Bonte strandloper

  • Vogel wandelt op een modderige oever.
  • Vogel staat in water met een druppel
  • Een vogel staat op een zandbodem nabij water.
  • Vogel staat in ondiep water met reflectie.
  • Vogel drinkt water uit het ondiepe water.

Beschrijving van de bonte strandloper

Leefgebied

De bonte strandloper is een vogel die bijna over de hele wereld voorkomt en grote afstanden aflegt tussen verschillende gebieden. Hij broedt tijdens de zomer in de koude streken van het noordelijk halfrond, zoals in Alaska, Canada, Groenland en het noorden van Europa en Siberië. Als de winter aanbreekt, trekt hij naar warmere kustgebieden in Noord-Amerika, Europa, Afrika en Azië.

Europa

Binnen Europa is de vogel in de zomer vooral te vinden in IJsland, Groot-Brittannië en de landen rond de Oostzee en de Noordkaap. In de wintermaanden verblijft hij in grote groepen langs de kusten van de Noordzee, de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.

Nederland en België

In Nederland en België is de vogel een zeer bekende verschijning, vooral in de buurt van het zoute water. De Nederlandse Waddenzee en de Zeeuwse delta zijn plekken van wereldbelang waar in de winter honderdduizenden vogels rusten en eten. In België wordt hij voornamelijk waargenomen langs de kust en in de gebieden rond de Westerschelde.

Hoewel hij in beide landen massaal aanwezig is als gast die op doorreis is of hier overwintert, komt hij er als broedvogel bijna niet meer voor.

Biotoop en habitat

De vogel kiest zijn leefomgeving heel nauwkeurig uit op basis van het seizoen. Tijdens de broedtijd zoekt hij de open en natte toendra op in het hoge noorden, waar de grond vaak zompig is door smeltwater. Hij maakt zijn nest graag in moerassige gebieden of op plekken met korte planten en mossen.

Buiten het broedseizoen heeft hij een sterke voorkeur voor de kust. Hij houdt van grote moddervlakten die bij eb droogvallen, omdat hij daar gemakkelijk voedsel uit de bodem kan halen. Ook gebieden waar rivieren in zee uitmonden en zanderige stranden zijn favoriete plekken voor de vogel. Soms is hij verder van de zee te vinden bij meren of op natte weilanden, zolang er maar modder en ondiep water aanwezig zijn.

Herkenning

De bonte strandloper is een kleine vogel met een lengte van ongeveer 17 tot 21 centimeter. Het gewicht van een volwassen vogel ligt meestal tussen de 40 en 70 gram, afhankelijk van de tijd van het jaar en de hoeveelheid vet die hij heeft opgeslagen voor de trek. De vleugelspanwijdte bedraagt ongeveer 32 tot 45 centimeter, wat hem een snelle en wendbare vlieger maakt. Zijn zwarte snavel is vrij lang en heeft aan het uiteinde een kenmerkende, lichte kromming naar beneden.

In de zomerperiode ziet de vogel er heel kleurrijk uit, met een warme roestbruine rug die voorzien is van zwarte vlekken. Het meest opvallende kenmerk in deze tijd is de grote zwarte vlek op de verder witte buik. In de winter verliest hij deze felle kleuren en krijgt hij een onopvallend grijsbruin verenpak aan de bovenkant, terwijl de onderkant egaal wit wordt.

Geluid

Het geluid van de bonte strandloper is herkenbaar en vaak te horen wanneer de vogel in groepen leeft. De meest voorkomende roep is een kort, enigszins hees en trillend geluid dat klinkt als een oplopend gefluit. Dit geluid gebruikt de vogel vooral om contact te houden met soortgenoten tijdens de vlucht of tijdens het zoeken naar voedsel op de moddervlakten.

In het broedgebied laat het mannetje een meer uitgebreide zang horen om zijn territorium te verdedigen. Deze zang bestaat uit een serie van snelle, ratelende tonen die doen denken aan een snorrend geluid. Wanneer er gevaar dreigt, maakt de vogel korte en scherpe geluiden om anderen in de groep te waarschuwen.

Ondersoorten

Er zijn verschillende ondersoorten, die elk hun eigen gebied hebben om te broeden en te overwinteren. Deze vertonen kleine verschillen in de lengte van de snavel, de vleugellengte en de intensiteit van de kleuren in het zomerkleed. De volgende ondersoorten worden over het algemeen erkend:

  • Calidris alpina alpina broedt in Noord-Europa en Noordwest-Siberië.
  • Calidris alpina schinzii komt voor in IJsland, de Britse eilanden en rond de Oostzee.
  • Calidris alpina arctica is een ondersoort die in het noordoosten van Groenland broedt.
  • Calidris alpina centralis leeft in het noordelijke midden van Siberië.
  • Calidris alpina sakhalina broedt in het verre noordoosten van Azië.
  • Calidris alpina kistchinski is te vinden in de gebieden rond de Zee van Ochotsk en Kamtsjatka.
  • Calidris alpina actites broedt uitsluitend op het eiland Sachalin in Rusland.
  • Calidris alpina arcticola komt voor in het noorden van Alaska en Noordwest-Canada.
  • Calidris alpina pacifica broedt in het zuidwesten van Alaska en West-Canada.
  • Calidris alpina hudsonia is te vinden rond de Hudsonbaai in het midden van Canada.

Weetjes over de bonte strandloper

  • De vogel beschikt over een bijzondere vliegkunst waarbij een grote groep vogels tegelijkertijd van richting verandert. Dit doet hij om een vijand zoals de slechtvalk in verwarring te brengen, waardoor het lastig is voor een roofvogel om één slachtoffer uit de groep te kiezen.
  • In Duitsland heeft de vogel de bijnaam Nähmaschine gekregen, wat ‘naaimachine’ betekent. Deze naam dankt de vogel aan de razendsnelle, tikkende beweging die hij met zijn snavel in de modder maakt om kleine diertjes te vinden.
  • Hoewel de vogel erg klein is, bereikt hij soms een hoge leeftijd voor een dier van dit formaat. Er is een geval bekend van een vogel die in de vrije natuur meer dan 24 jaar oud is geworden.
  • Voordat de vogel aan een lange trektocht begint, eet hij een enorme hoeveelheid voedsel om het lichaamsgewicht bijna te verdubbelen. Dit vet dient als brandstof voor de reis van duizenden kilometers die hij vaak zonder veel rustpauzes aflegt.
  • De lengte van de snavel verschilt sterk per vogel, waarbij het vrouwtje over het algemeen een langere snavel heeft dan het mannetje. Hierdoor zoekt het vrouwtje op een net iets andere diepte in de modder naar voedsel dan het mannetje, waardoor de vogels minder met elkaar concurreren.

Voedsel

De bonte strandloper leeft vooral van kleine ongewervelde dieren die hij in de bodem of tussen de vegetatie vindt. Tijdens de zomermaanden in het hoge noorden voedt de vogel zich voornamelijk met insecten en hun larven, waarbij hij een voorkeur heeft voor muggen en vliegen die in de vochtige toendra voorkomen.

Wanneer de vogel naar de kustgebieden trekt om te overwinteren, verschuift zijn menu naar kleine zeedieren. Hij zoekt dan op de droogvallende modderplaten naar verschillende soorten borstelwormen, kleine slakken en kreeftachtigen zoals vlokreeftjes en garnalen. Door met zijn snavel razendsnel in de modder te prikken, weet hij deze prooien feilloos te vinden.

Hoewel de vogel hoofdzakelijk dierlijk voedsel eet, nuttigt hij soms ook plantaardige kost. Dit gebeurt vooral in de broedgebieden waar hij zaden van grassen of kleine delen van andere aanwezige planten eet om zijn dieet aan te vullen.

Gedrag

De bonte strandloper is een vogel die buiten de broedtijd zeer sociaal leeft en graag in grote groepen verblijft. Hij brengt een groot deel van de dag door met het zoeken naar voedsel op modderige bodems, waarbij hij onvermoeibaar met zijn snavel in de grond prikt. Wanneer de vogel rust, rust hij vaak samen met honderden of zelfs duizenden soortgenoten op een veilige plek langs de kust die bij hoogwater niet onderloopt.

Als er een roofvogel in de buurt komt, vliegt de hele groep onmiddellijk op en voert indrukwekkende vliegbewegingen uit. Hierbij draait de groep heel snel en synchroon, waardoor de roofvogel moeite heeft om één vogel uit de massa te kiezen.

In de zomer verandert dit gedrag en wordt de vogel erg fel in het verdedigen van zijn eigen plekje in het broedgebied. Het mannetje voert dan speciale vluchten uit waarbij hij zingend boven zijn territorium zweeft. Wanneer een vijand het nest nadert, probeert de vogel de aandacht af te leiden door over de grond te rennen en te doen alsof hij een gebroken vleugel heeft.

Vogeltrek

De vogeltrek van de bonte strandloper is een enorme onderneming die twee keer per jaar plaatsvindt. De vogel verlaat in de nazomer de koude gebieden in het hoge noorden om naar de overwinteringsgebieden in het zuiden te vliegen. Sommige vogels leggen hierbij afstanden af van vijfduizend kilometer of meer. Tijdens deze reis volgt de vogel vaak de kustlijn en maakt hij gebruik van vaste stopplaatsen om bij te tanken. Gebieden zoals de Waddenzee zijn van levensbelang, omdat de vogel daar in korte tijd veel vet kan opslaan voor het vervolg van zijn reis.

De verschillende groepen vogels hebben elk hun eigen route, waarbij sommigen in West-Europa blijven en anderen helemaal doorvliegen naar de kusten van Afrika. In het vroege voorjaar begint de terugreis naar het noorden zodra de omstandigheden in de broedgebieden weer gunstig zijn. De vogel vliegt vaak ’s nacht en kan met een gunstige wind een zeer hoge snelheid bereiken om zo snel mogelijk op de plek van bestemming aan te komen.

Voortplanting

De voortplanting van de bonte strandloper begint zodra de vogel in het late voorjaar aankomt in de noordelijke broedgebieden. Het mannetje probeert in deze periode een vrouwtje te verleiden met een opvallende baltsvlucht. Hij vliegt hierbij hoog in de lucht en laat een aanhoudend, trillend geluid horen terwijl hij met trillende vleugels langzaam afdaalt. Eenmaal op de grond gaat de verleiding verder en pronkt hij met zijn vleugels en maakt hij een nestkuiltje om aan het vrouwtje te tonen.

Wanneer een paar is gevormd, kiest de vogel een veilige plek op de grond voor het uiteindelijke nest. Dit nest is heel eenvoudig en bestaat uit een ondiep kuiltje dat goed verscholen ligt tussen het gras of het mos. De binnenkant wordt door de vogel bekleed met wat droge blaadjes en grassprietjes uit de directe omgeving.

De broedperiode valt in mei en juni, waarin het vrouwtje meestal vier eieren legt. Deze eieren hebben een olijfgroene of bruinachtige kleur met donkere vlekken, waardoor ze bijna niet opvallen in de natuurlijke omgeving. Zowel het mannetje als het vrouwtje neemt de taak op zich om de eieren warm te houden. Deze broedtijd duurt ongeveer eenentwintig tot vierentwintig dagen.

Zodra de jongen uit het ei kruipen, kunnen ze vrijwel direct lopen en hun eigen voedsel vinden. De ouders blijven in het begin nog wel in de buurt om de jongen te beschermen en warm te houden tijdens koude momenten. Hoewel veel jonge vogels de eerste jaren niet overleven, kan een volwassen bonte strandloper in de natuur een leeftijd bereiken van gemiddeld vijf tot tien jaar. Er zijn echter uitschieters bekend van vogels die meer dan twintig jaar oud zijn geworden.

Predatie

De bonte strandloper heeft tijdens zijn hele leven te maken met verschillende roofdieren die een bedreiging vormen voor zowel de eieren als de volwassen vogel. In het noordelijke broedgebied zijn vooral de eieren en de pasgeboren jongen kwetsbaar voor vijanden die over de grond lopen of vliegen. De poolvos is daar een beruchte rover die onvermoeibaar zoekt naar nesten op de open toendra. Ook vogels zoals jagers (zeevogels), meeuwen en soms zelfs uilen proberen regelmatig een ei of een jong uit het nest te bemachtigen. De vogel probeert dit te voorkomen door het nest heel goed te verstoppen en door zelf kleuren te dragen die wegvallen tegen de ondergrond van mos en gras. Wanneer een vijand toch te dichtbij komt, probeert de vogel de aandacht van het nest af te leiden door over de grond te fladderen en te doen alsof hij een gebroken vleugel heeft.

Buiten de broedtijd, wanneer de vogel langs de kusten verblijft, komt het gevaar vooral uit de lucht. Snelle roofvogels zoals de slechtvalk en het smelleken maken actief jacht op de bonte strandloper tijdens het vliegen of wanneer hij op de modderplaten naar voedsel zoekt. Om zichzelf te beschermen, vertrouwt de vogel op de veiligheid van de groep. Zodra een roofvogel wordt opgemerkt, vliegt de hele groep direct op om in een zeer dichte wolk te gaan vliegen. Door razendsnel en synchroon in de lucht te draaien en te keren, raakt de aanvallende roofvogel in de war. Het is voor een valk dan heel moeilijk om één vogel uit de massa te kiezen en deze succesvol aan te vallen. Dit slimme groepsgedrag is de belangrijkste manier voor de vogel om te overleven in open gebieden waar weinig schuilplaatsen zijn.

Bedreiging

Wereldwijd wordt de bonte strandloper momenteel niet beschouwd als een direct bedreigde diersoort. De vogel heeft een zeer groot verspreidingsgebied en de totale populatie bestaat uit miljoenen individuen, waardoor de soort op de internationale rode lijst de status van niet bedreigd krijgt. Toch is er reden tot waakzaamheid, omdat de aantallen van bepaalde groepen en ondersoorten op veel plekken langzaam afnemen. De vogel heeft veel last van de klimaatverandering, waardoor het broedgebied in het hoge noorden sneller opwarmt en de natuur daar verandert. Ook de aantasting van belangrijke rustplaatsen langs de kustlijnen door menselijke activiteiten en vervuiling vormt een risico voor de toekomst van de vogel.

Bedreiging in Nederland

In Nederland is de situatie voor de bonte strandloper als broedvogel erg zorgelijk. Terwijl er vroeger nog kleine groepen in Nederlandse natuurgebieden broedden, is de vogel als vaste broedvogel nu nagenoeg uit ons land verdwenen. De soort staat daarom als ernstig bedreigd op de Nederlandse rode lijst van broedvogels.

Voor de vele honderdduizenden vogels die Nederland alleen gebruiken om te overwinteren of uit te rusten, zijn de bedreigingen anders van aard. Zij hebben vooral last van verstoring door recreatie op het strand en de winning van gas of schelpen in de Waddenzee. Als de vogel te vaak moet opvliegen door verstoring, verliest hij kostbare energie die hij nodig heeft om de koude winter te overleven of om zijn lange trektocht te vervolgen.

Bescherming

De bescherming van de bonte strandloper is in Nederland wettelijk goed geregeld via de Vogelrichtlijn en de Omgevingswet. Omdat de vogel in de winter in zulke grote aantallen voorkomt, zijn belangrijke gebieden zoals de Waddenzee en de Zeeuwse delta aangewezen als beschermde natuurgebieden. Binnen deze gebieden gelden strenge regels om de rust te bewaren en het leefgebied in stand te houden. Organisaties werken hard aan het herstel van rustplaatsen die bij hoogwater niet onderlopen, zodat de vogel ongestoord kan slapen. Ook wordt er internationaal samengewerkt met andere landen langs de trekroute om ervoor te zorgen dat de vogel overal veilige plekken vindt om te eten en te rusten.

Bronnen

Calidris alpina

Taxonomie

RijkAnimalia (Dieren)
StamChordata (Chordadieren)
KlasseAves (Vogels)
OrdeCharadriiformes (Steltloperachtigen)
FamilieScolopacidae (strandlopers en snippen)
GeslachtCalidris

Kenmerken

Grootte17-21 cm
Gewicht40-70 gram
Vleugelspanwijdte32-45 cm
Groep/solitairGroepen
VoedingInsecten, larven, kleine slakjes, wormen en kreeftachtigen

Voortplanting

BroedintervalEén keer per jaar
BroedperiodeMei en juni.
Aantal legsels1 legsel per jaar
Plaats nestOp de grond in een ondiep kuiltje
Aantal eierenBijna altijd 4 eieren
Grootte eieren35 mm
Broedduur21-24 dagen
Uitvliegen18-24 dagen
GeslachtsrijpNa 1 jaar
Levensduur5-10 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparenZeldzaam
Aantal overwinteraars250.000-290.000
Doortrekkers440.000-530.000
BeschermingVogelrichtlijn en de Omgevingswet
Rode lijst IUCNNiet bedreigd
Nederlandse Rode LijstErnstig bedreigd
Kaart van Bonte Strandloper verspreiding in Nederland.
Verspreiding niet-broedvogels winter
SOVON Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen wereldwijd

Wereldkaart met ecologische zones aangegeven.
Author: Alexander Kürthy
License: CC BY-SA 3.0
Legenda:
  __ Broedgebied
  __ Permanent leefgebied  __ Niet-broedgebied


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven