goed in de gaten voor hun veiligheid. Na ongeveer zeven tot acht weken kunnen de jongen vliegen en zijn ze volledig zelfstandig.
In de natuur kunnen deze vogels een respectabele leeftijd bereiken, waarbij ze gemiddeld tussen de vijf en tien jaar oud worden. Er zijn echter gevallen bekend van krakeenden die in het wild meer dan vijftien jaar oud zijn geworden.
Predatie en natuurlijke vijanden
De krakeend heeft te maken met verschillende roofdieren die jagen op de eieren, de jongen en soms ook op de volwassen vogels. Vooral tijdens het broeden zijn de eieren en de moedervogel kwetsbaar voor landdieren zoals de vos en de wasbeer, die de nesten in de dichte begroeiing proberen op te sporen. In het water vormen grote roofvissen zoals de snoek een gevaar voor de kleine kuikens die net uit het ei zijn gekomen. Ook verschillende soorten roofvogels en grotere meeuwen jagen vanuit de lucht op de jonge vogels wanneer ze op open water zwemmen.
Om zich te beschermen, bouwen ze hun nesten op zeer goed verborgen plekken en blijven de kuikens vaak dicht bij de oevervegetatie. Wanneer er gevaar dreigt, probeert het vrouwtje de aandacht van de rover af te leiden, zodat de jongen kunnen wegduiken of wegrennen naar een veilige plek. Ondanks deze predatie lukt het de populatie krakeenden goed om op peil te blijven, omdat ze elk jaar veel eieren leggen. In gebieden met veel roofdieren is de overlevingskans van een nest lager, maar de slimme keuze van hun leefgebied helpt hen om de risico’s te beperken.
Bedreigingen en populatiestatus
Wereldwijd gezien is de krakeend op dit moment niet bedreigd en de soort staat als veilig op de internationale rode lijst. De populaties in Noord-Amerika en grote delen van Europa zijn de afgelopen tientallen jaren zelfs flink gegroeid. Toch zijn er lokale gevaren die de vogels kunnen raken, zoals het verlies van geschikte moerasgebieden door verdroging of bebouwing. Ook vervuiling van het water en verstoring door mensen tijdens het broedseizoen kunnen een negatieve invloed hebben op hun succes. Omdat ze voor hun voedsel erg afhankelijk zijn van waterplanten, zijn ze gevoelig voor veranderingen in de waterkwaliteit. In sommige gebieden buiten Europa wordt er nog op ze gejaagd, maar dit vormt geen direct gevaar voor het voortbestaan van de soort als geheel.
Status in Nederland
In Nederland is de krakeend niet bedreigd en de vogel staat dan ook niet op de Nederlandse Rode Lijst. Sinds de jaren zeventig is het aantal broedparen in ons land toegenomen, waardoor ze nu een van de meest voorkomende eendensoorten in onze wateren zijn. De aanleg van nieuwe natuurgebieden, zoals de Oostvaardersplassen, heeft enorm geholpen bij deze snelle groei. Ook de verbetering van de waterkwaliteit in veel polders heeft ervoor gezorgd dat er meer voedsel voor ze beschikbaar is gekomen. Hoewel er lokaal weleens een nest verloren gaat door roofdieren of maaiwerkzaamheden, heeft dit geen effect op de landelijke populatie. Nederland is zelfs een van de belangrijkste landen in Europa geworden voor deze soort, zowel om te broeden als om te overwinteren.
Bescherming en wetgeving
De krakeend geniet in Nederland een goede bescherming via de nationale en Europese wetgeving voor natuurbescherming. Het is verboden om deze vogels opzettelijk te storen, te doden of hun nesten te vernielen tijdens het broedseizoen. Veel van hun belangrijkste leefgebieden vallen onder speciale beschermde zones, waardoor de kwaliteit van het water en de plantengroei daar gewaarborgd blijft. Natuurbeheerders houden bij het beheer van rietlanden en oevers vaak rekening met de rust die deze vogels nodig hebben. Omdat de aantallen zo hoog zijn, zijn er geen specifieke reddingsplannen nodig, maar algemene regels voor schoon water helpen ze enorm. Door de bescherming van waterrijke gebieden blijft Nederland een veilig toevluchtsoord voor deze eendensoort.
Bronnen
- Bezzel, E. (2024). Schnatterente (Mareca strepera). https://www.vogelwarte.ch/de/voegel/vogelarten-der-schweiz/schnatterente (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- BirdLife International. (2024). Gadwall (Mareca strepera). https://www.birdlife.org/projects/birds-and-biodiversity-science/ (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- BUND. (2024). Die Schnatterente (Mareca strepera). https://www.bund.net/tiere-pflanzen/tiere/voegel/enten/ (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- Cornell Lab of Ornithology. (2024). Gadwall Identification. https://www.allaboutbirds.org/guide/Gadwall/id (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- Deutsche Ornithologen-Gesellschaft. (2024). Schnatterente (Mareca strepera). https://www.vogelwarte.ch/de/voegel/vogelarten-der-schweiz/schnatterente (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- IUCN Red List. (2026). Gadwall (Mareca strepera) – Conservation Status. https://www.iucnredlist.org (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- Nabun. (2024). Die Schnatterente (Mareca strepera). https://www.nabu.de/tiere-und-pflanzen/voegel/vogelkunde/vogelarten/14023.html (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- Royal Society for the Protection of Birds. (2024). Gadwall feeding and diet. https://www.rspb.org.uk/birds-and-wildlife/gadwall (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- Stiftung Vogelmonitoring Deutschland. (2024). Schnatterente (Mareca strepera).
- Sovon Vogelonderzoek Nederland. (2026). Krakeend: Verspreiding en aantallen. https://www.sovon.nl/soorten/krakeend (geraadpleegd op 20 februari 2026).https://www.vogelmonitoring.de (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- The Cornell Lab of Ornithology. (2024). Gadwall – Life History. https://www.allaboutbirds.org/guide/Gadwall/lifehistory (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- Vogelwarte Sempach. (2024). Schnatterente: Biologie und Zug. https://www.vogelwarte.ch/de/voegel/vogelarten-der-schweiz/schnatterente (geraadpleegd op 20 februari 2026).
- Wildfowl & Wetlands Trust. (2024). Gadwall (Mareca strepera). https://www.wwt.org.uk/adventure-with-us/wildlife/gadwall/ (geraadpleegd op 20 februari 2026).
Mareca strepera | |
|---|---|
Taxonomie | |
| Rijk | Animalia (dieren) |
| Stam | Chordata (chordadieren) |
| Klasse | Aves (vogels) |
| Orde | Anseriformes (Eendvogels) |
| Familie | Anatidae |
| Geslacht | Mareca |
Kenmerken | |
| Grootte | 46-56 cm |
| Gewicht | 650-1200 gram |
| Vleugelspanwijdte | 78-90 cm |
| Groep/solitair | Groepen |
| Voeding | waterplanten, grassen en zaden |
Voortplanting | |
| Broedinterval | Jaarlijks |
| Broedperiode | april-juni |
| Aantal legsels | 1 legsel per jaar |
| Plaats nest | goed verstopt op de grond in dichte plantengroei |
| Aantal eieren | 8-12 eieren |
| Grootte eieren | 55×39 cm |
| Broedduur | 24-27 dagen |
| Uitvliegen | 45-60 dagen |
| Geslachtsrijp | 1 jaar |
| Levensduur | 5-10 jaar |
Voorkomen in Nederland | |
| Aantal broedparen | 26.000-32.000 (2018-2020) |
| Aantal overwinteraars | 95.000-120.000 (2016/17-2020/21) |
| Doortrekkers | 120.000-145.000, sep-okt (2016/17-2020/21) |
| Bescherming | Omgevingswet |
| Rode lijst IUCN | Niet bedreigd |
| Nederlandse Rode Lijst | – |
![]() | |
| Verspreiding broedvogels 2013-2015 SOVON Vogelonderzoek Nederland | |
Voorkomen wereldwijd | |
![]() | |
| Author: Cephas License: CC BY-SA 4.0 | |
| Legenda: __ Broedgebied __ Permanent leefgebied __ Niet-broedgebied __ Migratie | |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.










