• Gele guldenroede met bij in bloei

Beschrijving van de late guldenroede

De late guldenroede is een hoge, overblijvende plant met goudgele bloemen die oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt.

Stengels

De stengels zijn stevig en rechtopstaand en worden doorgaans 50–200 centimeter lang, soms zelfs tot 250 centimeter. Ze zijn vrijwel geheel kaal en glad, behalve aan de top waar de bloemen zitten. De stengels hebben vaak een opvallende rood- tot paarsachtige kleur en zijn dikwijls bedekt met een dun, blauwachtig waslaagje dat gemakkelijk af te vegen is.

Bladeren

De bladeren zitten direct aan de stengel vast, zonder duidelijke bladsteel. Ze zijn smal en lancetvormig en lopen uit in een scherpe punt. De bladranden zijn meestal scherp gezaagd, al komen soms ook bladeren met een gladde rand voor. Aan de bladonderzijde zijn de nerven soms licht behaard en de bladrand kan ruw aanvoelen door zeer kleine haartjes. Later in het seizoen sterven de onderste bladeren vaak af, waardoor de stengelbasis kaal wordt.

Bloemen

De bloemen groeien in grote, piramidale pluimen aan het uiteinde van de stengels, waarbij de zijtakken sierlijk naar buiten buigen. De bloeiwijze bestaat uit talloze kleine bloemhoofdjes van 4–8 millimeter doorsnede, die allemaal omhoog gericht staan. Elk bloemhoofdje bevat buisbloemen in het midden en lintbloemen aan de buitenzijde, alle goudgeel van kleur. De lintbloemen zijn vrouwelijk; de buisbloemen zijn tweeslachtig en volledig vruchtbaar.

Vrucht

Na de bloei ontstaan kleine nootvruchten. Ze zijn langwerpig en ongeveer 1–1,8 millimeter lang. De vrucht is fijnbehaard en draagt aan de top een 2,5–4 millimeter lange, witachtige pluis. Dankzij deze lichte pluis kunnen de zaden gemakkelijk door de wind worden verspreid.

Wortels

Ondergronds heeft de plant een krachtig en uitgebreid wortelstelsel. Ze vormt lange, kruipende wortelstokken die vaak paars of roodachtig zijn en tot circa 90 centimeter lang kunnen worden. Ze groeien voornamelijk horizontaal in de bovenste bodemlaag, op 10–20 centimeter diepte. Uit deze wortelstokken ontstaan eenvoudig nieuwe stengels, waardoor de plant zich snel uitbreidt en dichte groepen vormt.

Verspreiding

Mondiale verspreiding

De late guldenroede komt van oorsprong uit Noord-Amerika, waar ze wijdverspreid is in Canada, de Verenigde Staten en het noordoosten van Mexico. In de negentiende eeuw werd de plant als sierplant naar Europa gebracht. Sindsdien heeft ze zich sterk uitgebreid en komt ze nu in grote delen van Europa en Azië in het wild voor. Ze gedraagt zich daar als een opvallende, invasieve exoot.

Verspreiding in Nederland en België

In Nederland en België is de late guldenroede zeer algemeen. In Nederland komt ze vrijwel overal voor, met hoge dichtheden langs grote rivieren, natte natuurgebieden en stedelijke zones. Ook in België is ze wijdverspreid, zowel in Vlaanderen als in Wallonië.

Weetjes over late guldenroede

  • De geslachtsnaam Solidago is afgeleid van Latijnse woorden die ‘gezond maken’ betekenen, omdat men vroeger dacht dat de plant wonden kon genezen.
  • De plant produceert stoffen die in de bodem de groei van andere soorten kunnen remmen.
  • De bloemen trekken in de nazomer veel insecten aan, zoals bijen, zweefvliegen en vlinders.
  • Een enkele stengel kan aan het einde van het seizoen duizenden zaden produceren.
  • Als de plant in de tuin te hoog wordt, kan ze in de vroege zomer voor de helft worden teruggesnoeid om steviger te blijven staan.

Ecologie

Levensvorm

De late guldenroede is een overblijvende, kruidachtige plant. In de herfst sterven de bovengrondse delen af en overwintert de plant ondergronds. De knoppen voor het nieuwe groeiseizoen bevinden zich op of net onder het grondoppervlak, aan de stevige wortelstokken. In het voorjaar lopen deze knoppen uit en ontstaan snel nieuwe, hoge stengels.

Bodem

De plant stelt weinig eisen aan de bodem, maar heeft duidelijke voorkeuren. Ze groeit het best op vochtige tot natte, voedselrijke en humusrijke bodems. Vaak betreft dit zavel-, klei- of leemgronden, maar ook op zandige bodems kan ze zich goed vestigen, mits deze niet te droog zijn. Ze verdraagt matig zure tot kalkrijke grond. Dankzij haar sterke wortelstelsel kan ze korte perioden van droogte goed doorstaan.

Groeiplaats

De late guldenroede groeit vooral op zonnige tot licht beschaduwde plekken. Als voormalige oeverplant komt ze veel voor langs rivieren, beken, sloten en in vochtige uiterwaarden. Daarnaast gedijt ze uitstekend op door mensen verstoorde plekken. Hierdoor groeit ze volop op braakliggende terreinen, brede wegbermen, spoorwegtaluds, oude industrieterreinen en vochtige bosranden. Op deze locaties kan ze grote, dichte groepen vormen die andere planten verdringen.

Bedreiging

Wereldwijde bedreiging

Wereldwijd is de late guldenroede niet bedreigd. In haar oorspronkelijke verspreidingsgebied is ze algemeen. In gebieden waar ze door de mens is ingevoerd, zoals Europa en Azië, gedraagt ze zich juist als een sterk uitbreidende invasieve exoot die een risico vormt voor de inheemse flora.

Bedreiging in Nederland

In Nederland is de late guldenroede niet bedreigd en staat ze niet op de Rode Lijst. Sinds haar introductie is het aantal vindplaatsen sterk toegenomen en tegenwoordig is de soort zeer algemeen.

Bescherming in Nederland

De plant geniet geen wettelijke bescherming. Omdat ze een invasieve exoot is die de biodiversiteit kan schaden, richten natuurbeheerders zich vooral op beheer en indamming, bijvoorbeeld door maaien of uitputten in kwetsbare natuurgebieden.

Etymologie

De wetenschappelijke naam van de plant is Solidago gigantea. De geslachtsnaam Solidago komt van de Latijnse woorden solidus (‘stevig, gezond’) en agere (‘maken’), wat samen verwijst naar de vroegere medicinale toepassing van het geslacht. De soortnaam gigantea betekent ‘reusachtig’ en verwijst naar de indrukwekkende hoogte van de plant, die behoort tot de grootste guldenroedesoorten.

Bronnen

Solidago gigantea

Taxonomie

RijkPlantae (planten)
StamEmbryophyta (landplanten)
KlasseSpermatopsida (zaadplanten)
OrdeAsterales
FamilieAsteraceae (composietenfamilie)
GeslachtSolidago (guldenroede)

Herkenning

Hoogte50-200 cm
Bloemkleurgoudgeel
Type vruchteenzadige dopvrucht of noot
Kleur vruchtlichtbruin tot groenbruin
Geslachtsverdelingpolygaam
Worteldiepte10-20 cm

Voorkomen in Nederland

Rode Lijstniet bedreigd
Statusexoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Trend sinds 1950stijgende trend
Zeldzaamheidalgemene soort
Indigeniteitexoot; ingeburgerd tussen 1900 en 1924

Verspreiding

Nederlandhet hele land
Verspreidingskaart Late guldenroede in Nederland
Verspreidingskaart late guldenroede
@ 2026 NDFF FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten
WereldNoord-Amerika, Europa, Azië

Ecologie

Biotoopvoorkeur open, zonnige en vochtige plekken met voedselrijke grond
Levensduuroverblijvend
Levensvormhemicryptofyt
Bloeitijdjuli – oktober


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven