Kenmerken en uiterlijk van de kauw
Verspreiding en leefgebied wereldwijd
De kauw komt voor in een groot deel van Europa, West-Azië en Noord-Afrika. Het verspreidingsgebied loopt van Ierland en Portugal in het westen tot West-Siberië, Mongolië en het noordwesten van China in het oosten. In het zuiden komt de soort voor in onder meer Marokko, Algerije, delen van het Midden-Oosten en de omgeving van de Kaukasus. De meeste kauwen blijven het hele jaar in hun leefgebied, maar vogels uit het noorden en oosten trekken in de winter vaak zuidelijker.
Verspreiding in Europa
In Europa komt de kauw voor in vrijwel alle landen. De soort broedt van het Iberisch Schiereiland en de Britse Eilanden tot Scandinavië, de Baltische staten en het Europese deel van Rusland. Alleen in enkele noordelijke gebieden van Scandinavië en in hooggebergten is de soort schaars of afwezig. De kauw behoort tot de meest verspreide kraaiachtigen van Europa.
Voorkomen in Nederland en België
In Nederland is de kauw een algemene broedvogel die in vrijwel het hele land voorkomt. Ook in Vlaanderen en de rest van België is de soort wijdverspreid en talrijk.
Habitat en voorkeursbiotopen
De kauw leeft vooral in open en halfopen gebieden waar bomen, rotsen of gebouwen aanwezig zijn. Ze voelen zich thuis in landbouwgebieden, graslanden, parken, dorpen, steden, oude gebouwen, ruïnes en langs rotskusten. Omdat ze nesten bouwen in holten, zoeken ze plaatsen met schoorstenen, kerktorens, gaten in gebouwen, boomholten of rotsspleten. Ze hebben een groot aanpassingsvermogen en kunnen daardoor leven in zowel natuurlijke gebieden als door mensen gevormde landschappen. Ze zoeken hun voedsel vaak op grasvelden, akkers, weilanden en andere open terreinen.
Herkenning en uiterlijke kenmerken
De kauw is een relatief kleine kraaiachtige met een lengte van ongeveer 30 tot 39 centimeter. De vleugelspanwijdte bedraagt ongeveer 64 tot 74 centimeter. Volwassen vogels wegen meestal tussen de 220 en 270 gram. Daarmee zijn ze duidelijk kleiner dan een zwarte kraai of roek.
Het verenkleed is overwegend zwart tot donkergrijs. De kruin, vleugels en staart zijn zwart met een lichte blauwe of paarse glans. Opvallend zijn het lichtgrijze achterhoofd, de grijze nek en de grijze zijkanten van de kop. De ogen zijn lichtgrijs tot blauwgrijs en steken sterk af tegen de donkere veren. De snavel is relatief kort, zwart en stevig. Mannetjes en vrouwtjes lijken sterk op elkaar.
Jonge kauwen lijken op de volwassen vogels, maar zijn doffer van kleur. Hun kop en nek zijn donkerder en minder grijs. Ook hebben jonge vogels donkere ogen. Pas later krijgen ze de kenmerkende lichtgrijze ogen van volwassen kauwen. De glans op de veren is bij jonge vogels minder opvallend.
Geluid
De kauw is een zeer luidruchtige en spraakzame vogel. De bekendste roep klinkt als een scherp en kort “kja“, “kjak“, “tsjak” of “ka“. Deze roep wordt vaak vele malen achter elkaar herhaald. In groepen gebruiken ze daarnaast een groot aantal andere geluiden om met elkaar te communiceren. Ze laten harde contactroepen horen tijdens de vlucht, maar maken ook zachtere klikkende, ratelende en babbelende geluiden wanneer ze dicht bij elkaar zitten. Grote groepen kauwen zijn daardoor voortdurend hoorbaar.
Ondersoorten
Er worden meestal vier ondersoorten van de kauw onderscheiden. Deze verschillen vooral in de tint van de grijze veren op kop en nek en in hun verspreidingsgebied.
- Coloeus monedula monedula komt voor in Scandinavië en aangrenzende gebieden van Noord-Europa.
- Coloeus monedula spermologus leeft in West- en Midden-Europa, waaronder Nederland, België, de Britse Eilanden, Frankrijk en het Iberisch Schiereiland.
- Coloeus monedula soemmerringii komt voor in Oost-Europa en grote delen van West- en Centraal-Azië.
- Coloeus monedula cirtensis komt voor in delen van Noord-Afrika, waaronder Algerije en aangrenzende gebieden van Tunesië.
Voeding en foerageergedrag
Volwassen kauwen zijn alleseters. Ze eten veel insecten, kevers, rupsen, vliegen, spinnen, slakken en regenwormen. Daarnaast eten ze zaden, granen, noten, vruchten en bessen. Ook eieren van andere vogels, kleine gewervelde dieren en aas staan soms op het menu. In steden en dorpen eten ze vaak voedselresten van mensen. Door deze gevarieerde voeding kunnen ze in veel verschillende leefgebieden overleven.
Jonge kauwen krijgen tijdens hun eerste levensweken vooral dierlijk voedsel. De ouders voeren voornamelijk insecten, larven, rupsen, spinnen en andere kleine ongewervelde dieren. Dit voedsel bevat veel eiwitten die nodig zijn voor een snelle groei. Naarmate de jongen ouder worden, krijgen ze geleidelijk meer zaden, granen en andere voedselsoorten die ook door volwassen vogels worden gegeten.
Interessante feiten en gedragingen van de kauw
- Kauwen vormen meestal een paar voor het leven en blijven vaak dicht bij hun partner.
- Ze behoren tot de slimste vogels van Europa en kunnen individuele mensen herkennen.
- De lichtgrijze ogen van volwassen kauwen zijn uniek onder de Europese kraaiachtigen en vallen direct op.
- Jonge kauwen hebben eerst donkere ogen. Pas later krijgen ze de opvallende lichte oogkleur van volwassen vogels.
- Binnen groepen bestaat een duidelijke rangorde en soms delen ze voedsel met andere kauwen.
- Buiten de broedtijd verzamelen kauwen zich soms met duizenden tegelijk op gezamenlijke slaapplaatsen.
- Ze broeden graag in holten van gebouwen, zoals kerktorens, schoorstenen, bruggen en oude ruïnes.
- De naam “kauw” is waarschijnlijk afgeleid van hun kenmerkende roep, die klinkt als een kort en scherp “ka” of “kja“.
- Dankzij hun aanpassingsvermogen leven kauwen zowel in drukke steden als in landbouwgebieden op het platteland.
- In de lucht zijn kauwen snel en wendbaar. Ze voeren soms speelse achtervolgingen en vliegkunstjes uit.
Gedrag en leefwijze
Volwassen kauwen zijn zeer sociale vogels die meestal in groepen leven. Binnen deze groepen bestaat een duidelijke rangorde. Ze vormen vaak een paar voor het leven en blijven meestal dicht bij hun partner. Tijdens het zoeken naar voedsel houden paartjes regelmatig contact met elkaar door middel van roepen en lichaamstaal. Kauwen zijn nieuwsgierig, intelligent en onderzoeken vaak nieuwe voorwerpen of voedselbronnen. Ze zoeken hun voedsel vooral op de grond en zijn goed aangepast aan het leven in de buurt van mensen.
Jonge kauwen blijven na het uitvliegen nog enige tijd afhankelijk van hun ouders. In deze periode leren ze waar voedsel te vinden is en hoe ze zich binnen een groep moeten gedragen. Later sluiten ze zich vaak aan bij groepen jonge vogels. Daar leren ze sociale vaardigheden die belangrijk zijn voor hun verdere leven. Jonge kauwen zijn vaak speelser en nieuwsgieriger dan volwassen vogels.
Trekgedrag en migratieroutes
De meeste kauwen in West-Europa zijn standvogels en blijven het hele jaar in hetzelfde gebied. Vogels uit Noord-Europa en Oost-Europa trekken in de herfst vaak naar zuidelijkere en westelijkere gebieden waar de winters milder zijn. In Nederland zijn de eigen broedvogels grotendeels honkvast, maar in de herfst en winter arriveren regelmatig kauwen uit Scandinavië, de Baltische staten en Rusland. In het voorjaar trekken deze vogels weer terug naar hun broedgebieden. De trek vindt meestal plaats in groepen en is vooral zichtbaar in oktober en november.
Voortplanting en broedgedrag
De paartijd begint meestal aan het einde van de winter en in het vroege voorjaar. Veel paartjes blijven hun hele leven samen. Tijdens de balts zoeken de vogels elkaars nabijheid op, verzorgen ze elkaars veren en voert het mannetje vaak voedsel aan het vrouwtje.
Het nest wordt gebouwd in een holte, bijvoorbeeld in een boom, kerktoren, schoorsteen, gebouw, brug of rotsspleet. Beide vogels verzamelen takjes en ander materiaal voor het nest. De nestkom wordt bekleed met zachter materiaal zoals gras, haren, wol, veren en mos. Vaak broeden meerdere paartjes dicht bij elkaar in kolonies.
Het vrouwtje legt meestal vier tot zes lichtblauwe of blauwgroene eieren met donkere vlekjes. Het broeden duurt ongeveer zeventien tot achttien dagen. Tijdens deze periode broedt vooral het vrouwtje, terwijl het mannetje haar van voedsel voorziet.
Na het uitkomen worden de kuikens door beide ouders gevoerd. Ze krijgen vooral insecten en andere kleine dieren. De jongen blijven ongeveer vier tot vijf weken in het nest voordat ze uitvliegen. Daarna worden ze nog enige tijd door hun ouders verzorgd en gevoerd.
Kauwen kunnen behoorlijk oud worden. In het wild halen veel vogels geen hoge leeftijd door gevaren zoals predatie en verkeer, maar sommige individuen kunnen meer dan vijftien jaar oud worden. Er zijn uitzonderlijke gevallen bekend van vogels die veel ouder werden.
Predatie en natuurlijke vijanden
Volwassen kauwen hebben door hun slimme gedrag en het leven in groepen relatief weinig natuurlijke vijanden. Toch worden ze soms gevangen door roofvogels zoals haviken, slechtvalken en oehoes. Jonge vogels, eieren en nestjongen lopen meer gevaar. Die kunnen worden gepredeerd door marters, katten en grotere roofvogels. Ook kraaien en andere nestrovers kunnen soms eieren of jonge vogels buitmaken. Door in kolonies te broeden en gezamenlijk alarm te slaan, proberen kauwen roofdieren te verjagen.
Bedreigingen en populatiestatus
Wereldwijd wordt de kauw momenteel niet als bedreigd beschouwd. Volgens BirdLife International en de IUCN heeft de soort een zeer groot verspreidingsgebied en een grote populatie. De wereldwijde trend wordt als stabiel beoordeeld. Daarom heeft de soort de status ‘Least Concern’ (niet bedreigd).
Plaatselijk kunnen wel problemen ontstaan door het verdwijnen van nestplaatsen in oude gebouwen, renovaties van kerken en gebouwen, veranderingen in landbouwgebieden en het gebruik van bestrijdingsmiddelen die het voedselaanbod verminderen. Deze factoren vormen echter geen directe wereldwijde bedreiging voor de soort.
Status in Nederland
In Nederland staat de kauw momenteel niet bekend als een bedreigde vogelsoort. De soort komt nog altijd verspreid over vrijwel het hele land voor en de broedpopulatie is groot. Wel laten meetgegevens zien dat de aantallen in recente jaren afnemen. Ondanks deze afname behoort de kauw nog steeds tot de algemene broedvogels van Nederland.
Bescherming en wetgeving
In Nederland is de kauw beschermd onder de Omgevingswet. Het is verboden om opzettelijk vogels te doden, vangen of verstoren. Ook nesten en eieren zijn wettelijk beschermd. Hierdoor mogen nesten die in gebruik zijn niet zomaar worden verwijderd of vernield. De bescherming helpt ervoor te zorgen dat kauwen veilig kunnen broeden en voldoende rust hebben tijdens de voortplantingsperiode.
Bronnen
- BirdLife International. (z.d.). Eurasian Jackdaw (Corvus monedula) Species Factsheet. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van: https://datazone.birdlife.org/species/factsheet/eurasian-jackdaw-corvus-monedula
- Natuurpunt. (z.d.). Kauw. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van: https://www.natuurpunt.be/soorten/vogels/kauw
- RSPB. (z.d.). Jackdaw (Coloeus monedula). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van: https://www.rspb.org.uk/birds-and-wildlife/jackdaw
- Sovon Vogelonderzoek Nederland. (z.d.). Kauw (Coloeus monedula). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van: https://stats.sovon.nl/kauw
- Wildenatur. (z.d.). Western Jackdaw (Coloeus monedula). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van: https://wildenatur.com/en/animal-profiles/western-jackdaw-coloeus-monedula
- Birdfact. (z.d.). Jackdaw Bird Facts (Coloeus monedula). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van: https://www.birdfact.com/birds/jackdaw
- BirdLife Österreich. (z.d.). Dohle (Coloeus monedula). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van: https://www.birdlife.at/voegel/dohle/
Coloeus monedula | |
|---|---|
Taxonomie | |
| Rijk | Animalia (dieren) |
| Stam | Chordata (chordadieren) |
| Klasse | Aves (vogels) |
| Orde | Passeriformes (zangvogels) |
| Familie | Corvidae (kraaien) |
| Geslacht | Coloeus |
Kenmerken | |
| Grootte | 30-39 cm |
| Gewicht | 220-270 gram |
| Vleugelspanwijdte | 64-74 cm |
| Groep/solitair | paren, groepen of kolonies |
| Voeding | insecten, regenwormen, spinnen, slakken, zaden, granen, vruchten, bessen, eieren, aas en voedselresten van mensen |
Voortplanting | |
| Broedinterval | jaarlijks |
| Broedperiode | april tot mei |
| Aantal legsels | meestal 1 legsel per jaar |
| Plaats nest | in holten van bomen, gebouwen, kerktorens, schoorstenen, bruggen, ruïnes en rotsspleten |
| Aantal eieren | 4 tot 6 eieren |
| Eiergrootte | 34 × 24 mm |
| Broedduur | 17 tot 18 dagen |
| Uitvliegen | 28 tot 35 dagen |
| Geslachtsrijp | vanaf ongeveer 2 jaar |
| Levensduur | gewoonlijk tot ongeveer 15 jaar, maar soms veel ouder |
Voorkomen in Nederland | |
| Aantal broedparen | 100.000-150.000 (2018-2020) |
| Aantal overwinteraars | 300.000-500.000 (2012/13-2014/15) |
| Doortrekkers | 200.000-1.000.000 (2007/08–2011/12) |
| Bescherming | Omgevingswet |
| Rode lijst IUCN | Niet bedreigd (LC, 2018) |
| Nederlandse Rode Lijst | Niet bedreigd |
![]() | |
| Sovon Vogelonderzoek Nederland | |
Voorkomen wereldwijd | |
![]() | |
| Author: Alexander Kürthy License: CC BY-SA 3.0 | |
| Legenda: __ Broedgebied __ Permanent leefgebied __ Niet-broedgebied __ Geïntroduceerd __ Geïntroduceerd & uitgestorven | |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.









