Krooneend

  • Roodkopgans zwemt op het water.
  • krooneend
  • Eend zwemt en eet in het water.

Beschrijving van de krooneend

Leefgebied van de krooneend

Het broedgebied van de krooneend strekt zich uit van de steppe- en halfwoestijngebieden aan de Zwarte Zee tot aan Mongolië.

Europa

Er zijn kleine, wijdverspreide broedgebieden te vinden in de gematigde klimaatzone van Europa, van Noord-Nederland, Zuid-Denemarken en het oosten van Polen tot aan de uitlopers van de Alpen, en verder in Tsjechië, Slowakije en Kroatië. Er zijn nog meer afzonderlijke broedgebieden te vinden op het Iberisch Schiereiland.

Broedplaatsen zijn het Bodenmeer, de Starnberger See, de Speichersee en de stuwmeren in de Inn. Ook broedt de krooneend in sommige meren in Nederland, Sleeswijk-Holstein, Mecklenburg en Zuid-Moravië. De krooneend broedt echter zelden in Midden-Europa.

Nederland en België

In de periode 1990-2010 is de aanwezigheid van de krooneend in Nederland toegenomen en daarna gelijk gebleven. De opleving wordt mogelijk mede veroorzaakt door de verbetering van de waterkwaliteit en de terugkeer van kranswieren in onze wateren. In 2016 werd de broedpopulatie geschat op 440 tot 520 paren.

De Vinkeveense Plassen zijn van oudsher een belangrijk broedgebied. Ook de Randmeren en enkele andere plassen spelen een rol voor de soort. Vooral het Harderbos in Zeewolde staat bekend als een plek waar veel krooneenden in het wild te zien zijn. Belangrijk hierbij is het herstel van de kranswierenvegetatie.

Biotoop en habitat

De krooneend is een broedvogel van vrij ondiepe meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Een rijke onderwatervegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, daar deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken.

Herkenning

De krooneend is 45-55 cm lang en weegt 800-1500 gram. De spanwijdte bedraagt 84-90 cm. In het broedkleed heeft het mannetje een zeer opvallende, dikke, roodbruine kop en een helder scharlakenrode snavel die scherp afsteekt tegen de kleur van de kop. Op de kop die, in verhouding tot het lichaam, erg groot is, zit een kuif. De ogen zijn rood.

De borst, de krop, de staartveren en de buik zijn zwart. De flanken zijn wit en de rug en vleugels zijn bruin.

Tijdens de vlucht is de witte voorrand van de vleugels en de brede witte vleugelband duidelijk herkenbaar. Het verenkleed van de vrouwtjes lijkt op dat van de mannetjes.

Het vrouwtje heeft een bruin verenkleed, waarbij de flanken en de nek iets lichter zijn dan de rug. De bovenkant van de kop is donkerbruin vanaf ooghoogte. De wangen en de onderkant van de nek zijn echter witgrijs of lichtgrijs. De snavel is donkerbruin en heeft een lichtrode band aan het uiteinde.

De lichtgrijze wangen en de rode dwarsband op het puntje van de snavel zijn belangrijke identificatiekenmerken waarmee vrouwtjes van krooneenden kunnen worden onderscheiden van vrouwtjes van andere eendensoorten. Bij zwemmende vrouwtjes zijn de witte dekveren onder de vleugels ook zichtbaar als een witte vlek bij de staart.

Geluid

Het geluid dat krooneenden maken is onopvallend en alleen van dichtbij te horen. Ze zijn tamelijk zwijgzaam.

Weetjes over de krooneend

  • Krooneenden kunnen ook voedsel zoeken in water dat wel vier meter diep is.
  • Mannetjes voeren een groepsbalts uit, waarbij ze soms voedsel aanbieden aan vrouwtjes als onderdeel van het baltsgedrag.
  • Het baltsen vindt meestal plaats in de middaguren.

Voedsel

Krooneenden eten hoofdzakelijk waterplanten, voornamelijk kranswieren en algen. Ze eten door naar planten op de bodem te duiken, hoofdzakelijk in ondiepe wateren. Naast planten eten ze ook slakken, larven van waterinsecten en andere ongewervelden die op de planten zitten.

Gedrag

Krooneenden zijn over het algemeen sociale vogels. Buiten het broedseizoen vormen ze vaak groepen, soms met andere eendensoorten. Tijdens de rui kunnen ze in grote aantallen samenscholen op veilige wateren.

Hoewel krooneenden niet erg territoriaal zijn, verdedigen ze hun nestlocatie tegen indringers, vooral tijdens het broedseizoen. Het mannetje speelt hierbij een ondersteunende rol.

Deze eenden zijn opmerkelijk flexibel in hun leefomgeving. Ze kunnen zich aanpassen aan veranderingen in waterkwaliteit en vegetatie, wat hen helpt te overleven in verschillende omstandigheden.

Vogeltrek

De soort migreert binnen continentaal Europa en trekt in de periode oktober-november weg naar het overwinteringsgebied. De Nederlandse krooneenden zijn deels standvogels. De vogels die wegtrekken overwinteren waarschijnlijk in Zuidwest- of Midden-Europa.

Voortplanting

De balts begint al in de herfst en wordt intensiever in de winter. Aanvankelijk is er sprake van een groepsbalts. Dat komt het sterkst tot zijn recht wanneer er minstens vijf woerden bij betrokken zijn. Naarmate meer eenden gepaard hebben en de relatie tussen paartjes groter wordt, ontwikkelt deze sociale balts zich meer tot een individuele balts.

Mannetjes bieden soms voedsel aan vrouwtjes aan, als onderdeel van het baltsgedrag, wat zeer zeldzaam is bij eenden.

Het is nog niet bekend of de in het wild levende eenden monogaam zijn. Bij in gevangenschap gehouden krooneenden is een vaste band waargenomen.

Er kunnen meerdere weken zitten tussen de aankomst in het broedgebied en het bouwen van het nest. Dit wordt slim verborgen tussen de planten op dichtbegroeide oevers, of soms drijvend op de vegetatie tussen het riet. Het nest bestaat uit droge plantendelen.

Het vrouwtje legt in de periode van midden april tot midden juni 6-12 crème tot lichtgroene eieren. Er zijn ook legsels met 21 eieren gevonden. Het is echter mogelijk dat deze door twee vrouwtjes zijn gelegd. Bij krooneenden komt het vaker voor dan bij andere eendensoorten dat meerdere vrouwtjes één nest gebruiken.

Er worden ook eieren in nesten van andere eendensoorten gelegd. Dit gedrag wordt bevorderd door het feit dat krooneenden zelfs tijdens het broedseizoen slechts een zwak territoriaal gedrag vertonen. Als de eieren in een legsel iets in kleur verschillen, betekent dat niet automatisch dat het om een ​​legsel van twee vrouwtjes gaat. Zelfs het legsel van één vrouwtje kan een zekere variatie in de kleur van de eieren vertonen.

Het broeden begint met het leggen van het laatste of voorlaatste ei. De incubatietijd bedraagt 26-28 dagen. Alleen het vrouwtje broedt. Het mannetje blijft in de buurt en neemt de controle over het nest over tijdens de broedpauzes. Dit gedrag komt niet vaak voor bij eenden.

Tijdens de broedperiode en het grootbrengen van de jongen vervult de woerd in de regel geen actieve rol. De jongen zijn nestvlieders en vliegen na 45 tot 50 dagen uit. Na een jaar zijn ze geslachtsrijp. De krooneend leeft maximaal zeven jaar.

Predatie

De krooneend heeft verschillende natuurlijke vijanden, afhankelijk van de omgeving waarin ze leven. Predatoren kunnen onder andere roofvogels zoals de havik en de buizerd zijn, die op volwassen vogels jagen. Daarnaast vormen zoogdieren zoals vossen en marters een bedreiging, vooral voor eieren en kuikens in het nest. Ook grote vissen kunnen soms kuikens aanvallen als ze in het water zwemmen.

De krooneend is echter goed aangepast om zich te beschermen, bijvoorbeeld door zich te verbergen in dichte vegetatie.

Bedreiging

In het zuidoosten van Europa vormt de jacht een gevaar voor de krooneend. Ook het verlies aan binnenlandse wetlands of de verandering van de waterkwaliteit kunnen een negatief effect hebben op de populatie. Een te grote aanvoer van voedingsstoffen zal leiden tot vertroebeling van het water en daardoor het verdwijnen van veel waterplanten, het voedsel van de krooneend.

Bescherming

De krooneend is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn krooneenden beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de krooneend wordt in Nederland geregeld door de Omgevingswet.

Bronnen

Netta rufina


Taxonomie

RijkAnimalia (Dieren)
StamChordata (Chordadieren)
KlasseAves (Vogels)
OrdeAnseriformes (Eendvogels)
FamilieAnatidae (Eendachtigen)
GeslachtNetta

Kenmerken

Grootte45-55 cm
Gewicht800-1500 gram
Vleugelspanwijdte84-90 cm
Groep/solitairSolitair, groep
VoedingWaterplanten

Voortplanting

BroedintervalJaarlijks
Aantal eieren6-12 eieren
Plaats nestVerborgen tussen oeverplanten
Grootte eieren5-6 cm
BroedperiodeHalf april-half juni
Broedduur26-28 dagen
Aantal legsels1 legsel
Uitvliegen45-50 dagen
Geslachtsrijp1 jaar
Levensduur7 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparen440-520 (in 2016)
Aantal overwinteraars160-470 (in 2016-2021)
Doortrekkers410-860, mrt, aug (in 2016-2021)
BeschermingOmgevingswet
Rode lijst IUCNNiet bedreigd (LC, 2016)
Nederlandse Rode Lijst
Leefgebied krooneend in Nederland
Sovon Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen wereldwijd

Leefgebied krooneend
Author: SanoAK; License: CC BY-SA 3.0
Legenda:
  __ Broedgebied
  __ Permanent leefgebied  __ Niet-broedgebied


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven