• Bruine nachtvlinder op een paarse bloem
  • Bruine mot op lichtblauwe bloem

Beschrijving van de brandnetelmot

Leefgebied

Mondiaal

De brandnetelmot heeft een groot verspreidingsgebied dat zich uitstrekt over het Palearctische gebied. De soort is te vinden in bijna heel Europa, en via Noord-Azië en Siberië strekt het leefgebied zich uit tot in Oost-Azië, waaronder China, Korea en Japan. Ook in delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten komt deze vlinder voor. Daarnaast is de soort onbedoeld geïntroduceerd in het noordoosten van Noord-Amerika, waar ze zich inmiddels succesvol heeft gevestigd.

Europa

Binnen Europa is de brandnetelmot vrijwel overal aanwezig. Het verspreidingsgebied loopt van het noorden van Scandinavië tot aan de landen rond de Middellandse Zee. Zowel op de Britse Eilanden als in Midden- en Oost-Europa is het een zeer algemene verschijning. De vlinder ontbreekt alleen op enkele erg geïsoleerde of hooggelegen arctische eilanden.

Nederland en België

In Nederland en België is de brandnetelmot een van de meest algemene kleine nachtvlinders. De soort komt in beide landen overal voor, van de kust tot in het binnenland. Omdat hun voedselplanten bijna overal groeien, kun je ze zowel in natuurgebieden als in dorpen en steden aantreffen.

Habitat en biotoop

De brandnetelmot stelt weinig specifieke eisen aan haar leefomgeving. Ze komt voor in uiteenlopende biotopen zoals bosranden, kapvlakten, ruigtes, weilanden, tuinen en parken. De voornaamste voorwaarde is de aanwezigheid van vochtige, stikstofrijke grond waar brandnetels goed gedijen. Ze voelt zich net zo goed thuis op het platteland als in stedelijk gebied.

Herkenning

Herkenning van de vlinder

De brandnetelmot is een kleine vlinder met een spanwijdte die varieert van ongeveer 10 tot 15 millimeter, waarbij de voorvleugellengte rond de 5 tot 7 millimeter ligt. De voorvleugels zijn donkerbruin tot roodbruin van kleur en hebben een opvallend patroon met zilverachtige en goudglanzende vlekken en dwarslijnen. Als ze zit, rust ze vaak met een licht opgerichte houding, waardoor de glanzende tekening goed opvalt.

Herkenning van de rups

De rups bereikt een maximale lengte van ongeveer 10 tot 12 millimeter. Het lichaam is slank en heeft een geelgroene tot lichtgroene kleur met donkere, wratachtige stipjes waar korte borstelharen uit steken. De kop is doorgaans geelbruin tot donkerbruin. Ze leeft verscholen in een samengevouwen of samengerold blad dat ze met spinseldraden vastzet.

Pop

De pop is slank en bruin tot zwartbruin van kleur. Ze bevindt zich in een stevige, bootvormige en witachtige cocon van spinsel. Deze cocon wordt meestal vastgemaakt aan de onderzijde van een blad of aan een stengel van de voedselplant.

Voedsel

De volwassen brandnetelmot voedt zich met nectar uit bloemen. Overdag en in de schemering is ze actief en bezoekt ze diverse bloeiende planten, zoals haagwinde, koninginnenkruid, distels en bramen.

Waardplanten

De belangrijkste waardplant voor de rupsen is de grote brandnetel, maar vaak ook de kleine brandnetel. In zeldzamere gevallen kunnen de rupsen worden aangetroffen op andere planten uit de brandnetelfamilie of op hop. De rupsen vreten aan het bladweefsel vanuit hun beschermende spinsel.

Weetjes over de brandnetelmot

  • Hoewel de brandnetelmot officieel tot de nachtvlinders behoort, is ze bijna uitsluitend overdag actief en vliegt ze graag in de volle zon van bloem naar bloem.
  • De rupsen maken een opvallende bescherming door de randen van een brandnetelblad met fijn spinsel naar elkaar toe te trekken, waardoor een soort tentje of buisje ontstaat waarin ze veilig kunnen eten.
  • Wanneer een rups in haar spinsel wordt verstoord, laat ze zich snel aan een dunne draad naar beneden zakken of beweegt ze zich met snelle, kronkelende bewegingen achteruit om te vluchten.
  • In tegenstelling tot veel andere kleine motten kan de volwassen vlinder gemakkelijk overwinteren op beschutte plekken, waardoor je ze op warme dagen in de vroege lente al kunt zien rondvliegen.
  • Omdat de grote brandnetel vrijwel overal overvloedig groeit, is de brandnetelmot een van de meest algemene en wijdverspreide kleine vlinders in parken en tuinen.

Gedrag

Gedrag van de vlinder

De brandnetelmot is een actieve dagvlinder die vooral tijdens zonnige en warme dagen druk rondvliegt. Ze bezoekt veel verschillende bloemen om nectar te drinken en zo energie op te doen. Wanneer ze niet vliegt, rust ze vaak op de bovenkant van bladeren op beschutte plekken. Als ze zich verstoord voelt, vliegt ze snel en grillig weg naar een nabijgelegen plant om zich te verstoppen.

Gedrag van de rups

De rups leidt een heel verborgen bestaan op de waardplant. Na het uitkomen bouwt ze een beschermend onderkomen door de randen van een brandnetelblad met fijn spinsel naar elkaar toe te trekken. Binnenin deze veilige beschutting vreet ze aan het bladweefsel. Als er gevaar dreigt, laat ze zich direct aan een dunne spindraad naar beneden vallen of beweegt ze zich met snelle kronkels achteruit om aan vijanden te ontkomen.

Mobiliteit van de vlinder

De mobiliteit van de brandnetelmot is vrij lokaal en beperkt tot de directe omgeving van geschikte leefgebieden. Ze maakt korte, fladderende vluchten tussen brandnetelstruwelen en bloemrijke plekken. Omdat ze geen sterke trekvlinder is, verplaatst ze zich meestal niet over hele grote afstanden. Wel kan ze zich door de overvloed aan brandnetels makkelijk via groenstroken en tuinen van de ene naar de andere plek verspreiden.

Vliegperiode

De vliegperiode van de brandnetelmot beslaat een erg lange periode in het jaar. Omdat de soort twee tot drie generaties per jaar vormt, kun je de vlinders zien rondvliegen van begin april tot ver in oktober. De eerste generatie verschijnt in de lente zodra het warm genoeg wordt. De opeenvolgende generaties vliegen gedurende de zomer en het vroege najaar.

Levenscyclus

Eitjes

De levenscyclus begint wanneer het vrouwtje enkele tientallen tot wel meer dan honderd kleine, bleekgroene eitjes afzet op de onderkant van brandnetelbladeren. Na ongeveer een week komen de eitjes uit en begint de rupsfase.

Rups

De rups groeit snel en ondergaat tijdens haar ontwikkeling vier tot vijf vervellingen, een proces dat doorgaans twee tot drie weken duurt. Vervolgens spint de rups een stevige, witachtige cocon waarin ze verpopt.

Popfase

Deze fase duurt ongeveer een tot twee weken in de zomer, waarna de volwassen vlinder tevoorschijn komt.

Vlinder

Als volwassen vlinder leeft ze gemiddeld twee tot vier weken, een periode waarin ze zich voedt met nectar, een partner zoekt en zorgt voor de voortplanting. Vlinders van de laatste generatie die in het najaar uitkomen, kunnen echter meerdere maanden oud worden doordat ze als volwassen insect op een beschutte plek overwinteren.

Bedreiging

Mondiaal gezien is de brandnetelmot niet bedreigd. De vlinder kent een zeer groot verspreidingsgebied en maakt gebruik van planten die in overvloed aanwezig zijn. Doordat ze erg flexibel is in haar habitatkeuze, blijven de populaties wereldwijd stabiel en gezond.

Bedreiging in Nederland

In Nederland is er eveneens geen sprake van enige bedreiging. De brandnetelmot staat niet op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde soorten. Omdat de grote brandnetel overal in het land veel voorkomt, is de vlinder een van de meest algemene kleine nachtvlinders van Nederland.

Bescherming in Nederland

Er zijn in Nederland geen specifieke beschermingsmaatregelen voor de brandnetelmot. Omdat de soort zich uitstekend kan handhaven in uiteenlopende leefgebieden, van natuurgebieden tot stedelijke tuinen, is bijzondere bescherming ook niet nodig. Algemeen natuurbeheer waarbij bloemrijke randen en brandnetelhoeken behouden blijven, is ruim voldoende om de soort te ondersteunen.

Bronnen

Anthophila fabriciana

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieChoreutidae (glittermotten)
GeslachtAnthophila
Synoniemenbrandnetelmotje

Kenmerken

Voorvleugellengte5-7 mm
Spanwijdte10-15 mm
Waardplantende grote brandnetel, de kleine brandnetel en soms hop
Vliegperiodebegin april tot ver in oktober in meerdere generaties
Grootte rups10-12 mm

Voortplanting

Aantal eitjesenkele tientallen tot ruim honderd
Ei-stadiumeen week
Rupsfase2-3 weken
Popfase1-2 weken

Voorkomen in Nederland

Voorkomeninheems
Zeldzaamheidalgemeen
Beschermingniet wettelijk beschermd
Verspreidingskaart van brandnetelmot in Nederland
Verspreidingskaart brandnetelmot
Verspreidingsatlas Microvlinders

Verspreiding

Nederlandhet hele land
WereldEuropa, Noord-Azië, delen van Noord-Afrika en Noord-Amerika
BiotoopvoorkeurVochtige, stikstofrijke plekken met brandnetels, zoals bosranden, ruigtes, tuinen en parken


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven