Beschrijving van de heikikker
Leefgebied
Mondiale verspreiding van de heikikker
De heikikker komt voor in een uitgestrekt gebied dat loopt van Centraal- en Noord‑Europa tot ver in Azië. In het oosten reikt het verspreidingsgebied tot de rivier de Lena in Siberië en het Altaj‑gebergte. De soort leeft in uiteenlopende klimaatzones en komt onder meer voor in Frankrijk, Duitsland, de Scandinavische landen en Rusland. De noordelijke grens ligt boven de poolcirkel in Lapland, terwijl de zuidelijke begrenzing wordt gevormd door de Alpen en de berggebieden van de Balkan.
Europa
In Europa is de heikikker vooral aanwezig in het noorden, midden en oosten van het continent. Grote populaties leven in Polen, Tsjechië en de Baltische staten. In West‑Europa komt de soort voor in Denemarken, Duitsland, Nederland en delen van België en Frankrijk. Ze ontbreken op de Britse eilanden en vrijwel het hele Iberisch Schiereiland. Dankzij hun goede tolerantie voor koude omstandigheden kunnen ze in Scandinavië ver naar het noorden voorkomen.
De soort geeft de voorkeur aan laaglanden, maar kan in zuidelijke regio’s ook in heuvelachtige gebieden voorkomen. Verspreiding vindt vooral plaats via aaneengeschakelde vochtige natuurgebieden.
Nederland
In Nederland leeft de heikikker vooral op de hogere zandgronden in het oosten en zuiden, in provincies als Drenthe, Friesland, Gelderland en Noord‑Brabant. Ook zijn er populaties te vinden in de duinen van Noord‑Holland en op de Waddeneilanden. In de kleigebieden van het westen en noorden komt de soort echter zelden of niet voor.
De Nederlandse populaties zijn vaak versnipperd doordat geschikte leefgebieden niet altijd goed met elkaar verbonden zijn. Natuurbeheer richt zich daarom op herstel en verbinding van deze gebieden.
Habitat
De heikikker leeft in open, vochtige landschappen zoals veengebieden, moerassen en natte heidevelden. Voor de voortplanting gebruiken ze ondiepe vennen en sloten die in het voorjaar snel opwarmen. In de zomer verblijven ze in vochtige graslanden of lichte bossen waar voldoende voedsel beschikbaar is. Ze geven de voorkeur aan lichtzure bodems en vermijden kalkrijke gebieden. Dichte vegetatie, mos en beschutte plekken zijn belangrijk om vochtig te blijven. Een afwisseling van water- en landhabitat is essentieel voor hun overleving.
Herkenning
Volwassen heikikkers zijn herkenbaar aan het gedrongen lichaam en een opvallend spitse snuit. Ze bereiken meestal een lengte tussen de 5 en 7 centimeter, waarbij de vrouwtjes vaak iets groter worden dan de mannetjes. De kleur van de rug is vaak bruin met donkere vlekken, en over het midden loopt meestal een lichte streep. Een heel bijzonder kenmerk is dat de mannetjes tijdens de paartijd voor een paar dagen een felblauwe kleur krijgen. De onderkant van het lichaam is meestal lichtgeel of witachtig en heeft bijna nooit vlekken. Op de achterpoten hebben ze een harde graafknobbel die ze helpt bij het graven in de grond. Door de compacte bouw en kortere achterpoten zien ze er krachtig uit.
Kikkervisjes
De kikkervisjes beginnen hun leven als heel kleine zwarte stipjes in het dril. Naarmate ze groeien, krijgen ze een bruinachtige kleur en bereiken ze uiteindelijk een lengte van ongeveer 4 tot 5 centimeter. Ze hebben een vrij hoge staartzoom die op het lichaam begint en eindigt in een scherpe punt. Op de huid zijn vaak fijne goudkleurige stipjes te zien als je ze van dichtbij bekijkt. Tijdens de ontwikkeling groeien eerst de achterpoten en later de voorpoten, waarna de staart langzaam verdwijnt. Ze bewegen soepel door het water door met de staart te zwaaien. Zodra de gedaanteverwisseling klaar is, verlaten ze als piepkleine kikkertjes het water.
Ondersoorten
Meestal worden er twee of drie ondersoorten onderscheiden. De bekendste is de gewone heikikker, die voorkomt in het grootste deel van Europa en tot in Siberië. In het zuidoosten van het verspreidingsgebied, zoals op de Balkan en rond de Kaspische Zee, wordt vaak een andere ondersoort benoemd die net iets anders is gebouwd. Deze groepen verschillen soms in de lengte van de achterpoten of in de vorm van de graafknobbel op de voeten.
Voedsel
De kikkervisjes eten in het begin vooral heel kleine plantjes en algen die ze van stenen of waterplanten afschrapen. Naarmate ze groter worden, gaan ze ook vaker dode plantenresten of kleine waterdiertjes eten. Wanneer ze eenmaal volwassen zijn, verandert het menu volledig en eten ze alleen nog maar levende prooien.
Volwassen heikikkers jagen op het land op allerlei kleine beestjes zoals vliegen, kevers en muggen. Ook spinnen, slakken en wormen zijn een belangrijke bron van voedsel. Ze vangen een prooi meestal met de lange, kleverige tong die ze razendsnel kunnen uitsteken. Tijdens de winterslaap eten ze helemaal niets en teren ze op hun vetreserves.
Weetjes over de heikikker
- Tijdens de paartijd veranderen de mannetjes voor slechts een paar dagen van kleur en worden ze prachtig lichtblauw, wat bedoeld is om indruk te maken op de vrouwtjes.
- De heikikker is een van de weinige kikkers die heel goed tegen zure omstandigheden kan, waardoor hij in hoogveen kan overleven.
- Het geluid dat de mannetjes maken in het water klinkt als zacht geklok of borrelen, wat wel wat wegheeft van lucht die uit een fles ontsnapt.
- Ze hebben een harde knobbel op de achterpoten waarmee ze zich achteruit in de grond kunnen graven om te rusten of te schuilen.
- Hoewel ze klein zijn, kunnen ze erg ver springen om te ontsnappen aan gevaar in het open veld.
- De heikikker kan in het noorden van Europa zelfs boven de poolcirkel overleven, omdat ze erg goed tegen de kou kunnen.
- In de winter houden ze een winterslaap, waarbij ze zich vaak diep wegstoppen in de modder of onder een dikke laag bladeren.
Gedrag
Volwassen heikikkers zijn buiten de voortplantingstijd vooral in de schemering en ’s nachts actief op het land. Tijdens de paartijd in het vroege voorjaar verzamelen de mannetjes zich in grote groepen in het water om luidruchtig te kwaken. Dit gedrag duurt vaak maar heel kort, soms slechts een paar dagen, waarna ze weer naar hun zomerverblijf op het land trekken.
In de zomer zijn ze honkvast en blijven ze meestal in een klein gebied waar het vochtig genoeg is. Als het te droog of te koud wordt, graven ze zich in of zoeken ze een beschutte plek onder dood hout. Tijdens de wintermaanden gaan ze in een diepe rusttoestand om de vorst te overleven.
Kikkervisjes
De kikkervisjes brengen hun tijd vooral zwemmend door in ondiep water, waar ze rustig zoeken naar voedsel. Ze zijn overdag erg actief en verschuilen zich tussen de waterplanten zodra er gevaar dreigt van vissen of insecten.
Voortplanting
De voortplanting van de heikikker is een heel bijzonder proces dat vaak al in maart begint, als het nog erg koud kan zijn. De mannetjes trekken als eerste naar ondiepe vennen en moerassen waar ze voor een paar dagen een prachtige hemelsblauwe kleur krijgen om vrouwtjes te lokken. Ze maken daarbij een zacht, klokkend geluid dat klinkt als luchtbellen die uit een fles ontsnappen en ze verzamelen zich in grote groepen in het water. Wanneer een mannetje een vrouwtje vindt, klampt hij zich stevig aan haar vast totdat ze haar eitjes in het water legt.
De eitjes worden in grote klonten gelegd die we kikkerdril noemen en elk pakket kan wel honderden eitjes bevatten. Deze klonten liggen vaak op zonnige plekken in het ondiepe water, zodat de zon ze goed kan opwarmen voor de ontwikkeling. Na ongeveer één tot drie weken komen de larven of kikkervisjes uit de eitjes en beginnen ze zich te voeden met kleine algen en plantenresten. In de loop van de lente groeien ze gestaag en bereiken ze uiteindelijk een lengte van ongeveer 4 tot 5 centimeter.
Gedurende deze tijd ontwikkelen ze eerst de achterpoten en later de voorpoten, terwijl de staart langzaam kleiner wordt. De larven moeten zich in het water goed verschuilen voor vijanden zoals vissen en libellenlarven om te kunnen overleven. Aan het einde van de zomer is de gedaanteverwisseling voltooid en veranderen ze in piepkleine kikkertjes die het water verlaten. Deze jonge kikkers trekken dan het land op om in de vochtige omgeving van het moeras of de heide verder te groeien.
Predatie
De heikikker heeft in alle fasen van zijn leven te maken met verschillende vijanden die op hem jagen. De eitjes en de larven worden in het water vaak opgegeten door vissen, waterkevers en de larven van libellen. Ook vogels die in het water naar voedsel zoeken, zoals eenden, lusten graag kikkervisjes.
Zodra de kikkers volwassen zijn en op het land leven, moeten ze goed uitkijken voor roofvogels, reigers en ooievaars. Zoogdieren zoals de vos, de bunzing en de egel jagen eveneens op deze kleine amfibieën als ze de kans krijgen. Zelfs ringslangen zijn gevaarlijke vijanden, omdat ze de kikkers vaak in de vochtige oevergebieden weten te vinden.
Om te overleven vertrouwen de kikkers op hun schutkleur, waardoor ze tussen de planten bijna niet opvallen. Als ze toch worden ontdekt, proberen ze met snelle sprongen het veilige water of een dichte schuilplaats te bereiken.
Bedreiging
Mondiaal gezien staat de heikikker niet direct als bedreigd op de internationale rode lijst, maar in veel Europese landen gaat het slecht met de soort. In Duitsland wordt de kikker bijvoorbeeld als bedreigd beschouwd, omdat de leefgebieden snel verdwijnen. Ze hebben vooral te lijden onder het droogleggen van moerassen en het omzetten van natte heide in landbouwgrond. Ook de kwaliteit van het water speelt een grote rol, omdat ze gevoelig zijn voor vervuiling door meststoffen.
In het westelijke deel van het verspreidingsgebied, waar ze aan de rand van hun leefgebied leven, zijn de populaties erg kwetsbaar geworden. Ze moeten zich vaak aanpassen aan versnipperde gebieden, waardoor uitwisseling tussen groepen lastig is.
Nederland
In Nederland is de heikikker volgens de laatste officiële lijsten niet direct bedreigd en wordt de status als “thans niet bedreigd” aangemerkt. Dit betekent echter niet dat ze geen zorgen behoeven, want ze zijn nog steeds erg afhankelijk van specifieke, vochtige leefgebieden. De aantallen zijn in het verleden flink afgenomen en de populaties zijn versnipperd geraakt door het verdwijnen van kleine natte landschappen. Ze moeten zich handhaven in een landschap dat sterk is veranderd door landbouw en lagere grondwaterstanden. Omdat ze gevoelig zijn voor vervuiling en verdroging, blijven ze kwetsbaar voor veranderingen in hun omgeving. Ze vertonen zich nog wel op diverse plaatsen, maar vaak in kleine, geïsoleerde groepen.
Bescherming
De heikikker is in Nederland streng beschermd door zowel nationale wetgeving als Europese regels. Ze zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn, wat betekent dat lidstaten verplicht zijn om hun leefgebieden te beschermen en te herstellen. In Nederland betekent dit concreet dat het verboden is om ze te doden, te vangen of de rust- en voortplantingsplaatsen te vernielen.
Natuurbeheerders werken hard aan het verbeteren van de omgeving door het waterpeil te verhogen en nieuwe, ondiepe poelen aan te leggen. Ook wordt er geprobeerd om natuurgebieden met elkaar te verbinden, zodat de kikkers zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ondanks deze maatregelen blijft de soort kwetsbaar en is blijvende inzet voor hun behoud nodig.
Bronnen
- Agiv. (z.d.). Moorfrosch (Rana arvalis). Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.agff-bw.de/amphibien/moorfrosch.html
- AmphibiaWeb. (2026). Rana arvalis: Moor Frog. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://amphibiaweb.org/species/5010
- Bayerisches Landesamt für Umwelt. (z.d.). Moorfrosch (Rana arvalis). Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.lfu.bayern.de/natur/artenhilfsprogramm_amphibien_reptilien/moorfrosch/index.htm
- Bundesamt für Naturschutz. (z.d.). Rana arvalis – Moorfrosch. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.bfn.de/artenportraits/rana-arvalis
- IUCN Red List. (2026). Moor Frog (Rana arvalis). Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.iucnredlist.org/species/58547/11799114
- Nabunatur. (z.d.). Der Moorfrosch – Rana arvalis. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.nabu.de/tiere-und-pflanzen/amphibien-und-reptilien/amphibien/01372.html
- Naturschutzbund Deutschland (NABU). (z.d.). Der Moorfrosch – Rana arvalis. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.nabu.de/tiere-und-pflanzen/amphibien-und-reptilien/amphibien/01372.html
- NDFF Verspreidingsatlas. (z.d.). Heikikker – Rana arvalis. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.verspreidingsatlas.nl/A251
- Österreichische Gesellschaft voor Herpetologie (ÖGH). (z.d.). Rana arvalis – Moorfrosch. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.herpetofauna.at/index.php/amphibien-oesterreichs/rana-arvalis-moorfrosch
- RAVON. (z.d.). Heikikker. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/heikikker
- Stiftung Naturschutz Schleswig-Holstein. (z.d.). Der Moorfrosch. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://www.stiftungsland.de/artenschutz/moorfrosch/
- Wikipedia. (2026). Heikikker. Geraadpleegd op 2 maart 2026, van https://nl.wikipedia.org/wiki/Heikikker
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.






