Verspreiding

Met uitzondering van Afrika en Antarctica, komt de vermiljoenhoutzwam op alle continenten voor, inclusief Hawaï, Madagaskar en Nieuw-Zeeland. Het grootste aantal waarnemingen komt uit Noord-Amerika, Europa en Australië. Hij wordt zelden gevonden in Zuid-Amerika en Zuid-Azië (India). In Europa komt de soort voor van Spanje en Italië tot aan de 71e breedtegraad en de Oeral. De soort is zeldzaam in het Atlantische gebied. 

In Nederland komt de soort in het Drents district vrij algemeen voor, maar in de Pleistocene districten en in het Zuid-Limburgs district is deze zwam vrij zeldzaam. In de duinen is de soort in het renodunaal district voor het eerst aangetroffen in 1967.

De vermiljoenhoutzwam heeft in het verleden te maken gehad met sterke populatieschommelingen, waarvan de oorzaken nog niet volledig worden begrepen. Nadat de soort in de eerste helft van de 19e eeuw algemeen en wijdverspreid was, daalde het scherp tot rond 1960, voordat het zich opnieuw verspreidde. Een mogelijke reden zou het lagere gebruik van gekapt hout kunnen zijn.

Habitat

De vermiljoenhoutzwam is een saprofyt en groeit op hardhout. Het voorkeurssubstraat in Midden-Europa is de gewone beuk. Daarnaast groeit hij ook op ander hardhout en in zeldzame gevallen op coniferen.

Samen met het waaiertje en het ruig elfenbankje is het een van de eerste kolonisatoren van dode, staande of liggende stammen of stammetjes. De vermiljoenhoutzwam komt voor in open, tamelijk droge beuken- en haagbeuk-eikenbossen. Als een zeer licht- en warmteminnende soort komt hij zelden voor in gesloten bomengroepen, maar geeft hij de voorkeur aan open plekken, bosranden, heggen, boomgaarden, parken en tuinen.

Beschrijving

De vermiljoenhoutzwam heeft een 2-10 cm breed, tot 6 cm consolevormig en 1 tot 2 cm dik vruchtlichaam dat uit de groeiplaats steekt. Het oppervlak is onregelmatig hobbelig en wratachtig. De kleur is meestal opvallend vermiljoenrood, hoewel er ook oranjerode exemplaren voorkomen. De groeirand is meer oranje van kleur. De 1(-2) jaar oude vruchtlichamen zijn onduidelijk concentrisch gezoneerd en hebben een licht golvende rand.

De hoekige en langwerpige poriën zijn labyrintisch gerangschikt en relatief fijn (2 tot 3 per mm). De sporen zijn wit van kleur. Het vruchtvlees is taai, leerachtig hard, kurkachtig en net als de buisjes oranjerood van kleur. De geur en de smaak zijn onopvallend.

Weetjes

  • De vermiljoenhoutzwam is niet eetbaar.

Bronnen

Pycnoporus cinnabarinus

Taxonomie

Rijk Fungi (Schimmels)
Stam Basidiomycota (Basidiomyceten)
Klasse Agaricomycetes
Orde Polyporales
Familie Polyporaceae
Geslacht Polyporus

Herkenning

HoedConsol Consolevormig
Hoedhoogte 1-2 cm
Hoedbreedte 2-10 cm
Hoedkleur Vermiljoenrood
Steel -
Steelhoogte -
Steeldikte -
Steelkleur -
Weefsellaag Taai, leerachtig hard, kurkachtig
Weefsellaag kleur Oranjerood 
Kleur sporen Wit
Geur Onopvallend
Smaak Onopvallend

Verspreiding

Nederland Vrij algemeen
Wereld Van de subtropen tot de noordelijke gematigde zone
verspreidingskaart vermiljoenhoutzwam

Bedreiging

Rode lijst 2008 Thans niet bedreigd

Ecologie

Habitat Loofbos, arm zand
Groeitijd

Zoeken

Taxonomie