• Bij op witte madelief in close-up

Beschrijving van de grasbij

Leefgebied

De grasbij komt voor in een groot deel van de wereld. Ze leven in de gematigde streken van Europa en Azië, tot aan Centraal-Azië en landen zoals Kirgizië. Ook in delen van Noord-Afrika zijn ze te vinden.

Europa

Binnen Europa is de grasbij een wijdverspreide en algemene soort. Ze komt voor van de Britse eilanden tot diep in Oost‑Europa en is in het volledige Middellandse Zeegebied talrijk. In Scandinavië ontbreekt de soort grotendeels. Door opwarming van het klimaat schuift het verspreidingsgebied de laatste decennia noordwaarts op.

Nederland

In Nederland is de grasbij een van de meest voorkomende zandbijen. Vooral in de zuidelijke helft van het land zijn ze op veel plekken te zien. In de noordelijke provincies waren ze vroeger zeldzamer, maar ook daar worden ze nu steeds vaker waargenomen. Ze breiden hun gebied in Nederland dus gestaag uit. Omdat ze twee keer per jaar vliegen, zowel in de lente als in de zomer, vallen ze in ons land goed op.

Habitat en biotoop

De grasbij stelt relatief weinig eisen aan haar leefomgeving, zolang er maar open, zonnige grond beschikbaar is om in te nestelen. Ze komt voor op natuurlijke plekken zoals zandige hellingen, rivierduinen, kustkliffen en open plekken langs bosranden. Daarnaast maakt ze veel gebruik van door mensen beïnvloede landschappen. Gazons, parken, bloemperken, moestuinen en wegbermen worden vaak gebruikt als nestplaats. De bodem hoeft niet volledig kaal te zijn, maar moet wel voldoende los en droog zijn om gangen te kunnen graven.

Herkenning

Het vrouwtje is 11 tot 13 millimeter lang en heeft een zwart lichaam met lichte, ononderbroken dwarsbanden op het achterlijf. De achterpoten zijn voorzien van opvallende goudgele verzamelharen waarmee stuifmeel wordt vervoerd. Het mannetje is kleiner en slanker, met meer lichte haren op het gezicht en zonder verzamelharen op de poten. De spanwijdte van beide geslachten ligt tussen de 16 en 20 millimeter.

De grasbij is in het veld goed te herkennen aan haar contrastrijke achterlijf en de vaak drukke activiteit rond nestgroepen. Mannetjes vliegen laag en snel over de grond, terwijl vrouwtjes regelmatig met stuifmeel beladen terugkeren naar hun nest.

De larve is een wit, pootloos wormpje dat in een afgesloten broedcel leeft. Ze voedt zich uitsluitend met het door het vrouwtje aangelegde stuifmeel‑nectarbolletje. In de popfase ondergaat het lichaam een volledige gedaanteverwisseling, waarbij poten, vleugels en andere volwassen kenmerken zich ontwikkelen.

Voedsel

De grasbij is een uitgesproken generalist. Ze bezoekt een breed scala aan bloemen, waaronder paardenbloemen, wilgen, kruisbloemigen en schermbloemigen. Deze brede voedselkeuze maakt haar minder kwetsbaar voor schommelingen in bloeiperiodes en zorgt ervoor dat ze in uiteenlopende landschappen kan overleven.

De larven leven van een zorgvuldig samengesteld voedselbolletje dat bestaat uit stuifmeel vermengd met een kleine hoeveelheid nectar. Dit bolletje vormt de volledige voedselvoorraad voor de larve. De eiwitten uit het stuifmeel zijn essentieel voor groei en ontwikkeling. Zodra het voedsel op is, begint de larve zich voor te bereiden op de verpopping.

Weetjes over de grasbij

  • De grasbij heeft twee generaties per jaar, wat bij zandbijen relatief zeldzaam is.
  • Hoewel solitair, nestelen veel vrouwtjes dicht bij elkaar, waardoor grote aggregaties ontstaan.
  • De verzamelharen op de achterpoten van het vrouwtje vormen een opvallend stuifmeelkorfje.
  • De soort is een belangrijke bestuiver van talrijke wilde planten en tuinplanten.
  • Nestcellen worden waterdicht gemaakt met een lichaamseigen afscheiding.
  • De angel is klein en zwak; steken komt vrijwel niet voor en is meestal niet voelbaar.
  • Nesten kunnen tot 30 centimeter diep zijn.
  • Mannetjes verschijnen doorgaans iets eerder dan de vrouwtjes.

Gedrag

De grasbij is volledig solitair. Elk vrouwtje graaft haar eigen nest, verzamelt voedsel en verzorgt haar nageslacht zonder hulp van soortgenoten. Toch is er een duidelijke voorkeur om in elkaars nabijheid te nestelen. Deze aggregaties bieden geen sociale structuur, maar kunnen wel voordelen hebben, zoals een lagere kans dat een individueel nest wordt ontdekt door parasieten of predatoren.

Mobiliteit

De grasbij vliegt tussen nestplaatsen en voedselbronnen en blijft meestal binnen enkele honderden meters van het nest. Vrouwtjes beperken hun actieradius tot afstanden die haalbaar zijn met een lading stuifmeel. Mannetjes zijn veel beweeglijker en vliegen voortdurend laag over de grond op zoek naar vrouwtjes die net uit hun nest komen.

Vliegtijd

De soort heeft twee duidelijk gescheiden generaties. De voorjaarsgeneratie vliegt van maart tot mei en maakt gebruik van vroege bloeiers zoals wilgen en paardenbloemen. De zomergeneratie verschijnt vanaf juli en blijft actief tot in september, wanneer een heel ander aanbod aan bloemen beschikbaar is. Door deze dubbele vliegtijd is de grasbij een van de meest langdurig zichtbare zandbijen in Nederland.

Voortplanting

De voortplanting begint met de paring, die plaatsvindt zodra de bijen uit de grond komen. Bij de voorjaarsgeneratie gebeurt dit in maart of april, en bij de zomergeneratie in juli of augustus. De mannetjes vliegen in lage banen over de nestplaatsen om de vrouwtjes op te wachten. Na de bevruchting zoekt het vrouwtje een zonnige plek met open grond om haar nest te graven. Ze graaft een gang van ongeveer dertig centimeter diep met verschillende zijgangen. In elke zijgang maakt ze een broedcel die ze bekleedt met een waterdichte laag uit haar eigen klieren. Ze verzamelt stuifmeel en nectar om een voedselbolletje te maken voor haar nageslacht.

Eitjes

Nadat het vrouwtje het voedselbolletje in de broedcel heeft geplaatst, legt ze er één eitje bovenop. Ze legt in totaal ongeveer vijf tot tien eitjes, verdeeld over de verschillende cellen in het nest. Zodra het eitje is gelegd, sluit ze de cel af met aarde, zodat het veilig is voor vijanden en vocht. Deze fase duurt slechts enkele dagen. Bij de zomergeneratie gaat de ontwikkeling van het ei iets sneller door de hogere bodemtemperatuur dan bij de voorjaarsgeneratie.

Larvale fase

Wanneer het eitje uitkomt, verschijnt de larve. Dit is een wit, pootloos wormpje dat direct begint te eten van het klaargelegde stuifmeelbolletje. De larve groeit snel en vervelt een aantal keer tijdens het eten. Deze fase duurt gemiddeld twee tot drie weken, afhankelijk van de temperatuur in de grond. De larve van de voorjaarsgeneratie ontwikkelt zich in de vroege zomer, terwijl de larve van de zomergeneratie dit in de nazomer doet. Zodra al het voedsel op is, bereidt de larve zich voor op de volgende stap in de ontwikkeling.

Popfase

In de popfase ondergaat het insect een volledige gedaanteverwisseling. Het lichaam verandert van een wormachtige larve naar een bij met poten, vleugels en voelsprieten. Bij de zomergeneratie duurt deze fase kort, waardoor de nieuwe bijen in juli of augustus al kunnen uitvliegen. Bij de voorjaarsgeneratie is er een groot verschil: deze bijen verpoppen zich in de nazomer of herfst tot een volwassen insect (imago), maar ze blijven de hele winter in hun cocon onder de grond. Ze gaan in een soort ruststand om de kou te overleven en komen pas in het volgende voorjaar naar buiten als de zon de bodem weer opwarmt.

Imago

De volwassen bijen leven zelf maar kort, meestal tussen de vier en zes weken, waarbij de mannetjes vaak al snel na de paring sterven.

Predatie

De grasbij heeft verschillende natuurlijke vijanden. Koekoeksbijen zoals het roodgatje leggen hun eitjes in de nesten van de grasbij, waarna hun larven de voedselvoorraad en soms het ei van de gastheer opeten. Daarnaast vormen vogels, spinnen en kleine zoogdieren een gevaar voor de volwassen bijen. In de bodem kunnen schimmels en kevers de broedcellen aantasten. Nestaggregaties verkleinen de kans dat een individueel nest wordt ontdekt.

Bedreiging

Wereldwijd wordt de grasbij niet als bedreigd beschouwd. De soort is flexibel, kan verschillende habitats benutten en profiteert van haar twee generaties per jaar. Toch blijft ze gevoelig voor het verdwijnen van open zandgrond, het dichtgroeien van vegetatie en het gebruik van pesticiden.

Bedreiging in Nederland

In Nederland gaat het goed met de grasbij. Ze staat als “niet bedreigd” op de Rode Lijst en breidt haar verspreidingsgebied uit. Klimaatverandering speelt hierbij waarschijnlijk een rol.

Bescherming in Nederland

Hoewel de soort geen specifieke beschermingsmaatregelen nodig heeft, profiteert ze sterk van algemene biodiversiteitsmaatregelen. Bloemrijke bermen, extensief maaibeheer en open zandplekken in tuinen en parken bieden uitstekende nest- en voedselmogelijkheden.

Bronnen

Andrena flavipes

Taxonomie

RijkAnimalia
StamArthropoda (geleedpotigen)
KlasseInsecta (insecten)
OrdeHymenoptera (vliesvleugeligen)
FamilieApidae (bijen en hommels)
GeslachtAndrena (zandbijen)

Kenmerken

Grootte vrouwtje11-13 mm
Grootte mannetje8-11 mm
Spanwijdte16-20 mm
Voedingnectar
Vliegperiodemaart tot mei en juli tot september

Voortplanting

Paartijdhet begin van elke vliegperiode
Uitkomen eitjesenkele dagen
Larvale fase2-3 weken
Popfasezomergeneratie: (enkele weken;
voorjaarsgeneratie: de hele winter

Voorkomen in Nederland

Statusniet bedreigd
Zeldzaamheidalgemene soort
Bescherminggeen

Verspreiding

Nederlandhet hele land
WereldEuropa, Noord-Afrika en grote delen van Azië
Biotoopvoorkeurzonnige plekken met open, zandige grond
Verspreidingskaart van Grasbij in Nederland
Verspreidingskaart grasbij
EIS Verspreidingsatlas Insecten


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven