Europese boomkikker

  • Boomkikker rustend op een blad
  • Boomkikker rustend op een tak
  • Boomkikker zit op een groot blad.

Beschrijving van de Europese boomkikker

Leefgebied

Het mondiale verspreidingsgebied van de boomkikker omvatte bij de traditionele indeling het grootste deel van continentaal Europa, noordwestelijk Afrika en gematigde gebieden in Azië tot aan Japan, maar onderzoeken hebben veel populaties als aparte soorten onderscheiden, waardoor de échte Europese boomkikker nu alleen nog in Europa voorkomt.

Europa

Binnen Europa strekt het verspreidingsgebied zich uit van de Atlantische kusten van Frankrijk in het westen via de Benelux, Duitsland en Polen naar de Balkan, waarbij de zuidelijke grens loopt langs Griekenland en de noordelijke grens reikt tot in Zuid-Zweden.

Nederland

In Nederland is de Europese boomkikker nauw verbonden aan de hogere zandgronden ten oosten van de denkbeeldige lijn Groningen–Apeldoorn–Breda–Middelburg, met de grootste populaties in de Achterhoek en met belangrijke, doch kleinschaligere, populaties in Twente. Daarnaast zijn door herintroducties enkele nieuwe kolonies ontstaan in Zeeland en rond Utrecht, terwijl een laatste overlevende populatie bij het Reestdal in Drenthe dankzij intensief beheer standhoudt.

Habitat

Mondiaal gezien wordt de Europese boomkikker gekenmerkt door een dubbele habitatkeuze: voor voortplanting zoekt hij ondiepe, visvrije en goed beschenen wateren zoals poelen, rietkragen en sloten met rijke oevervegetatie, terwijl hij buiten het broedseizoen jaagt en rust in aangrenzende terrestrische biotopen zoals vochtige weiden, hagen, struiken en boomkruinen.

In de overwinteringsperiode schuilt hij in vorstvrije holtes onder stenen, in kelders of in een dikke laag bladstrooisel.

Herkenning

De Europese boomkikker is een sierlijk amfibie dat een lichaamslengte bereikt tussen drie en vier centimeter, waarbij de gladde, meestal helder groene rug is afgezet tegen een grauwwitte, enigszins korrelige buik. De lange poten eindigen in opvallende hechtschijven aan vingers en tenen, die hem in staat stellen moeiteloos langs gladde bladeren en takken te klimmen.

Langs de zijkanten van de kop loopt een zwarte band die vanaf de neusgaten via het goed zichtbare trommelvlies naar de heupen voert en aan de bovenzijde soms is begrensd door een fijn, gelig lijntje.

Tijdens de voortplantingsperiode ontwikkelt het mannetje aan de keel een opblaasbare kwaakblaas die geeloranje tot bruin van kleur is en bij roepen duidelijk zichtbaar wordt.

Larven

De larvale fase begint wanneer de pas uitgekomen kikkervisjes een lengte hebben van ongeveer drie tot vijf millimeter, inclusief hun lateraal afgeplatte staartvin die hen scherp en wendbaar door ondiep water voert. Gedurende acht tot elf weken voeden ze zich met algen en organisch materiaal te midden van waterplanten en groeien ze gestaag door, totdat ze een lengte van circa vier en een halve centimeter bereiken en de transformatie naar jonge boomkikkers inzetten.

Taxonomie

Hyla arborea wordt tegenwoordig als slechts één soort beschouwd, wat betekent dat er geen officieel erkende ondersoorten meer bestaan. De enige vorm die formeel nog binnen de soort wordt onderscheiden, is het nominatieve Hyla arborea arborea.

De populaties die vroeger als ondersoorten werden beschreven—zoals H. a. molleri, H. a. meridionalis, H. a. orientalis, H. a. intermedia en H. a. saharica—zijn op grond van onderzoeken opgewaardeerd tot volwaardige, aparte soorten en vallen niet langer onder Hyla arborea.

Voedsel

De Europese boomkikker is een opportunistische carnivoor die een breed scala aan ongewervelden eet. Volwassen dieren jagen tijdens het actieve seizoen vooral op geleedpotigen zoals vliegen en kevers, aangevuld met spinnen en landslakken.

In de lente en vroege zomer vormen bladluizen en motlarven een belangrijke voedselbron, terwijl in de zomer de focus verschuift naar vlinderrupsen en waterinsecten zoals motmuggen.

Door zowel in de vegetatie als op de grond te jagen, benut hij zijn omgeving optimaal, wat zorgt voor een gevarieerd dieet en seizoensgebonden veranderingen in prooikeuze.

Weetjes over de Europese boomkikker

  • De Europese boomkikker kan zijn huidkleur aanpassen van helder groen tot bruinachtig grijs, afhankelijk van temperatuur, luchtvochtigheid en gemoedstoestand.
  • Tijdens de paartijd blaast het mannetje zijn keelzak op tot bijna de grootte van zijn eigen lichaam om het gekwaak te versterken en vrouwtjes te lokken.
  • In vroegere tijden beschouwde men boomkikkers als natuurlijke barometers, omdat ze voor naderend onweer opvallend actiever gaan kwaken.
  • De hechtschijven op vingers en tenen bestaan uit gespecialiseerde cellen die via slijm een vacuüm- en oppervlaktespanningseffect creëren, waardoor de kikker zelfs ondersteboven op bladeren kan blijven kleven.
  • Voor de overwintering zoekt de Europese boomkikker beschutte plekken op zoals kelders, muurspleten, stapels bladstrooisel of soms zelfs mesthopen, waar vorstvrije en stabiele temperaturen heersen.

Gedrag

Het gedrag van de volwassen Europese boomkikker kenmerkt zich door een uitgesproken nachtactiviteit: tijdens de schemering komen de dieren tevoorschijn uit hun schuilplaatsen in dichte struik- en bosranden om voornamelijk op nachtvlinders, muggen en kevers te jagen.

Overdag verbergen ze zich tussen bladeren of in struikgewas, waarbij hun groene kleur en platte lichaam ervoor zorgen dat ze niet opvallen.

In de voortplantingsperiode migreren mannetjes ’s avonds naar ondiepe, visvrije poelen en vijvers waar ze met hun grote, geelbruine keelzak in koor luid roepen om vrouwtjes aan te trekken.

Wanneer het kouder wordt, trekken de boomkikkers zich terug in vorstvrije holtes onder stenen, in kelders of in dikke lagen bladstrooisel, waar ze in rusttoestand de winter doorbrengen.

Larven

De larvale fase speelt zich af in ondiepe, goed begroeide wateren, waar de pas uitgekomen kikkervisjes met een lengte van drie tot vijf millimeter direct beginnen met het afgrazen van algen en fijn organisch materiaal.

Ze zoeken ondergedoken planten en aangroeisels op om zich tegen predatoren te beschermen en vertonen gedurende de ontwikkelingsperiode een relatief schuwe levenswijze in dichte begroeiing.

Na gemiddeld vijftig tot tachtig dagen zijn de larven uitgegroeid tot bijna 45 millimeter en voltooien ze de transformatie naar jonge boomkikkers, waarna ze het water verlaten en hun terrestrische bestaan beginnen.

Predatie

De Europese boomkikker heeft zowel als ei, als kikkerdril, kikkervisje en volwassen dier last van uiteenlopende predatoren. In zoetwaterbiotopen zijn vissen, waterschorpioenen en larven van libellen en waterjuffers belangrijke predatoren voor de eieren en larvestadia.

Onder volwassen boomkikkers worden roofvogels, met name reigers en uilen, en slangen als de gladde slang als voornaamste predatoren gezien, aangevuld met kleine carnivore zoogdieren zoals hermelijnen en egels die de dieren uit rotsachtige of struikrijke schuilplaatsen weten te pakken.

De huidafscheidingen van de Europese boomkikker zijn chemisch niet bijzonder bitter of toxisch, waardoor de soort geen sterke chemische afweer biedt en volledig leunt op camouflage en lopen en springen om aan predatoren te ontsnappen.

Vooral overdag houden de boomkikkers zich verscholen in bladstrooisel of in het dichte bladwerk van struiken. ’s Nachts neemt hun activiteit toe en zijn ze vooral kwetsbaar tijdens de paartijd, wanneer de mannetjes door hun roep minder alert zijn op naderende vijanden.

Voortplanting

Tijdens het broedseizoen begint de voortplanting zodra de watertemperatuur in stilstaande of langzaam stromende plassen in het voorjaar oploopt tot ongeveer 10–15 °C.

Het mannetje klimt in de oevervegetatie en laat met behulp van zijn kwaakblaas een luid, eentonig geluid horen, wat gedurende de schemering en nachtelijke uren vanaf de waterkant tot twee kilometer ver hoorbaar kan zijn. Het geluid lokt een wijfje naar de plek waar het mannetje zich bevindt, waarna het mannetje het vrouwtje met behulp van zijn voorpoten stevig vastgrijpt, waarbij de kop en de voorpoten van de vrouwelijke boomkikker tussen zijn oksels geklemd komen te zitten.

Gedurende deze paringshouding legt het vrouwtje enkele honderden tot meer dan duizend eitjes in gelatinerijke clusters, die elk afzonderlijk aan ondergedoken waterplanten of grasstengels worden vastgehecht. Na de afzetting van de eitjes blijft het mannetje soms nog enige tijd in de paringshouding zitten om eventuele concurrenten op afstand te houden, waarna beide volwassen dieren zich terugtrekken in de oevervegetatie.

De ontwikkeling van ei naar kikkervisje verloopt binnen vijf tot tien dagen bij zacht lenteweer, waarna de larven in de loop van zes tot acht weken metamorfose ondergaan tot kleine boomkikkers van enkele centimeters groot.

Bedreiging

De Europese boomkikker wordt wereldwijd door de IUCN ingedeeld als ‘Least Concern’, wat aangeeft dat de soort op globaal niveau niet als bedreigd geldt. In Duitsland staat hij echter op de Rode Lijst als ‘gefährdet’, terwijl de Europese Rode Lijst de soort als ‘Least Concern’ vermeldt.

In Nederland is de verspreiding van de Europese boomkikker sinds 1950 met ongeveer 87% afgenomen, voornamelijk als gevolg van verdroging van het leefgebied en verlaging van het grondwater, waardoor populaties sterk gefragmenteerd zijn geraakt. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van Amfibieën en Reptielen (2009) vermeld als ‘Bedreigd’ en komt nog slechts voor in geïsoleerde zandgebieden oostelijk van de lijn Groningen–Apeldoorn–Breda.

Bescherming

In Nederland geniet de boomkikker wettelijke bescherming op basis van de Wet natuurbescherming, de Habitatrichtlijn en de Bern-Conventie, waardoor verstoring, vangen en doden van individuen verboden zijn. Bovendien is de soort onder Nederlandse wetgeving beschermd, wat het opzetten van beschermings- en herstelmaatregelen verplicht stelt.

Bronnen

Hyla arborea

Taxonomie

RijkAnimalia
StamChordata
KlasseAmphibia
OrdeAnura (kikkers)
FamilieHylidae (boomkikkers)
GeslachtHyla

Kenmerken

Grootte30-45 mm
KleurGroen
Gewicht8,3 gram
Groep/solitairSolitair
VoedingOngewervelden

Voortplanting

BroedintervalJaarlijks
PaartijdHalf april en eind juni
Aantal eierenHonderden tot maximaal tweeduizend eieren
Plaats eierenAan ondergedoken waterplanten worden vastgehecht
Grootte eieren1,3 mm
Incubatietijd4-5 dagen
Geslachtsrijp♂: 1 jaar; ♀: 2 jaar
Levensduur22 jaar

Voorkomen in Nederland

StatusOorspronkelijk
ZeldzaamheidZeldzaam
BeschermingWet natuurbescherming,
Habitatrichtlijn,
Bern-conventie Appendix II

Verspreiding Nederland

NederlandOosten van het land
WereldGrote delen van Europa
BiotoopvoorkeurOpen, zonnige bos- en struikranden nabij visvrije, vegetatierijke stilstaande of langzaam stromende wateren
Verspreiding van de Boomkikker in Nederland
Verspreidingskaart Europese boomkikker


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven