• Close-up van gele bloemknoppen in bloei
  • Groene bloemknoppen met gele bloem bij vijver
  • Close-up van gele bloem tegen groene achtergrond
  • Close-up van groene bladeren en stengel

Beschrijving van kompassla

De kompassla dankt haar naam aan de stand van de bladeren. In de volle zon draaien de bladeren zich verticaal en wijzen ze vaak in een noord-zuidrichting om oververhitting te voorkomen.

Stengels

De stengels van de kompassla groeien rechtop en zijn meestal tussen de 30 en 120 centimeter lang, al kunnen ze soms wel twee meter hoog worden. Ze zijn stijf, hol en hebben vaak een witachtige of lichtgroene kleur, soms met kleine rode vlekjes. Aan de onderkant van de stengel zitten vaak kleine stekeltjes, terwijl de bovenkant meestal kaal en vertakt is. Als de stengel beschadigt, komt er een wit, melkachtig sap naar buiten.

Bladeren

De bladeren staan verspreid langs de stengel en hebben een blauwgroene kleur. Ze zijn vaak diep ingesneden met getande randen, al komen ook gaafrandige exemplaren voor. Opvallend is de rij stijve stekeltjes die onderaan op de middennerf zit. De onderste bladeren vormen eerst een rozet op de grond, terwijl de hogere bladeren de stengel omsluiten. Bij oudere planten draait de bovenste helft van het blad zich vaak omhoog, waarbij het blad zich in een duidelijke noord‑zuidrichting plaatst. Die stand is een aanpassing die de plant beschermt tegen uitdroging: door minder directe middagzon op het blad te laten vallen, voorkomt kompassla dat de bladeren oververhit raken en te veel vocht verliezen.

Bloemen

De bloemen groeien in pluimen aan het einde van de stengels. Het zijn kleine, lichtgele bloemhoofdjes die elk bestaan uit ongeveer 10 tot 30 lintbloemen. Deze bloemen zijn tweeslachtig, wat betekent dat ze zowel stampers als meeldraden hebben. De meeldraden zijn met elkaar vergroeid tot een buisje rond de stamper. De bloemen openen zich meestal alleen in de ochtend bij zonnig weer en verkleuren vaak naar blauwachtig als ze uitgebloeid zijn.

Vrucht en zaden

Na de bloei ontstaan er droge vruchten die we nootjes of dopvruchten noemen. Deze vruchtjes zijn grijsbruin van kleur, gerond en ongeveer 3 millimeter lang. Aan de top van het vruchtje zit een lange snavel met een wit pluisje van haren, ook wel het vruchtpluis genoemd. Elk bloemhoofdje produceert een aantal zaden die door dit pluis heel licht zijn. Hierdoor worden ze gemakkelijk door de wind meegenomen over grote afstanden. De zaden hebben geen rustperiode nodig en kunnen direct kiemen zodra ze op een geschikte plek landen, al gebeurt dit meestal in het najaar of het vroege voorjaar.

Wortels

De plant maakt een stevige, witte penwortel die diep de grond in gaat. Deze wortel kan een diepte van wel 2 meter bereiken, waardoor de plant goed bestand is tegen droogte. Net als de stengel bevat ook de wortel melksap.

Verspreiding

Mondiale verspreiding

De kompassla komt oorspronkelijk uit Europa, Noord-Afrika en grote delen van Azië. Door menselijk handelen heeft de plant zich over bijna de hele wereld verspreid. Ze komt nu ook veel voor in Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Verspreiding in Nederland en België

In Nederland en België is de kompassla een zeer algemene verschijning. Vroeger was de soort zeldzamer, maar door de opwarming van het klimaat en de toename van bebouwing is ze overal te vinden.

Weetjes over kompassla

  • De bladeren staan vaak in noord‑zuidrichting, waardoor de plant minder opwarmt in de felle zon.
  • Kompassla is een voorouder van onze kropsla.
  • Het melksap heeft een lichte, verdovende werking en werd vroeger medicinaal gebruikt.
  • Jonge bladeren zijn eetbaar, maar oudere worden snel bitter.
  • De soort kan zich razendsnel verspreiden en wordt in sommige landen als onkruid gezien.
  • Kompassla kan virussen overdragen die ook gewone sla aantasten.

Ecologie

Levensvorm

De kompassla is een eenjarige of tweejarige plant die zich in de winter meestal als een bladrozet dicht bij de grond staande houdt. Wanneer de zaden in de zomer of het najaar kiemen, vormen ze eerst deze rozet om daarna in het volgende jaar een hoge bloeistengel te ontwikkelen. De plant behoort tot de groep van de therofyten of hemikryptofyten, wat betekent dat ze de ongunstige seizoenen overleeft als zaad of met knoppen die zich vlak op de grond bevinden. Nadat de plant zaden heeft gevormd, sterft ze volledig af en is haar levenscyclus voltooid.

Bodem

De plant heeft een duidelijke voorkeur voor een bodem die rijk is aan voedingsstoffen, in het bijzonder stikstof. Ze groeit het beste op droge tot matig vochtige grond die vaak kalkhoudend is en uit zand, leem of klei bestaat. Omdat ze een diepe penwortel heeft, kan de kompassla ook op zeer stenige plekken overleven waar andere planten moeilijk water kunnen vinden. Ze houdt van bodems die door de mens zijn verstoord of bewerkt, waardoor er veel mineralen vrijkomen voor de groei.

Groeiplaats

De groeiplaatsen van de kompassla bevinden zich meestal op zonnige en warme locaties. Ze komt veel voor op braakliggende terreinen, bouwplaatsen, industrieterreinen en langs wegen of spoorlijnen. In steden zie je ze vaak tussen de tegels van stoepen of tegen muren waar de zon de stenen flink opwarmt. Ook in wijngaarden, op puinhopen en langs akkerranden voelen ze zich thuis, zolang er maar voldoende licht en open ruimte is om zich te vestigen.

Bedreiging

Wereldwijde bedreiging

De kompassla wordt wereldwijd niet bedreigd. Omdat de plant zich zo makkelijk aanpast aan verschillende omstandigheden en heel veel zaden produceert, breidt ze haar leefgebied steeds verder uit. In veel landen buiten Europa wordt ze gezien als een hardnekkig onkruid of een invasieve soort die andere planten verdringt.

Bedreiging in Nederland

In Nederland gaat het goed met de kompassla en is er geen sprake van enige bedreiging. Ze is sinds de tweede helft van de twintigste eeuw enorm in aantal toegenomen en komt tegenwoordig in bijna het hele land algemeen voor. De plant profiteert van de opwarming van het klimaat en de vele bouwactiviteiten, waardoor er steeds meer geschikte plekjes voor haar ontstaan.

Bescherming in Nederland

Er zijn in Nederland geen speciale beschermingsmaatregelen voor de kompassla. Ze valt niet onder de wettelijke bescherming van de Omgevingswet. Mensen mogen de plant dan ook gewoon verwijderen uit hun tuin of van de stoep als ze die daar niet willen hebben.

Etymologie

De wetenschappelijke naam van de kompassla is Lactuca serriola. De geslachtsnaam Lactuca komt van het Latijnse woord ‘lac’, wat melk betekent. Dit verwijst naar het witte, melkachtige sap dat uit de stengels en bladeren komt wanneer ze beschadigen. De soortaanduiding serriola is afgeleid van het Latijnse woord ‘serra’, wat zaag betekent. Hiermee wordt verwezen naar de bladranden die vaak diep ingesneden zijn en kleine tanden hebben, waardoor ze op een zaag lijken.

Bronnen

Lactuca serriola

Taxonomie

RijkPlantae (planten)
StamEmbryophyta (landplanten)
KlasseSpermatopsida (zaadplanten)
OrdeAsterales
FamilieAsteraceae (Composietenfamilie)
GeslachtLactuca (sla)

Herkenning

Hoogte30-120 cm
Bloemkleurgeel
Type vruchteenzadige dopvrucht of noot
Kleur vruchtgrijsbruin
Geslachtsverdelingtweeslachtig
Worteldieptetot 2 meter

Voorkomen in Nederland

Rode LijstNiet bedreigd
Trend sinds 1950onveranderd of toegenomen
Zeldzaamheidalgemene soort
Indigeniteital voor 1500 ingevoerd (archeofyt)

Verspreiding

Nederlandhet hele land
Verspreidingskaart van Kompassla in Nederland
Verspreidingskaart kompassla
@ 2026 NDFF FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten
WereldEuropa, Azië en Noord-Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en Australië

Ecologie

Biotoopvoorkeur kalkrijke, zonnige, open en stikstofrijke plekken
Levensduureenjarig of tweejarig
Levensvormtherofyt of hemikryptofyt
Bloeitijdjuli – september

Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven