• Fazant met kleurrijke veren in grasland
  • Fazant in het gras, zonnige achtergrond.
  • Een kleurrijke fazant in het gras.

Kenmerken en uiterlijk van de fazant

Verspreiding en leefgebied wereldwijd

De fazant komt van oorsprong uit de centrale en oostelijke delen van Azië. Het natuurlijke leefgebied van deze vogel strekt zich uit van de Zwarte Zee tot aan China, Korea en Japan. Door toedoen van de mens is de soort inmiddels over grote delen van de wereld verspreid.

Ze zijn met succes uitgezet in Noord-Amerika, waar ze vooral op de grote vlaktes veel voorkomen. Ook in delen van Australië, Nieuw-Zeeland en het zuiden van Chili zijn populaties te vinden. In deze nieuwe gebieden hebben ze zich goed aangepast aan de lokale omstandigheden.

Verspreiding in Europa

In Europa is de fazant een zeer bekende verschijning in bijna alle landen. De Romeinen brachten de vogel waarschijnlijk al mee naar het zuiden van ons continent. Later zijn ze door edellieden in de rest van Europa uitgezet voor de jacht in grote parken en bossen. Tegenwoordig leven ze in het wild van Griekenland tot in het zuiden van Scandinavië. Alleen in hoge berggebieden en in de heel droge delen van Spanje komen ze minder vaak voor. In veel Europese landen worden ze nog steeds bijgevoerd of extra uitgezet om de aantallen op peil te houden.

Voorkomen in Nederland en België

In Nederland en België is de fazant overal op het platteland te vinden. In Nederland zie je ze veel in de duinen, op de zandgronden en in de polders van de kleigebieden. Ook in België zijn ze wijdverspreid, met een sterke aanwezigheid in de Vlaamse velden en de lagere delen van Wallonië. De aantallen kunnen per streek verschillen, vaak afhankelijk van hoe intensief de landbouw is.

Habitat en voorkeursbiotopen

De fazant heeft een voorkeur voor open landschappen, waar ook plekken zijn om te schuilen. Ze leven graag in gebieden met een mix van weilanden, akkers en struikgewas. Een belangrijke eis voor hun leefgebied is dat er voldoende dekking is tegen roofdieren en slecht weer. Daarom zie je ze vaak aan de randen van bossen of bij dichte heggen en rietkragen. Ze hebben ook open stukken nodig waar ze voedsel zoals zaden, insecten en bessen kunnen vinden. Water in de buurt is essentieel, dus ze zitten vaak niet ver van een sloot of vennetje.

Herkenning en uiterlijke kenmerken

Mannetjes zijn een zeer opvallende verschijning met koperkleurige veren en een lange, puntige staart. Ze hebben een donkergroene kop met rode, onbevederde wangen en vaak een witte ring rond de nek. Vrouwtjes zijn daarentegen onopvallend bruin met zwarte vlekjes, waardoor ze op de grond bijna niet opvallen.

Een volwassen vogel wordt ongeveer 50 tot 90 centimeter lang, waarbij de staart van de mannetjes een groot deel van die lengte bepaalt. Ze wegen gemiddeld tussen de 1 en 1,5 kilogram en hebben een vleugelspanwijdte van zo’n 70 tot 90 centimeter.

De jongen lijken in het begin op kleine bolletjes dons met een lichtbruine kleur en donkere strepen over hun rug. Naarmate ze groeien, krijgen de jonge vogels veren die lijken op die van het vrouwtje om veilig te blijven voor vijanden. Pas na een paar maanden beginnen de jonge mannetjes hun kleurrijke verenkleed te ontwikkelen.

Geluid

Het meest bekende geluid van de fazant is de luide roep van het mannetje tijdens het voorjaar. Dit klinkt als een rauw, tweeledig geschreeuw dat vaak wordt omschreven als ‘kok-kok’. Direct na dit geluid slaan ze vaak hard met hun vleugels, wat een snelle reeks doffe klappen veroorzaakt. Vrouwtjes zijn over het algemeen veel stiller, maar ze kunnen zachte, piepende geluiden maken om contact te houden met hun kuikens. Wanneer de vogels plotseling schrikken en wegvliegen, laten ze vaak een serie korte, schorre kreten horen. Dit alarmgeluid waarschuwt andere fazanten in de buurt voor mogelijk gevaar. Buiten de paartijd en bij rust zijn ze meestal vrij zwijgzaam in het veld.

Ondersoorten

Er zijn heel veel ondersoorten die over de hele wereld verspreid leven en soms sterk in kleur verschillen. In Europa zien we vaak een mengelmoes van deze soorten, omdat ze door de mens voor de jacht door elkaar zijn gezet. Enkele belangrijke groepen en ondersoorten zijn:

  • De Phasianus colchicus colchicus, ook wel de Kaukasische fazant genoemd, die geen witte ring om de nek heeft.
  • De Phasianus colchicus torquatus, de bekende Chinese ringfazant met een duidelijke witte halsband.
  • De Phasianus colchicus mongolicus, een grote ondersoort uit Midden-Azië met een brede witte ring en rode glans.
  • De Phasianus colchicus karpowi, die vooral in Korea en het oosten van China voorkomt.
  • De Phasianus colchicus tarimensis, een ondersoort die aangepast is aan drogere gebieden in Centraal-Azië.

Voedsel

Volwassen fazanten eten heel verschillende dingen die ze op de grond vinden. Ze houden erg van zaden, granen en verschillende soorten bessen. Ook eten ze graag groene delen van planten zoals grassen, klaver en paardenbloemen. In de winter graven ze soms met hun snavel in de bodem naar wortels en knollen van planten. Hoewel ze vooral planten eten, vangen ze soms ook kleine beestjes zoals insecten, wormen of slakken.

Ze passen hun dieet makkelijk aan aan wat er op dat moment in de natuur groeit. Zo eten ze in de herfst veel eikels en beukennootjes die van de bomen vallen. Over het algemeen zijn ze dus niet kieskeurig en eten ze wat het seizoen hen biedt.

Voedsel van de jonge vogels

Voor jonge fazanten is het dieet in de eerste weken van hun leven heel anders dan dat van hun ouders. Ze hebben veel eiwitten nodig om snel te kunnen groeien en sterke veren te krijgen. Daarom eten de kuikens in het begin bijna alleen maar kleine insecten, spinnen en mieren. Ze jagen actief op deze beestjes in het hoge gras of tussen de planten.

Pas als ze wat ouder worden, beginnen ze steeds meer plantaardig voedsel te eten. Na een paar weken proberen ze voor het eerst zachte zaden en jonge blaadjes van kruiden. Uiteindelijk stappen ze volledig over op het gevarieerde menu van de volwassen vogels. Zonder de insecten in hun eerste levensdagen zouden de jongen niet goed kunnen overleven.

Interessante feiten en gedragingen van de fazant

  • De fazant slaapt ’s nachts bijna altijd in bomen om veilig te zijn voor roofdieren zoals vossen.
  • Hoewel ze zwaar gebouwd zijn, kunnen ze bij gevaar heel snel opvliegen en korte afstanden afelggen met een snelheid van wel 60 kilometer per uur.
  • Mannetjes hebben vaak een eigen groepje vrouwtjes om zich heen, wat we ook wel een harem noemen.
  • Ze hebben een heel scherp gehoor en kunnen trillingen in de grond vaak eerder waarnemen dan mensen dat kunnen.
  • Fazanten nemen graag een stofbad in droog zand om hun veren schoon te houden en van kleine kriebelbeestjes af te komen.
  • In de paartijd pronken de mannetjes door hun rode wangen op te zetten, waardoor ze er nog indrukwekkender uitzien voor de vrouwtjes.
  • De eieren van een fazant hebben een olijfgroene of bruine kleur, waardoor ze op de grond tussen de planten nauwelijks opvallen.
  • In sommige culturen werd de vogel vroeger als een symbool van rijkdom en geluk gezien, omdat ze zo kleurrijk zijn.
  • Ze slikken regelmatig kleine steentjes in die ze helpen om harde zaden en granen in hun maag te vermalen.
  • In tegenstelling tot veel andere vogels blijven ze het liefst de hele dag op de grond lopen in plaats van te vliegen.

Gedrag en leefwijze

Volwassen fazanten zijn overdag vooral bezig met het zoeken naar voedsel op de grond. De mannetjes zijn erg op hun eigen gebied gesteld en verdedigen dit in het voorjaar fel tegen andere mannen. Ze laten dan hun luide roep horen en slaan met hun vleugels om indruk te maken. Vrouwtjes leven vaak in kleine groepjes en proberen zo onopvallend mogelijk te blijven. Bij gevaar vertrouwen ze eerst op hun schutkleur door heel stil te blijven zitten in het hoge gras. Als een roofdier te dichtbij komt, rennen ze liever weg dan dat ze vliegen.

Jonge vogels, de kuikens, zijn direct na het uitkomen heel actief en volgen hun moeder overal. Ze leren snel hoe ze zelf insecten moeten vangen en zoeken bescherming onder de vleugels van de moeder bij kou of regen. Naarmate ze ouder worden, worden ze zelfstandiger en gaan ze steeds meer hun eigen weg.

Trekgedrag en migratieroutes

Fazanten zijn echte standvogels die in de winter niet wegtrekken naar warmere landen. Ze blijven het hele jaar in hetzelfde gebied, zolang er maar genoeg voedsel en dekking te vinden is. Zelfs bij strenge vorst of een dik pak sneeuw verlaten ze hun vertrouwde plekje niet. Ze passen hun gedrag aan door meer te rusten en voedsel te zoeken op plekken waar de sneeuw minder diep is.

Voortplanting en broedgedrag

De paartijd van de fazant begint in het vroege voorjaar, wanneer de mannetjes hun eigen gebied opeisen. Tijdens de balts pronken ze met hun felrode wangen en zetten ze hun veren op om indruk te maken op de vrouwtjes.

Het nest is heel eenvoudig en bestaat vaak uit een ondiep kuiltje in de grond, verstopt onder dicht struikgewas of in hoog gras. Het vrouwtje legt daar meestal tussen de acht en twaalf olijfgroene eieren in. Ze broedt deze eieren in ongeveer drie tot vier weken alleen uit, terwijl haar schutkleur ervoor zorgt dat ze niet opvalt.

De kuikens komen bijna allemaal tegelijk uit en verlaten direct het nest om samen met hun moeder op zoek te gaan naar insecten. Na ongeveer twaalf dagen kunnen de jonge vogels al kleine stukjes vliegen, maar ze blijven nog een paar weken bij hun moeder voor bescherming. In de vrije natuur worden de meeste fazanten niet erg oud, vaak maar één tot twee jaar, al kunnen ze onder ideale omstandigheden wel zeven jaar bereiken.

Predatie en natuurlijke vijanden

De fazant heeft in de natuur te maken met veel verschillende vijanden die op hen jagen. Omdat ze op de grond broeden, zijn vooral de eieren en de jonge kuikens erg kwetsbaar voor roofdieren. Vossen, marters en ook roofvogels zoals havikken vangen regelmatig volwassen vogels of hun jongen. Ook kraaien en eksters zijn gevaarlijk, omdat ze de nesten kunnen leegroven wanneer het vrouwtje even weg is. In gebieden waar mensen wonen, vormen loslopende honden en katten een extra bedreiging voor de dieren.

Om te overleven vertrouwen fazanten sterk op hun schutkleur en het dichte struikgewas waarin ze zich kunnen verstoppen. Ze proberen gevaar vroegtijdig op te merken door hun scherpe gehoor en goede ogen. Als ze worden ontdekt, vliegen ze vaak met een luid kabaal op om de vijand te laten schrikken en snel te ontsnappen.

Bedreigingen en populatiestatus

Wereldwijd gezien wordt de fazant op dit moment niet als een bedreigde vogelsoort beschouwd. Op de internationale lijst van kwetsbare dieren staat de soort als veilig genoteerd, omdat ze in zeer grote aantallen voorkomt. Ze hebben een enorm verspreidingsgebied en passen zich makkelijk aan verschillende omgevingen aan.

Toch zijn er lokaal wel zorgen, omdat de kwaliteit van hun leefgebied in veel landen achteruitgaat door moderne landbouw. In sommige Aziatische regio’s hebben bepaalde natuurlijke ondersoorten het wel moeilijk door het verlies van hun oorspronkelijke bosgebieden.

Omdat ze op veel plekken door de mens worden uitgezet voor de jacht, blijven de totale aantallen wereldwijd echter stabiel. Over het algemeen hoeven we ons op mondiale schaal dus geen zorgen te maken over het voortbestaan van de soort.

Status in Nederland

In Nederland gaat het minder goed met de fazant en zijn de aantallen de afgelopen tientallen jaren flink gedaald. Een grote bedreiging is de verandering van het landschap door de intensieve landbouw, waardoor er minder schuilplaatsen en voedsel zijn. Er zijn minder bloemrijke akkerranden en heggen waar ze veilig hun nesten kunnen bouwen. Ook het gebruik van middelen tegen insecten zorgt ervoor dat de kuikens niet genoeg te eten vinden in hun eerste levensweken. Daarnaast zorgt de toename van roofdieren zoals vossen en verwilderde katten voor een hogere druk op de populatie.

Bescherming en wetgeving

De bescherming van de fazant in Nederland is op een bijzondere manier geregeld via de natuurwetgeving. Deze vogel is aangewezen als wildsoort die in een bepaalde periode bejaagd mag worden. Dit betekent dat de jacht alleen onder strikte regels en op vaste tijden is toegestaan om de populatie gezond te houden.

Veel bescherming komt voort uit het beheer van natuurorganisaties die speciale akkerranden en struiken aanplanten. Deze plekken bieden de vogels de nodige dekking tegen roofdieren en slecht weer. Ook wordt er geprobeerd om de insectenstand te verbeteren, zodat de kuikens een grotere kans hebben om te overleven. Sinds 2024 zijn de regels voor de jacht in sommige provincies strenger geworden om de verdere daling van de aantallen te stoppen.

Bronnen

Phasianus colchicus

Taxonomie

RijkAnimalia (dieren)
StamChordata (chordadieren)
KlasseAves (vogels)
OrdeGalliformes (hoendervogels)
FamiliePhasianidae (fazanten)
GeslachtPhasianus

Kenmerken

Grootte50-90 cm
Gewicht1-1,5 kg
Vleugelspanwijdte70-90 cm
Groep/solitairKleine groep en solitair
Voedingzaden, bessen en granen, aangevuld met insecten en wormen

Voortplanting

BroedintervalJaarlijks
Broedperiodemaart-juni
Aantal legsels1 (soms 2) legsel
Plaats nestsimpel kuiltje op de grond, verstopt tussen hoog gras, struiken of brandnetels
Aantal eieren8-12 eieren
Grootte eieren4,5 cm
Broedduur23-27 dagen
Uitvliegen70-80 dagen
Geslachtsrijp1 jaar
Levensduur1-2 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparen21.000-26.000 (2018-2020)
Aantal overwinteraars50.000-100.000 (2012/13-2014/15)
DoortrekkersBroedvogel – jaarrond aanwezig
BeschermingOmgevingswet
Rode lijst IUCNNiet bedreigd
Nederlandse Rode Lijst
Kaart van fazantdichtheid in Nederland 2013-2015
Dichtheid broedvogels 2013-2015
Sovon Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen wereldwijd

Wereldkaart met verspreiding van soorten.
Author: Donkey shot
License: CC BY-SA 3.0
Legenda:
  __ Oorspronkelijke verspreiding
  __ huidige verspreiding  __ geen gedetailleerde gegevens


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven