Beschrijving van de koperen beekjuffer
Leefgebied
Mondiaal
Buiten Europa bevindt het mondiale verspreidingsgebied van de koperen beekjuffer zich in het noordelijke deel van Afrika. Ze komen daar met name voor in de landen Marokko, Algerije en Tunesië. In deze kustregio’s van de westelijke Middellandse Zee is de soort op veel plekken een algemene en bekende verschijning.
Europa
Binnen Europa is de soort vooral te vinden in het zuidwestelijke deel van het continent. Ze leven in grote delen van Spanje en Portugal, maar ook in het zuiden van Frankrijk en langs de westkust van Italië. Daarnaast komen ze voor op verschillende grote eilanden in de Middellandse Zee, zoals de Balearen, Corsica, Sardinië en Sicilië.
Nederland
De koperen beekjuffer komt niet voor in Nederland.
Habitat en biotoop
Deze beekjuffer heeft een sterke voorkeur voor helder, schoon en zuurstofrijk stromend water. Ze leven vooral langs de bovenlopen en middenlopen van beken en kleine riviertjes waar het water niet te diep is. Meestal houden ze zich op rond zonnige plekken waar veel planten langs de waterkant groeien, zodat ze gemakkelijk kunnen uitrusten en vanaf een takje op kleine insecten kunnen jagen. Soms zoeken ze ook schaduwrijke plaatsen op in bossen of bergen waar bomen zoals wilgen en oleanders langs de oever groeien.
Herkenning
De koperen beekjuffer valt op door de diepe en donkere kleuren van het lichaam en de vleugels. Het volwassen mannetje heeft een glanzend lichaam dat heel donker koperrood tot bijna zwart van kleur is. Ze hebben grote, brede vleugels die bijna helemaal donkerbruin tot zwart gekleurd zijn, met alleen aan de basis een lichter stukje. Het vrouwtje ziet er anders uit en heeft een glanzend groen tot bronskleurig lichaam. Haar vleugels zijn grotendeels doorzichtig met een groenbruine tint, maar ze dragen een opvallende donkere band bij de vleugeltop. Aan het einde van het achterlijf hebben de vrouwtjes aan de onderkant een heldere roze tot rode vlek die goed te zien is wanneer ze vliegen. De totale spanwijdte van de achtervleugels en voorvleugels samen ligt bij deze soort meestal tussen de 60 en 70 millimeter.
Larve
De larve heeft een langwerpig en slank lichaam dat goed is aangepast aan het leven op de bodem van stromend water. Ze hebben een bruinachtige tot grijsgroene kleur, waardoor ze zich perfect kunnen verschuilen tussen waterplanten, dode bladeren en takjes. Aan de kop zitten relatief lange voelsprieten en grote ogen waarmee ze de omgeving afzoeken. Aan het uiteinde van het achterlijf bevinden zich drie opvallende, bladachtige aanhangsels die dienen als kieuwen om adem te halen onder water. Volgroeide larven bereiken doorgaans een totale lengte van ongeveer 30 tot 35 millimeter, waarbij de kieuwbladen aan het achterlijf zijn meegerekend.
Voedsel
Voedsel van de libelle
Als volwassen insecten zijn het actieve jagers die hun voedsel uitsluitend in de lucht vangen. Ze zitten vaak op een uitstekende plantenstengel of een takje langs de oever te wachten tot er een prooi voorbijvliegt. Zodra ze een klein insect opmerken, vliegen ze er snel op af om het met hun harige poten uit de lucht te grijpen. Hun dieet bestaat volledig uit andere vliegende insecten, zoals muggen, vliegen, kleine kokerjuffers en kleine motten. Ze eten dus geen planten of plantaardig materiaal, maar gebruiken de vegetatie langs de waterkant puur als uitkijkpost en rustplek.
Voedsel van de larve
De larven leven onder water en zijn daar net als de volwassen libellen echte rovers. Ze zitten meestal doodstil tussen de wortels van waterplanten of op de modderige bodem te wachten tot een prooidier dicht genoeg nadert. Ze eten verschillende kleine waterdiertjes die in de beekjes leven, zoals de larven van muggen, eendagsvliegen en kokerjuffers. Ook kleine waterwantsen en heel jonge visjes of kleine wormpjes worden door hen gegrepen. Ze vangen deze prooien met een speciaal uitklapbaar orgaan onder hun kop, dat ze heel snel naar voren kunnen schieten om het slachtoffer vast te pakken.
Weetjes over de koperen beekjuffer
- De wetenschappelijke soortnaam haemorrhoidalis betekent letterlijk vertaald ‘bloedend’. Deze naam hebben ze gekregen vanwege de opvallende roze tot rode kleur aan het uiteinde van het achterlijf van het vrouwtje, en de rode kleur onderaan het achterlijf van het mannetje.
- Mannetjes bezitten een sterk territoriumgedrag en verdedigen hun eigen stukje langs de beek fel tegen andere mannetjes. Ze voeren indrukwekkende achtervolgingen uit in de lucht om indringers weg te jagen van de beste plekken.
- Voordat ze gaan paren, voert het mannetje een sierlijke paringsdans uit in de lucht voor het vrouwtje. Hierbij laat hij zijn prachtig gekleurde vleugels en het rode achterlijf goed zien om indruk op haar te maken.
- Tijdens de paring vormen de mannetjes en vrouwtjes een zogenaamd ‘paringswiel’, waarbij ze zich in een hartvormige positie aan elkaar vasthouden tijdens de vlucht of terwijl ze op een plant rusten.
- Het mannetje blijft na de paring heel dicht in de buurt van het vrouwtje wanneer ze haar eitjes legt in de waterplanten. Hij bewaakt haar zo tegen andere mannetjes die met haar willen paren, zodat zijn eigen nakomelingen veilig zijn.
Gedrag
Het gedrag van een volwassen koperen beekjuffer staat grotendeels in het teken van het verdedigen van een territorium en het vinden van een partner. De mannetjes kiezen een vaste plek langs de oever van een beek en bewaken dit gebied heel streng. Ze zitten vaak op takken of planten die boven het stromende water hangen om de omgeving te controleren. Als er een ander mannetje in hun gebied komt, vliegen ze er direct op af om de indringer met snelle en felle vliegbewegingen te verjagen. Vrouwtjes vertonen dit felle verdedigingsgedrag niet en verplaatsen zich rustiger langs het water, voornamelijk om te jagen en om geschikte plekken te zoeken om eitjes te leggen. Tijdens warme perioden op de dag rusten de libellen regelmatig in de schaduw van bomen en struiken om te voorkomen dat ze oververhit raken.
Gedrag van de larve
De larven van deze soort zijn rustige bewoners van de waterbodem die zich heel onopvallend gedragen. Ze houden zich het liefst schuil tussen dichte groepen waterplanten, opgehoopte dode bladeren of blootliggende boomwortels in de buurt van de oever. Ze verplaatsen zich heel langzaam kruipend over de bodem en vertrouwen op hun schutkleur om niet op te vallen voor vijanden en prooien. Het zijn echte afwachtende jagers die urenlang roerloos op dezelfde plek kunnen blijven zitten tot er een klein waterdiertje langskomt. Wanneer de larven zich bedreigd voelen door grotere roofdieren, zoals vissen, houden ze zich doodstil of laten ze zich met de stroom van het water meevoeren naar een nieuwe, veiligere schuilplaats.
Mobiliteit van de libelle
De koperen beekjuffer is een behendige vlieger, maar ze verplaatst zich over het algemeen niet over heel grote afstanden. De vlucht is fladderend en lijkt wel een beetje op de manier waarop een vlinder vliegt, wat heel kenmerkend is voor beekjuffers. Ze blijven gedurende hun hele volwassen leven erg trouw aan de specifieke beek of rivier waarin ze als larve zijn opgegroeid. Omdat ze zo sterk gebonden zijn aan schoon, stromend water, vliegen ze zelden ver weg van de beschutting van de oevervegetatie. Dit zorgt ervoor dat ze zich erg moeilijk verspreiden naar nieuwe, verre leefgebieden, waardoor populaties langs verschillende beken vaak vrij geïsoleerd van elkaar leven.
Vliegtijd
De vliegtijd begint in het warme voorjaar en loopt door tot in het vroege najaar. De eerste volwassen libellen komen meestal vanaf mei tevoorschijn uit het water. De piek van hun activiteit ligt in de warme zomermaanden juni, juli en augustus, wanneer er langs de zuidelijke beken grote aantallen tegelijk te zien zijn. Afhankelijk van de temperatuur en het weer in het zuiden van Europa kunnen de laatste actieve libellen nog tot in de loop van de maand september of begin oktober vliegend worden waargenomen.
Levenscyclus
Eitjes
De levenscyclus begint wanneer het vrouwtje haar eitjes een voor een in het weefsel van levende waterplanten boort. Een vrouwtje kan in totaal wel tot een paar honderd eitjes leggen tijdens haar leven. Deze ei-fase duurt relatief kort en na ongeveer twee tot vier weken komen de jonge larven uit de eitjes tevoorschijn.
Larvale fase
De larvale fase is veruit het langste deel van hun hele leven en duurt meestal een tot twee jaar. Gedurende deze periode leven de larven permanent onder water, waar ze zich voeden met kleine waterdiertjes om te kunnen groeien. Omdat hun huid niet meegroeit, moet de larve tijdens haar ontwikkeling ongeveer tien tot twaalf keer vervellen. Telkens na een vervelling is de nieuwe huid nog zacht, waardoor de larve een stukje kan groeien voordat de buitenkant weer hard wordt. De larven brengen ook de winter onder water door, waarbij ze zich diep in de modder of tussen plantenwortels verschuilen en hun activiteit door de kou sterk afneemt.
Imago
Aan het einde van de larvale fase, wanneer het water in het voorjaar opwarmt, kruipt de volgroeide larve via een plantenstengel uit het water om te transformeren. De huid barst voor de laatste keer open en de volwassen libelle komt tevoorschijn. De lege larvenhuid blijft achter op de planten. Het leven van de volwassen libelle is kort en duurt na het verlaten van het water slechts een paar weken tot maximaal twee maanden. In deze laatste levensfase vliegen ze rond om te jagen op insecten, verdedigen ze hun territorium en paren ze om de volgende generatie veilig te stellen.
Predatie
De koperen beekjuffer dient in alle levensfasen als voedsel voor verschillende grotere diersoorten. Wanneer ze als larve op de waterbodem leven, worden ze vaak opgegeten door grotere roofinsecten, vraatzuchtige vissen en kikkers. Zodra de larven het water verlaten om te veranderen in een libelle, zijn ze heel kwetsbaar, omdat hun nieuwe lichaam en vleugels eerst nog een paar uur moeten drogen en uitharden. In deze periode, maar ook tijdens hun volwassen leven in de lucht, vormen vogels zoals de kwikstaart en verschillende soorten zwaluwen een groot gevaar. Daarnaast jagen ook grotere libellensoorten, kikkers langs de oever en grotere spinnen die hun webben tussen de oeverplanten weven actief op deze beekjuffers.
Bedreiging
Op mondiale schaal is de soort momenteel niet ernstig bedreigd. De IUCN heeft de soort de status van niet bedreigd gegeven, omdat ze in grote delen van het mediterrane gebied nog in stabiele en gezonde aantallen voorkomt. Toch zijn lokale populaties op sommige plekken wel kwetsbaar voor achteruitgang. De belangrijkste lokale bedreigingen zijn de vervuiling van het beekwater door giftige stoffen uit de landbouw en de industrie, en het verdwijnen van natuurlijke oevers. Ook extreme droogte en het kunstmatig droogleggen of omleiden van schone beken zorgen ervoor dat hun leefgebied op specifieke locaties onder druk staat.
Nederland
De koperen beekjuffer komt van nature niet in Nederland voor. De libelle staat om die reden ook niet op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde diersoorten.
Bescherming
In de Nederlandse wetgeving is er geen specifieke bescherming of gericht actieplan voor de koperen beekjuffer opgenomen. Dit komt doordat de soort hier geen vaste populaties heeft en zelfs niet als zeldzame zwerver wordt waargenomen.
Bronnen
- LibellenWissen.de. (z.d.). Bronzene Prachtlibelle – Calopteryx haemorrhoidalis. Geraadpleegd op 10 juli 2026, van https://libellenwissen.de/artenliste/libellen-europa/calopteryx-haemorrhoidalis/
- Wikipedia-bijdragers. (2025, 23 november). Bronzene Prachtlibelle. Wikipedia, de vrije encyclopedie. Geraadpleegd op 10 juli 2026, van https://de.wikipedia.org/wiki/Bronzene_Prachtlibelle
- Wikipedia-bijdragers. (2025, 20 november). Koperen beekjuffer. Wikipedia, de vrije encyclopedie. Geraadpleegd op 10 juli 2026, van https://nl.wikipedia.org/wiki/Koperen_beekjuffer
Calopteryx haemorrhoidalis | |
Taxonomie | |
|---|---|
| Rijk | Animalia (dieren) |
| Stam | Arthropoda (geleedpotigen) |
| Klasse | Insecta (insecten) |
| Orde | Odonata (libellen) |
| Familie | Calopterygidae (beekjuffers) |
| Geslacht | Calopteryx (beekjuffers) |
Kenmerken | |
| Lengte | 45-50 mm |
| Spanwijdte | 60-70 mm |
| Vliegperiode | mei-oktober |
| Grootte larve | 30-35 mm |
Voortplanting | |
| Aantal eitjes | Een paar honderd |
| Grootte eitjes | minder dan 1 mm |
| Ontwikkeling eitjes | 2-4 weken |
| Ontwikkeling larven | 1-2 jaar |
| Vervellingen larven | 10-12 vervellingen |
| Uitsluipen | Vanaf mei |
Voorkomen in Nederland | |
| Status | Exoot |
| Zeldzaamheid | Extreem zeldzaam |
| Rode Lijst | Niet vermeld |
| Bescherming | Geen |
Verspreiding | |
| Nederland | Komt niet voor |
| Europa | Spanje, Portugal, Zuid-Frankrijk en Italië |
| Wereld | Zuid-Europa, Noord-Afrika |
| Biotoopvoorkeur | Schone, zonnige en zuurstofrijke stromende beken met veel planten langs de oever |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.






