Leefgebied

De tureluur broedt in een groot gebied dat van IJsland naar West- en Midden-Europa en dwars door Midden-Azië tot aan de Grote Oceaan loopt. Hij overwintert in zuidelijke gebieden.

De soort telt zes ondersoorten:

  • T. t. robusta: IJsland en de Faeröer-eilanden.
  • T. t. totanus: westelijk en noordelijk Europa tot westelijk Siberië.
  • T. t. ussuriensis: van zuidelijk Siberië en Mongolië tot oostelijk Azië.
  • T. t. terrignotae: zuidelijk Mantsjoerije en oostelijk China.
  • T. t. craggi: noordwestelijk China.
  • T. t. eurhina: Tadzjikistan, noordelijk India en Tibet.

Voorkomen in Nederland en Vlaanderen

In Nederland komen tureluurs het hele jaar voor. Het is een (nog steeds) talrijke broedvogel, verder zijn er grote aantallen doortrekkers en minder grote aantallen overwinteraars. Een van de belangrijkste broedgebieden van Nederland is het Verdronken Land van Saeftinghe waar bijna 10% van de Nederlandse populatie broedt. De Nederlandse broedvogels overwinteren aan de kusten van Portugal, Spanje en Noordwest-Afrika. De tureluurs die in Nederland doortrekken en overwinteren zijn vogels uit Noordwest-Europa. Deze houden zich vooral op in zoute en brakke getijdewateren.

In Vlaanderen werd het aantal broedparen door het INBO op 300 à 350 geschat.

Status

In de periode 1989-1991 werd het aantal broedvogels in Nederland geschat op 30.000 paar. Tussen 2003 en 2007 is er een afnemende trend geconstateerd van 5% per jaar. Door de geleidelijk afname staat de tureluur als 'gevoelig' op de Nederlandse rode lijst van bedreigde of kwetsbare vogelsoorten. De tureluur staat op de Vlaamse rode lijst als kwetsbaar. De achteruitgang wordt veroorzaakt door onder meer de grootschalige, gerationaliseerde melkveehouderij. De tureluur valt ook onder het AEWA-verdrag.

In Europa

De tureluur broedt in grote delen van Europa, van het Middellandse Zeegebied tot in Noord-Scandinavië en Rusland.

Habitat

De habitat bestaat uit vochtige, kruidenrijke, laat gemaaide graslanden met een pollige structuur en veel slootjes, greppels en plasdras; kwelders; natte, open duinvalleien, heiden en venen. Buiten de broedtijd bestaat de habitat vooral uit zoute milieus, getijdengebieden (Waddenzee, Delta), maar ook uit ondiepe plassen en slikjes in het binnenland.

Herkenning

De tureluur is een middelgrote steltloper met vrij lange, felrode poten. Jonge vogels hebben flets oranjegele poten. Een volgroeide tureluur kan 27 tot 29 cm groot worden, heeft een spanwijdte van 59 tot 66 cm en weegt 170 g. Er is nauwelijks verschil tussen man en vrouw; het mannetje is echter zwaarder getekend en donkerder. 

De middellange snavel is zwart aan de punt en heeft een oranjerode basis. De onderkant van de tureluur heeft een afwisselend wit en bruin patroon, de bovenkant is bruin, zwart en grijs gevlekt. De kop is donker gestippeld en valt op door de korte, crèmekleurige streep over de ogen en de witte oogring.

Bij het winterkleed is de bovenzijde van het lichaam meer grijsbruin en niet meer zo intens getekend als bij het zomerkleed. De onderkant is dan wit, de borst grijs en fijn gestreept. De poten zijn oranjerood bij het winterkleed en donkerrood bij het zomerkleed.

Jonge vogels hebben een warmere bruine tint aan de bovenkant van hun lichaam en hebben crèmekleurige veerranden. De borst is meer beigebruin. De poten zijn nog oranjegeel, wat kan leiden tot verwarring met andere Tringa-soorten.

De opvallende brede witte achterrand van de vleugels onderscheidt ze in de vlucht van gelijkende soorten. 

De tureluur kan tot 17 jaar oud worden.

Geluid

Een kenmerkende roep is een mooi, fluitend "tluu…", vaak twee-, driemaal herhaald. De balts bestaat uit een variatie op roep, in serie voorgedragen. De alarmroep is veel scheller "tuuk!"

Weetjes

  • De tureluur dankt zijn naam aan het geluid dat de vogel maakt: "tjululuu"; dat is namelijk makkelijk te vertalen naar 'tureluur'. 
  • Het is een niet zo algemene weidevogel, die als niet-broedvogel vooral op het wad te vinden is. 

Voedsel

In de broedtijd eten ze vooral wormen, insecten, spinnen. Buiten de broedtijd eten ze ook mollusken (wadslakjes), kreeftachtigen (vlokreeftjes), en ook wel kleine visjes en kikkervisjes.

Gedrag

Vogeltrek

De tureluur is grotendeels een trekvogel, maar een deel van de IJslandse en West-Europese tureluurs zijn nagenoeg standvogels. Noord-Scandinavische en Russische populaties trekken het verst naar het zuiden (West-Afrika). De IJslandse populatie overwintert vooral in West-Europa (Waddenzee). 

De trek loopt over breed front en via de kust naar het zuid-zuidwesten, wellicht ook over de Sahara naar West-Afrika. De voorjaarstrek van de noordelijke broedvogels valt in de periode maart - april tot diep in mei als de Nederlandse populaties al volop broeden. De najaarstrek loopt van juli tot in september. Ze trekken vooral 's nachts, maar in het voorjaar ook overdag.

Predatie

Typerend is dat de tureluur vaak op slechts enkele meters afstand broedt van het nest van een kievit. De tureluur profiteert daardoor van de technieken die de kievit heeft om predatoren op afstand te houden.

Voortplanting

tureluurs zijn territoriaal en monogaam, maar paren kunnen dicht bij elkaar broeden, in half-kolonies. Het broedseizoen van de tureluur loopt van half april tot in juni. Het broeden duurt 22 à 25 dagen. Beide geslachten broeden de eieren uit.

Deze weidevogel legt gewoonlijk vier eieren van gemiddeld 45 × 32 mm, in een kuiltje in het gras, meestal in een weiland. De grashalmen rond het nest worden over het nest gebogen, waardoor het goed verborgen is. Typerend is dat de tureluur vaak op slechts enkele meters afstand broedt van het nest van een kievit. De tureluur profiteert daardoor van de technieken die de kievit heeft om predatoren op afstand te houden.

De jongen zijn nestvlieders en worden door beide ouders gehoed, maar ook vaak alleen door het mannetje; vaak ook splitst de familie zich. De jongen zijn vliegvlug na 23-25 dagen.

Bescherming

De tureluur neemt de laatste 10 jaar als broedvogel af in aantal, met minder dan 5% per jaar. Ook de aantallen niet-broedende tureluurs nemen licht af. Hoewel de tureluur in Europa afneemt in aantal, is dit nog niet dusdanig dat de soort bedreigd is. De oorzaak van de afname is de intensivering van de landbouw (toename droge en kruidenarme, structureel homogene graslanden, vroeg maaien) in combinatie met lage waterpeilen. Ook op kwelders zijn de aantallen afgenomen door verruiging.

Rode lijst

De tureluur staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringsfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren. 

Bronnen

Parus major

Taxonomie

Rijk Animalia (Dieren)
Stam Chordata (Chordadieren)
Klasse Aves (Vogels)
Orde Charadriiformes (Steltloperachtigen)
Familie Scolopacidae (Strandlopers en snippen)
Geslacht Tringa

Kenmerken

Grootte 27-29 cm
Kleur Felrode poten en rode basis snavel
Gewicht 170 gram 
Vleugelspanwijdte 59-66 cm 
Groep/solitair Groepen en solitair
Voeding Wormen, insecten, spinnen, mollusken (wadslakjes), kreeftachtigen (vlokreeftjes), en ook wel kleine visjes en kikkervisjes

Voortplanting

Broedinterval Jaarlijks
Paartijd Maart-juni
Aantal eieren 4 eieren
Plaats eieren Kuiltje in een pol
Grootte eieren 45 x 32 mm 
Broedtijd 24 dagen 
Aantal legsels 1 per jaar
Uitvliegen 25 dagen
Geslachtsrijp 1 jaar
Levensduur 17 jaar

Voorkomen in Nederland

Status  
Aantal broedparen 17.000-20.000 (in 2013-2015)
Aantal overwinteraars 7700-11.000 (in 2013-2015)
Doortrekkers 36.000-57.400, jul (in 2012-2017) 
Bescherming Beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Voor deze soort zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen als niet-broedvogel.
Rode lijst Gevoelig
Verspreiding tureluurBron: http://stats.sovon.nl/stats/soort/5460

Voorkomen Wereldwijd

Zoeken