• Klein paddenstoeltje op bladeren in het bos
  • Bruine paddenstoel op de bosbodem
  • Paddenstoel op mos en dennentakken

Beschrijving van de levermelkzwam

Verspreiding

Mondiaal

De levermelkzwam komt voor op vrijwel het hele noordelijk halfrond. Hij groeit in Noord-Amerika en Europa, maar ook in Noord-Azië, zoals Oost-Siberië, en zelfs in delen van Noord-Afrika, waaronder Marokko.

Europa

Binnen Europa is de soort in de meeste landen te vinden. In Midden- en Noord-Europa is hij algemeen, terwijl hij naar het zuiden en uiterste noorden toe geleidelijk zeldzamer wordt. In Groot-Brittannië en Ierland is de levermelkzwam wijdverspreid. Op het vasteland van Noord- en Centraal-Europa komt hij veelvuldig voor.

Nederland

In Nederland geldt de levermelkzwam als een zeer algemene soort. Vooral op de pleistocene zandgronden voelt hij zich thuis, dankzij de zure, voedselarme bodems en de uitgestrekte naaldbossen. Op de Veluwe en in andere zandrijke provincies is hij dan ook volop aanwezig. In klei- en veengebieden daarentegen wordt hij in Nederland slechts sporadisch aangetroffen.

Habitat en biotoop

De levermelkzwam leeft in nauwe samenwerking met de wortels van bomen (mycorrhiza). Zijn leefgebied bestaat vrijwel uitsluitend uit naaldbossen, waarbij hij een duidelijke voorkeur heeft voor grove dennen. Soms wordt hij ook aangetroffen bij sparren of douglassparren, maar de den blijft zijn belangrijkste partner.

De soort gedijt het best op zure, voedselarme bodems van zand of veen, waar een dikke laag naaldenstrooisel aanwezig is. Hij voelt zich vooral thuis op lichte, open plekken in het bos. Binnen deze omstandigheden kan de levermelkzwam zowel in droge zandbossen als in vochtige veengebieden voorkomen, mits er dennen aanwezig zijn en de bodem geschikt is.

Zichtbaarheid

De levermelkzwam is vooral goed waar te nemen wanneer hij zijn vruchtlichamen vormt. Het ondergrondse mycelium blijft doorgaans verborgen. De periode waarin de paddenstoel kan worden waargenomen loopt van de late zomer tot ver in de herfst, en soms zelfs tot in de winter. De grootste kans om hem te zien is in september en oktober, wanneer de vruchtlichamen het meest talrijk zijn. In warmere streken of tijdens zachte winters kunnen ze ook tot in januari verschijnen. De zichtbaarheid van de soort hangt sterk samen met de weersomstandigheden: voldoende neerslag en geschikte temperaturen bevorderen de vorming van vruchtlichamen, terwijl droge perioden deze ontwikkeling juist onderdrukken.

Herkenning

Hoed

De hoed van de levermelkzwam is 2 tot 7 centimeter breed. Bij jonge exemplaren is hij bol of gewelfd, maar naarmate de paddenstoel ouder wordt, vlakt hij af en ontstaat vaak een kleine kuil in het midden. Soms is daar een kleine bult zichtbaar. De rand van de hoed is in het begin naar binnen gekruld en wordt later scherp. De kleur varieert van rood- tot oranjebruin en kan leverkleurig zijn, meestal donkerder in het midden. Het oppervlak is glad. Bij vochtig weer voelt het slijmerig of wat vettig aan, terwijl het bij droogte juist mat en dof oogt.

Het vlees van de hoed is dun, wit tot lichtroze-oranje van kleur en breekbaar van structuur. Bij beschadiging komt er witte melk vrij die binnen enkele seconden geel verkleurt – een duidelijk kenmerk van deze soort. De geur wordt vaak omschreven als fruitig of licht bitter, soms met een vleugje cichorei.

Lamellen

Onder de hoed zitten dicht opeengeplaatste lamellen met een lichte crème- tot bleekoranje kleur. Naarmate de paddenstoel ouder wordt, kleurt hij donkerder tot oranjegeel en kunnen er bruine vlekken ontstaan. De lamellen zijn aan de steel gehecht en lopen soms iets af. De buitenste rand van een lamel is glad.

Steel

De steel is slank en meestal 2 tot 6 centimeter hoog, met een dikte van 0,5 tot 1,5 centimeter. Hij is doorgaans cilindrisch van vorm en loopt soms licht taps toe naar de basis. De kleur sluit aan bij die van de hoed: bleek roodbruin tot leverkleurig, vaak met een lichtere top. Het oppervlak is glad en de steel kan soms hol zijn.

Sporen

De sporenprint is roomkleurig tot licht okergeel. De afzonderlijke sporen zijn ovaal van vorm en hebben een versierd oppervlak met fijne ribbels en kleine wratjes die samen een netwerk vormen. Hun afmetingen liggen meestal tussen 7–9 x 6–8 micrometer.

Weetjes over de levermelkzwam

  • De naam levermelkzwam is afgeleid van de donkere, roodbruine kleur van de hoed, die doet denken aan de kleur van een lever.
  • Een van de meest onderscheidende kenmerken van deze soort is de melk of latex die vrijkomt wanneer het vlees wordt beschadigd; deze witte vloeistof wordt binnen enkele seconden helder zwavelgeel. Deze snelle kleurverandering is een sleutel tot de identificatie.
  • De levermelkzwam is een ectomycorrhizale schimmel, wat betekent dat hij een symbiotische relatie aangaat met bomen, waarbij de schimmeldraden de buitenste cellen van de boomwortels omhullen. Dit is essentieel voor de opname van voedingsstoffen door beide organismen.
  • Ondanks zijn scherpe smaak wordt deze zwam in sommige delen van Europa beschouwd als een eetbare paddenstoel, maar dan moet deze wel eerst gekookt worden om de scherpe smaak te verwijderen.

Bedreiging

De levermelkzwam wordt wereldwijd niet gezien als een bedreigde soort. Hij komt veel voor in Europa en Noord-Amerika en heeft daar over het algemeen stabiele populaties. De soort staat niet op de internationale Rode Lijst van de IUCN en wordt doorgaans niet als zeldzaam beschouwd. In naaldbossen, vooral bij dennen en andere naaldbomen, is hij een algemene verschijning.

Nederland

Ook in Nederland gaat het goed met de zwam. Hij staat niet op de Nederlandse Rode Lijst voor paddenstoelen en wordt hier zelfs als algemeen tot zeer algemeen aangemerkt. Dat is opvallend, omdat veel andere paddenstoelen juist zijn afgenomen door habitatveranderingen en verzuring van de bodem. Hij heeft een voorkeur voor zure, voedselarme zandgronden met naaldbossen en blijkt bovendien bestand tegen een zekere mate van stikstofdepositie, een probleem dat in Nederland veel invloed heeft op de natuur.

Bescherming

Omdat de levermelkzwam in Nederland niet bedreigd is, bestaan er geen specifieke beschermingsmaatregelen voor deze soort. Wel profiteert hij van algemene maatregelen die gericht zijn op het behoud van bosgebieden, zoals het beschermen van oude naaldbossen en het tegengaan van verzuring en vermesting van de bodem. Zo draagt het behoud van zijn leefgebied indirect bij aan het voortbestaan van gezonde populaties van de levermelkzwam.

Bronnen

Lactarius hepaticus

Taxonomie

RijkFungi (schimmels)
StamBasidiomycota (steeltjeszwam)
KlasseAgaricomycetes
OrdeRussulales
FamilieRussulaceae
GeslachtLactarius

Herkenning

HoedEerst bol tot gewelfd, later plat met een deuk in het midden
Hoedbreedte2 tot 7 cm
Hoed dikte1 tot 6 cm
HoedkleurRoodbruin tot leverkleurig
Hoed oppervlakGlad, slijmerig bij vochtig weer, dof bij droogte
LamellenDicht opeenstaand, aangehecht tot zwak aflopend
SteelCilindrisch, soms licht taps toelopend naar de basis
Steelhoogte2 tot 6 cm
Steeldikte0,5 tot 1,5 cm
VleesBroos
VleeskleurWitachtig tot lichtoranje
Sporen7–9 bij 6–8 μm
SporenkleurRoomkleurig of licht okergeel.
GeurLicht fruitig of vaag naar cichorei
SmaakEerst mild, maar wordt snel en duidelijk scherp en bitter

Verspreiding

WereldNoord-Amerika, Europa, Noord-Azië en Noord-Afrika
EuropaWijdverbreid, vooral in Centraal- en Noord-Europa
NederlandGeconcentreerd op de zure, voedselarme pleistocene zandgronden
NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen
Verspreidingskaart van Lactarius hepaticus in Nederland
Verspreidingskaartlevermelkzwam

Bedreiging

ZeldzaamheidZeer algemeen
Rode Lijst 2008Niet vermeld

Ecologie

HabitatNaaldbossen op zure zand- en veengronden
GroeitijdLate zomer tot late herfst


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven