Beschrijving van de citroenvlinder
Leefgebied
Mondiaal
De citroenvlinder komt voor in een groot gebied dat zich uitstrekt over grote delen van Europa, Noord-Afrika en delen van Azië. De soort leeft van het Iberisch Schiereiland tot ver in Centraal- en Oost-Europa en reikt oostwaarts tot aan Mongolië. Ook in Scandinavië, het Middellandse Zeegebied en op de Britse eilanden kun je deze vlinder aantreffen.
Nederland
In Nederland is de citroenvlinder een algemene standvlinder die verspreid over vrijwel het hele land voorkomt. Hij wordt waargenomen in bossen, houtwallen, tuinen en parken, vooral op zonnige plekken met voldoende nectarplanten.
Hoewel hij in sommige zeekleigebieden, het rivierengebied en de Flevopolders iets minder vaak wordt gezien, is hij ook daar zeker aanwezig. Zijn aanwezigheid is stabiel gebleven over de afgelopen decennia, mede dankzij zijn vermogen om zich aan te passen aan verschillende leefomgevingen.
Habitat en biotoop
De citroenvlinder leeft in een breed scala aan habitats, afhankelijk van het stadium van zijn levenscyclus. Tijdens de voortplantingsperiode zoekt hij natte gebieden op, zoals moerassen en bosranden, waar de waardplanten — vooral sporkehout en wegedoorn — overvloedig aanwezig zijn. Deze planten zijn essentieel voor de ontwikkeling van de rupsen, waardoor hun aanwezigheid de verspreiding van de soort sterk beïnvloedt.
Voor overwintering trekken volwassen vlinders zich terug in loofbossen en struikgewas, waar ze beschutting vinden tussen klimop, braamstruiken en andere dichte vegetatie. In bergachtige gebieden komt de soort vooral voor op lagere hoogten tot ongeveer 1300 meter, hoewel hij soms hoger wordt aangetroffen op zoek naar nectarbronnen.
De biotoop omvat zowel natuurlijke als halfnatuurlijke landschappen, waaronder open bossen, graslanden, tuinen en parken. Zijn vermogen om zich aan te passen aan verschillende omgevingen maakt hem tot een robuuste soort die ook in stedelijke gebieden kan overleven.
Herkenning
Vlinder
De citroenvlinder heeft een opvallend uiterlijk dat sterk doet denken aan een blad. Zijn vleugels zijn langwerpig en hebben een puntige vorm met duidelijke nerven, waardoor hij uitstekend gecamoufleerd is wanneer hij rust tussen bladeren. Mannetjes zijn helder zwavelgeel van kleur, terwijl vrouwtjes eerder een groenachtig-witte tint hebben, wat het verschil tussen de geslachten goed zichtbaar maakt.
Op elke vleugel bevindt zich een klein oranje vlekje, dat lijkt op een schimmelvlek op een blad, wat zijn mimetisme nog versterkt. De vleugels zijn vrijwel egaal van kleur en hebben een spanwijdte van ongeveer 55 tot 74 millimeter. Het lichaam is bedekt met fijne witte haartjes, en de antennes zijn roze van kleur.
Wanneer hij rust, sluit hij zijn vleugels en blijft hij onbeweeglijk, waardoor hij nauwelijks opvalt in zijn omgeving. Deze vlinder is een meester in camouflage en wordt vaak pas opgemerkt wanneer hij opvliegt.
Rups
De rups is bij het uitkomen ongeveer 1,5 millimeter lang en heeft een geelbruine kleur. Na de eerste vervelling verandert hij in een frisse groene tint, waardoor hij vrijwel onzichtbaar wordt op de bladeren van zijn waardplant, meestal sporkehout of wegedoorn. Hij ligt vaak stil langs de middennerf aan de bovenkant van het blad, waar zijn kleur en houding hem helpen om roofdieren te ontwijken.
Naarmate hij groeit, ontwikkelt hij een subtiele blauwachtige gloed en een witte streep langs de zijkant van zijn lichaam. Zijn huid is bedekt met korte witte haartjes, en hij voedt zich intensief met het bladweefsel, waardoor kenmerkende gaten ontstaan. Volgroeide rupsen kunnen tot ongeveer 3,5 centimeter lang worden en zijn volledig aangepast aan hun omgeving, zowel qua kleur als gedrag.
Pop
De pop heeft een opvallende vorm die sterk lijkt op een opgerold blad. Ze is meestal groen van kleur, wat haar helpt om op te gaan in de vegetatie waarin ze hangt. De uiteinden zijn spits en het midden vertoont lichte verdikkingen, waardoor ze nog beter gecamoufleerd is tegen roofdieren. De pop wordt met zijde vastgemaakt aan een stengel of blad, waarbij een haakje aan het achterlijf zich verankert in een zijden kussentje, terwijl een extra draad haar lichaam stabiliseert.
Net voordat de vlinder uitkomt, verkleuren de delen waar de vleugels zitten bij mannetjes naar geel, wat subtiel aangeeft dat de transformatie bijna voltooid is.
Voedsel
Een volwassen citroenvlinder eet voornamelijk nectar van bloemen. Dankzij zijn lange zuigsnuit kan hij nectar bereiken in diepere bloemkelken die voor andere vlinders ontoegankelijk zijn. Hij heeft een voorkeur voor paarse bloemen en wordt vaak aangetroffen op soorten uit de kamperfoeliefamilie en klein hoefblad. In het vroege voorjaar zijn blauwe hyacinten een belangrijke nectarbron, vooral voor vrouwtjes die extra energie nodig hebben voor de rijping van hun eitjes.
Waardplanten
De waardplanten zijn essentieel voor de voortplanting en ontwikkeling van de soort. De vlinder zet haar eitjes uitsluitend af op planten uit de wegedoornfamilie, met name op sporkehout en wegedoorn. Deze planten bieden de rupsen niet alleen voedsel, maar ook beschutting en een geschikte plek om zich te verpoppen.
De aanwezigheid van deze waardplanten bepaalt in grote mate waar de vlinder voorkomt, omdat de rupsen zonder deze specifieke bladeren niet kunnen overleven. Soms worden ook andere wegedoornsoorten gebruikt, afhankelijk van de regio en beschikbaarheid.
Weetjes over de citroenvlinder
- Deze vlinder heeft een uitzonderlijk lange levensduur voor een dagvlinder: tot wel 13 maanden.
- Tijdens de winter overleeft hij temperaturen tot -20 °C dankzij een natuurlijke antivriesstof in zijn lichaam: glycerine.
- Het is een van de eerste vlinders die in het voorjaar verschijnt, vaak al in februari, en wordt daarom gezien als een voorbode van de lente.
Gedrag
Vlinder
De citroenvlinder vertoont een opvallend gedrag dat sterk samenhangt met zijn levenscyclus en overlevingsstrategieën. In het voorjaar verschijnen de mannetjes als eerste uit hun overwinteringsplaatsen en patrouilleren ze actief door het landschap op zoek naar vrouwtjes. Ze achtervolgen andere witte vlinders om te controleren of het een soortgenote is, en zodra ze een bereid vrouwtje vinden, volgt een baltsvlucht waarbij beide vlinders achteruitvliegen voordat de paring plaatsvindt.
Na de paring verzamelt het vrouwtje intensief nectar om haar eitjes te laten rijpen, waarbij ze vooral vroegbloeiende struiken zoals wilgen bezoekt. De eitjes worden afzonderlijk afgezet op jonge blaadjes van waardplanten, meestal op plekken die goed verlicht zijn en geïsoleerd liggen, zodat de kans op predatie kleiner is.
Tijdens de zomer zijn de vlinders actief op zoek naar nectar en worden ze vaak aangetroffen langs bosranden, heggen en in tuinen. In de herfst zoeken ze beschutte plekken op om te overwinteren, zoals dichte vegetatie van klimop of braamstruiken. Daar blijven ze maandenlang onbeweeglijk zitten, waarbij hun bladachtige uiterlijk hen helpt om onopgemerkt te blijven.
Hun gedrag is sterk gericht op camouflage en energiebehoud. Zelfs bij verstoring blijven ze vaak stilzitten en trekken ze hun poten in om minder op te vallen. Deze strategieën maken de citroenvlinder tot een van de meest succesvolle en langstlevende dagvlinders in Europa.
Rups
De rups vertoont een opvallend stil en gecamoufleerd gedrag dat gericht is op overleving. Na het uitkomen beweegt hij zich naar de bovenkant van het blad en nestelt hij zich langs de middennerf, waar zijn groene kleur hem vrijwel onzichtbaar maakt voor roofdieren. Tijdens de eerste vervelling verandert hij van geelbruin naar groen, en blijft hij meestal onbeweeglijk liggen, zelfs tijdens het eten. Zijn voorkeur voor geïsoleerde bladeren helpt hem om predatie te vermijden, omdat roofdieren minder snel bladeren inspecteren die niet beschadigd zijn.
Gedurende de dag voedt de rups zich met het bladweefsel en laat hij karakteristieke gaten achter, maar hij blijft vaak in rust om energie te besparen en niet op te vallen.
Zijn gedrag is sterk gericht op het minimaliseren van beweging en visuele detectie, waardoor hij een hoge overlevingskans heeft in een omgeving vol natuurlijke vijanden.
Mobiliteit
De vlinder staat bekend om zijn opmerkelijke mobiliteit. Volwassen exemplaren zijn zeer actief en leggen aanzienlijke afstanden af op zoek naar nectar en geschikte leefgebieden. Tijdens de lente migreren ze naar vochtige gebieden met een overvloed aan waardplanten waar ze hun eitjes afzetten. In de zomer en herfst trekken ze naar bosrijke omgevingen om te overwinteren, waarbij ze zich verstoppen in dichte vegetatie zoals klimop of hulst.
Deze seizoensgebonden verplaatsingen tonen aan dat de vlinder niet alleen mobiel is, maar ook selectief in het kiezen van habitats die passen bij de verschillende fasen van zijn levenscyclus. Dankzij hun krachtige vleugels en efficiënte vluchtpatronen kunnen ze zelfs geïsoleerde planten bereiken, wat hun voortplantingssucces vergroot.
Vliegtijd
De vliegtijd begint meestal in februari of maart, wanneer de overwinterende volwassen vlinders ontwaken uit hun rustperiode. In april en mei zijn ze bijzonder actief, op zoek naar nectar en geschikte planten om hun eitjes op af te zetten. Na de voortplanting verdwijnen ze tijdelijk uit zicht, maar in augustus verschijnt een nieuwe generatie die tot in oktober of november actief blijft. Deze vlinder is dus gedurende een groot deel van het jaar zichtbaar, met pieken in het vroege voorjaar en de late zomer.
Levenscyclus
De levenscyclus van de citroenvinder bestaat uit vier fasen die elk hun eigen uiterlijk en duur hebben.
Eitjes
Het ei is ongeveer 1,3 millimeter groot en heeft een spindelvorm. Bij het leggen is het ei groenwit van kleur, maar na enkele dagen kleurt het ei geel en vlak voor het uitkomen wordt het grijs. Deze fase duurt ongeveer tien dagen.
Rups
Na het uitkomen verschijnt een kleine rups van ongeveer 1,7 millimeter lang, die zich naar de bovenkant van het blad beweegt om te eten. Naarmate hij groeit, verandert hij van kleur naar groen met witte haartjes en donkere tuberkels. De rups ontwikkelt zich in vijf stadia en bereikt uiteindelijk een lengte van ongeveer 35 millimeter. Deze fase duurt ongeveer dertig dagen.
Pop
Wanneer de rups volgroeid is, zoekt hij een geschikte plek in de lage vegetatie om te verpoppen. De pop lijkt op een gekruld blad en is groen van kleur, met een lengte van ongeveer 22 tot 24 millimeter. Bij mannetjes kleurt het vleugelgebied geel vlak voor het uitkomen. De pop hangt aan een zijden pad en wordt ook met een zijden draad rond het midden vastgezet. Deze fase duurt ongeveer twee weken.
Vlinder
De volwassen vlinder komt tevoorschijn in de zomer, meestal tussen juni en augustus. Na het uitkomen voedt de vlinder zich tot september en zoekt dan een beschutte plek om te overwinteren. De volwassen fase kan tot tien maanden duren, waarmee deze soort tot de langstlevende vlinders behoort.
Bedreiging
De citroenvlinder wordt wereldwijd niet als bedreigd beschouwd volgens de IUCN-classificatie. In veel delen van Europa valt hij onder de categorie “Least Concern“, wat betekent dat hij geen directe risico’s loopt op uitsterven. Toch zijn er regio’s waar de populatie afneemt. In Nederland bijvoorbeeld is de soort sterk achteruitgegaan en wordt hij lokaal als bedreigd beschouwd. Deze afname wordt mogelijk veroorzaakt door verlies van geschikte overwinteringsplekken, stikstofvervuiling, afnemende nectarbronnen en snelle ecologische veranderingen. Ondanks deze regionale zorgen blijft de vlinder op grotere schaal wijdverspreid en stabiel.
Bescherming
De citroenvlinder geniet in sommige regio’s wettelijke bescherming, hoewel dit niet overal het geval is. In Noord-Ierland valt de soort onder de Wildlife Order van 1985, wat betekent dat hij daar volledig beschermd is tegen verstoring en verzameling. In andere delen van Europa, zoals Armenië, wordt hij beschermd binnen natuurreservaten en nationale parken, en is hij opgenomen in zogenaamde Prime Butterfly Areas. Op Europees niveau is hij beoordeeld als “Least Concern”, wat aangeeft dat hij geen directe bescherming vereist, maar wel baat heeft bij monitoring en habitatbehoud. Deze regionale beschermingsmaatregelen zijn vaak gericht op het behoud van leefgebieden en het voorkomen van achteruitgang door menselijke invloeden.
Bronnen
- https://www.verspreidingsatlas.nl/I0120, geraadpleegd 29 juli 2025
- Citroenvlinder. (2025, 14 juli). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald 14:58, juli 29, 2025 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Citroenvlinder&oldid=69602678.
- Bladmineerders.nl. (2023). Gonepteryx rhamni – Plant Parasites of Europe. Geraadpleegd op 26 juli 2025, van https://bladmineerders.nl/parasites/animalia/arthropoda/insecta/lepidoptera/ditrysia/apoditrysia/macrolepidoptera/rhopalocera/pieridae/coliadinae/gonepterygini/gonepteryx/gonepteryx-rhamni/
- Bos, F., & anderen. (2006). Dagvlinders: citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) Natuur van Nederland, 7(1), 113–115. Geraadpleegd van https://natuurtijdschriften.nl/pub/587238
- GBIF Secretariat. (2023). Gonepteryx rhamni (Linnaeus, 1758). GBIF Backbone Taxonomy. Geraadpleegd op 26 juli 2025, van https://www.gbif.org/species/1920712
- Wikipedia contributors. (n.d.). Gonepteryx rhamni. Wikipedia. Geraadpleegd op 26 juli 2025, van https://en.wikipedia.org/wiki/Gonepteryx_rhamni
- Biodiversity Projects Belgium. (2025). Gonepteryx rhamni – Catalogue of the Lepidoptera of Belgium. Geraadpleegd van https://projects.biodiversity.be/lepidoptera/species/6484/
- Pyrgus.de. (n.d.). European Lepidoptera and their ecology: Gonepteryx rhamni. Geraadpleegd op 26 juli 2025, van http://www.pyrgus.de/Gonepteryx_rhamni_en.html
Gonepteryx rhamni | |
Taxonomie | |
|---|---|
| Rijk | Animalia |
| Stam | Geleedpotigen (Arthropoda) |
| Klasse | Insecten (Insecta) |
| Orde | Vlinders (Lepidoptera) |
| Familie | Pieridae (witjes) |
| Geslacht | Gonepteryx |
| Synoniemen | |
Kenmerken | |
| Voorvleugellengte | 27-30 mm |
| Spanwijdte | 55-74 mm |
| Waardplanten | Sporkehout en wegedoorn |
| Vliegperiode | Begin februari tot oktober |
| Grootte rups | 35 mm |
Voortplanting | |
| Aantal eitjes | |
| Eifase | 10 dagen |
| Rupsfase | 30 dagen |
| Popfase | 10-14 dagen |
Voorkomen in Nederland | |
| Status | Oorspronkelijk |
| Zeldzaamheid | Algemene standvlinder |
| Bescherming | Wet natuurbescherming |
![]() Verspreidingskaart citroenvlinder | |
Verspreiding | |
| Nederland | Het hele land |
| Wereld | Europa, Afrika, Azië |
| Biotoopvoorkeur | Zonnige, bloemrijke bosranden en struwelen |
Ontdek meer van Fauna & Flora
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.











