• Roze dovenetel in bloei tussen groen gras
  • Paarse dovenetel met roze bloemen in gras

Beschrijving van de paarse dovenetel

Stengels

De stengels van deze plant zijn vierkant van vorm en meestal hol aan de binnenkant. Ze groeien vaak rechtop, maar aan de onderkant kunnen ze vertakt zijn en over de grond kruipen. De kleur is groen tot paarsachtig, waarbij vooral de bovenkant van de stengel vaak een dieprode of paarse gloed heeft. Ze zijn meestal glad of hebben slechts een paar hele fijne haartjes.

Bladeren

De bladeren staan telkens in paren tegenover elkaar en hebben een hartvormige tot eivormige bouw. De randen van de bladeren zijn gekarteld of grof getand. Aan de onderkant van de plant hebben ze lange steeltjes, terwijl de bladeren aan de bovenkant kortere steeltjes hebben en dichter op elkaar staan. Een opvallend kenmerk is dat de bovenste bladeren vaak prachtig paarsrood gekleurd zijn, wat ze een bijzonder uiterlijk geeft. Het oppervlak van de bladeren ziet er door de diepe nerven wat rimpelig uit en ze voelen zacht aan door de fijne beharing.

Bloemen

De bloemen groeien in kransen in de oksels van de bovenste bladeren. Ze zijn tweezijdig symmetrisch en hebben een typische vorm met een bovenlip en een onderlip. De bovenlip is gewelfd als een helmpje en beschermt de meeldraden en de stamper die eronder liggen. De onderlip heeft twee kleine zijlobben en een grotere middenlob die vaak donkerdere vlekjes heeft om insecten de weg te wijzen. Er zijn vier meeldraden aanwezig, waarvan de helmknoppen vaak paars van kleur zijn en fijne witte haartjes hebben. De stamper heeft een vruchtbeginsel dat uit vier delen bestaat. De kleur van de bloemkroon is meestal roze tot paarsrood.

Vrucht

Nadat de bloemen zijn uitgebloeid, vormen ze een zogenaamde splitvrucht. Deze vrucht valt uiteen in vier kleine, eivormige nootjes die grijsbruin van kleur zijn. Elk nootje bevat één zaadje. Aan deze zaden zit een klein mierenbroodje, wat een oliehoudend aanhangsel is waar mieren dol op zijn. De mieren slepen de zaden mee naar hun nest om het aanhangsel op te eten, waardoor ze de zaden van de plant verspreiden. Daarnaast kunnen de zaden ook door de wind of door langsrijdende voertuigen over korte afstanden worden verplaatst.

Wortels

De plant heeft een penwortel die niet erg diep de grond ingaat. Vanuit deze hoofdwortel groeien fijne zijwortels die zich vertakken in de bovenste laag van de bodem. Omdat de wortels ondiep zijn, kunnen ze zich makkelijk vestigen op losse en voedselrijke gronden. Soms kunnen de stengels die over de grond liggen op de knopen ook nieuwe worteltjes maken, waardoor de plant zich nog steviger in de aarde zet.

Verspreiding

Mondiale verspreiding

De paarse dovenetel is van oorsprong inheems in Europa, West‑Azië en Noord‑Afrika. Vanuit deze gebieden heeft de soort zich, mede door menselijk transport, verspreid naar grote delen van Noord‑Amerika, Oost‑Azië en Oceanië. Ze past zich moeiteloos aan uiteenlopende klimaatomstandigheden aan, mits de bodem voldoende voedingsstoffen bevat.

Verspreiding in Nederland en België

In zowel Nederland als België is de paarse dovenetel een zeer algemene soort. De verspreiding is stabiel en volledig landelijk; er zijn geen regio’s waar de soort ontbreekt. Door haar tolerantie voor bodemverstoring verschijnt ze vaak als een van de eerste planten op recent omgewerkte grond.

Weetjes over de paarse dovenetel

  • De naam ‘dovenetel’ verwijst naar de gelijkenis met brandnetels, maar de plant heeft geen brandharen.
  • In de winter en vroege lente vormt ze een belangrijke nectarbron voor vroeg vliegende hommels.
  • De zaden worden door mieren verspreid dankzij het voedzame mierenbroodje.
  • De plant kan bijna het hele jaar door bloeien en zich daardoor snel uitbreiden.
  • In de volksgeneeskunde werd ze gebruikt bij wondverzorging en het stelpen van bloedingen.
  • Jonge bladeren zijn eetbaar en worden soms rauw of gekookt gebruikt.
  • Kinderen zoogden vroeger de zoete nectar uit de bloemen.
  • De vierkante stengel is kenmerkend voor de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).

Ecologie

Levensvorm

De paarse dovenetel is een eenjarige soort met een snelle levenscyclus. Veel exemplaren kiemen in het najaar, overwinteren als klein rozet en bloeien vroeg in het voorjaar. Andere zaden kiemen pas in het voorjaar. In gunstige omstandigheden kunnen meerdere generaties per jaar ontstaan. Na zaadzetting sterft de plant af.

Bodem

De soort prefereert voedselrijke, stikstofhoudende bodems. Ze groeit optimaal op vochtige, losse en goed doorlatende gronden zoals leem en klei. Bewerkte bodems zijn bijzonder geschikt, waardoor ze veel voorkomt op plaatsen waar de grond regelmatig wordt omgewoeld.

Groeiplaats

De groeiplaatsen zijn divers, maar vrijwel altijd gerelateerd aan menselijke activiteit: moestuinen, akkers, plantsoenen, wegbermen, braakliggende terreinen en composthopen. Ook lichte bosranden en heggen worden benut, zolang er voldoende licht en voedingsstoffen beschikbaar zijn.

Bedreiging

Wereldwijde bedreiging

Mondiaal is de paarse dovenetel niet bedreigd. Ze is algemeen, flexibel en profiteert van menselijke landschapsverandering. Er zijn geen factoren bekend die de soort wereldwijd in gevaar brengen.

Bedreiging in Nederland

Ook in Nederland is de soort zeer algemeen en stabiel. Ze staat niet op de Rode Lijst en wordt niet als bedreigd beschouwd.

Bescherming in Nederland

De plant geniet geen wettelijke bescherming onder de Omgevingswet. Hoewel niet zeldzaam, wordt ze ecologisch gewaardeerd vanwege haar belang voor vroege bestuivers.

Etymologie

De wetenschappelijke naam Lamium purpureum bestaat uit twee delen. Samen beschrijft de naam een plant met keelvormige, paars getinte bloemen.

  • Lamium is afgeleid van het Griekse laimos, ‘keel’ of ‘muil’, verwijzend naar de kenmerkende lipvormige bloemen.
  • purpureum komt van het Latijnse woord voor purper of paarsrood, een verwijzing naar de kleur van de bovenste bladeren en bloemen.

Bronnen

Lamium purpureum

Taxonomie

RijkPlantae (planten)
StamEmbryophyta (landplanten)
KlasseSpermatopsida (zaadplanten)
OrdeLamiales
FamilieLamiaceae (lipbloemenfamilie)
GeslachtLamium (dovenetel)

Herkenning

Hoogte7-30 cm
Bloemkleurpaarsrood
Type vruchtsplitvrucht
Kleur vruchtgrijsbruin
Geslachtsverdelingtweeslachtig

Voorkomen in Nederland

Rode Lijstniet bedreigd
Trend sinds 1950onveranderd of toegenomen
Zeldzaamheidalgemene soort
Indigeniteitoorspronkelijk inheems

Verspreiding

Nederlandhet hele land
Verspreidingskaart van paarse dovenetel in Nederland
Verspreidingskaart paarse dovenetel
@ 2026 NDFF FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten
WereldEuropa, Noord-Afrika en West-Azië, Noord-Amerika en andere werelddelen

Ecologie

Biotoopvoorkeur voedselrijke akkers
Levensduuréénjarig
Levensvormtherofyt
Worteldiepte10-20 cm
Bloeitijdmaart – oktober


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven