• zwart reuzenkussen
  • Witte schimmel op houten oppervlak met structuur
  • Witte schimmel op een houten oppervlak

Beschrijving van het zwart reuzenkussen

Verspreiding

Mondiaal

Het zwarte reuzenkussen komt overal ter wereld voor, maar wordt vooral aangetroffen in gematigde gebieden van Noord-Amerika en Europa. In Europa is de soort vrij algemeen, terwijl ze in Noord-Amerika veel zeldzamer is. Buiten deze regio’s zijn er ook meldingen uit andere continenten, zoals Zuid-Amerika, waar de soort onder andere in Argentinië is waargenomen.

Europa

In Europa is de soort wijdverspreid. In het Verenigd Koninkrijk is het een bekende verschijning, maar ook in andere gebieden, zoals Duitsland, Scandinavië en Oost-Europa, zijn waarnemingen gedaan.

Nederland

In Nederland komt het zwart reuzenkussen vrij vaak voor en is het in meerdere provincies te vinden. Je vindt waarnemingen verspreid door het hele land, van Drenthe en Gelderland tot Limburg en Noord-Holland.

Habitat en biotoop

Het zwart reuzenkussen heeft een habitat die sterk verbonden is met vochtige omgevingen waar veel organisch materiaal aanwezig is. De soort groeit op rottend hout, oude boomstammen, stronken, bladeren en composthopen. Het plasmodium komt tevoorschijn uit de bodem of uit bladeren en vormt een opvallende witte massa die later verandert in een zwart sporenkussen. Deze ontwikkeling vindt meestal plaats na perioden van regen of hoge luchtvochtigheid, omdat het organisme afhankelijk is van vocht om zich te verplaatsen en te groeien. Het plasmodium kan zich enigszins verplaatsen over het substraat voordat het zijn sporenmassa vormt, waardoor het soms grote oppervlakken bedekt.

De biotoop is niet beperkt tot bossen, maar komt ook voor in tuinen, parken en velden waar voldoende organisch afval aanwezig is. Het organisme wordt vaak gezien op plekken waar bladeren en hout langzaam vergaan, zoals langs wegen of in schaduwrijke delen van bossen.

Zichtbaarheid

Het zwart reuzenkussen is waarneembaar in perioden waarin de luchtvochtigheid hoog is en de temperatuur gematigd blijft. De soort is dus vooral waarneembaar in de lente, zomer en herfst, wanneer vochtige omstandigheden het mogelijk maken dat het plasmodium zich ontwikkelt en sporen vormt. In drogere perioden trekt het organisme zich terug en is het nauwelijks zichtbaar.

Waarnemingen tonen dat het organisme zich meestal in de vroege ochtend of na regenbuien laat zien, omdat het plasmodium dan het meest actief is. Het zwarte sporenkussen blijft daarna nog enige tijd zichtbaar, waardoor men de soort ook later kan herkennen, zelfs wanneer het plasmodium niet meer aanwezig is.

Herkenning

Vruchtlichaam

Het vruchtlichaam verschijnt als een aethalium, een kussenachtige massa die zich vormt uit het plasmodium. Dit vruchtlichaam kan een lengte bereiken van 4 tot 30 centimeter en een dikte van 5 tot 15 millimeter. Het ligt op een glanzend, zilverachtig hypothallus dat vaak purperzwart van kleur is. Het oppervlak van het vruchtlichaam is aanvankelijk wit en korrelig, vergelijkbaar met tapioca, maar verandert later in een donkerbruine tot zwarte sporenmassa. Het vlees is aanvankelijk zacht en slijmerig, maar wordt bij rijping korrelig en droog. Er is geen uitgesproken geur of smaak beschreven, wat past bij het feit dat het geen eetbare soort is en niet als consumptiezwam wordt beschouwd.

Steel

Een steel is afwezig. Het vruchtlichaam ligt direct op het substraat en wordt gedragen door het hypothallus, een dunne, glanzende laag die zich over het oppervlak van het hout of blad verspreidt. Hierdoor lijkt het alsof de soort plat op het substraat ligt zonder enige verheffing, zoals men bij een steel zou verwachten.

Poriën en buisjes

Poriën en buisjes ontbreken volledig bij deze soort. In tegenstelling tot echte paddenstoelen met buisjes of lamellen, bestaat het vruchtlichaam uit een homogene sporenmassa die ingebed ligt in een netwerk van donkere draden, het capillitium. Dit capillitium bevat multicellulaire vesikels en vormt samen met de sporen een compacte structuur.

Sporen

De sporen vormen een belangrijk kenmerk voor herkenning. Ze zijn geelbruin van kleur, hebben een duidelijk wrattig oppervlak en hebben een diameter van 9 tot 12 micrometer. De sporenmassa is donkerbruin tot zwart en wordt verspreid door wind, regen en kleine dieren zoals kevers en andere bodemorganismen. Omdat de sporen kleverig zijn, worden ze niet gemakkelijk door luchtstromen verspreid, maar hechten ze zich aan insecten of worden ze door regen verspreid. Dit verklaart waarom de soort vaak in vochtige omgevingen voorkomt en zich lokaal kan uitbreiden.

Weetjes over het zwart reuzenkussen

  • Het plasmodium kan uitgroeien tot een van de grootste bekende cellen op aarde, met een oppervlakte van meer dan een vierkante meter en een gewicht dat kan oplopen tot 20 kilogram.
  • Hoewel het organisme geen hersenen heeft, vertoont het ritmische cytoplasmatische stroming, een soort interne pulsatie waarmee voedingsstoffen door het hele plasmodium worden verspreid.
  • Brefeldia maxima behoort tot de oudste levensvormen op aarde en wordt geschat al 600 miljoen tot 1 miljard jaar te bestaan, lang voordat er hersenen of zenuwstelsels bestonden.
  • Het geslacht Brefeldia is genoemd naar de Duitse botanicus en mycoloog Julius Oscar Brefeld (1839–1925), die veel onderzoek deed naar schimmels en slijmzwammen.

Bedreiging

Mondiaal gezien is het geen bedreigde soort. De slijmzwam komt voor in verschillende delen van Europa en Noord-Amerika en is in staat zich te handhaven in uiteenlopende habitats, zolang er voldoende vocht en organisch materiaal aanwezig is. De soort is niet opgenomen op de IUCN Red List, wat betekent dat er geen aanwijzingen zijn dat zij wereldwijd een verhoogd risico loopt om uit te sterven. Dit duidt erop dat de populaties stabiel zijn en dat de soort zich goed weet aan te passen aan veranderende omstandigheden, zolang er geschikte biotopen beschikbaar blijven. Het ontbreken van een bedreigingsstatus op internationale lijsten bevestigt dat het zwart reuzenkussen momenteel niet onder druk staat door factoren zoals habitatverlies of klimaatverandering.

Nederland

Volgens de Nederlandse Verspreidingsatlas is er geen sprake van een bedreiging en wordt de soort niet vermeld op nationale Rode Lijsten. De aanwezigheid in uiteenlopende landschappen en het vermogen om zich snel te ontwikkelen na regenval maken dat de soort hier goed standhoudt. Het Nederlandse beeld sluit aan bij de mondiale situatie waarin de soort als stabiel wordt beschouwd en niet bedreigd is.

Bescherming

In Nederland valt het zwart reuzenkussen niet onder een specifieke beschermingsregeling. De soort staat niet vermeld op de nationale Rode Lijst en wordt in de Nederlandse Verspreidingsatlas omschreven als vrij algemeen. Dit betekent dat er geen aanwijzingen zijn dat de populatie in Nederland onder druk staat of dat er maatregelen nodig zijn om het voortbestaan van de soort te garanderen.

Omdat Brefeldia maxima vooral voorkomt op dood hout in bossen en parken, is de beschikbaarheid van geschikt substraat de belangrijkste factor voor zijn aanwezigheid. Het behoud van gevarieerde bossen met voldoende dood hout draagt indirect bij aan het voortbestaan van deze slijmzwam, maar er zijn geen specifieke beschermingsprogramma’s of wettelijke kaders die zich richten op deze soort. De situatie in Nederland komt overeen met de mondiale situatie waarin de soort niet als bedreigd wordt beschouwd en dus geen formele bescherming heeft.

Bronnen

Brefeldia maxima

Taxonomie

RijkFungi (schimmels)
StamAmoebozoa
KlasseMyxogastrea
OrdeStemonitida
FamilieAmaurochaetidae
GeslachtBrefeldia

Herkenning

VormKussenachtig vruchtlichaam
Breedte4 tot 30 cm
Dikte5 tot 15 mm
SteelGeen
VleesSlijmerig, later korrelig
VleeskleurWit, later donkerbruin tot zwart
Sporen9-12 μm
SporenkleurGeelbruin
BuisjesGeen
PoriënGeen
GeurNiet bekend
SmaakNiet bekend

Verspreiding

WereldEuropa, Noord- en Zuid-Amerika
EuropaVooral algemeen in West- en Noord-Europa. Wordt ook gemeld uit Centraal- en Oost-Europa
Nederland Hele land
NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen
Zwart reuzenkussen
Verspreidingskaart Zwart reuzenkussen

Bedreiging

ZeldzaamheidVrij algemeen
Rode Lijst 2008Niet vermeld

Ecologie

HabitatVochtige bossen, tuinen en parken met veel organisch materiaal
GroeitijdLente, zomer en herfst


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven