Kenmerken en uiterlijk van de hop
Verspreiding en leefgebied wereldwijd
De hop heeft een wereldwijd verspreidingsgebied dat zich uitstrekt over grote delen van Europa, Azië en Afrika. In Europa en het noordelijke deel van Azië is het een echte trekvogel die alleen in de lente en zomer blijft om te broeden. Zodra het kouder wordt, vliegen ze naar het zuiden om te overwinteren. Deze overwinteringsgebieden liggen voornamelijk in Afrika ten zuiden van de Sahara en in de warmere delen van Zuid-Azië. In Sub-Sahara-Afrika en delen van Zuid- en Zuidoost-Azië leven ook populaties die het hele jaar door in hetzelfde gebied blijven.
Verspreiding in Europa
In Europa komt de hop vooral voor in het zuidelijke en centrale deel van het continent. In landen rond de Middellandse Zee, zoals Spanje, Portugal, Italië en Griekenland, komen grote aantallen van deze vogel voor. Ook in Oostenrijk, Hongarije en delen van Duitsland broeden ze regelmatig. Naar het noorden toe worden ze een stuk zeldzamer, al broeden ze af en toe in de noordelijkere delen van Midden-Europa. Aan het einde van de zomer verlaten vrijwel alle Europese hoppen hun broedgebieden om de winter door te brengen in Afrika.
Voorkomen in Nederland en België
In Nederland en België is de hop een erg zeldzame verschijning. Vroeger broedden ze regelmatig op de zandgronden, maar door veranderingen in het landschap zijn ze als vaste broedvogel vrijwel verdwenen. Tegenwoordig worden ze in beide landen vooral gezien als doortrekkers tijdens de voorjaars- en najaarstrek. In sommige jaren broedt er incidenteel een paartje op de hei of in open bosgebieden, maar vaste populaties zijn er niet meer.
Habitat en voorkeursbiotopen
De hop heeft een sterke voorkeur voor een warm, droog en zonnig klimaat met een open tot halfopen landschap. Een kale bodem of korte begroeiing is belangrijk, zodat ze gemakkelijk op de grond naar voedsel kunnen zoeken, zoals weilanden, boomgaarden, wijngaarden, heidevelden en open bosranden. Daarnaast hebben ze oude bomen, stenen muren of gebouwen nodig, omdat ze daarin geschikte holtes vinden om hun nest te bouwen.
Herkenning en uiterlijke kenmerken
De hop is een opvallende vogel die ongeveer 26 tot 28 centimeter lang is. Ze hebben een gewicht dat meestal tussen de 45 en 70 gram ligt en de spanwijdte van de vleugels bedraagt rond de 42 tot 46 centimeter. De vogel is grotendeels oranjebruin tot zalmroze van kleur. De brede vleugels en de staart hebben een opvallend patroon met zwarte en witte banden. Op de kop zit een grote kuif met zwarte punten aan de veeruiteinden. Als ze opgewonden of schrikachtig zijn, zetten ze deze kuif als een waaier omhoog. De snavel is lang, dun en licht gebogen.
Jonge hoppen lijken al veel op de volwassen vogels, maar hun kleuren zijn wat doffer en grijzer. Ook is hun snavel in het begin een stuk korter en hebben ze nog een minder ontwikkelde kuif.
Geluid
Het geluid van de hop is heel karakteristiek en eenvoudig te herkennen. Het mannetje maakt een ver reikend, dof en hol roepgeluid dat klinkt als ‘oep-oep-oep‘ of ‘hoep-hoep-hoep‘. Deze roep bestaat bijna altijd uit drie lettergrepen en wordt in het voorjaar herhaald om een territorium af te bakenen en een vrouwtje te lokken. Bij gevaar of opwinding kunnen ze ook een rauw, krassend geluid maken. De jongen in het nest maken een sissend en bedelend geluid als ze om eten vragen.
Ondersoorten
Er worden negen ondersoorten onderscheiden:
- Upupa epops epops: Dit is de nominaalsoort die voorkomt in Midden- en Zuid-Europa, Noord-Afrika en grote delen van Centraal-Azië.
- Upupa epops major: Deze ondersoort is iets groter en leeft voornamelijk in Egypte en het noordoosten van Afrika.
- Upupa epops senegalensis: Deze vorm komt voor in een brede band ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot aan Soedan.
- Upupa epops waibeli: Deze ondersoort leeft in de bossen van Kameroen tot aan Kenia en Uganda.
- Upupa epops africana: Deze ondersoort komt voor in de zuidelijke helft van Afrika en heeft een wat diepere, roodbruine kleur.
- Upupa epops marginata: Deze vorm kwam oorspronkelijk voor op Madagaskar en wordt door sommige onderzoekers als een aparte soort gezien.
- Upupa epops saturata: Deze ondersoort leeft in het oosten van Siberië, Mongolië en China en is over het algemeen iets donkerder van kleur.
- Upupa epops ceylonensis: Deze kleine ondersoort komt voor in India en op Sri Lanka.
- Upupa epops longirostris: Deze ondersoort leeft in Zuidoost-Azië, waaronder Thailand, Vietnam en delen van Maleisië, en heeft een langere snavel.
Voeding en foerageergedrag
Volwassen hoppen eten voornamelijk grote insecten en hun larven. Ze zoeken hun voedsel op de grond door met hun lange snavel in de zachte aarde te prikken. Op het menu staan onder andere veenmollen, meikevers, rupsen, sprinkhanen en mieren. Soms eten ze ook kleine gewervelde diertjes zoals hagedissen, of kleine pissebedden en spinnen.
De jongen in het nest krijgen vrijwel hetzelfde voedsel als de ouders. De ouders vangen grote larven en insecten, die ze vaak eerst doodslaan op een tak of steen om de harde delen te breken, en voeren ze daarna rechtstreeks aan de jongen.
Interessante feiten en gedragingen van de hop
- Het wijfje en de jongen hebben een bijzondere manier om zich te verdedigen tegen roofdieren: ze scheiden een stinkende vloeistof uit een klier bij hun stuit uit en spuiten hun vloeibare uitwerpselen gericht naar indringers.
- De vogel heeft zijn naam te danken aan het geluid dat hij maakt; de wetenschappelijke naam Upupa epops is een nabootsing van de roep die klinkt als ‘oep-oep-oep’.
- De manier waarop ze vliegen is heel opvallend en golvend, waardoor de vlucht vaak wordt vergeleken met die van een grote vlinder.
- Om hun nest en territorium te beschermen, kunnen de mannetjes fel vechten, waarbij ze met hun lange, scherpe snavel naar elkaar prikken en elkaar soms zelfs verblinden.
- Tijdens het zonnebaden spreiden ze hun vleugels en staart helemaal uit over de grond om hun verenkleed te onderhouden.
- De hop is in 2008 officieel gekozen tot de nationale vogel van Israël.
Gedrag en leefwijze
Volwassen hoppen brengen een groot deel van de dag door op de grond, waar ze rustig rondstappen en met hun lange snavel in de aarde prikken op zoek naar insecten. Ze leven buiten het broedseizoen meestal alleen en verdedigen hun eigen kleine gebied waarin ze voedsel zoeken. Als ze schrikken of opgewonden raken, zetten ze direct hun opvallende verenkuif omhoog. Bovenal zijn ze dol op zonnebaden en stofbaden; ze gaan plat op de warme grond liggen met hun vleugels wijd uitgespreid om zo hun veren schoon en vrij van parasieten te houden.
Jonge hoppen laten in het nest heel bijzonder gedrag zien om zichzelf te beschermen. Zodra er gevaar dreigt, scheiden ze een vloeistof uit die ontzettend vies stinkt om roofdieren af te schrikken. Daarnaast kunnen ze hun vloeibare uitwerpselen met grote precisie naar een indringer spuiten. Wanneer de jongen wat ouder zijn en het nest net hebben verlaten, blijven ze nog een korte periode bij de ouders in de buurt om te bedelen om voedsel, waarna ze al snel zelfstandig op pad gaan.
Trekgedrag en migratieroutes
De Europese hoppen zijn echte trekvogels die elk jaar lange afstanden afleggen. Aan het einde van de zomer, rond augustus en september, trekken ze weg uit hun broedgebieden in Centraal- en Zuid-Europa. Ze vliegen voornamelijk in de nacht en steken in kleine groepen of alleen de Middellandse Zee en de Sahara over om te overwinteren in het warme Afrika ten zuiden van de Sahara. In het voorjaar, vanaf maart en april, vliegen ze precies dezelfde route weer terug naar het noorden om te gaan broeden.
Voortplanting en broedgedrag
De paartijd van de hop begint in het vroege voorjaar, kort nadat de vogels zijn teruggekeerd uit hun overwinteringsgebieden. Het mannetje begint de balts door op een opvallende plek luidruchtig zijn herkenbare roep te laten horen. Wanneer een vrouwtje dichterbij komt, zet hij zijn kuif op en biedt hij haar lekkere hapjes aan, zoals grote insectenlarven, om haar voor zich te winnen.
Als paar zoeken ze een geschikte nestplek uit. Ze bouwen zelf geen nest van takjes, maar zoeken een bestaande holte in een oude boom, een muur, een rotsspleet of een nestkast. Het vrouwtje legt meestal tussen de vijf en negen eieren. Ze broedt deze eieren in haar eentje uit in ongeveer vijftien tot achttien dagen, terwijl het mannetje gedurende deze hele periode voedsel naar het nest brengt.
Wanneer de kuikens uit het ei komen, zijn ze nog kaal en blind. Het vrouwtje blijft de eerste dagen op het nest om de jongen warm te houden, terwijl het mannetje eten blijft aanvoeren. Na ongeveer drie tot vier weken vliegen de jonge vogels uit. In het wild kan een hop bij gunstige omstandigheden ongeveer tien jaar oud worden.
Predatie en natuurlijke vijanden
De hop heeft te maken met verschillende vijanden. Volwassen vogels worden soms gegrepen door roofvogels zoals de sperwer, de boomvalk of de slechtvalk. Het nest vormt echter het grootste risico. Roofdieren zoals marters, wezels, slangen en katten proberen vaak de eieren of de weerloze jongen uit de nestholte te roven. Om dit te voorkomen, vertrouwen de jongen en het broedende vrouwtje op hun stinkende afscheiding en het richten van hun ontlasting, wat veel roofdieren succesvol op afstand houdt.
Bedreigingen en populatiestatus
Wereldwijd gezien is de hop geen bedreigde vogelsoort en staat ze als ‘niet bedreigd’ op de internationale lijst van natuurbescherming. Toch gaat het aantal hoppen in grote delen van West- en Midden-Europa al langere tijd achteruit. Dit komt vooral door de verandering van het landschap door de landbouw. Doordat kleinschalige weilanden met oude bomen en hegstructuren verdwijnen en er veel chemicaliën worden gebruikt, vinden ze steeds minder grote insecten en geschikte nestplekken.
Status in Nederland
In Nederland is de hop erg zeldzaam en staat ze als verdwenen broedvogel te boek, al broedt er heel incidenteel nog wel eens een los paartje op de zandgronden. De grootste bedreiging voor een terugkeer in Nederland is het gebrek aan geschikte leefgebieden met voldoende voedsel. De intensieve landbouw en het verdwijnen van schrale, open gronden met veel grote insecten zorgen ervoor dat de vogel zich hier moeilijk permanent kan vestigen.
Bescherming en wetgeving
In Nederland valt de hop onder de Omgevingswet. Dit betekent dat de vogel niet verstoord, gevangen of gedood mag worden en dat ook eventuele rust- en nestplaatsen volledig beschermd zijn. Verschillende natuurorganisaties werken aan het herstel van open natuurgebieden en heideterreinen, wat de kansen voor de vogel vergroot. Daarnaast worden er op geschikte plekken speciale nestkasten opgehangen om de hervestiging van de hop als broedvogel te stimuleren.
Bronnen
- Birda. (z.d.). Common Hoopoe (Upupa epops) identification. Geraadpleegd op 25 juli 2026, van https://app.birda.org/species-guide/9936/Common_Hoopoe
- BirdLife International. (2024). Eurasian Hoopoe (Upupa epops). https://www.birdlife.org/
- Deutsche Ornithologen-Gesellschaft. (2024). Der Wiedehopf (Upupa epops). https://www.do-g.de/
- NABU – Naturschutzbund Deutschland. (2025). Wiedehopf – Porträt einer Art. https://www.nabu.de/tiere-und-pflanzen/voegel/portraets/wiedehopf/
- RSPB. (2025). Hoopoe bird facts. https://www.rspb.org.uk/birds-and-wildlife/hoopoe
- Vogelbescherming Nederland. (z.d.). Hop (Upupa epops). Geraadpleegd op 25 juli 2026, van https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/hop
- Vogelwarte.ch. (2026). Wiedehopf (Upupa epops). Schweizerische Vogelwarte. https://www.vogelwarte.ch/de/voegel-der-schweiz/wiedehopf/
- Wikipedia. (2026). Eurasian hoopoe. Geraadpleegd op 25 juli 2026, van https://en.wikipedia.org/wiki/Eurasian_hoopoe
Upupa epops | |
|---|---|
Taxonomie | |
| Rijk | Animalia (dieren) |
| Stam | Chordata (chordadieren) |
| Klasse | Aves (vogels) |
| Orde | Bucerotiformes |
| Familie | Upupidae (Hoppen) |
| Geslacht | Upupa |
Kenmerken | |
| Grootte | 26-28 cm |
| Gewicht | 45-70 gram |
| Vleugelspanwijdte | 42-46 cm |
| Groep/solitair | Solitair |
| Voeding | grote insecten, larven, wormen, spinnen en soms kleine hagedissen |
Voortplanting | |
| Broedinterval | jaarlijks |
| Broedperiode | april-juli |
| Aantal legsels | 1 legsel, zelden 2 |
| Plaats nest | holtes van oude bomen, muurspleten, rotsholtes of speciale nestkasten |
| Aantal eieren | 5-9 eieren |
| Eiergrootte | 26 x 18 mm |
| Broedduur | 15-18 dagen |
| Uitvliegen | 26-29 dagen |
| Geslachtsrijp | 1 jaar |
| Levensduur | tot 10 jaar |
Voorkomen in Nederland | |
| Aantal broedparen | 11-13 (2025) |
| Aantal overwinteraars | 1-2 (2012/13-2014/15) |
| Doortrekkers | 1-100 (2007/08–2011/12) |
| Bescherming | Omgevingswet |
| Rode lijst IUCN | Niet bedreigd (LC) |
| Nederlandse Rode Lijst | Verdwenen als vaste broedvogel |
![]() | |
| Sovon Vogelonderzoek Nederland | |
Voorkomen wereldwijd | |
![]() | |
| Author: Ulrich Prokop License: CC BY-SA 3.0 | |
| Legenda: __ Permanent leefgebied Upupa epops africana __ Permanent leefgebied Upupa epops __ Niet-broedgebied Uppupa epops __ Broedgebied Upupa epops __ Permanent leefgebied Upupa epops marginata | |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.








