• Paddenstoel op groene mosachtige ondergrond
  • Witte paddestoel op groene mosbedekking
  • Paddenstoelen op groene mosachtige ondergrond.
  • Witte paddenstoelen op een boomstronk.
  • Groep paddenstoelen op een mosrijke ondergrond.
  • Close-up van een paddenstoel met rimpelige hoed.
  • Drie paddenstoelen op mosrijke bodem.
  • Witte paddenstoel op een houten ondergrond.
  • Paddenstoelen groeien op een boomstronk.
  • Onderkant van een paddenstoel op hout.
  • Witte paddenstoel op een houtachtige ondergrond

Beschrijving van de helmmycena.

Verspreiding

Mondiaal

De helmmycena is een paddenstoel die in grote delen van Europa en Noord-Amerika voorkomt. Hij groeit in de gematigde gebieden van Noord-Amerika, langs de Pacifische kust en in het oosten van het continent, en in Noord-Azië, onder andere in Japan en Siberië. Zijn verspreiding gaat verder dan alleen de noordelijke streken. Zo duikt hij ook op de Canarische Eilanden en in Noord-Afrika op, in landen als Algerije, Marokko en Tunesië. Er zijn zelfs meldingen uit Zuid-Amerika en Oceanië, waaronder Australië en Nieuw-Zeeland. Bij die laatste waarnemingen bestaat soms twijfel of het daadwerkelijk om dezelfde soort gaat.

Europa

In Europa is het een algemene soort. Hij groeit van de noordelijke bossen van Scandinavië en IJsland tot aan de zonnige kusten van de Middellandse Zee. In Groot-Brittannië en Ierland is hij zeer algemeen, en ook in West-Europa – van Frankrijk tot de Benelux – kom je hem vaak tegen. Verder naar het zuiden vind je hem ook op eilanden zoals de Balearen en Corsica, en in Italië. In Oost- en Zuidoost-Europa groeit hij onder andere in Roemenië, Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland, tot aan de Oeral.

Nederland

In Nederland is het een van de meest voorkomende paddenstoelen. Hij verschijnt overal waar dood loofhout aanwezig is, en ook in België is hij algemeen. Je kunt hem het hele jaar door tegenkomen, maar vooral in de herfst valt hij sterk op.

Habitat en biotoop

De helmmycena leeft van dood hout. Hij groeit op stronken, stammen, takken en houtsnippers van zowel loof- als naaldbomen, al heeft hij een voorkeur voor loofhout. Soms ligt het hout boven de grond, soms is het begraven, waardoor het lijkt alsof de paddenstoel rechtstreeks uit de bodem groeit. Meestal verschijnt hij in bundels of groepjes, maar soms ook alleen. Je vindt hem in allerlei bossen: loofbossen, naaldbossen en gemengde bossen. Hij houdt van voedselrijke plekken en groeit van laagland tot berggebieden, al wordt hij op grotere hoogte minder vaak gezien.

Zichtbaarheid

Deze paddenstoel is opvallend vroeg én langdurig zichtbaar. In principe kan hij het hele jaar door verschijnen, zolang de omstandigheden gunstig zijn. Toch ligt de belangrijkste vruchtperiode in de herfst, het klassieke seizoen voor de meeste paddenstoelen. In gematigde delen van Europa duikt hij soms al op in de late lente en zomer. Zodra de dagen kouder en natter worden, neemt het aantal waarnemingen sterk toe. De piek valt meestal tussen september en november. In gebieden met een milder klimaat kan de zwam zelfs in de winter nog vruchtlichamen vormen.

Herkenning

Hoed

De hoed is klein en meestal slechts enkele centimeters breed. Hij varieert doorgaans tussen 1 en 3,5 centimeter in diameter en is dun van structuur. Het vlees van de hoed is witachtig tot lichtbruin en voelt fragiel aan. De vorm is aanvankelijk klokvormig en later meer uitgespreid, waarbij de rand vaak enigszins gegroefd is. De kleur kan variëren van sepia tot donkergrijsbruin en soms geelbruin. De geur wordt vaak omschreven als radijs- of meelachtig.

Lamellen

De lamellen zijn vrij breed en staan dicht op elkaar. Ze zijn witachtig tot lichtgrijs van kleur en kunnen soms een zwakke roze tint krijgen naarmate ze ouder worden. De lamellen zijn aangehecht aan de steel en lopen vaak een klein stukje af langs de steel.

Steel

De steel is slank en lang, meestal tussen 2,5 en 7 centimeter, met een dikte van 1,5 tot 3 millimeter. Hij is recht en cilindrisch, vaak hol van binnen en soms enigszins geribbeld. De kleur varieert van grijs tot bruin en kan naar de top toe lichter worden, soms zelfs witachtig. Aan de basis is de steel vaak donkerder en bedekt met een witte viltige laag. De steel kan wortelend zijn en lijkt stevig in het substraat verankerd.

Sporen

De sporen zijn wit van kleur in de sporenafdruk en hebben een glad oppervlak. Ze zijn ellipsvormig en doorzichtig. De afmetingen liggen meestal tussen 6,5 en 9,6 micrometer in lengte en 3,6 tot 5,8 micrometer in breedte.

Weetjes over de helmmycena

  • De naam van de soort verwijst naar het Latijnse woord galericulum, wat “kleine muts” of “helm” betekent, wat duidt op de klokvormige hoed van de paddenstoel.
  • Een opvallend en nuttig identificatiekenmerk is de aanwezigheid van dwarsverbindingen tussen de lamellen, ook wel anastomosen genoemd, die als kleine ‘bruggetjes’ tussen de lamellen te zien zijn.
  • De helmmycena is een belangrijke afbreker van dood loofhout en fungeert als een effectieve saprofyt in het ecosysteem, waardoor voedingsstoffen weer beschikbaar komen voor andere organismen.

Bedreiging

Volgens internationale en nationale natuurorganisaties wordt de soort niet gezien als bedreigd. Het brede verspreidingsgebied en de hoge aantallen maken dat hij niet in aanmerking komt voor een bedreigingsstatus. In tegenstelling tot zeldzame of kwetsbare soorten die afhankelijk zijn van specifieke habitats, heeft de soort een brede ecologische tolerantie en groeit hij op uiteenlopende soorten dood hout. Daardoor is de kans op achteruitgang klein en staat hij niet op de internationale Rode Lijst van de IUCN.

Nederland

In Nederland geldt het als een uiterst algemene soort. Hij komt in alle provincies voor en wordt regelmatig waargenomen op uiteenlopende locaties, van bossen tot parken en tuinen. Omdat de soort zo algemeen is, komt hij niet voor op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde paddenstoelen.

Bescherming

Omdat hij niet bedreigd is, geniet hij geen specifieke beschermingsstatus in Nederland. De soort valt niet onder wettelijke beschermingsmaatregelen en wordt niet actief opgenomen in natuurbeheerprogramma’s. Indirect profiteert hij van algemene maatregelen die gericht zijn op het behoud van bossen en biodiversiteit. Het behoud van dood hout in bossen en parken is bijvoorbeeld gunstig voor de soort, omdat dit zijn belangrijkste groeisubstraat vormt.

Bronnen

Mycena galericulata

Taxonomie

RijkFungi (schimmels)
StamBasidiomycota (steeltjeszwam)
KlasseAgaricomycetes
OrdeAgaricales (plaatjeszwam)
FamilieMycenaceae
GeslachtMycena

Herkenning

HoedKlokvormig, later uitgespreid
Hoedbreedte10-35 mm
Hoed dikteEnkele mm
Hoedkleursepia tot donkergrijsbruin of geelbruin
Hoed oppervlakRand gegroefd
LamellenSmal aanhechtend aan de steel
SteelCilindrisch, hol en zeer taai
Steelhoogte25-70 mm
Steeldikte1,5-3 mm
VleesTaai
VleeskleurWit tot lichtbruin
Sporen 6,5-9,6 μm x 3,6-5,8 μm
SporenkleurLichtcrème tot wit
GeurRadijs- of meelachtig
SmaakMild, soms melig

Verspreiding

WereldHolarctische soort
EuropaZeer algemeen
Nederland Zeer algemeen
NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen
Verspreiding van Mycena galericulata in Nederland
Verspreidingskaart helmmycena

Bedreiging

ZeldzaamheidAlgemeen
Rode Lijst 2008

Ecologie

HabitatDood, verterend loofhout
GroeitijdHet hele jaar door


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven