Leefgebied

De zuringrandwants komt voor in Europa, van Portugal tot Finland en in Azië van Rusland tot China. In Afrika komt hij alleen voor in Algerije

Habitat

De habitat bestaat uit zonnige plaatsen. Ze leven in zowel bosranden als vochtige hooilanden en graslanden met hier en daar dichtere begroeiing, maar ook in stadsparken en wegbermen worden zuringwantsen aangetroffen, meestal in de buurt van water.

Herkenning

Zuringrandwantsen worden 13 tot 15 mm lang. Mannetjes zijn doorgaans kleiner dan vrouwtjes. Het leerachtige achterlijf is bruin, vrij rond en plat. Het halsschild heeft hoekige naar boven gerichte uitsteeksels en het schildje is duidelijk zichtbaar.

De antennes zijn samengesteld uit vier segmenten die roodoranje van kleur zijn, behalve het laatste vierde segment dat zwart is. De antennes zijn half zo lang als het lichaam. Tussen de antennes bevinden zich twee kleine knobbeltjes.

De achtervleugels zijn oranjerood en liggen in rust verstopt onder de deels verdikte voorvleugels. De platte rand om het achterlijf is bij volwassen exemplaren lichtbruin gestreept. De afgeronde rand van de buik heeft lichte gekleurde markeringen. 

Voedsel

Zuringwantsen zijn herbivoren en zuigen de sappen op van een grote verscheidenheid aan planten en zaden. Ze hebben een voorkeur voor zuring, rabarber en duizendknoop. 

De nimfen zuigen eerst aan de bladeren en later aan de vruchten. Het zuigen laat opvallende ronde rode vlekken achter op de bladeren.

Weetjes

  • Tijdens de vlucht is de felrode achterkant van de buik te zien.
  • De randen van het achterlijf steken zijwaarts onder de vleugels uit. 
  • De poten bestaan uit maar twee tarsusleden.
  • Bladstrooisel zorgt voor een zeer goede camouflage.

Gedrag

De zuringwants kan als imago of als nimf op beschutte plekken in de grond overwinteren en is daarom in het voorjaar al in diverse generaties te zien.

Vanaf juli, na het vijfde nimfstadium, zijn de nieuwe imago's te vinden op zowel zuring en duizendknoop als op haagstruiken (bramen), diverse vaste planten (waaronder boerenwormkruid) en distels, waaronder wilgenroosjes.

Het is een goede vlieger die 'vanuit stand' kan vliegen en niet eerst ergens op hoeft te klimmen. 

Voortplanting

Het leggen van eieren op verschillende soorten zuring en duizendknoop vindt plaats van mei tot juni. De zuringrandwants kent een onvolledige gedaanteverwisseling omdat het popstadium ontbreekt.

De nimfen doorlopen 5 stadia. Ze komen na drie tot vijf weken uit de eitjes en lijken dan al direct op ouderdieren. De vleugels zijn alleen nog maar in aanleg aanwezig. Ze hebben in de eerste stadia rijen stekels op het achterlijf en de antennes zijn in verhouding tot het lichaam erg groot.

Predatie

Bij verstoring wordt snel gereageerd op de trillingen en laat het dier zich vallen of vliegt weg. 

Ze kunnen een defensieve afscheiding produceren. Deze bruine vloeistof stinkt erg en is moeilijk te verwijderen.

Bronnen

Coreus marginatus

Taxonomie

Rijk Animalia
Stam Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse Insecta (Insecten)
Orde Hemiptera (Halfvleugeligen)
Familie Coreidae (randwantsen)
Geslacht Coreus

Kenmerken

Grootte 13-15 mm
Vleugellengte
Voeding Sappen op van een grote verscheidenheid aan planten en zaden
Waarneem periode Bijna het hele jaar

Voorkomen in Nederland

Status Oorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting.
Zeldzaamheid Algemeen

Verspreiding

Nederland
Wereld Europa, van Portugal tot Finland en in Azië van Rusland tot China. In Afrika komt hij alleen voor in Algerije.
Biotoopvoorkeur Zonnige plaatsen meestal in de buurt van water. In zowel bosranden als vochtige hooilanden en graslanden met hier en daar dichtere begroeiing. Ook in stadsparken en wegbermen. 
Verspreidingskaart zuringrandwantsVerspreidingskaart zuringrandwants

Zoeken