• Bruine mot op gras in de natuur.

Beschrijving van de weegbreemot

Leefgebied

Mondiaal

De weegbreemot komt voor in vrijwel het gehele Palearctisch gebied, dat zich uitstrekt over grote delen van Europa, Azië en Noord-Amerika. De zuidgrens van het verspreidingsgebied in Azië loopt door Klein-Azië, de Kaukasus, Afghanistan en Noord-India.

Europa

Deze mot komt in bijna heel Europa voor, met uitzondering van de poolgebieden. De vlinder is wijdverspreid van Portugal in het zuidwesten tot aan de Oeral in het oosten, en van Scandinavië in het noorden tot aan het Middellandse Zeegebied in het zuiden. De soort is waargenomen in bijna alle Europese landen en is zeer flexibel wat betreft de leefomgeving.

Nederland

De weegbreemot is in Nederland een algemene soort die verspreid over het hele land kan worden aangetroffen. Hoewel de vlinder overal voorkomt, wordt hij vaker waargenomen in de duinen, waar lokale populaties voorkomen. Buiten de duingebieden wordt de weegbreemot ook op andere locaties gezien, al zijn waarnemingen daar minder frequent.

Habitat en biotoop

De weegbreemot kan zich zeer goed aanpassen en bewoont daardoor verschillende leefomgevingen. De vlinder kan aangetroffen worden in diverse open, grazige landschappen, zoals droge, kalkrijke hellingen en graslanden. Hij voelt zich ook thuis in nattere gebieden zoals waterrijke weides en aan de rand van moerassen.

Deze soort is dus niet gebonden aan één specifiek type biotoop, maar gedijt op verschillende locaties waar de waardplanten uit de weegbreefamilie groeien. De rupsen van de weegbreemot leven in de nabijheid van deze planten, wat cruciaal is voor hun overleving.

Het zich goed kunnen aanpassen aan zowel droge als vochtige biotopen stelt de soort in staat om een breed Europees verspreidingsgebied te hebben.

Herkenning

Vlinder

De vlinder is een kleine microvlinder met een variabele uitstraling. De spanwijdte van de vleugels ligt meestal tussen de 14 en 20 millimeter. De voorvleugels hebben een lengte van 7 tot 9 millimeter. De kleur van de vleugels varieert sterk en kan uiteenlopen van bruin of grijsachtig tot olijfgrijs of zelfs bijna zwartbruin. De vlinder heeft vaag gedefinieerde lichte bruine markeringen op de vleugels.

Er is een seksueel dimorfisme, wat betekent dat mannetjes en vrouwtjes verschillend zijn in uiterlijk: mannetjes zijn doorgaans meer eenkleurig, terwijl de vrouwtjes vaak een contrastrijkere tekening hebben met extra gele en zwarte elementen.

Rups

De rups van de weegbreemot heeft een vrij donker uiterlijk. De kleur varieert van dof bruinzwart tot lichtgroen of donkerbruingroen, en hij heeft vaak een onduidelijke, grijs- of geelachtige rugstreep. De kop en het nekschild zijn bruin. De kleine wratjes op het lichaam, de zogenaamde pinacula, zijn donkerbruin en vaak licht omrand. Een volwassen rups kan een lengte van ongeveer 16 millimeter bereiken.

Pop

De pop bevindt zich in een stevige, witachtige cocon die zich in de strooisellaag of net onder de grond bevindt. Over het uiterlijk van de pop zelf is in de geraadpleegde bronnen weinig gedetailleerde informatie te vinden.

Voedsel

De volwassen weegbreemot voedt zich met nectar van verschillende planten. Hoewel de vlinder overdag actief is, wordt hij ook vaak waargenomen in de schemering, wanneer hij bloemen bezoekt. De vlinder voedt zich met nectar uit de bloemen van onder andere munt, distel, paardenbloem, klaver en vlinderstruik. Deze nectar is een belangrijke energiebron voor de vlinder en helpt vooral de vrouwtjes bij de aanmaak van eitjes.

Waardplanten

De weegbreemot is een oligofage soort, wat betekent dat de rupsen zich voeden met slechts een paar soorten waardplanten. De belangrijkste waardplanten van de rupsen van deze vlindersoort behoren tot de weegbreefamilie, waaronder smalle weegbree, grote weegbree en ruige weegbree. Er zijn ook meldingen dat de rupsen zich voeden met soorten uit andere plantenfamilies, zoals de lipbloemenfamilie zoals salie en de composietenfamilie zoals viltkruid. De rupsen leven in spinsels aan de basis van de waardplanten en eten ’s nachts van de onderzijde van de bladeren.

Weetjes over de weegbreemot

  • De weegbreemot is een dag- en schemervlinder. De mot vliegt actief overdag, vooral in de zon, en ook tijdens de schemering, en komt af op licht. Hierdoor wordt de soort vaak in de categorie van nachtvlinders ingedeeld.
  • De soort kan zich zeer goed aanpassen aan zijn omgeving en is daarom te vinden in een grote verscheidenheid aan biotopen, van droge, kalkrijke hellingen tot natte, moerassige gebieden.
  • Er zijn twee generaties van de weegbreemot per jaar en de vliegtijd loopt van mei tot half september. De rupsen overwinteren als pop in een stevige cocon in de strooisellaag.
  • De kleur van de weegbreemot is erg variabel en kan variëren van lichtbruin tot bijna zwart, en vrouwtjes hebben vaak een duidelijker patroon op hun vleugels dan mannetjes.

Gedrag

Vlinder

De weegbreemot is een actieve vlinder die overdag vliegt, vooral bij zonnig weer, maar ook ’s nachts actief kan zijn en op licht afkomt. De vlinder wordt vaak omschreven als een dag- en schemervlinder. Hij is in staat om zich te verplaatsen over lange afstanden en kan daarbij navigeren met behulp van zintuiglijke input en omgevingssignalen. Het vluchtpatroon is snel en behendig.

De mannetjes hebben een opvallend baltsgedrag, waarbij ze in een soort dans rond de vrouwtjes vliegen om hun aandacht te trekken. De vrouwtjes leggen hun eitjes op de bladeren of stengels van waardplanten.

Rups

Het gedrag van de rups is nauw verbonden met de waardplanten. De rupsen leven van de bladeren van verschillende weegbreesoorten en bevinden zich vaak in groepen in een spinsel aan de basis van de plant. Overdag blijven ze voornamelijk in dit spinsel en laten ze zich bij verstoring op de grond vallen. ’s Nachts worden ze actiever en voeden ze zich aanvankelijk met de onderkant van de bladeren, maar in latere stadia eten ze gaten in de bladeren.

Mobiliteit

Het is een actieve en zeer mobiele vlindersoort. De mot vliegt snel en behendig en is in staat om zich te verplaatsen over lange afstanden. De mobiliteit van deze soort wordt versterkt door zijn aanpassingsvermogen, waardoor hij zich in verschillende habitats kan vestigen en een breed geografisch verspreidingsgebied heeft.

Vliegtijd

De weegbreemot vliegt in twee generaties per jaar. De eerste generatie vliegt van mei tot juli, en de tweede generatie vliegt van juli tot september. Deze vliegtijden zijn afhankelijk van de geografische locatie, het weer en het klimaat, en kunnen daardoor iets variëren.

Levenscyclus

De levenscyclus van de weegbreemot bestaat uit vier duidelijke fasen: ei, rups, pop en vlinder.

Eitjes

De cyclus begint met het ei. De vrouwelijke vlinder legt haar eieren op de waardplanten, voornamelijk weegbreesoorten. Over het exacte aantal eieren is weinig specifieke informatie beschikbaar, maar het is bekend dat ze in kleine clusters worden gelegd. De eieren zijn ovaal en relatief klein van formaat. Na een incubatieperiode van ongeveer een week komen de rupsen uit de eitjes.

Rups

De rups is aanvankelijk klein en donker van kleur. Gedurende hun groei ondergaan de rupsen meerdere vervellingen (stadia). Over het exacte aantal vervellingen is in de bronnen geen specifieke informatie te vinden. De rupsen worden uiteindelijk tot 16 millimeter lang. Ze voeden zich voornamelijk ’s nachts en leven overdag in een spinsel aan de voet van de waardplant.

Pop

Als de rups volwassen is, verpopt hij zich. De pop is een stilstaand stadium waarin de rups verandert in een vlinder. Dit gebeurt in een stevige, witachtige cocon die hij in de strooisellaag of net onder de grond maakt.

De rupsen van de tweede generatie overwinteren in deze cocon, waarna de pop in het voorjaar uitkomt. De duur van de popfase varieert en hangt af van de temperatuur.

Vlinder

De laatste fase is de volwassen vlinder, die uit de pop tevoorschijn komt. Vlinders leven meestal twee tot drie weken, waarin ze zich voortplanten. Ze zijn in twee generaties per jaar actief, met vliegtijden van mei tot juli en van juli tot september.

Bedreiging

De weegbreemot wordt niet als bedreigd beschouwd op Europese of wereldwijde schaal. Vanwege het grote aanpassingsvermogen van de soort en zijn brede verspreidingsgebied in het Palearctisch gebied, wordt de vlinder over het algemeen als een veelvoorkomende soort beschouwd. De soort is niet opgenomen op de Rode Lijst van bedreigde soorten van de IUCN. Dit betekent dat er op dit moment geen adequate gegevens beschikbaar zijn om de soort te beoordelen.

In Nederland is de weegbreemot een algemene inheemse soort die verspreid over het hele land voorkomt. De soort staat echter niet op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde soorten.

Bescherming

Er is geen specifieke wettelijke bescherming voor deze vlinder in Nederland, omdat de populaties over het algemeen als stabiel worden beschouwd. Net als bij andere vlindersoorten kan de weegbreemot echter wel profiteren van natuurbeheer dat gericht is op het behoud van open, grazige landschappen en het behouden van weegbreesoorten als waardplanten.

Bronnen

Pyrausta despicata

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieCrambidae (Grasmotten)
GeslachtPyrausta
Synoniemen

Kenmerken

Voorvleugellengte7-9 mm
Spanwijdte14-20 mm
WaardplantenVerschillende weegbreesoorten
VliegperiodeTwee generaties per jaar, van mei tot september
Grootte rups16 mm

Voortplanting

Aantal eitjesOnbekend
EifaseOngeveer een week
RupsfaseOnbekend
PopfaseDe duur varieert; de tweede generatie overwintert als pop

Voorkomen in Nederland

VoorkomenOorspronkelijk
ZeldzaamheidAlgemeen
BeschermingNiet beschermd
Verspreiding van de Weegbreemot in Nederland.
Verspreidingskaart weegbreemot

Verspreiding

NederlandHele land
WereldEuropa, Azië, Afrika
BiotoopvoorkeurDiverse open, grazige landschappen

Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven